Precies een jaar geleden vond bij de Egyptische Rabaa-moskee een bloedbad onder aanhangers van de Moslimbroederschap plaats. Human Rights Watch omschreef dit deze week als ‘een massamoord’. Journaliste Ester Meerman kijkt terug op de moordpartij, waarvoor nooit iemand werd veroordeeld.

STEUN RO

CAIRO – Op 14 augustus 2013 werd bij de Rabaa-moskee in Cairo een massale zitstaking van supporters van voormalig president Mohammed Morsi met grof geweld ontruimd. De Egyptische veiligheidsdiensten richtten een waar slagveld aan waarbij volgens de meest conservatieve schattingen zeker 817 mensen de dood vonden. 

Deze week publiceerde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een vuistdik onderzoeksrapport waarin de ontruiming scherp veroordeeld wordt en bestempeld als ‘misdaad tegen de mensheid’. De presentatie van het rapport zou in Cairo plaatsvinden, maar de directeur en het hoofd van de Midden Oosten afdeling van de organisatie werd bij aankomst op het vliegveld de toegang tot Egypte ontzegt en terug op het vliegtuig gezet. De overige medewerkers van Human Rights Watch verlieten daarop om veiligheidsredenen ook het land. 

Het is de eerste keer dat de organisatie het land uit is gezet. ‘Zelfs ten tijde van Mubarak waren we hier altijd welkom’ aldus Kenneth Roth, directeur van Human Rights Watch. 

Zelfs ten tijde van Mubarak waren we hier altijd welkom

Nieuwsgierig

De 31-jarige fotografe Asmaa Shehata ging in eerste instantie uit nieuwsgierigheid naar het Rabaa kamp, maar naarmate de zitstaking langer duurde raakte ze meer geïnteresseerd en ging ze steeds vaker. Op het laatst ging ze alleen nog naar huis om te slapen.

‘De ontruiming begon om 6 uur. Ik kwam met een vriendin in mijn auto aanrijden. Toen we bijna bij een van de ingangen waren zag ik in mijn achteruitkijkspiegel wolken traangas, en mensen die in paniek op ons afgerend kwamen.’

‘Ik hoorde schoten en zag mensen gewond op de grond vallen. We konden niet achteruit het traangas in, dus het veiligste voor ons op dat moment was om het kamp in te vluchten.’

Afgrijselijk

Marwa Saad is dokter en werkte op 14 augustus een groot deel van de dag in een van de geimproviseerde veldhospitalen. 

‘De wonden waar mensen mee binnen kwamen waren afgrijselijk’ vertelt ze. ‘Normaal gesproken is een schotwond een klein gaatje, maar deze lieten enorme gaten achter. Mensen werden letterlijk kapot geschoten. Er zaten op de omringende gebouwen ook overal scherpschutters, die gericht mensen uit de massa pikten om ze vervolgens in hun hoofd of borst te schieten. Met name mensen met camera’s.’

Saad omschrijft 14 augustus als de zwartste dag in haar bestaan als dokter. ‘Voor veel gewonden kon ik niks meer doen. Wat kan ik doen voor iemand wiens ingewanden er uit hangen? Of als zijn halve gezicht weg is? Ik heb die dag zoveel mensen zien sterven. Ik heb bij tientallen mensen hun ogen voor het laatst dicht gedaan.’ 

Stenen

‘In het kamp was iedereen in rep en roer’ gaat Shehata verder. ‘Mensen begonnen stenen te rapen, barrieres te bouwen en zetten gasmaskers op. Ik ging naar het veldhospitaal om foto’s te maken. Binnen een kwartier kwam de eerste dode daar binnen. Het was een stroom die de rest van de dag niet meer op zou houden.’

De veldziekenhuizen lagen volgens Saad ‘binnen no-time’ vol en naarmate de dag vorderde werd de situatie rap grimmiger. ‘Ik heb het idee dat ik die dag door rivieren van bloed heb gelopen. Na een tijdje was het overal lijken stapelen.’  

Als de middag op zijn einde loopt winnen leger en politie flink terrein. Tegen die tijd is Saad mentaal zo uitgeput dat ze de zitstaking uit wil. ‘Tegen een uur of vier was de binnenste ring van de sit-in omcirkeld en begonnen de veiligheidsdiensten met het in brand steken en buldozeren van het hoofdpodium en de tenten.’

Lijken

‘Ik verschuilde me in een bijgebouw dat vol lag met lijken en toen ik de achterdeur opende om te proberen het kamp te ontvluchten stond ik oog in oog met een officier. ‘Het ligt hier vol met doden’ zei ik tegen hem. ‘Ik ben dokter en ik wil graag het kamp uit.’ De officier keek me recht in de ogen en zei ijskoud: ‘Er liggen daar binnen helemaal geen lijken en als je nu niet terug naar binnen gaat schiet ik je neer.’ 

Ook Asmaa doet tegen het einde van de middag verwoedde pogingen het kampement uit te komen. ‘Tegen een uur of zes stopten ze aan een kant met schieten en konden we er eindelijk uit. Terwijl we compleet gehavend onze gewonden en doden naar buiten droegen stonden mensen uit de buurt ons op te wachten om ons uit te schelden en uit te lachen. Sommige demonstranten werden door buurtbewoners in elkaar geslagen’.

Afgevoerd

‘Het was volkomen willekeurig wie er werd gearresteerd, maar met name mannen werden in politiebusjes afgevoerd’ herinnert Saad zich. ‘Sommigen gevangenen zijn voorgoed verdwenen. Ze zitten niet in de gevangenis en hun lichaam is nooit gevonden. Ze zijn gewoon weg.’ 

Hetzelfde geldt voor veel mensen die bij de ontruiming zijn omgekomen, weet Shehata. Ze denkt dat er ‘misschien wel tweeduizend’ demonstranten zijn gedood. ‘Er zijn lijken in brand gestoken, bij het vuilnis gelegd, in de Nijl gegooid, noem maar op.’ 

Onduidelijkheid

Omar Shakir, onderzoeker bij Human Rights Watch, stelt vast dat er onduidelijkheid is over zo’n tweehonderd namen. ‘Dan gaat het om mensen die na de ontruiming nooit meer thuis zijn gekomen, maar ook niet in het mortuarium of ziekenhuis zijn opgedoken. |k heb getuigen gesproken die zeggen dat ze gezien hebben hoe politie-agenten mensen excecuteerden of die zelf op een haar na dood zijn geslagen.’

Het werkelijke dodental maakt volgens Shakir ‘in principe’ niet uit. ‘Of er nou 800 of 8000 mensen zijn omgekomen, feit blijft dat zoiets absoluut nooit meer mag gebeuren.’ 

‘De geweldadige ontruiming was geen misdaad tegen de Moslimbroederschap, maar een misdaad tegen de mensenheid, tegen ons allemaal’, voegde zijn collega Sarah Leah Whitson daar aan toe.

Tot op de dag van vandaag is niemand verantwoordelijk gehouden voor de geweldadige actie en Human Rights Watch vraagt dan ook om internationale ‘Als we de Egyptische veiligheidsdiensten hier mee weg laten komen, dan hebben we reden om aan te nemen dat ze het nog een keer zullen doen’, aldus Roth. 

De Egyptische veiligheidsdiensten ontkennen in alle toonaarden iets fout gedaan te hebben en omschrijven het rapport als ‘bevooroordeeld’ en ‘negatief’ en Human Rights Watch als ‘ontbetrouwbaar’. 

Ester Meerman is een Nederlandse journaliste. Van januari 2011 tot mei 2016 verslag werkte ze vanuit Cairo onder meer voor de NOS, EenVandaag, NRC Handelsblad, De Standaard, Het Parool, CTV News Canada en vele andere media.