Deel 1 van mijn feuilleton over Colombia, Een hels paradijs. Waarin ik Tanja Nijmeijer in Havana niet te spreken krijg.

STEUN RO

Het komt aan als een mokerslag. Taxichauffeur Julio staat het half verbaasd en half geamuseerd leunend tegen zijn Lada gade te slaan. Mijn collega van het Algemeen Dagblad en ik slaan aan het bellen met onze opdrachtgevers thuis. De Colombiaanse guerrillagroep FARC heeft zojuist de aangekondigde persconferentie met zijn beroemde Nederlandse medestrijdster Tanja Nijmeijer afgeblazen. We staan met lege handen, we hebben niets! Maar een persconferentie: daar ben je normaal gesproken als journalist toch niet blij mee? Allemaal op dezelfde tijd hetzelfde horen, daar valt weinig eer aan te behalen. Je wilt de eerste zijn.

Dat wilden we ook, maar na een week achter de FARC aanlopen is dat het enige dat we hebben kunnen krijgen en zelfs dat gaat mis.

We hadden zo ons best gedaan. Talloze malen waren we, in de Lada van Julio ook, naar het complex waar Nijmeijer met haar kompanen van de FARC bivakkeert getuft. “Dat is van Fidel!”, zeiden Cubanen er half met ontzag en half met vrees over. Menige taxichauffeur was dan ook niet over te halen om ons er naartoe te brengen. Zo niet Julio, die me de eerste keer dat ik ging posten, nog zonder mijn AD-collega, plompverloren boem bij de poort afleverde. Tot verbazing van de bewaakster in een opvallend grasgroen uniform, die zo overdonderd was dat ze ons niet wegjoeg. Julio’s collega’s daarentegen wilden ons er later alleen twee-, driehonderd meter vandaan afzetten.

Wachthuisje met slagboom

Een groot terrein, deels omheind, met stukken park, vijvers en villa’s. Kennelijk het zenuwcentrum van Cuba, maar niet overal. Met Julio reden we er op een zonnige middag grotendeels omheen. Ik zag landbouwmachines en vroeg ik me af waar die ingezet worden. De omgeving zag er niet uit alsof er landbouw bedreven wordt. De machines stonden op een terrein waar je zo naar binnen kon. Er lagen bedrijven waar toeleveranciers ook gewoon naar binnen rijden. Maar sommige stukken van het gebied, dat El Laguito, Het Meertje wordt genoemd, bleken hermetisch te zijn afgesloten. Ongetwijfeld hadden Tanja en haar kameraden van de FARC daar hun intrek genomen. Misschien konden ze wel zo bij Fidel binnen op de thee. Het gerucht ging dat ook de toen nog levende Venozolaanse president Hugo Chávez, hartsvriend en leerling van Fidel Castro, er een optrekje had.

Het punt waar we iedere keer weer terecht kwamen en moesten onderhandelen met de dienstdoende militairen is een wachthuisje met een slagboom. Je keek uit op een heuvelachtig park en water, en verder was er niets te zien. Daar hebben AD-collega Eefje en ik staan posten, smeken om contact, onze waardigheid in gevaar brengend, zoals we zelf giechelend constateerden, terwijl we de ogen van de Cubaanse militairen in hun grasgroene uniformen op ons voelden branden. Ze leken helemaal niet te begrijpen waar al deze ophef nu eigenlijk over ging. “De FARC, wie zijn dat? Uit Colombia?” Soms lukte het ons de bewaker aan de slagboom zo ver te krijgen dat die een meerdere belde om onze vraag aan voor te leggen. Op een middag overhandigden we een persoonlijk briefje en een chocaladeletter voor Tanja aan de dienstdoende kapitein, die ons welgezind leek. Het kon de FARC en haar beroemde Nederlandse guerrillera niet vermurwen. We kregen geen enkele reactie. Tenzij de kapitein de letter zelf had opgepeuzeld. Chocola, het is ongetwijfeld een luxeartikel voor de doorsnee Cubaan.

Juridische status

We schrijven Havana, november 2012. De linkse guerrillagroep FARC, die na vijftig jaar vechten voor de revolutie in Colombia over vrede gaat onderhandelen met de regering, heeft besloten dat de Nederlandse Tanja Nijmeijer, al tien jaar lid, deel moet uitmaken van de onderhandelingsdelegatie. Ze spreekt haar talen en ze heeft zich zeer toegewijd aan de marxistische zaak getoond. En de media zijn gek op haar. Dat weten de FARC, maar tot mijn verbazing verzilveren ze dit niet. Nijmeijer is niet toegankelijk voor de pers.

Ik ben de eerste Nederlandse journalist die aankomt in Havana. In het weekend, in mijn woonplaats Barranquilla, aan de Caribische kust van Colombia, had ik een voorgevoel dat Tanja snel in Havana aan zou komen. Ik besloot te luisteren naar mijn intuïtie en een ticket naar Cuba te kopen. Zonder een visum te regelen, waarvan ik niet wist hoeveel tijd ik ermee zou verliezen. Wel met het risico het land uitgegooid te worden, als de Cubanen erachter zouden komen dat ik niet naar het eiland was gekomen om vakantie te vieren, maar om te werken.

Wekenlang was er gespeculeerd over dat ze onderweg was, lopend met een zware rugzak door het bergachtige gebied waar haar FARC-eenheid was gelegerd; dat ze ergens zou worden opgepikt door een helicopter van het Internationale Rode Kruis en dat ze vanuit de Colombiaanse hoofdstad Bogotá naar Havana zou vliegen. Het grootste deel van haar kameraden was daar al. Haar aankomst was vertraagd omdat er problemen waren met haar juridische status, zo werd gezegd.

Video: Aankomst van Tanja Nijmeijer in Havana

Stuur maar een mail

In tegenstelling tot haar kameraden die al in Havana waren, is ze geen Colombiaanse en dat bemoeilijkte het regelen van een vrijgeleide naar Cuba, zonder dat ze gearresteerd zou worden, was het verhaal. Er loopt een internationaal arrestatiebevel tegen haar, onder andere vanwege de betrokkenheid bij ontvoering van drie Amerikanen. Die kwamen in 2008 vrij samen met de meest beroemde FARC-gijzelaar, Íngrid Betancourt, bij de spectaculaire Operatie Schaakmat van het Colombiaanse leger.

Een deel van de wereldpers heeft het telefoonnummer van het huis in El Laguito waar de delegatie zit, ik ook.

Het moet gek lopen, denk ik in mijn overmoed, terwijl ik op het vliegveld van Barranquilla zit te wachten, wil ik niet snel een interview met haar krijgen en dan heb ik de primeur waar het hele Nederlandse journaille op aast. Maar de reacties op mijn telefoontjes zijn steevast ‘Ze zijn er nu niet. Bel later maar terug’. En na een paar dagen in Havana wordt het ‘Stuur maar een mail’.

Simcard huren

Terwijl ik achter de FARC aanbel, leer ik Havana kennen, het koloniale centrum, de prachtige vervallen negentiende eeuwse gevels langs de malecón, de boulevard. Het is opvallend hoeveel veiliger het er is dan in Colombia. Ik ben niet bang op straat. Ook niet 's avonds in het donker. Terwijl enorm veel mensen het financieel moeilijk hebben en er hordes in hun ogen rijke toeristen rondlopen. De Cubaanse revolutie heeft hele tegenstrijdige uitkomsten. Geen vrijheid van meningsuiting en armoede, maar geen bedelende mensen op straat. Wél wemelt het er van de mannen en vrouwen, jongens en meisjes, die zich subtiel of onsubtiel aan de toeristen aanbieden. 

Het internet is een ware bezoeking. Het kost 5 tot 10 dollar per uur en is tergend langzaam. Allerlei routinehandelingen, tegelijkertijd de email, Twitter en rss-feeds in de gaten houden zoals thuis in Barranquilla, is onmogelijk. Een mailtje versturen duurt soms wel vijf of tien minuten. Ik krijg al snel het idee dat ik helemaal van de rest van de wereld los begin te raken. Het maakt me onrustig. Dankzij taxichauffeur Julio, die subtiel een telecommedewerkster omkoopt, kan ik wel een simcard huren. Een mobieltje leent hij me, de schat. Zo ben ik in ieder geval te vinden voor de achterban in Nederland, én voor de FARC. Maar die bellen niet.

Intussen blijven de Nederlandse collega’s binnendruppelen in Havana en ben ik mijn voorsprong natuurlijk dubbel en dwars kwijt. Wanneer we 's avonds gaan eten of naar het café gaan, praten we over onze frustratie. Er gebeurt niks, ondanks zeer concrete beloften die de FARC aan enkelen van ons blijken te hebben gedaan. Totdat de guerrilla haar persconferentie aankondigt. Dat is tenminste iets. Dankbaar spoeden AD-collega Eefje en ik ons naar het afgesproken punt.

Rare smaak

Wanneer de persconferentie wordt afgeblazen, moet het ergste nog komen. Mijn AD-collega krijgt van haar chef te horen dat de VPRO Radio Tanja Nijmeijer telefonisch heeft kunnen interviewen. Vanuit Nederland! De reis naar Havana, het eindeloze posten bij die poort, de honderden dollars uitgegeven aan het internet, die lullige chocadeletter: voor niets. Eindelijk heb ik nu wel Havana gezien en het is prachtig, troost ik me nog. Al die historie, koloniaal en van latere datum, Jugendstil en Artdeco, niet aangetast door de zakelijke hoogbouw van projectontwikkelaars. Toch nog een zegen van de Cubaanse revolutie, die verder maar een rare smaak bij me achterlaat.

Al die orkestjes in die pittoreske bars waar de gewone Cubaan niet kan komen omdat het veel te duur is. Op de laatste dag zegt Julio tegen me als hij me op de laatste dag naar het  vliegveld brengt: "Wij taxichauffeurs die veel met toeristen werken, hebben een enorm voordeel omdat we internationale tarieven betaald krijgen. Maar een hoogleraar aan de universiteit die jarenlang zijn wenkbrauwen verbrand heeft boven de boeken, verdient een schijntje. Het klopt niet."

De kater is enorm. Nog nooit heb ik zo’n bizarre failed mission meegemaakt. Een grote financiële investering, slechts gedeeltelijk vergoed door opdrachtgevers, met nul resultaat. Ik besluit het maar zo snel mogelijk te vergeten en vlieg terug naar Barranquilla.

Over dit feuilleton

Colombia is een prachtig land met een enorme potentie waar het nog steeds oorlog is, een hels paradijs dus. Ik vertel erover aan de hand van twee personen die er ongeveer tegelijkertijd aankwamen, ikzelf en Tanja Nijmeijer. Ik wilde weg uit het aangeharkte Nederland en was op zoek naar emotie en levenslust in een land dat me al veertien jaar mateloos boeide, Tanja wilde de revolutie en sociale gelijkheid brengen door zich aan te sluiten bij de linkse guerrillabeweging FARC. We hadden dus volstrekt tegengestelde bedoelingen.

Tanja werkte zich op van loopmeisje naar lid van de onderhandelingsdelegatie van de FARC in Havana. Al twee jaar onderhandelt de guerrilla daar met de Colombiaanse regering over een vredesakkoord. Ik raakte door het slepende conflict en het aanhoudende geweld steeds meer gedesillusioneerd en besloot mijn standplaats naar Brazilië te verplaatsen. Maar Colombia laat me niet los.

De onderhandelingen in Havana gaan met ups en downs, zo bleek onlangs nog, toen de FARC een generaal gevangen genomen hadden en de regering prompt de besprekingen opschortte. Maar de partijen zitten weer aan tafel, met het voornemen in 2015 toch echt een akkoord te sluiten. Een mooi moment om dit feuilleton te starten.

Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.