Het Plakkaat van Verlatinge werd uitverkoren tot “Pronkstuk van Nederland”. Wat volgde waren verwijten van eng nationalisme. Ten onrechte, aldus Anton van Hooff. “Wat het stuk bijzonder maakt, is de formulering van universele waarden.” Tekst Anton van Hooff

STEUN RO

Ik moest mijn weerzin tegen presentator Jort Kelder wel overwinnen om op 26 januari toch maar naar de finale van Pronkstuk van Nederland te kijken. Het leek trouwens onwaarschijnlijk dat een abstract document als het Plakkaat van Verlatinge het zou winnen van de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek of Rembrandts (zwaar overschatte) Nachtwacht. Maar de bevlogen pleidooien van Herman Pleij en Erik Scherder misten hun uitwerking niet: bij het televisiereferendum liet het Plakkaat de twee andere pronkstukken ver achter zich.

Natuurlijk hebben de meeste Nederlanders geen of hoogstens een flauwe notie van de inhoud van onze onafhankelijkheidsverklaring, de eerste in de wereldgeschiedenis. Vaak wordt ten onrechte gezegd dat op dat op 26 juli 1581 de Staten-Generaal Filips II afzwoeren. Dat deed de algemene standenvergadering van de Nederlanden echter niet zelf. Het Plakkaat is ook geen manifest dat ‘aangeplakt’ werd zoals de volksetymologie denkt, maar het is een verordening. ‘Placcaert’ komt van het Latijnse placet, het behaagt. Nog steeds verklaren burgemeester bij het uitreiken van lintjes in archaïsche taal dat het ‘Zijne Majesteit heeft behaagd’

De Staten-Generaal gaven in het stuk instructies die voortvloeiden uit het besluit dat ze vier dagen eerder hadden genomen. Toen besloten ze om Filips II te ‘verlaten’. Dit was een zorgvuldig gekozen formulering: hij had namelijk zijn ondersaeten, die hij als een vader of herder had moeten behoeden, in de steek gelaten, dus verlieten zijn schapen nu hem.  Koninklijke zegels werden vervangen door die van de generale en gewestelijke Staten. Er zouden geen munten meer worden geslagen met het portret van de koning, maar er kwamen nieuwe geldstukken met eigen symbolen. Magistraten werden ontslagen van de eed van trouw die zij ooit aan de nu verlaten landsheer hadden gezworen. Zij zouden een eed van trouw aan de Staten moeten afleggen. Zij moesten dus de koning ‘afzweren’.

Principe en pathos

Vervanging van zegels, invoering van nieuwe munten en verplichting tot een nieuwe ambtseed waren de drie concrete gevolgtrekkingen uit het revolutionaire besluit om de koning ‘op te geven’- abandonner zoals de Franse tekst, bij Plantijn in Antwerpen uitgegeven, zegt.

Jan van Asseliers, griffier van de Staten-Generaal, kreeg opdracht een verordening van die strekking op te stellen. In vier dagen kweet hij zich van die taak en schreef een stuk dat in de gedrukte uitgave van landsdrukker Silvius in Leiden twintig pagina’s besloeg – ook naar omvang was het dus geen manifest. De instructies aan het eind worden voorafgegaan door een principiële considerans en een uitvoerige beschrijving van alle grieven, zoals over de inquisitie en de tiende penning. In mijn drastisch tot vier pagina’s verkorte hertaling heb ik de beginselen en concrete maatregelen gehandhaafd, terwijl de grieven eenvoudig puntsgewijs in een lijst staan: http://www.nederlandseonafhankelijkheidsdag.nlhttp://www.nederlandseonafhankelijkheidsdag.nl

In deze vorm kan het document op geschept papier als onafhankelijkheidsverklaring aan alle Nederlandse scholieren worden uitgereikt.

Sommigen spreken van de geboorteakte van Nederland en vinden dat de identiteit van onze natie daarin haar uitdrukking vindt. Ik heb het niet zo op zo’n ‘identitaire’ en nationalistische interpretatie. Wat het stuk bijzonder maakt, is de formulering van universele waarden. Als verklaring van de rechten van de mens en de burger opent het een reeks die via de Engelse Bill of Rights (1689), de Amerikaanse Declaration of Independence (1776) en de Bill of Rights (1789), de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger (1789) en de daarvan afgeleide Rechten van den Mensch en van den Burger (1793), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) loopt tot de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens (1950).

Op grond van de aengeboren vryheyt heeft het volk recht op een overheid die zijn rechten respecteert. Blijft die overheid, in casu de landsheer in gebrek, dan heeft het volk het recht zo’n tiran af te zetten en een nieuwe soeverein te zoeken. Nog rudimentair wordt hier het principe van de volkssoevereiniteit vastgelegd. Natuurlijk is er nog geen sprake van verkiezingen of een referendum. Het zijn de Staten die het recht opeisen namens het volk te spreken. Ook nog erg primitief werpen de Staten-Generaal zich op als de volksvertegenwoordiging. Als 26 juli als nationale feestdag toch wat ongelukkig in het seizoen wordt gevonden, zou de opening van het parlementaire jaar de gelegenheid zijn om de stichtingsakte van de Staten-Generaal te vieren. In plaats van het misplaatste ‘Prinsjesdag’ hoort de derde dinsdag van september Parlementsdag te zijn.

Heel uitgesproken wordt in het Plakkaat het recht op gewetensvrijheid verklaard. Natuurlijk doelden de ‘onroomsen’ hierbij op de vrijheid om hun calvinisme te belijden, maar na excessen als de Martelaren van Gartelaren van gsssen als de mMartelarensche vrijheid. olksvertegenwoordiging recht uitgereikt. e pening. orcum worden de roomsen wel achtergesteld, maar niet systematisch vervolgd. De Republiek ontwikkelt zich tot een eiland van religieuze tolerantie.

De beeldspraak dat de vorst een herder van zijn onderdanen dient te zijn, drukt uit dat overheid en volk een belangengemeenschap, een gemenebest horen te vormen.

Geboorteakte van de Republiek

In 1581 konden de Staten-Generaal zich geen staat zonder een overhoft voorstellen. Men rekende erop dat Frans Van Anjou, broer van de Franse koning, eindelijk in feite de soevereiniteit zou gaan uitoefenen – hij was nog bezig te dingen naar de hand van Elisabeth I.  Toen de hertog van Anjou zich hier te lande onmogelijk had gemaakt en opportuun in 1584 was gestorven, vestigde men zijn hoop op Leicester, de man (misschien ook in fysieke zin) van Elisabeth. Toen ook hij niet voldeed, maakt de Staten-Generaal in arren moede op 12 april 1588 de Raad van State tot regering, zonder veel feitelijke macht overigens.

Wat was nu de staatsvorm van de Verenigde Nederlanden? Men viel terug op het oud-Romeinse concept van een niet-monarchaal bestel, de res publica. Zo werden de Nederlanden, hoewel nooit in de officiële naam, de Republiek.

Enfin, dit en nog meer zet ik uiteen in een boek waarvan ik het manuscript juist bij uitgever Omniboek had ingeleverd toen het Plakkaat het Pronkstuk werd. Toen was al afgesproken dat ik op de 436ste verjaardag van het Plakkaat, 26 juli 2018 het eerste exemplaar van Het Plakkaat van Verlatinge. De eerste onafhankelijkheidsverklaring aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal zou aanbieden. Dat zal gebeuren in de zaal van de Eerste Kamer, ooit de vergaderruimte van de Staten van Holland. We vieren daar en dan al het derde jaar de Nationale Onafhankelijkheidsdag. Ik hoop er menig republikein te zien.

anton.van.hooff@online.nl