Op 2 juli is in Nederland de Braziliaanse film Bacurau in première gegaan. Een bijzonder eerbetoon aan de gewone Braziliaan die vecht om te overleven. Trillend op mijn bioscoopstoel heb ik hem in Rio gezien.

STEUN RO

Bacurau is opgenomen in het dorp Barra in het kurkdroge noordoosten van Brazilië, in de meest noordoostelijke deelstaat, Rio Grande do Norte, waar ooit de Nederlanders de dienst uitmaakten, in de tijd van Maurits van Nassau.

Afgezien van de hoofdrollen, die worden vervuld door professionele acteurs, zijn de dorpelingen van Barra zelf de personages in de film en ze zijn er apetrots op. “Wie had gedacht dat wij van Barra in een film zouden spelen en dat de hele wereld ons zou kunnen zien”, zei de 57-jarige Genilda Salústio tegen de krant El País. De filmcrew kwam in augustus 2019, toen de film al was bekroond in Cannes, terug om de film aan de dorpelingen van Barra te laten zien. Midden in het dorp en niet in de 100 kilometer verderop liggende dichtstbijzijnde bioscoop. De regisseurs Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles waren erbij, net als superactrice Sônia Braga, de dorpsarts in de film.

Het leven van de inwoners van Barra en dat van de dorpelingen in Bacurau komt voor een groot deel overeen: armoede, corruptie van politici en watergebrek. Miljoenen nordestinos (bewoners van het noordoosten) zijn pakweg de laatste honderd jaar naar grote steden als São Paulo en Rio de Janeiro getrokken, op de vlucht voor armoede en honger, op zoek naar een menswaardig bestaan.

In de film zien we hoe de burgemeester alleen in het dorp is geïnteresseerd als het verkiezingstijd wordt: dan komt hij eten en medicijnen brengen (over de datum) en uit de laadbak van een vrachtwagen worden boeken gestort, zo op de grond. Er zijn wel meer politici in Brazilië die zo minachtend over lezen denken als de burgemeester van Bacurau. Het loopt trouwens fantastisch met hem af.

Zo veel mogelijk mensen afknallen

De film is een gevecht tussen buitenstaanders, buitenlanders letterlijk ook, blanken van Noord-Amerikaans of Europese herkomst, die het op Bacurau gemunt hebben, en het dorp. Het motief van de buitenstaanders is onduidelijk, het lijkt wel een soort trofeejacht. Gewoon zo veel mogelijk mensen afknallen. Het gebeurt op een buitengewoon expliciete en bloederige manier, vandaar het trillen op mijn stoel.

Een Braziliaans stel dat zich identificeert met de buitenlanders – ‘Wij komen uit het zuiden. Daar zijn de mensen blank. Wij zijn anders dan de mensen in Bacurau’ – overleeft de jacht ook niet. Ze zijn niet blank genoeg, je kunt wel aan hen zien dat ze gemengd bloed hebben, vinden de buitenlanders als ze in vergadering zijn verenigd om hun aanvalsstrategie te bespreken.

Deze buitenlanders lijken de absolute overmacht te hebben, omdat ze over geavanceerde technologie beschikken. Er vliegen sprekende drones door de lucht, een surrealistische aanblik in dat landschap van zanderige en stoffige weggetjes, met groen-grijze bomen en struiken en lemen huizen.

Kleurrijke traditie van banditisme

Maar als de dorpelingen van Bacurau in de gaten krijgen dat hun voortbestaan op het spel staat, verandert de dynamiek. Zij beschikken niet over moderne wapens en technologie, maar hun gewelddadige verleden heeft hun geleerd hoe ze zichzelf moeten verdedigen. Voor een arme en kwetsbare bevolking als die van Bacurau is dat extra belangrijk.

De sertão – zoals het droge noordoosten wordt genoemd – kent een kleurrijke traditie van banditisme, zowel huurlingen die de grote landgoederen moesten verdedigen als de meer Robin-Hoodachtige types, die het opnamen voor de armen en de landgoederen aanvielen. Natuurlijk valt Bacurau in de categorie Robin Hood. De bekendste bandiet was overigens Virgulino Ferreira da Silva, beter bekend als Lampião, die in 1938 om het leven kwam toen hij en zijn bende door de politie onder vuur werden genomen.

Bandieten in de sertão een kleine 100 jaar geleden. Beeld: Benjamin Abrahão

In het piepkleine Bacurau staat een museum waar de herinnering aan het bendeleven van mensen als Lampião levend wordt gehouden en onder andere oude wapens aan de muur hangen. Een van de buitenlanders die zich heeft verschanst in het museum als het gevecht met de dorpelingen zijn hoogtepunt nadert, ziet dat hij en zijn kompanen de dorpelingen hebben onderschat, want alle antieke geweren en pistolen zijn weg en er hangen alleen nog bordjes met de naam van het betreffende wapen. Het is dan natuurlijk al lang duidelijk wie er gaat winnen. Ik klapte met het bioscooppubliek in Rio mee toen de eerste buitenlanders werden neergemaaid.

Vingernagels gelakt

De Lampião in Bacurau is Lunga, een bandiet die buiten het dorp woont, en die als strategisch aanvoerder de boel moet redden en dat doet hij met verve. Deze Lunga is niet zo maar een bandiet. Lunga’s vingernagels zijn gelakt, en zijn ogen opgemaakt. Zijn haardracht is meer van een vrouw dan van een man. Zo lopen er meer dorpelingen rond die niet aan het cliché voldoen van een ‘achterlijk dorp in de middle of nowhere’. Er is er één met knaloranje haar, de ander loopt in zijn blote piemel over straat en de vrouwelijke dorpsdokter – prachtig vertolkt door de alweer 70-jarige Braga – heeft een relatie met een vrouw.

Zo is Bacurau niet alleen de sage van een arm dorp in de onherbergzame sertão dat het opneemt tegen een machtige vijand. Het is ook de sage van een samenleving die vecht voor pluriformiteit, een gemeenschap waarin je jezelf kunt zijn. Dat is in deze tijden van een president die zich tegen homoseksuelen en tegen feminisme en anti-racisme keert hoogst relevant. Het is alsof de regisseurs toen ze de film in 2018 afrondden al voorzagen dat Jair Bolsonaro eind dat jaar de verkiezingen zou winnen.

Vijf staatssecretarissen

De film is in Brazilië vooral in linkse kringen heel goed ontvangen. Regisseur Juliano Dornelles zei tegen Trouw dat hij en Mendonça onder de nieuwe conservatief-autoritaire politieke wind Bacurau niet hadden kunnen maken. Het is met de culturele sector heel slecht gesteld. Bolsonaro zit nu anderhalf jaar in het pluche en heeft al vijf staatssecretarissen van cultuur versleten. Cultuur maakt deel uit van het ministerie van toerisme. De gesneuvelde staatssecretarissen pasten allemaal in het conservatieve denken van de president en zijn achterban, maar werden door de sector met de nek aangekeken. Een onwerkbare situatie. President Bolsonaro heeft ingegrepen in beslissingen van Ancine, het Nationale Filmagentschap, dat beslist over financiering van filmprojecten, omdat de thema’s hem niet bevielen. Ook Ancine maakt nu deel uit van het ministerie van toerisme en Bolsonaro heeft een evangelische pastor, Edilásio Barra, en een producente van een christelijk filmfestival, Verônica Brendler voorgedragen voor de directie. Het Congres moet hierover beslissen. Op het filmbudget voor 2020 is voor 43% gekort en veel projecten wachten nog op subsidie. Het is om die redenen nog maar de vraag of de Braziliaanse cinema, die wereldwijd een goede naam heeft, nog met iets spraakmakends kan komen op korte termijn. Bacurau wordt waarschijnlijk een mijlpaal.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.