Hoe schrijf je de meest algemene sollicitatiebrief ooit? Met welk bier kun je best ’s ochtends al beginnen? En hoe overleef je een UWV-workshop? Kortom, een korte cursus werkloos zijn van DNP.

STEUN RO

Begin augustus. Onze vakantie zit erop en het permablog gaat weer van start. De zomer lijkt ons land nog lang niet te hebben verlaten, maar helaas… wij moeten weer aan de bak. Nou ja, wat zeuren we eigenlijk: wij hebben tenminste een baan. En dat kunnen 675.000 Nederlanders niet zeggen.

Voor hen houdt de zomervakantie na augustus niet op. Zij hoeven niet om zeven uur ’s ochtends naast hun bed te staan. Eén keer per dag alle vacaturesites checken kan immers ook wel na de middag. En die ene verplichte sollicitatiebrief per week copy-paste je in een kwartiertje.

Toch is het werklozenbestaan zo eenvoudig nog niet. Verveling ligt immers op de loer. Hoe zorg je er voor dat je niet voor de middag al laveloos tussen de lege Euroshopper-bierblikken in de tuin ligt? Met wie spreek je af als al je vrienden en kennissen naar hun werk zijn? En hoe ga je om met de moedeloosheid, als het aantal afwijzingen in je inbox alleen nog overtroffen wordt door het aantal onbetaalde rekeningen op de deurmat? Daarom, deze week op het permablog van DNP: een cursus werkloos zijn voor jong en oud.

TREINTJE

Tekst: Luzan Werts / 12 aug – 13:00

Toen ik in 1970 van de middelbare school kwam en niet wist wat ik met mijn leven wilde, was er nog geen vuiltje aan de lucht. De bomen groeiden tot in de hemel, ik was jong, en zorgeloos hopte ik van job naar job. Tot ik het na een paar jaar beu was om het geneuzel van vergadertijgers te stenograferen en door de stencilmachine te halen. Via een toelatingsexamen kwam ik terecht op de universiteit. Zeven vette jaren braken aan. Ik genoot van mijn studiebeurs, haalde hele nachten door in bruine café’s en in de verloren uurtjes las ik een boek of schreef een paper. Maar tegen het einde van mijn studie keerde het tij, the party was over, de magere jaren stonden te trappelen voor mijn deur. Bij de uitreiking van mijn diploma sprak mijn docent de opbeurende woorden: “Het zijn moeilijke tijden, zeker voor een alfa. Je mag al blij zijn als je er een leuke hobby aan over houdt".

En toen begon de banenjacht. Aanvankelijk ging ik heel optimistisch en selectief te werk. Ik solliciteerde alleen op vacatures die mijn hart sneller deden kloppen, waarvan ik zeker wist dat de baan mij op het lijf geschreven was. Ik zwoegde op de perfecte brief, die ook de werkgever ervan zou overtuigen dat hij mij wel móest uitverkiezen. Dan begon de spanning van het wachten op een klepperende brievenbus, een telefoontje. Tenslotte kwam met de brief de teleurstelling: “wij ontvingen meer dan tweehonderd reacties, u past niet in het profiel”, of erger: “u past niet in het team, wij hebben de juiste kandidaat gevonden”. Nooit valt de sollicitant een bloemetje, een schouderklopje, zelden een bedankje voor de moeite ten deel. En zo schreef ik op den duur, omdat het nu eenmaal moest van het Arbeidsbureau, op elke willekeurige advertentie een standaardbrief, die een slap aftreksel was van mijn eerste brieven, die literaire hoogstandjes waren.

De doodsteek voor mijn zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde kwam, toen ik na zo’n twee jaar werd veroordeeld tot een sollicitatiecursus, alsof ik inmiddels niet zelf een volleerde ervaringsdeskundige was geworden.  Ik leerde daar alle tips en trucs van de hogere sollicitatiekunde. Nog nooit had ik zo’n overdosis aan gebakken lucht ingeademd. Mij werd geleerd waar en hoe ik advertenties kon vinden, hoe ik een nette brief moest schrijven en ik maakte er kennis met het begrip ‘netwerken’. Waar ik als geïsoleerde, alleenstaande moeder moest netwerken, afgezien van het schoolplein, werd me niet verteld. Het netwerkconcept vatte ik niet. Ik had van huisuit immers meegekregen dat je een baan behoort te bemachtigen vanwege je capaciteiten, opleiding en ervaring en niet via een ‘kruiwagen’, dat was ver beneden de waardigheid van een fatsoenlijk mens.  

De cursus werd besloten met een tweedaagse training van een deftig adviesbureau. Ik moest mijzelf terugzien op een video-opname van een gefingeerd sollicitatiegesprek. De scepsis en weerzin tegen deze malligheid spatten van mijn gezicht. Het resultaat was dat sindsdien elke spontaniteit bij een sollicitatiegesprek compleet zoek was, zo gepreoccupeerd was ik met ‘hoe ik over kwam’. Kwam ik rechtop binnen met een glimlach op de lippen? Keek ik beurtelings elk commissielid vriendelijk aan? Hing ik een beetje over de tafel om mijn belangstelling te tonen? Had ik mijn armen niet afwerend over elkaar geslagen?  Na zo’n gesprek was ik uitgeput en voelde aan mijn water dat ik het weer had verknald.

Gelukkig was mijn moeder er nog, die beschikte over een buitengewoon relativeringsvermogen. Voor elke situatie, waaraan ze niets kon verhelpen, had ze wel een tegeltjeswijsheid paraat. Steevast, als ik bij haar op bezoek was in een mismoedige bui, omdat ik er geen heil meer in zag, sprak ze: “Ach kind, er komt wel weer een treintje voorbij!” Ach mama, in mijn straatje is blijkbaar geen stationnetje, dat treintje is ontspoord of eindeloos vertraagd en geen NS-omroepster, die daarvoor excuses aanbiedt.

Zo gingen mijn dagen voorbij, wachtend op het treintje dat niet kwam. Na zo’n vier jaar geloofde ik er niet meer in: ik zou de rest van mijn leven uitgerangeerd op een verlaten  perronnetje in een kleinburgerlijke Vinexwijk verstoffen met een inkomen dat te weinig was om van te leven en te veel om van dood te gaan.

Tot op een avond de telefoon ging. Een vergeten collega uit mijn jobhop-tijd had stom toevallig een wederzijdse kennis ontmoet en gehoord dat ik werkzoekend was. Mijn reddende engel was nu personeelschef bij de universiteit. Of ik over een week kon beginnen?

Die maandagochtend fietste ik over de Weteringschans, net als al die andere mensen, die ‘gewoon’ naar hun werk gingen. Op de brug over de Amstel werd ik overvallen door een overweldigende euforie. Na vier jaar aan de zijlijn hoorde ik er weer bij! 

Mocht u dit lezen, werkzoekende, en soms de moed verliezen, luister naar de woorden van mijn moeder:  “Er komt altijd wel weer een treintje voorbij!”

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 14:30 De Europese Commissie wil dat Nederland meer concurrentie toelaat op het spoor. Het Internationaal Olympisch Comité wil opheldering van de Russische regering over de antihomowet in het land. En diverse grote steden – waaronder Rotterdam en Amsterdam – jagen op biologische vaders van niet-erkende kinderen, zodat ze van hen een financiële bijdrage kunnen innen.

DE VREUGDESPRONG

Tekst: Fay van der Wall / 9 aug – 14:30

In het huidige regeerakkoord is vastgelegd dat iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt werkzaamheden moet verrichten in ruil voor de uitkering. Dit wordt de 'tegenprestatie' genoemd. Slechts diegenen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn ontkomen aan deze plicht. Aan de maatregel moeten de gemeenten wel zelf invulling geven. In de praktijk komt het er dus op neer dat het op uiteenlopende manieren uitgevoerd zal worden. Grote angst van onder andere de FNV is dat het voor verdrukking op de arbeidsmarkt zal zorgen. Het verhaal van de ontslagen Haagse straatveger die voor zijn uitkering straten moest vegen is daar een schrijnend voorbeeld van. Rotterdam loopt weer eens voorop in deze maatschappelijke ontwikkeling, en is al jaren bezig met soortgelijke pilotprojecten onder de titel 'Maatschappelijke inspanning'.

Sterker nog, deze week kwam ik er achter dat de stad Rotterdam al voor de Tweede Wereldoorlog voortvarend bezig was met het nuttig inzetten van de werkloze bevolking. In een interview met Wouter van Stiphout over Crimsons cultuurhistorische verkenning van de Kuip las ik namelijk: “In oktober ‘36 zijn 1500 werklozen en mariniers naar het stadion gebracht om op commando vreugdesprongen te maken. De constructie doorstond deze proef zonder problemen.”

En nu heb ik een visioen waarin de gemeente Rotterdam wederom het lokale werkschuwe tuig massaal op laat draven om verplicht vreugdesprongen te maken. Tijdens het zomercarnaval, de marathon, de pleinbios, noem maar op. Ieder gemeentelijk feest zal opgeluisterd worden met een heuse vreugdesprong ter bevordering van de arbeidsparticipatie, zonder dat de arbeidsmarkt er onder te leiden heeft. In het ultieme geval natuurlijk bij het openen van een nieuw Feyenoordstadion…

Dit stuk verscheen eerder op Vers Beton.

SOCIAL MEDIA: HET SOLLICITEREN ANNO NU

Tekst: Lotte Gerritsen / 9 aug – 13:00

Niemand zal het durven ontkennen: sociale netwerksites zijn groter dan ooit. Zonder een Facebookprofiel stel je niets meer voor. Je bent, dus je Twittert. Tegelijkertijd is de werkeloosheid sinds de jaren 30 van de vorige eeuw niet meer zo hoog geweest. Dus wat doe je als je hoort bij de onfortuinlijke 8,5 procent van de beroepsbevolking die werkloos thuis zit? Dan ga je aan de slag met LinkedIn, vraag je je Facebookvrienden om je oproepen te delen en stel je twitterend Nederland via #durftevragen op de hoogte van je zoektocht naar een baan.

Helaas hebben honderdduizenden medewerkzoekenden hetzelfde idee. Hoeveel nut heeft het dan nog om jouw stem te verkondigen? Word je überhaupt gehoord? Het zijn vragen die ik me regelmatig stel tijdens mijn eigen sollicitatieproces. Mijn oproepen op Facebook worden hooguit één keer gedeeld en als ik tweet mag ik blij zijn met twee retweets. Reacties en tips blijven vrijwel altijd uit. Niet zo gek, als je één van de velen bent in iemands timeline die werkzoekend is. Misschien heb ik ook gewoon nog niet zo’n sterk netwerk. Daarom ga ik stug verder met het profileren van mezelf op LinkedIn en probeer ik me daar te verbinden met mensen die misschien ooit nog eens van pas gaan komen.

Rondvragend in de LinkedIn-groep ‘Vacature voor jou’ blijkt dat veel werkzoekenden het gevoel hebben dat LinkedIn wel degelijk een positieve invloed kan hebben op de sollicitatieprocedure. “Het hoeft niet doorslaggevend te zijn, maar als je het goed gebruikt vergroot het wel je kansen”, denkt Stefan van den Bosch. “Hoe meer je gezien wordt, hoe beter.” Ook Peter Clevis is enthousiast: “Bij mij persoonlijk heeft het binnen twee maanden al geresulteerd in vier gesprekken bij wervings- en uitzendbureaus. Ook heb ik van drie mensen vernomen dat zij middels LinkedIn een vaste baan of tijdelijke aanstelling hebben gekregen.”

Of het gebruik van LinkedIn de kansen op een baan echt zo veel vergoot, is natuurlijk lastig te kwantificeren. Wel is (volgens dokter Google) bekend dat één op de drie werkgevers gebruikmaakt van social media om werknemers te werven en dat ruim zeventig procent van de managers online informatie over de sollicitant opzoekt. Je kunt dus maar beter zorgen dat je online te vinden bent en dat wat er te vinden is, een beetje beschaafd en representatief is.

Zodoende ga ik gestaag verder met het schaamteloos promoten van mijn capaciteiten op de verschillende netwerksites. De aanhouder wint, toch? En wie weet, misschien kan ook ik in de toekomst een succesverhaal delen over solliciteren via social media.

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 11:00 Vakantiegangers die nepkleding uit het buitenland meenemen, worden op Schiphol niet meer beboet. Het Mexicaanse telecombedrijf América Móvil wil KPN overnemen. En de Amerikaanse veiligheidsdiensten willen – om informatielekken te voorkomen – negentig procent van al hun administratieve medewerkers vervangen door computers.

NOTITIE: VANDAAG DROMEN NAJAGEN

Tekst: Mark Voortman / 9 aug – 11:00

De wekker gaat. Ik schrik wakker en ben even gedesoriënteerd. Welke dag is het? Waarom gaat mijn wekker? Moet ik iets doen vandaag? Kom ik ergens te laat voor? Het is tien uur ’s ochtends op een doordeweekse dag. Ik kan zo snel niet iets bedenken wat ik vandaag moet doen. Snoozen dan maar, misschien dat ik het straks weet.

Na vijf keer snoozen vind ik het mooi geweest. Hup, uit de veren, dan heb ik nog iets aan de dag. Ik check de agenda op m’n telefoon. Oh ja, dat was het. Vandaag ging ik m’n dromen najagen. Dat had ik afgelopen nacht bedacht in de kroeg. Ik was het werkloos zijn zat. Al die sollicitatiebrieven die niks opleverden, elke dag die vacaturesites afstruinen, die algehele lamlendigheid waarin mijn leven zich voltrok: ik was er helemaal klaar mee. In een zeldzame vlaag van inspiratie had ik mezelf geënthousiasmeerd om in m’n telefoon te zetten dat ik mijn dromen ging najagen. Ik weet nu zo op de vroege ochtend niet meer precies wat die dromen waren.

Ultieme sollicitatiebrief
Ik trek m’n ochtendjas aan en sjok naar beneden. Koffieapparaat aan, sigaretje aan. Staand voor het raam, naar buiten starend, maak ik een plan voor vandaag. Sollicitatiebrief versturen, tandenborstel kopen en dromen najagen. In die volgorde.

Eerst die brief maar even, dat is zo gedaan. Ik begin er al aardig goed in te worden, al zeg ik het zelf. Ik heb een standaard sollicitatiebrief die ik bij elke vacature maar op een paar punten hoef te wijzigen. Mijn doel is om de ultieme sollicitatiebrief te schrijven. Een brief die je zonder aanpassingen naar elk bedrijf kan sturen. Ik weet zeker dat dat op een dag moet leiden tot een uitnodiging voor een vervolggesprek.

Werk is overschat
Ik zak neer op de bank, laptop op schoot. Ondertussen de tv op Comedy Central, een van de weinige zenders waar op dit tijdstip iets fatsoenlijks op te zien is. Tv is niet meer wat het geweest is. Ah, Married With Children, leuk. Ik ga naar werk.nl en scroll door de vacatures bij mij in de buurt. Horeca, veel te hard werken. Engineer, geen idee wat het inhoudt.

Werk, het is eigenlijk ook een overschat begrip. Misschien moet ik ook wel helemaal geen onderdeel willen uitmaken van die hele consumptiemaatschappij. Leven om te werken. Van het geld dat je verdient spullen kopen. En als je die niet meer leuk vindt nieuwe spullen kopen. Carrière maken, hogerop komen, hielen likken. Steeds meer willen verdienen, zodat je steeds meer spullen kan kopen.

Ondertussen surf ik even langs mijn favoriete pornosite. Nog geen nieuwe filmpjes sinds gisteren.

Leven herijken
Nee, ik moet blij zijn dat ik geen werk meer heb. Ik heb vrijheid. Man, de hele wereld ligt voor me open, oneindige mogelijkheden. Wat heb je nou aan een carrière? Voor ik dood ga wil ik geleefd hebben, niet alleen maar gewerkt. Niet elke dag dezelfde route naar het hetzelfde duffe kantoor en dezelfde route terug. Thuiskomen en tv kijken tot je bijna in slaap valt op de bank. En de volgende dag weer naar het werk. Nee, deze situatie geeft mij een unieke kans om mijn leven te herijken. Wat heb ik tot nu toe gedaan? Wat zijn mijn dromen? Wat wil ik nog bereiken?

Ik heb eigenlijk helemaal geen geld nodig. Nee, ik ga rondzwerven. Knapzak met een paar schone onderbroeken erin op de schouder en gaan. Liften, naar verre oorden. Interessante mensen ontmoeten. Net als die jongen in Into the Wild, die deed het ook zonder geld. Wat zal ik een avonturen beleven. Een rijk en spannend leven vol vrijheid. Leven bij de dag.

Lijstje
Dat bedoelde ik gisteren met dromen najagen. Laat ik een lijstje maken, dat lijkt me een goede eerste stap. Ik kijk nog een aantal afleveringen van Married With Children en sta op om pen en papier te pakken. Koffie en sigaretje erbij en dromen najagen.

Ik begin trek te krijgen, het is inmiddels al een uurtje of zes. Als de tosti’s in het ijzer zitten, bekijk ik mijn lijstje. Het is een flinke lijst. Met grote letters bovenaan: reizen, op elk continent een keer geweest zijn. Verder: een tour door Europa maken met een eigen rockband, een boek over mijn leven schrijven, skydiven, miljardair worden met een geniale app en dan een voetbalclub kopen, meevaren op zo’n vissersboot van Discovery Channel, seks met een bekend persoon, een film maken, een talkshow presenteren, infiltreren in een criminele organisatie, leren koken, karaoke zingen in een bar in China, een mooie vrouw uit een brandend gebouw redden, stoppen met roken, coach van Ajax worden, eenzaam en arm in een houten huisje op de heide liedjes schrijven en gitaar spelen, de Himalaya beklimmen.

Morgen weer een dag
Genoeg dromen. Tijdens mijn after dinner dip besluit ik dat het mooi geweest is voor vandaag. Morgen beginnen aan het verder uitwerken van die dromen, een stappenplan maken. Ik zet het in m’n telefoon. Na een kort dutje op de bank realiseer ik me dat het te laat is om nog een tandenborstel te kopen. Wel zou ik die sollicitatiebrief nog kunnen versturen. Maar eerst even gamen.

Het loopt tegen twaalven als ik geen zin meer heb. Even twijfel ik nog. Bijna ga ik aan tafel zitten achter mijn laptop. Dan pak ik mijn telefoon. Agenda, notitie sollicitatiebrief, verplaats. Morgen weer een dag.

OOK IN HET NIEUWS DONDERDAG 16:00 De subsidiepot voor de aanschaf van zonnepanelen is leeg. Op het Afrikaanse eiland Zanzibar zijn twee Britse tieners overgoten met zoutzuur. En staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft een onderzoek aangekondigd naar de uitzetting van een doodziek zesjarig Georgisch meisje.

WERKLOOSHEID IS BAD, M’KAY…

Tekst: Ties Joosten / 8 aug – 16:00

Als een waar horrorscenario worden ze bijna wekelijks aan ons voorgelezen: de werkloosheidcijfers. 643.000 werkzoekenden in Nederland, waarvan 82.000 jonger dan 27 jaar. 19,2 miljoen werklozen in heel Europa. Zestig procent jeugdwerkloosheid in Spanje en Griekenland. Diederik Samsom wil ‘alles’ doen om de werkloosheid terug te dringen. De Duitse minister van Sociale Zaken Ursula von der Leyen noemt de emigratie van (Zuid-)Europese jongeren vanwege de hoge werkloosheid aldaar het ‘grootse gevaar voor Europa’. Zelfs de paus waarschuwt inmiddels voor een ‘lost generation’ van werkloze jongeren. De boodschap is duidelijk: werkloosheid is bad, m’kay…

Toch is er niet altijd zo pessimistisch tegen werkloosheid aangekeken. De oude Grieken vonden mensen die om in hun levensonderhoud te voorzien moesten werken minderwaardig, omdat zij daardoor net als dieren in hun voortbestaan afhankelijk waren van externe factoren. Dat is de reden dat zij slaven hielden: om voor henzelf een zo werkloos leven als mogelijk te realiseren. Het verschil tussen slavernij en werken voor een loon werd dan ook niet zo belangrijk gevonden, beiden maakten de werkende mens immers afhankelijk van externe factoren. Een menswaardig en vrij bestaan was een werkloos bestaan. Toegegeven, deze levenshouding was slechts voorbehouden aan een rijke bovenlaag. Maar denk er eens aan, als u voor het middaguur al met een biertje in de hand uit het raam van uw portiekwoning driehoog-achter zit te staren: u leidt het leven dat de oude Grieken als moreel superieur beschouwden.

In het Christendom begint de waardering voor arbeid te veranderen, maar nog altijd is werken geen pretje. Als gevolg van de erfzonde legt God de mens (meer precies: de man) namelijk de straf van zware arbeid op: “De aardbodem is om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen.” En dan is het werk ook nog eens vermoeiend: “Om het zweet uws aanschijns zult gij brood eten.” Het grote verschil met de oude Grieken is echter dat op arbeid nu Gods zegen rust. Het is immers door de Vader aan ons (nogmaals: alleen mannen – vrouwen moesten pijnlijk baren) opgelegd. Daarnaast werd arbeid (in theorie) meer democratisch: God had bij zijn straf immers geen standenonderscheid gemaakt. Zowel rijk als arm moesten werken.

Hoewel arbeid in de Christelijke traditie dus hoger gewaardeerd wordt, haalt deze appreciatie het niet bij de kwaliteiten die tegenwoordig aan werk worden toegedicht. Onlangs zei Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken, er bijvoorbeeld dit over: “[H]et gaat niet alleen om inkomen, maar ook om zekerheid, zelfontplooiing, zelfvertrouwen en in sommige gevallen om een sociaal netwerk.” Werk is kennelijk niet langer slechts een middel om in het levensonderhoud te voorzien en God te eren, het is een intrinsieke behoefte van de mens geworden. Zonder werk geen zelfontplooiing. Oei!

De basis van deze gedachte vinden we terug bij Karl Marx. Deze grondlegger van het communisme zag de hele wereldgeschiedenis als niets anders dan de vooruitgang van de mensheid door arbeid. Waar de oude Grieken arbeid zagen als iets dat de mens dichter bij de dieren brengt, is arbeid volgens Marx juist hetgeen wat ons van de dieren scheidt. Het werken komt bij Marx zelfs vóór het denken: “De eerste historische daad van deze individuen (de eerste mensen, red.) waardoor zij zich van de dieren onderscheiden, is niet dat zij denken, maar dat zij beginnen hun bestaansmiddelen te produceren.” Volgens Marx kan de mens door arbeid daarom ‘zichzelf realiseren’.

Zo bezien staat degene die iedere dag flierefluitend naar zijn werk gaat in de traditie van de communisten, terwijl degene die met een pils in de hand uit het raam aan het staren is in de traditie van de oude Grieken staat. Toegegeven, dat levert nog altijd geen brood op de plank op. Maar het is voor de werklozen onder ons best een fijne gedachte.

OOK IN HET NIEUWS DONDERDAG 11:30 De inflatie is opgelopen naar het hoogste niveau sinds 2008: 3,1 procent. Roken blijkt de belangrijkste oorzaak van dodelijke woningbranden. En in Nederland woonden op 1 juli 16,8 miljoen mensen, een toename van 13.000 in vergelijking met begin dit jaar.

KNIPPEN EN PLAKKEN

Tekst: Remco Slump / 08 aug – 11:30

Ben jij flexibel, dynamisch, proactief en gedreven? Ben jij dat administratieve duizend-dingen-doekje met een passie voor formulieren? Of misschien toch die klantgerichte go-getter met een hands-on mentaliteit? En ben jij op zoek naar een nieuwe uitdaging? Dan schrijf je maar gewoon zelf een sollicitatiebrief.

Hijgt echter het UWV je in de nek en zit je te zweten op die ene verplichte sollicitatie in de week? Kijk dan niet verder, scroll naar beneden en knip en plak dat het een lieve lust is. Zo ben je zo snel mogelijk weer een weekje verzekerd van zeventig procent van je laatst verdiende loon.

En voel je alsjeblieft niet schuldig. Personeelsadvertenties zijn ook allemaal hetzelfde, waarom zou jij je brief dan vol creatieve stijlbloempjes moeten zetten? Vacatures staan vol lege begrippen, clichés en standaardzinnen. Als bedrijven iets anders willen dan een dertien-in-een-dozijnkandidaat, dan moeten ze hun advertentieteksten zelf maar eens veranderen.

Geachte heer/mevrouw [naam contactpersoon],

Met veel interesse las ik uw advertentie van [datum] in/op [naam medium] waarin u aangeeft op zoek te zijn naar een [functienaam]. De baan en uw bedrijf liggen in het verlengde van mijn ambities en wensen, daarom stel ik mij in deze brief graag aan u voor.

Mijn aspiraties liggen op het vlak van [het vakgebied van het bedrijf waar je solliciteert] en ik denk dat ik die uitstekend kan verwezenlijken bij een dynamisch bedrijf als het uwe. Het lijkt mij een fantastische uitdaging om deel uit te maken van uw ambitieuze team, waarvoor ik al mijn competenties en creativiteit wil inzetten.

Na mijn opleiding [naam opleiding] aan de [naam school] ben ik begonnen als [naam functie] bij [naam bedrijf]. Hier heb ik me bewezen als een echt mensenmens: een teamplayer, die ook goed zelfstandig kan werken. Daarbij kan ik binnen bestaande kaders out-of-the-box denken en leg ik vanuit mijn holistische inborst gemakkelijk totaalverbanden. Bovendien heb ik laten zien dat ik geen negen-tot-vijfmentaliteit heb, prima met stress kan omgaan en gemakkelijk kan schakelen tussen uiteenlopende werkzaamheden.

Voor meer informatie over mijn opleidingen en arbeidsverleden verwijs ik u naar mijn bijgesloten CV. Als u naar aanleiding daarvan nog vragen heeft, ben ik uiteraard bereid mijn sollicitatie in een gesprek toe te lichten. Ik ben zeer benieuwd naar uw reactie en hoop daarom snel van u te horen.

Met vriendelijke groeten,

[je naam]

OOK IN HET NIEUWS WOENSDAG 12:00 De PvdA wil raadsleden die niet of nauwelijks voor vergaderingen komen opdagen, financieel korten. Volgens het CBS is vijftien procent van de Nederlandse jongeren te zwaar. En de Japanse regering meldt dat de kerncentrale van Fukushima al twee jaar lang dagelijks driehonderd ton radioactief water lekt.

VOLGENDE MAAND HEB IK EEN BAAN

Tekst: Lisette de Ruijter van Steveninck / 07 aug – 12:00

Er waren tranen. Niet echt van verdriet, maar blijdschap was het ook niet te noemen. En dat terwijl familie en vrienden speciaal voor mij naar Schiphol waren gekomen. De vermoeidheid en vooral twijfel sloegen toe. Hoewel ik mijn reis door Azië met nog een paar dagen had weten te verlengen, was het backpacken nu toch echt afgelopen. Volledig mijn eigen keuze, want ik had best in een ver oosters land aan het werk kunnen gaan. “Dan ga je gewoon een tijdje hier les geven en reis je daarna weer verder”, werd me regelmatig aangeraden.

Inmiddels was ik genoeg reizigers tegengekomen die me vertelden dat ze al jaren onderweg waren, om me te realiseren dat dit voor mij geen optie was. De wereldvreemde blik in hun ogen gaf me het gevoel dat ze buiten de realiteit stonden. Hoe mooi ik het ook vind om de wereld te verkennen, ik had een andere droom om waar te maken. Een carrière in de journalistiek, dat wilde ik. Twee en een half jaar later heb ik soms nog steeds spijt van deze beslissing.

Zonder werk en woonruimte kwam ik bij mijn ouders te zitten. Het grote solliciteren begon en ik bleef mezelf voorhouden dat ik geen uitkering nodig had. Want, zo dacht ik, volgende maand heb ik wel een baan. Een berg afwijzingen later stond ik toch bij het jongerenloket van het UWV. Bij mijn intakegesprek werd me verzekerd dat dit geen leuk traject was. “Wil je echt een uitkering aanvragen?” Nee, maar dan kunnen jullie me helpen bij het vinden van werk. “Nou dan zou het zomaar kunnen zijn dat je in een slaatjesfabriek moet gaan werken.” Een paar grote geschokte ogen keken me aan toen ik aangaf dat ik dat prima vond.

Er werd me een werkcoach toegewezen en terwijl ik zat te wachten voor mijn eerste afspraak hoorde ik de jongens naast me elkaar adviezen geven over hoe ze zo snel mogelijk zonder baan, maar met geld buiten konden staan. Deze instelling bleek de norm, want mijn werkcoach behandelde me bij voorbaat al als een kleinkind dat niks wist en niks wilde. Dat werkte voor mij zo demotiverend dat ik besloot het zelf verder uit te zoeken.

Via een uitzendbureau ging ik aan de slag bij een schoonmaakmiddelenbedrijf. Er was een naamsverandering geweest en de labels moesten aangepast worden. Niet heel uitdagend, maar het was het begin van een nieuwe start. Ik verhuisde mijn spullen naar een kamer in Amsterdam en samen met een leuke groep collega’s rondde ik het naamsveranderingproject af. Ondertussen schreef ik me in bij de Kamer van Koophandel als freelance journalist, kreeg sporadisch wat klussen en dus was ik er niet echt rouwig om toen het project afgelopen was. Het was tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik gaf mezelf twee maanden de tijd om deze te vinden, voordat ik een uitkering zou aanvragen.

Ironisch genoeg zat ik op de laatste dag van deze twee maanden bij het UWV voor een sollicitatiegesprek. Weer had een uitzendbureau me gered en ik kon aan het werk. Bij het UWV zag ik de landelijke werkloosheid groeien in de vorm van dossiers die aan me voorbij kwamen. Dossiers die ik controleerde op naam en rekeningnummer en die ik door het hele gebouw ophaalde met zo’n klein winkelmandje op wielen. Op een gegeven moment ben ik opgehouden dit aan mijn omgeving uit te leggen, want bij het woord winkelmandje rolden de meesten al over de grond van het lachen. Er werden me doorgroeimogelijkheden aangeboden binnen het bedrijf, maar mijn hart lag nog steeds bij de journalistiek. Als freelancer bleef ik dit volhouden, maar ik hield niet op met solliciteren.

Gebrek aan ervaring was de belangrijkste reden voor alle afwijzingen en daarom bedacht ik met een oud-collega een plan. We bouwden een website en vertrokken tijdens de Amerikaanse verkiezingen naar de Verenigde Staten. Vijf weken lang reisden we door het land om verslag te doen van de strijd tussen Barack Obama en Mitt Romney en publiceerden het ene na het andere artikel. Terug in Nederland zat ik vol met energie en wist ik het zeker, volgende maand heb ik een baan.

Dat was afgelopen november en sindsdien weet ik precies welke vogels er op onze binnenplaats leven, welke buren hun eten thuis laten bezorgen en wie er, net als ik, uit het raam staan te roken als ze niet kunnen slapen. Het schijnt vakantie te zijn, want ik word niet meer wakker geschreeuwd door de basisschoolleerlingen op het plein onder mijn raam. Af en toe is er wat freelance werk en er zijn een ontelbare hoeveelheid sollicitatiebrieven de deur uit gegaan. De afwijzingen lees ik nu het liefst tijdens een hittegolf in het park of aan het zwembad, met de gedachte ‘puffen jullie maar lekker verder op kantoor’. Maar ik weet ook dat de zomer voorbijgaat en dat er meer geld moet gaan binnenkomen dan ik uitgeef. Volgende maand geef ik me over en ga ik een uitkering aanvragen. Of nou ja, misschien heb ik volgende maand wel een baan.

OOK IN HET NIEUWS DINSDAG 12:00 De beschadigde kerncentrale bij Fukushima lekt nog steeds radioactief water. Jeff Bezos, de oprichter van webwinkel Amazon, heeft uit eigen zak 189 miljoen euro betaald voor The Washington Post. En de Verenigde Staten roepen Amerikanen op direct Jemen te verlaten.

‘TOEN MIJN LEEFTIJD TER SPRAKE KWAM, HAAKTEN ZE AF'

Tekst: Remco Slump / 06 aug – 12:00

Kom je boven je vijftigste zonder werk te zitten, dan kun je het wel schudden. Bedrijven willen je niet, want personeelsafdelingen gaan nog steeds voor jong, snel en goedkoop. Als oudere kun je brieven schrijven tot je een ons weegt, maar zodra een P&O-adviseur je geboortedatum ziet, verdwijnt je brief onder op de stapel. Daar sta je dan met je met je jarenlange ervaring, je uitgebreide vakkennis en je nog steeds tomeloze energie.

Bart van der Veen (66) ondervond het aan den lijve. De oud-projectleider verloor zijn baan op zijn 63ste toen het ingenieursbureau waar hij werkte failliet ging. Hij had nog bijna twee jaar te gaan tot zijn pensioen, maar kwam veel eerder dan hem lief was thuis te zitten. Vooruit, het faillissement zat er al een tijdje aan te komen, maar Van der Veen had gehoopt dat zijn werkgever het nog net tot zijn pensioen zou redden.

“Het ging inderdaad al jaren niet goed. Het bureau waar ik werkte deed advieswerk en projectmanagement voor de bouw en in die sector ging door de crisis de kraan dicht. Grote projecten werden uitgesteld of gingen wel door, maar dan in afgeslankte vorm. En onze reserves waren al niet denderend, dus toen er een jaar lang nauwelijks nog opdrachten binnenkwamen, was het gedaan met de pret.”

U werd van de ene op de andere dag werkloos?
“Nou ja, ik had er wel een beetje rekening meegehouden, maar toen op een middag de mededeling kwam dat het bedrijf failliet was, ging het wel heel snel. Alle medewerkers konden gelijk hun spullen pakken.”

Hoe was dat voor u?
“Bevreemdend. Ik had meer dan veertig jaar lang gewerkt – waarvan vijftien jaar voor mijn laatste werkgever – en nu stond ik zomaar opeens op straat. De eerste week voelde dat nog als vakantie, maar daarna begon de situatie echt door te dringen.

Ik maakte me toch een beetje zorgen. Door mijn functie en mijn leeftijd had ik een uitzonderlijk goed salaris en dat raakte ik nu kwijt. Natuurlijk kreeg ik een WW-uitkering, maar dat was zeventig procent van mijn laatst verdiende loon, tot een bepaald maximum. En dat was, geloof ik, nog niet eens de helft van mijn salaris. Niet dat ik daar nou direct door in de problemen kwam, maar het vergde wel wat bezuinigingen. De hypotheek en andere vaste lasten moesten immers gewoon worden betaald.

Mijn vrouw heeft haar autootje verkocht, ik heb ons krantenabonnement de deur uit gedaan en we zijn op zoek gegaan naar goedkopere aanbieders van gas, water en licht, dat soort dingen. Het is nou eenmaal zo dat je naar je inkomen gaat leven. En als dat opeens de helft minder wordt, zul je toch maatregelen moeten nemen.”

Toen u werkloos werd, had u nog twee jaar te gaan tot uw pensioen. Kon u dat niet gewoon eerder laten ingaan?
“Dat had gekund, maar dat zou onverstandig geweest zijn. Als ik mijn pensioen naar voren had gehaald, had ik anderhalf jaar opbouw gemist. Toen ik in 2010 werkloos werd, bouwde je in de WW nog gewoon pensioen op. Maar goed, niet dat ik graag in de WW wilde zitten. Ik wilde werken. Dus sloeg ik maar aan het solliciteren.”

Had u, gezien uw leeftijd, nog een sollicitatieplicht?
“Ik heb het nog met een werkcoach van het UWV over de zin daarvan gehad, maar ja… ik moest gewoon solliciteren. Nou wilde ik dat ook graag hoor. Ik ben niet iemand die kan thuiszitten. Dus heb ik er serieus werk van gemaakt.”

Met succes?
“Haha, nee… dat niet. Ik ben twee keer door een bedrijf gebeld. Ze waren zeer onder de indruk van mijn ervaring, maar hadden mijn CV blijkbaar niet goed gelezen. Want toen aan de telefoon mijn leeftijd ter sprake kwam, haakten ze af. Ze waren op zoek naar een jonger iemand. Ach ja, ik had ook niet anders verwacht.”

Hoe kwam u de tijd thuis door?
“In eerste instantie vooral met klussen. Mijn vrouw en ik hebben een redelijk groot huis en daaraan was altijd wel iets te doen, dacht ik. Maar ja, na een paar weken bijna iedere dag bezig te zijn geweest, waren de klusjes wel op. En het gras hoeft echt niet iedere dag gemaaid te worden. Haha, toen heb ik mijn kinderen maar lastig gevallen. Hadden zij niet iets wat nog gedaan moest worden?”

Waren de dagen lang?
“In het begin niet, maar toen ik echt moest zoeken naar dingen om te doen wel. De verleiding wordt dan groot om ’s ochtends maar gewoon langer in je bed te blijven liggen, maar in die valkuil ben ik niet getrapt. Al moet ik wel zeggen dat ik op een gegeven moment blij was dat mijn vrouw ’s avonds weer thuis kwam van haar werk. Ik verveelde me gewoon. Je kunt al die vrije tijd immers niet constant vullen met klusjes, allerlei hobby’s en wandelen.”

U bent uiteindelijk toch weer aan het werk gegaan. Hoe is dat gelukt?
“Nadat ik ongeveer een jaar thuis had gezeten, werd ik gevraagd of ik mijn oude werk weer wilde oppakken. Mijn werkgever had na het faillissement een doorstart gemaakt en ze konden mij niet een volledige baan bieden, maar ik kon drie dagen werken en de resterende twee dagen in de WW blijven. Ideaal. Inmiddels krijg ik natuurlijk geen WW meer – ik ben gepensioneerd – maar ik werk nog steeds drie dagen bij het ingenieursbureau.”

Hoe lang wilt u daar nog mee doorgaan?
“Dat weet ik nog niet. Ik kan gewoon zo moeilijk stilzitten. Ik ga in ieder geval door tot mijn 67ste, daarna zie ik het wel.”

OOK IN HET NIEUWS MAANDAG 12:15 Steeds meer gemeenten moeten opdraaien voor de kosten van een begrafenis. Dit jaar zijn in Nederland al veertien mensen – vooral Oost-Europeanen – verdronken in de zee en de binnenwateren. En een Maastrichtse hoogleraar presenteert vandaag in Londen een hamburger van gekweekt vlees.

WAS DAT NOU ZO MOEILIJK?

Tekst: Remco Slump / 05 aug – 12:15

Het brutalistische UWV-gebouw aan de Willem Dreeslaan in Utrecht heeft zijn beste tijd gehad en kan zich qua lelijkheid meten met de betonnen kolossen rond Hoog Catharijne. Ik ben er tussen de regenbuien door naartoe gefietst, want ik moet me er om twee uur ’s middags melden. “Ontvangt u een uitkering?” staat er op de oproep. “Dan ben u verplicht om te komen.” Een vreemde mededeling, aangezien ik zelf om de Workshop zelfstandige heb gevraagd.

Ik zet mijn fiets op slot en loop naar binnen. Bij de balie wuift een beveiliger me onverschillig door. Ik mag – wat toch aardig is van de man – plaatsnemen bij de andere wachtenden. Nou ja, plaatsnemen… Het UWV-gebouw is overduidelijk niet gebouwd op de recordwerkloosheid in Nederland, want de wachtruimte zit niet alleen stampvol, maar staat dat ook. Opvallend is overigens dat de verhouding man-vrouw ongeveer 80-20 is.

Tegen de muren van de wachtruimte staan tijdelijke bureaus: simpele tafels, gescheiden door provisorische houten schotten, met slechts een computer erop en één stoel ervoor en één stoel erachter. Nog een teken dat het UWV kennelijk niet helemaal berekend is op het recordaantal van 675.000 Nederlanders zonder baan (8,5 procent van de beroepsbevolking). Een werkloosheidscijfer dat nog steeds niet is opgehouden met stijgen.

Na een kwartiertje wachten verschijnt er een bebrilde man in de wachtruimte. Hij is ergens in de vijftig, klein van postuur en heeft een fel rood met wit gestreept overhemd aan, zo eentje met een witte boord en witte manchetten. Hij is onze coach voor vandaag en zal ons de workshop geven, vertelt hij met luide stem en veel armgebaren. Of we hem willen volgen naar de eerste verdieping. De wachtruimte loopt leeg.

In het leslokaal ploffen mijn medewerklozen eerst op de achterste stoelen. Ik laat de thee en koffie aan me voorbij gaan en loop naar de voorste rij. Waarom vinden mensen het toch zo eng om vooraan te gaan zitten? Ik zet mijn tas naast een stoel en pak het informatiepakket van de zitting. Ik begin te bladeren en hoe meer ik de sheets van de Powerpoint-presentatie lees, hoe meer ik me begin af te vragen of ik hier wel goed zit. En dat hebben meer mensen blijkbaar.

Een blonde veertiger op de rij achter mij heeft ogenschijnlijk een uitnodiging gekregen voor de verkeerde workshop en verlaat met veel misbaar de zaal. “Ik heb hiervoor een afspraak met een vriendin moeten afzeggen”, laat ze onze coach met veel gevoel voor drama weten. “Ze woont in het buitenland en ik zie haar maar heel af en toe. Ik vind dit echt niet kunnen. Dit is de zoveelste keer dat het UWV een fout heeft gemaakt. Een schande is het!”

De coach laat zich niet van de wijs brengen, biedt zijn excuses aan en start zijn presentatie nadat de vrouw het lokaal is uitgestormd. Ik luister aandachtig. Die hele startersregeling is eigenlijk hartstikke briljant. Je mag – mits je een fatsoenlijk businessplan hebt – gedurende een periode van zesentwintig weken starten als zelfstandig ondernemer. Het UWV helpt je daarbij en betaalt je in die weken negenentwintig procent van je uitkering uit. Het enige is: daar kwam ik helemaal niet voor.

Ik steek mijn vinger op. “Eerst even die meneer daar achter”, zegt de man van het UWV. Even later ben ik aan de beurt. “Ik begin me af te vragen of ik hier wel goed zit”, zeg ik. “Ik wil namelijk alleen maar weten of ik wat freelancewerk naast mijn uitkering mag doen.” Er stijgen instemmende geluiden op uit de zaal. Blijkbaar ben ik niet de enige die daarmee zit. “Ah”, zegt de coach, “dan zit u hier inderdaad niet goed. Maar als u even blijft, kunnen we het er straks over hebben.”

Tja, hier was ik al bang voor. Tot nu toe verliep de communicatie tussen mij en het UWV al niet bepaald vlekkeloos. Het zit namelijk zo: een paar jaar geleden kreeg je als werkloze nog een vaste werkcoach toegewezen waarmee je gelijk een persoonlijk gesprek kreeg, maar die tijden zijn al lang voorbij. Beland je nu in de WW, dan moet je het de eerste drie maanden doen met wisselende werkcoaches met wie je alleen via digitale berichten contact hebt.

En dat levert nogal wat miscommunicatie op. Het heeft me zes keer heen en weer mailen met verschillende werkcoaches gekost om antwoord te krijgen op de vraag: mag ik naast mijn WW-uitkering wat freelancewerk doen? Daarvoor moest ik de Workshop zelfstandige doen, was het definitieve – en dus uiteindelijk foute – antwoord. En dan heb ik het nog niet eens over de keren dat de website Werk.nl uit de lucht was.

Maar goed, na anderhalf uur naar een workshop te hebben geluisterd, krijg ik dan eindelijk mijn antwoord. “Freelancen naast je WW-uitkering?”, herhaalt de werkcoach mijn vraag: “Dat mag, incidenteel en als natuurlijk persoon of met een Verklaring Arbeidsrelatie! Het enige wat je moet doen is iedere maand doorgeven hoeveel uur je gefreelancet hebt, dan halen we dat van je uitkering af.” Hè, hè, eindelijk. Was dat nou zo moeilijk? Dit had iemand me toch ook wel kunnen mailen?

redactie@reportersonline.nl'

    Geef een antwoord