Luc Korstanje trok 15 jaar geleden met zijn Oekraïense vrouw naar Letland. Daar is het op z’n Zeeuws gezellig. Tot het bezoek uit Nederland weer weg is. Het kan er erg eenzaam worden, als je de taal niet spreekt.

STEUN RO

Uitgestrekte graanvelden. Een tractor, een boer op klompen die je aanspreekt in plat Zeeuws. Daar hoef je geen 2.000 kilometer voor te reizen. Maar het kan. Hier, in Jumprava, 80 kilometer ten oosten van de Riga, de hoofdstad van Letland, wonen Luc en zijn vrouw Renate. Al bijna 15 jaar.

Toch spreekt Luc nog geen woord Lets. Hij spreekt überhaupt geen talen. ‘Ja, een klein beetje Engels van de landbouwschool’, zegt hij met enige gêne. Hij had het graag geleerd. Maar het lukt hem gewoon niet.

Dit in tegenstelling tot zijn vrouw. In enkele maanden tijd heeft ze de taal eigen gemaakt. Luc spreekt vol bewondering over het lerend vermogen van zijn vrouw: ‘Binnen drie maanden praatte ze Nederlands. En sinds ze in Letland woont praat ze Lets.’

Kinderen

Renate is geboren in Oekraïne, destijds een sovjetrepubliek, afgestudeerd arts en pas na de omwenteling, toen haar land was vervallen tot wat ze zelf noemt een maffiastaat, de vrijheid leerde kennen. Het was 1998 toen ze met Luc trouwde en in het Belgische Zandvliet, even bezuiden Bergen op Zoom ging wonen.

Ze is een struise vrouw met kwaliteiten die ze niet zomaar aan het daglicht prijsgeeft. Traditioneel voegt ze zich in een bescheiden positie ten opzichte van haar man. Een positie die ze soms verassend laat varen als ze het ergens niet mee eens is. Daarvoor heeft ze te veel geleerd. En ze heeft te veel van de wereld gezien. Dan spreekt ze met een tongval, minstens zo zwaar als die van Luc, maar dan Oost-Europees.

Ze spreekt Russisch, Oekraïens, Nederlands en Lets. ‘We hadden erop gerekend dat Luc vanzelf wel Lets zou leren als er kinderen kwamen.’ En er valt even een pijnlijke stilte… Er kwamen geen kinderen.

Koud

De stilte blijft niet lang hangen. Er is bezoek uit Nederland, dus het is een beetje feest, compleet met gebak en een uitgebreide maaltijd. Ze zijn zichtbaar blij weer eens Nederlands te kunnen spreken en vertellen vol trots en enthousiasme over hun oude boerderij. Hoe oud, weet niemand. Maar uit stenen opgetrokken, dus het was oorspronkelijk al eigendom van één van de grotere ondernemers.

‘Van één van de meer vooruitstrevende boeren,’ meent Luc. En hij opent een luikje in de eetkamer om een gemetselde put te tonen. ‘Uniek’, weet hij. ‘Ook de letten die hier komen hebben zoiets nog nooit eerder gezien.’

Toch ziet hij het nut er wel van in. Want het mag dan een zomerse dag zijn in Letland, ’s winters kan het er smerig koud worden. De hevige vorst kan maanden aanhouden. ‘En dan is het wel handig als je bijvoorbeeld melkemmers moet wassen.’

‘s Zomers kan het kwik wel eens boven de 25 graden stijgen, maar lang houdt dat nooit aan. De winters daarentegen zijn streng en duren lang. 25 graden vorst is dan ook geen uitzondering. Vandaar dat Luc zelfs de diesel binnen heeft opgeslagen.

Sovjetbezetting

De boer geeft een rondleiding over het erf en weet de historie van zijn boerderij op waarde te schatten. Heel Letland bestond traditioneel uit kleine boerderijtjes, weet hij, tot in de jaren veertig van de vorige eeuw de Russen kwamen. Vanaf het begin van de sovjetbezetting werden tiendduizenden boeren naar Russische staatsboerderijen in de meest verre uithoeken van het Stalinistische Rijk gedeporteerd. Om het verzet te breken en Russische staatsbedrijven van personeel te voorzien. Verdeel en heers.

Luc wijst over het glooiende landschap in de richting van een groepje bomen. ‘Daar heeft vroeger een boerderijtje gestaan.’ Veel meer dan een stenen fundering is er niet meer van terug te vinden. Het waren meestal uit hout opgetrokken boerderijtjes die door de Russen zijn verbrand.

Pas vijftig jaar later, na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1991, was familiebezit weer mogelijk. Veel boeren keerden echter niet terug; achtergebleven familie wilde vaak niet boeren. Van zulke families had Luc Korstanje destijds zijn grond betrokken. Bij 27 verschillende families. ‘Het bedrag moest ik destijds bij de bank gaan halen en contant afrekenen in Letse Lats.’

Rilland

Het was 2001. Letland was precies tien jaar van de Sovjets verlost. Het land stond op de lijst van toetredende landen voor de Europese Unie. In 2004 was het zo ver, de euro kwam nog eens tien jaar later.

Het was de lage grondprijs die trok. Als boerenzoon woonde hij in die tijd in een voormalig café in het Belgische Zandvliet, vlak bij zijn bedrijf in Rilland op Zuid-Beveland. Her en der had hij nog wat stukjes grond.

Het ouderlijk huis was al in 1993 verkocht. Maar op het verkeerde moment. ‘Had ik het een jaar later verkocht, had ik er twee keer zo veel voor kunnen krijgen.’

Een advertentie van een Duitse makelaar bracht hen op de hoogte van de lage grondprijzen in Letland. Tegenwoordig doet de grond 1.000 tot 10.000 euro, afhankelijk van de kwaliteit en de infrastructuur.

Stadsmeid

Het leven is goed in Letland, ‘al ruik ik de zee hier niet’, spreekt de Zeeuw. Liever nog had hij meer in het westen gewoond, dichter bij de Baltische zee of de golf van Riga, in plaats van tachtig kilometer ten oosten van de hoofdstad. Ook daar lag goede grond, zagen ze in 2001 toen ze het land gingen verkennen en met de makelaar gingen rondrijden.

Renate keek echter niet alleen naar de kwaliteit van de grond. ‘Ze is een stadsmeid’, plaagt Luc. ‘Zij vond het snel te ver van Riga.’ Renate wil echter best op het platteland wonen, zegt ze. ‘Maar ik vond het daar gewoon niet mooi. Ik had er geen goed gevoel bij.’ Dat kreeg ze pas toen ze Jumprava zag. ‘Ik zag het dorp en zei meteen: ‘ja, hier wil ik wel wonen’.’

Hollandse kaas

Jumprava is een typisch klein Lets boerendorp met iets meer dan 2.000 inwoners. Het land bestaat voor de helft uit bossen en de helft uit landbouwgrond. De 2 miljoen inwoners van het Baltische land wonen op een oppervlakte die anderhalf keer de oppervlakte is van Nederland. 700.000 wonen er in de hoofdstad Riga, de rest leeft redelijk verspreid over het glooiende land.

Last van de buren heb je er dus niet zo snel. Voor wie van het platteland houdt en goed tegen lange strenge en donkere wintermaanden kan, is het er goed wonen. Het grootste probleem vindt Luc de Letse taal. Hij krijgt het maar niet onder de knie. En dan wordt het soms wel eenzaam.

Rond kerst gaan ze elk jaar naar Kiev, naar de familie van Renate. En in februari, als de dagen op het Letse platteland kort en bitter koud zijn en als Lucs moeder jarig is, gaan ze naar Zeeland. Voor een Zeeuwse bolus. Voor een goed stuk Hollandse kaas en voor een goed gesprek in zijn eigen taal. Want als hij weer naar huis gaat, in Letland, praat hij slechts met Renate en af en toe met een Nederlandse boer die ook in Letland woont. En heel soms met bezoek uit Nederland.

Dit artikel verscheen eerder in PZC

Over Marc van der Sterren

Check Farming Africa voor nieuws over landbouw in Afrika, een initiatief van journalist Marc van der Sterren. Neem een abonnement op zijn artikelen in TPO Magazine en volg @Farming_Africa voor updates. 

Lees ook over Letland van Marc van der Sterren:

Oost-Europa snakt naar Europese warmte

Het brave beleid van een strenge Letse minister

Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.