Deel 14 van mijn feuilleton over Colombia; Een hels paradijs. Waarin na twee jaar moeizaam onderhandelen tussen de regering en de FARC de hoop weer opleeft en ik opnieuw een blauwtje loop bij Tanja Nijmeijer.

STEUN RO

Begin maart 2015 kraait het Colombiaanse leger victorie omdat het een belangrijke commandant in het noordwesten heeft gedood, Gilberto Becerro. Deze man is volgens het ministerie van defensie een van de commandanten die het meest in de drugshandel zit. Hij zou om zijn handel te beschermen meer in buurland Panama hebben gebivakkeerd dan in Colombia zelf.

De FARC antwoorden met een persbericht op poten. Daarin omschrijft de hoogste leiding Becerro als een toegewijd guerrillero die al 36 jaar streed voor een beter Colombia. Hij en zijn mensen vochten juist tegen de drugsbendes in het gebied.

 “De schandalige beschuldigingen dat wij een crimineel pact hebben gesloten met drugsbendes zijn in strijd met de realiteit. We zijn de enigen die een directe strijd met deze bendes aangaan”, zo luidt het.

De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden.

De doorsnee Colombiaan ligt er niet wakker van hoe het nu precies zit met Gilberto Becerro. De mensen willen resultaat zien.

Ze koesteren een groot wantrouwen ten aanzien van de intenties van de FARC. Willen dezen wel echt de wapens inleveren en hun betrokkenheid bij de lucratieve handel in drugs opgeven? En een andere hobbel is: wat gebeurt er met de guerrilleros die de wapens inleveren? Mogen die zo maar het burgerleven in zonder dat ze zich voor de rechter verantwoorden voor hun daden en niet tenminste toch een tijd in de gevangenis doorbrengen? Tot op de dag van vandaag is dit een groot dilemma in de onderhandelingen. De FARC willen de cel niet in omdat ze zelf slachtoffers zijn van het geweld van rechts in Colombia, vinden zij. Over het geweld dat ze zelf uitgeoefend hebben, zijn ze nog weinig spraakzaam geweest. 

Een stevig charme-offensief

De onderhandelingen, die de hoop in het altijd bloedende Colombia deed opleven, zijn twee jaar lang tergend langzaam verlopen. De regering wil voortgang maken, maar de guerrilla heeft alle tijd en lijkt er vooral op uit om zodoende haar onderhandelingspositie zo sterk mogelijk wil maken. Maar ze lijkt helemaal te vergeten dat er achter de regering ook nog 48 miljoen mensen zijn, waarvan er velen een kort lontje hebben en waarvan er ook velen niet erg veel begrip en geduld met het vredesproces. Het enthousiasme zakt dan ook vrij snel in en mensen worden sceptisch op zijn best en onverschillig op zijn slechtst.

De FARC lijken helemaal niet in de gaten te hebben dat het voor hen van levensbelang is om in een beter blaadje bij het Colombiaanse volk te komen. Met andere woorden, er is behoefte aan een stevig charme-offensief. Er moeten bruggen geslagen worden. Maar de delegatie in Havana blijft steken in verontwaardigde verklaringen dat hun versie van de gebeurtenissen niet wordt gehoord en dat ze worden gestigmatiseerd. Dat ze zelf net zo stigmatiserend over de regering, het leger en de oligarchie praten, lijkt hun te ontgaan.

Pain in the ass

Er is iemand voor wie de provocerende houding van de FARC koren op de molen is: ex-president Álvaro Uribe, die onvermoeibaar erop blijft hameren dat het vredesproces tot mislukken is gedoemd en dat er veel te coulant met de FARC wordt omgesprongen. Uribe heeft zich steeds meer tot een pain in the ass voor president Juan Manuel Santos ontwikkeld. Hem is er alles aan gelegen om te zorgen dat de grootse plannen van Santos, die de geschiedenisboekjes in wil gaan als de vredesstichter in Colombia, mislukken.

Uribe roept tegen iedereen die het wil horen dat Santos Colombia uitverkoopt aan terroristen, dat de veiligheid in het land, waarvoor hij had gezorgd, met sprongen achteruit is gegaan, dat de FARC het grootste drugskartel ter wereld zijn, dat ook nog eens de meeste kindsoldaten ter wereld heeft geronseld.

Uribe vindt ook dat de zes generaals van het Colombiaanse leger, die begin maart 2015 naar Havana gaan om oog in oog met hun aartsvijand te zitten en te onderhandelen over concrete stappen in het vredesproces, worden vernederd.

Maar die zes generaals komen met de FARC-delegatie overeen dat alle landmijnen die de guerrilla heeft gelegd, en dat zijn er duizenden door het hele land, worden geruimd. Daarna heeft ook de regering aangekondigd een maand lang geen luchtaanvallen uit te voeren op de FARC. Het zijn twee belangrijke stappen op weg naar een tweezijdig staakt het vuren. De FARC hadden al een eenzijdig staakt het vuren afgekondigd, de regering wilde er nog niet aan, naar eigen zeggen omdat ze ook de plicht heeft de bevolking te beschermen tegen intimidaties van de guerrilla.

Het optimisme over het vredesproces is nu opnieuw aan het groeien, nadat het twee jaar lang op een slakkengangetje ging. Dat is hard nodig.

Bijna ging het mis bij de presidentsverkiezingen in 2014.

Ik voel me vies

Uribe, die zich zelf van het Grondwettelijk Hof niet meer verkiesbaar mag stellen, heeft stroman Óscar Iván Zuluaga ingezet als kandidaat voor de verkiezingen in mei 2014. De kleurloze Zuluaga, minister van financiën tijdens de laatste jaren van Uribe, nog saaier dan Santos, moet de rechtse Colombianen ervan overtuigen dat Santos hun vaderland uitverkoopt aan die “narcoterroristen van de FARC”. Het lukt hem! Bij de eerste ronde van de verkiezingen op 25 mei verliest Santos. (Centrum)linkse kiezers hebben zich tot linksere kandidaten gekeerd wegens Santos’ neoliberale politiek en Zuluaga vangt rechtse kiezers op die teleurgesteld zijn in de volgens hen te softe benadering van de FARC door de regering.

De paniek is bij de voorstanders van het vredesproces groot dat Zuluaga ook de tweede ronde wint. Dan komen de onderhandelingen in Havana serieus in gevaar. Dus worden tussen 25 mei en 15 juni één voor één sectoren overgehaald om een kandidaat waar ze eigenlijk een hekel aan hebben – een neoliberaal die veel te veel de oren laat hangen naar conservatief Colombia – te omhelzen, om te voorkomen dat een nog ergere kandidaat wint. De vakbeweging, milieuactivisten, de LGBT-beweging, slachtofferorganisaties: het regent steunbetuigingen aan Santos, die ‘s presidents campagneteam dan onmiddellijk per email rondkakelt aan de pers. Intussen circuleren er op de social media foto’s met de boodschap ‘Ik heb op Santos gestemd. Ik voel me vies!’

Het werkt tot grote opluchting van dit bonte gezelschap steunbetuigers en niet in het minst van de president zelf. Ook de FARC in Havana zullen de champagne hebben ontkurkt, al zullen ze het nooit toegeven. Formeel hadden ze zich neutraal opgesteld.

Ik heb op Santos gestemd, ik voel me vies
Ik heb op Santos gestemd, ik voel me vies

Wolfskleren uit

In 2010 won Santos tegen ex-burgemeester van Bogotá Antanas Mockus dankzij de steun van de Uribe-aanhangers, de mensen die willen dat de FARC in de pan worden gehakt. Eenmaal president doet hij zijn wolfskleren uit – of zijn schaapskleren aan – en gaat met de guerrilla praten, tot woede van Uribe en een groot deel van zijn achterban. En zo komt hij dankzij zijn eigen opportunisme – hij gebruikte zijn steun aan Uribe om president te worden – in de problemen.

Nu heeft hij een grote knieval moeten maken voor de linkse oppositie om door te kunnen gaan. Voor het eerst heeft de stem van deze mensen de doorslag gegeven bij presidentsverkiezingen. Het gaat niet alleen om de onderklasse, maar ook om de middenklasse, universitair opgeleiden bijvoorbeeld, die zich voor 600 euro per maand een slag in de rondte werken om hun kinderen op te voeden en hun huur te betalen. Zij verdienen een socialer Colombia in vrede. Niet alleen de FARC staan bij hen in het krijt, ook de regering, die het altijd buitenlandse investeerders naar de zin heeft gemaakt en nooit gemaald heeft om de eigen bevolking. Om echt vrede te kunnen bereiken, moet Colombia linkser worden.

Stroeve mailwisseling

Voor het slot van dit feuilleton heb ik opnieuw geprobeerd Tanja Nijmeijer te spreken te krijgen. Er is een wat stroeve mailwisseling uit ontstaan. Maar we hebben tenminste contact, iets wat me bij de eerste poging in Havana november 2012 absoluut niet is gelukt.

Ik wil met haar in gesprek over elkaars drijfveren om naar Colombia te gaan en over hoe het nu verder gaat; of zij er wil blijven.

Ze weigert, omdat ze bang is op een bevooroordeelde manier benaderd te worden en in een hokje gestopt te worden. Later blijkt ook dat ze het me kwalijk neemt dat ik haar dagboeken voor het leger heb vertaald. Ze wijst me er fijntjes op dat mijn Colombiaanse collega Jineth Bedoya haar excuses heeft aangeboden omdat ze voor de krant El Tiempo uit de dagboeken heeft geciteerd.

Ik leg haar uit dat ik mijn excuses niet kan aanbieden omdat ik geen spijt heb. Ik heb voor mijn werk gedaan en ik zou het zeker opnieuw doen, als ik de beslissing moest nemen.

Zo blijven wij in een gespannen beleefdheid tegenover elkaar staan. Terwijl de komende tijd verzoening het grote thema in Colombia wordt. Als het vredesakkoord eenmaal getekend is, kunnen de guerrilla, de regering en de bevolking elkaar dan vergeven? Ik hoop op een klein vredesprocesje tussen Tanja en mij.

Als de vrede in Havana wordt getekend, wil ik Tanja daar de hand te drukken en feliciteren. Ik ben het totaal niet eens met haar beslissing om bij de FARC te gaan en ik vind dat ze daarvoor tegenover het Colombiaanse volk verantwoording moet afleggen. Maar ze heeft het ver geschopt en daar doe ik mijn petje voor af. Ik wil haar een voorspoedige toekomst wensen en de stroeve mailwisseling in de prullenbak gooien. Als de Colombianen zich kunnen verzoenen, moeten wij het zeker ook kunnen.

Over dit feuilleton

Colombia, waar ik bijna elf jaar als correspondente Latijns Amerika heb gewoond, is een prachtig land met een enorme potentie waar het nog steeds oorlog is, een hels paradijs dus. Ik vertel erover aan de hand van twee personen die er ongeveer tegelijkertijd aankwamen, ikzelf en Tanja Nijmeijer. Ik wilde weg uit het aangeharkte Nederland en was op zoek naar emotie en levenslust in een land dat me al veertien jaar mateloos boeide, Tanja wilde de revolutie en sociale gelijkheid brengen door zich aan te sluiten bij de linkse guerrillabeweging FARC. We hadden dus volstrekt tegengestelde bedoelingen.

Tanja werkte zich op van loopmeisje naar lid van de onderhandelingsdelegatie van de FARC in Havana. Al twee jaar onderhandelt de guerrilla daar met de Colombiaanse regering over een vredesakkoord. Ik raakte door het slepende conflict en het aanhoudende geweld steeds meer gedesillusioneerd en besloot mijn standplaats naar Brazilië te verplaatsen. Maar Colombia laat me niet los.

De onderhandelingen in Havana gaan met ups en downs, zo bleek eind 2014 nog, toen de FARC een generaal gevangen genomen bleken te hebben en de regering prompt de besprekingen opschortte. Maar de partijen zitten weer aan tafel, met het voornemen in 2015 toch echt een akkoord te sluiten. Een mooi moment om dit feuilleton te starten.

Dit is (voorlopig?) het laatste deel. Voor de eerste dertien delen, zie in TPO Magazine, https://magazine.thepostonline.nl/auteurs/Wies-Ubags/85, Blendle, https://blendle.com/search/%22Een%20hels%20paradijs%22, eLinea, http://www.elinea.nl/collecties/tpo-magazine-wies-ubags?pageNr=0 of Myjour, https://myjour.com/kiosk/wies-ubags/een-hels-paradijs

Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.