Deel 11 van mijn feuilleton over Colombia; Een hels paradijs. Hoe we lange tijd in het duister tasten over Tanja Nijmeijers lot. Wanneer ze eindelijk opduikt, doden bommen van het Colombiaanse leger haar hoogste baas.

STEUN RO

Die weken nadat Tanja’s dagboeken gevonden zijn, doe ik er alles aan om te weten te komen of ze nog leeft. Via een hoofdredacteur van een links weekblad probeer ik contact te leggen met de FARC. Het gaat op de vertrouwde manier. Ik bel hem en vraag om een afspraak maar leg niet uit waarom. De kans dat hij wordt afgeluisterd is levensgroot en iemand in zo’n situatie laten uitleggen of hij wel of geen contact kan leggen met Tanja’s kampement in de jungle is vragen om problemen. Hij wordt ook zo al neergezet als ‘handlanger van de guerrilla’ en rijdt ter beveiliging rond in een geblindeerde auto met twee lijfwachten.

Het lukt hem niet om contact voor me te leggen, zegt hij. Het leger is zo sterk aanwezig in het gebied dat de communicatie uiterst moeizaam is geworden. Er wordt veel gebombardeerd en verschillende vooraanstaande commandanten vinden daarbij de dood. De lijnen tussen de guerrillero’s in de jungle, waar Tanja is, en de milicianos in de stad lijken dood te zijn.

Voor het eerst sinds het aantreden van president Álvaro Uribe worden er concrete resultaten geboekt. Hij is dan al aan zijn tweede ambtstermijn begonnen ‘om het karwei af te maken’, dat wil zeggen een eind te maken aan de door hem zo gehate FARC, die zijn vader hebben gedood.

Op zijn knieën

Herverkiezing van een zittende president is in Colombia tot het aantreden van Uribe niet mogelijk, maar door een paar congresleden om te kopen weten zijn mensen de grondwetswijziging mogelijk te maken die Uribe in staat stelt om zich meteen weer verkiesbaar te stellen. De linkse oppositie mort en protesteert, maar het mag niet baten. De steun voor de kleine heetgebakerde president is te groot. De Colombianen die vinden dat politici net als legergeneraals maar luie whisky drinkende donders zijn, hartstikke corrupt bovendien, zijn verrukt over deze man die als slogan heeft ‘werken, werken en werken’. Hij is erin geslaagd de mensen te doen geloven dat hij de enige is die het land kan redden.

Dat een van de congresleden, Yidis Medina, de cel in moet omdat ze zich heeft laten omkopen voor Uribe’s herverkiezing kan maar weinigen iets schelen. Dat degenen die haar omkochten, waarschijnlijk de minister van binnenlandse zaken en die van gezondheidszorg van Uribe, vrijuit gaan, laat ook iedereen koud. Haar onthulling dat de president op zijn knieën op het toilet van het presidentiële paleis voor haar gezeten heeft om haar te overtuigen voor zijn herverkiezing te stemmen – “Yidis, red het vaderland!!” – heeft evenmin gevolgen.

Uribe en zijn al even daadkrachtige minister van defensie Juan Manuel Santos lijken een gouden duo. Binnen een paar jaar komen vier of vijf belangrijke FARC-commandanten door legeracties aan hun eind. De legendarische eindbaas Tirofijo (Scherp Schot), ver in de zeventig, lijkt op een natuurlijke manier de dood te vinden.

‘Reddingsactie’

Ondertussen komt er steeds meer naar buiten over de gijzelaars van de FARC: enkele tientallen politici, waaronder Íngrid Betancourt, en politiemensen en militairen. De guerrilla sleept hen door de jungle van hot naar her om buiten schot van het leger te blijven en de meesten kampen met serieuze gezondheidsproblemen. Foto’s van een sterk vermagerde Íngrid Betancourt die haar ogen demonstratief neerslaat voor de camera van de guerrillero die haar fotografeert halen de wereldpers.

Begin 2008 worden de eerste twee vrouwelijke gijzelaars vrijgelaten: congreslid Consuelo Araújo en Clara Rojas, de assistente van Íngrid Betancourt. Steeds meer gijzelaars zullen op deze manier de vrijheid vinden. Maar er vindt ook een spectaculaire actie plaats: de operatie Schaakmat. Daarbij komen Íngrid Betancourt en veertien andere gijzelaars vrij. Het verhaal is dat het leger beetje bij beetje in de communicatiekanalen van de FARC is binnengedrongen. Zo is er via de guerrillero’s die de communicatiekanalen bedienen aan de commandant van het kampement doorgegeven dat er een helicopter voor humanitaire hulp gaat landen, gestuurd met goedvinden van de hoogste leiding van de FARC.

De helicopter landt. Alle gijzelaars stappen in, plus hun belangrijkste gijzelnemer, alias César. Het verhaal wil dat César in de lucht door soldaten die zich voor hebben gedaan als medisch personeel wordt overmeesterd. Hij krijgt een paar flinke klappen en loopt een lelijk blauw oog op. Minister van defensie Santos laat over de actie zelfs een boek over uitbrengen met uitvoerige uitleg hoe de operatie werd opgezet.

Colombia zou Colombia niet zijn als niet ook veel mensen de waarheid van dit hele gebeuren in twijfel zouden trekken. Zelfs een kolonel van het leger vertrouwt mij op een dag bij een grote anti-drugsoefening in het grensgebied van Colombia, Brazilië en Peru toe dat hij van betrouwbare bronnen heeft vernomen dat César met het leger onder een hoedje zou hebben gespeeld. Kortom, de hele ‘bevrijdingsactie’ zou in scène zijn gezet. Het boek zou dus een verzameling klinkklare leugens zijn ter meerdere eer en glorie van minister van defensie Santos, die overloopt van ambitie om zijn baas Uribe als president op te volgen.

Weggeretoucheerd wapen

Van de ene op de andere dag gonst het onder ons Nederlandse journalisten in Latijns Amerika van de geruchten. Tanja leeft! Een Colombiaanse journalist, die door de regering consequent wordt beschuldigd van guerrillasympathieën, heeft Tanja opgezocht in het oerwoud en uitgebreid gesproken. We zien haar zitten in een kraakhelder keurig gestreken donkergroen uniform, met een plat stijf petje dat haaar iets kwajongensachtigs geeft. Ze houdt zich vast aan haar geweer.

Wat een verschil met de beelden die haar moeder een jaar of zes eerder geschoten heeft en waar het leger na de vondst van de beelden op een laptop zorgvuldig het wapen wegretoucheerde om Tanja niet te beschadigen. Het paste helemaal in de vaderlijke visie van generaal Pardo, die de Nederlandse zo snel mogelijk terug wilde bezorgen bij haar ouders in het Twentse Denekamp.

Tanja vertelt onze Colombiaanse collega Jorge Enrique Botero dat ze helemaal niet ontvoerd is door de FARC. Ze heeft er zelf voor gekozen om met de guerrilla mee te vechten voor een sociaal rechtvaardiger Colombia. “We wachten het leger op met onze AK47’s”, zegt ze uitdagend tegen Botero.

Er gaat een schok van verontwaardiging door het land, waar nu eenmaal liever nog wordt aangenomen dat de vrouw een willoos object in de handen van mannen is. La Nijmeijer heeft een eigen mening en een stevige ook.

Opknopen!

“Wies”, briest een dierbare vriend met een teddybeerachtig voorkomen in Bogotá, als het interview alle media heeft gehaald en het gesprek van de dag is. Wij zitten zoals bijna elke vrijdagnamiddag in de muziekzaak in het centrum van Bogotá naar salsa te luisteren en bier te drinken, wanneer Javier, de lieve beer, zich even niet meer kan beheersen.

“Ik dacht dat deze madame slachtoffer van de omstandigheden was, maar ze is gewoon naar ons land gekomen om er een puinhoop van te maken met die maatjes van haar. Opknopen aan de hoogste boom!” Javier, die zelf nog geen vlieg kwaad doet, en die bovendien zijn politieke hart links heeft kloppen, schrikt van zijn eigen woorden en biedt zijn excuses aan. “Niet nodig,” grijns ik, “Ik snap het wel. Maar jullie zijn ook wel naïef geweest door te denken dat ze er vast wel was ingeluisd door een leuk uitziende commandant.”

De anti-FARC-stemming is dan zeker in de steden sterk gegroeid. Een combinatie van bijna dagelijks geëtaleerde ellende van de gijzelaars die nog steeds in de macht van de guerrilla zijn en zorgvuldig door het leger opgebouwde propaganda over de FARC als terreurgroep die niet langer meer strijdt voor een rechtvaardig land, maar zich verrijkt met drugshandel, doet zijn werk.

In februari 2008 komen in de grote steden in Colombia en het buitenland honderdduizenden mensen op de been om te protesteren tegen de FARC. Een demonstratie op 6 maart die hier tegenwicht tegen wil bieden en de aandacht vestigt op het geweld van de staat en de paramilitairen tegen links, trekt aanzienlijk minder mensen. Niet terecht, want het geweld van de paramilitairen heeft in omvang en gruwelijkheid niet onder gedaan voor dat van de guerrilla. De manifestatie van 6 maart werd door regeringswoordvoerders al snel weggezet als pro-FARC. Een effectieve manier om mensen te ontmoedigen eraan deel te nemen.

Kat met zeven levens

Dan wordt in september 2010, drie jaar na de eerste luchtaanval en een paar weken na Botero’s verblijf bij Tanja en haar kameraden, Tanja’s kampement opnieuw gebombardeerd. De hoogste baas van het Oostelijk Blok, waar ze deel van uitmaakt, de legendarische Mono Jojoy, groot militair strateeg van de FARC, komt om het leven. Weer tasten we in het duister over haar lot. Maar het Forensisch Instituut in Bogotá, waar ik geregeld langsga, heeft geen nieuws. Iets zegt me dat ze ook deze aanval heeft overleefd. “Ze is de kat met zeven levens”, grinnikt de politiek analist en schrijver León Valencia die met de Nederlandse Liduine Zumpolle een boek over haar schreef.   

Voor veel Colombianen is deze aanval met bommen vanuit jachtvliegtuigen afgeworpen de verdiende loon van de FARC. Dat het een ongelijke strijd is, omdat de guerrilla niet over wapens beschikt om zo’n aanval te pareren, is voor deze mensen niet relevant. Maar de FARC vinden dat hun Mono Jojoy op koelbloedige en laffe wijze is afgeslacht. Twee visies die vooralsnog lijnrecht tegenover elkaar staan.

Wanneer Mono Jojoy wordt gedood, is Juan Manuel Santos net een maand president. Zijn eerste grote succes. Niemand vermoedt dan nog dat de president grootse plannen heeft met de FARC.

Over dit feuilleton

Colombia, waar ik bijna elf jaar als correspondente Latijns Amerika heb gewoond, is een prachtig land met een enorme potentie waar het nog steeds oorlog is, een hels paradijs dus. Ik vertel erover aan de hand van twee personen die er ongeveer tegelijkertijd aankwamen, ikzelf en Tanja Nijmeijer. Ik wilde weg uit het aangeharkte Nederland en was op zoek naar emotie en levenslust in een land dat me al veertien jaar mateloos boeide, Tanja wilde de revolutie en sociale gelijkheid brengen door zich aan te sluiten bij de linkse guerrillabeweging FARC. We hadden dus volstrekt tegengestelde bedoelingen.

Tanja werkte zich op van loopmeisje naar lid van de onderhandelingsdelegatie van de FARC in Havana. Al twee jaar onderhandelt de guerrilla daar met de Colombiaanse regering over een vredesakkoord. Ik raakte door het slepende conflict en het aanhoudende geweld steeds meer gedesillusioneerd en besloot mijn standplaats naar Brazilië te verplaatsen. Maar Colombia laat me niet los.

De onderhandelingen in Havana gaan met ups en downs, zo bleek onlangs nog, toen de FARC een generaal gevangen genomen bleken te hebben en de regering prompt de besprekingen opschortte. Maar de partijen zitten weer aan tafel, met het voornemen in 2015 toch echt een akkoord te sluiten. Een mooi moment om dit feuilleton te starten.

Voor de eerste tien delen, zie in TPO Magazine, https://magazine.thepostonline.nl/auteurs/Wies-Ubags/85, Blendle, https://blendle.com/search/%22Een%20hels%20paradijs%22, eLinea, http://www.elinea.nl/collecties/tpo-magazine-wies-ubags?pageNr=0 of Myjour, https://myjour.com/kiosk/wies-ubags/een-hels-paradijs

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.