De tienjarige zoon van Hille Takken ontmoette afgelopen zomer voor het eerst zijn biologische moeder. Takken, zijn adoptiemoeder, schrijft over zijn rootstrip nar Chicago. Het was een succes, al leek het dat niet te worden.

STEUN RO

Het klinkt stoer als je kunt zeggen dat je bent geboren in Chicago. Voor mijn oudste, geadopteerde zoon Samuel (10) komt dat goed uit als nieuwsgierige mensen vragen waar hij ‘vandaan komt’. Hij woont in Nederland sinds hij vijf weken oud is en hij is er nooit meer terug geweest. Tot afgelopen zomer.

Samuel is bruin en heeft kroeshaar. Mijn man en ik en onze twee jongste kinderen zijn lichtroze-beige en hebben slap haar. Zijn dat jouw kinderen, vragen mensen vaak. ‘Ja’, glimlach ik dan meewarig. ‘Alle drie?’ ‘Ja, alle drie.’ Vrijpostige vragen zijn onvermijdelijk. En nog altijd vind ik ze ongemakkelijk. Het is niet fijn steeds te moeten bewijzen of verdedigen dat mijn liefde voor hem even groot is.

Tien jaar geleden hadden we ons voorbereid op een ‘open adoptie’: we zouden contact houden met de ‘geboortemoeder’ zoals dat in de adoptiewereld officieel heet. Jaarlijks stuurden we haar foto’s en brieven. Zij reageerde niet. Tot onze spijt. Samuel zei er niet veel over, maar als we ernaar vroegen antwoordde hij altijd dat hij haar wilde ontmoeten.