De Muur was een messcherpe lijn dwars door Berlijn en Duitsland. Of toch niet? Neem nu Steinstücken.

STEUN RO

Steinstücken heette het en zo heet het nog steeds. Het is een klein buurtje in het zuidwesten van de Berlijn met alles bij elkaar nog geen tweehonderd inwoners. Het enige bijzondere van Steinstücken is dat het bij Berlijn hoort, terwijl het aan alle kanten is ingesloten door de gemeente Potsdam.

Steinstücken is een erfenis uit het verleden. In 1920 werd het stukje land van zo’n dertig voetbalvelden groot door de Duitse hoofdstad geannexeerd. De bewoners van de drie Berlijnse straten wisten natuurlijk wel dat ze Berlijners waren, maar in de dagelijkse praktijk gingen ze er geheel aan voorbij. Hun boodschappen deden ze in Potsdam en ook hun kinderen gingen daar naar school. Tot 1945, want toen veranderde alles.

In juli van dat jaar werd nota bene in datzelfde Potsdam waar ze hun boodschappen deden, beslist over hun lot. En over het lot van Duitsland en de hoofdstad Berlijn. De overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog bezegelden daar namelijk het al eerder genomen besluit het land en de hoofdstad in vieren te hakken, in een Russische, een Britse, een Franse en een Amerikaanse zone. Potsdam viel in de Russische bezettingszone, maar Steinstücken in de Amerikaanse. Daarmee werd het een Westers eilandje in het Oostblok en kwam het van de een op de andere dag midden in de frontlinie van de Koude Oorlog terecht.

De Russen de baas

Maar vooralsnog waren het natuurlijk gewoon de Russen die de baas waren in Berlijn. Alleen toen in juli 1945 de conferentie van Potsdam werd gehouden, doken er plotseling Franse, Britse en Amerikaanse soldaten op in Steinstücken. Die deden wat alle soldaten altijd doen: ze gingen achter de meisjes aan. Dit tot groot ongenoegen van de Russen die nog nooit zoveel vrouwen op straat hadden gezien. Na de conferentie verdwenen de Westerse geallieerde soldaten weer net zo snel als ze waren gekomen, werden de Russen opnieuw heer en meester in Steinstücken en bleven de meisjes opnieuw binnenshuis.

Tot 1951 bleven de Russen de facto de baas in de Westerse enclave en sluipenderwijs werd Steinstücken ingelijfd bij de Russische zone. Totdat op 18 oktober datzelfde jaar de inmiddels opgerichte DDR bekend maakte dat Steinstücken, zoals dat zo fijn heet in het Duits, was ‘angegliedert’ aan Potsdam. De telefoonleidingen met West-Berlijn werden verbroken en de wegen naar West-Berlijn werden geblokkeerd met barrières van prikkeldraad en slagbomen.

Plotseling patrouilleerden er DDR-agenten en Russische soldaten door Steinstücken dat van de ene op de andere dag alle voorpagina’s haalde.

Was dat de reden dat de Amerikanen zo fel protesteerden? In elk geval riepen ze de Russen op het matje in de Geallieerde Controleraad, het reguliere overlegorgaan dat er ook  midden in de Koude Oorlog nog altijd was. Het resultaat was dat de soldaten en agenten vier dagen later werden teruggetrokken tot de grenzen van de enclave. Ook de telefoonverbinding werd weer hersteld.

Geheel omsingeld

De Russen en Oost-Duitsers hadden nu weliswaar Steinstücken verlaten, de enclave was en bleef geheel omsingeld door het Oost-Duitse leger. De enige manier voor de Steinstückers om in de rest van Berlijn te komen was via een 1,2 kilometer lange bosweg door Oost-Duitsland naar Kohlhasenbrück, waar ze op bus 18 konden stappen om hun reis te vervolgen. Als ze hun eiland verlieten werden ze gecontroleerd en als ze bij de Kohlhasenbrück waren, opnieuw. Altijd moest een persoonsbewijs mee en altijd was er tweemaal controle. De grenswachters wisten op een gegeven moment precies wat de Steinstückers deden en wanneer ze aan de grens verschenen.

Bovendien mochten in die eerste jaren alleen inwoners van Steinstücken de enclave in en uit. Dus: wie haalde nu het vuilnis op en wat ermee te doen? En: wat doe je bij brand zonder brandweer? En waar moesten de doden worden begraven? In het laatste geval moest een lijkkist uit Berlijn worden ‘geïmporteerd’ waarin de dode werd gelegd. Per handkar ging het dan over de bosweg naar de controlepost Kohlhasenbrück waar de Oost-Duitse grenswachten niet te beroerd waren de lijkkist te openen om te controleren of er geen DDR-burger in werd meegesmokkeld.

Maar hoe koud de Koude Oorlog ook was, af en toe waren er ook wel menselijker contacten tussen DDR-grenswachters en Steinstückers. Er waren bijvoorbeeld grenswachten die niet-Steinstückers doorlieten als ze plechtig beloofden terug te komen voordat hun dienst erop zat. En voor een pakje Westerse sigaretten waren sommige soldaten wel bereid een tamelijk beschonken Steinstücker die weigerde zijn persoonsbewijs te laten zien, toch aan de arm van zijn vriendin door te laten.

Ondoorzichtige betonnen muur

Op 13 augustus 1961 veranderde de situatie in Steinstücken opnieuw. Het prikkeldraad en de versperringen werden ingeruild voor een ondoorzichtige betonnen muur, de Muur, die letterlijk in de achtertuin van veel bewoners werd opgetrokken. ‘We woonden zo dicht bij een wachttoren dat ik voortdurend ruzie maakte met de soldaten in de toren omdat ze de radio zo vreselijk hard hadden aanstaan. Later voerden we ook gesprekken over voetbal en allerlei andere zaken waar jonge mensen zich voor interesseren. Ook hebben we een keer de tv omgekeerd in het raamkozijn gezet zodat ze een wedstrijd van het DDR-voetbalteam konden bekijken.’ Het waren de dagelijkse ervaringen van Klaus Uwe Benneter, die jarenlang in Steinstücken woonde.

Enige opwinding ontstond er op 21 september 1961, ruim een maand na het begin van de bouw van de Muur, toen een eigenzinnige Amerikaanse generaal – Lucius Clay – per helikopter naar Steinstücken vloog. Hij hield er een monument aan over en Steinstücken drie Amerikaanse militairen die vanaf dat moment permanent in de enclave werden gestationeerd. Om de drie à vier dagen werden ze vervangen door verse collega’s die eveneens per helikopter werden ingevlogen. De Amerikaanse soldaten maakten zich in het begin nogal eens schuldig aan scheldpartijen – ze noemden de Oost-Duitse grensbewakers moordenaars of  communistische varkens. Na formele klachten van de Oost-Duitsers was dat snel afgelopen.

Door de ondoorzichtige betonnen muur was Steinstücken nog meer een eiland geworden dan het al was. Het was er stil en ’s nachts was de sterrenhemel in al z’n pracht te aanschouwen. De criminaliteit daalde tot het nulpunt. De lotsverbondenheid onder de Steinstückers was groot. Gert Knecht (76) die nog altijd in Steinstücken woont: ‘Er heerste een soort anarchie. Geen agent, geen belastingambtenaar kwam hier.’ De Muur was drie stappen verwijderd van zijn achterdeur. Toen hij een nieuw stuk aan zijn huis bouwde werd hij met een richtmicrofoon afgeluisterd. ‘Ik had wel in de weer kunnen zijn met een tunnel toch’, zegt hij lachend.

Gebiedsruil

In augustus 1972 neemt de geschiedenis van Steinstücken opnieuw een verrassende wending. Door een gebiedsruil werd de 1,2 kilometer lange verbindingsweg tussen de Kohlhasenbrück en Steinstücken West-Berlijns grondgebied. Aan beide kanten werd de weg begrensd door een betonnen muur en wie over de weg wandelde werd altijd bevangen door een licht claustrofobisch gevoel. Maar gelukkig was er een bus. Lijn 18 werd omgedoopt in 118 en doorgetrokken naar Steinstücken. De opluchting onder de bewoners was groot: eindelijk konden ze zonder DDR-controle naar West-Berlijn reizen.

In de loop van de jaren groeide het dorp nu uit tot een heuse toeristische attractie. De eerste toeristen worden zelfs begroet met een gratis glas bier. Er werd een restaurant geopend, Taubenschlag, dat in die tijd een zekere bekendheid genoot in West-Berlijn. ‘Maar ze bleven ons toch zien als achterlijke boeren’, zegt Knecht.

In november 1989 viel het doek voor de Muur en droogde ook de stroom toeristen op. Plannen om Steinstücken compleet met Muur als een soort openluchtmuseum te handhaven, vonden geen genade in de ogen van de bewoners: hun uitzicht was lang genoeg bedorven geweest door grijs beton. De Muur en alle wachttorens werden gesloopt.

Het enige dat nu nog aan de tijd herinnert dat Steinstücken voorpaginanieuws was in de wereldpers, is een monument met twee wieken van een helikopter. Verder is Steinstücken tegenwoordig niet meer dan een paar straten in een doodgewone wijk in een doodgewone stad geworden.

    Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.