Na de feestdagen gaat alle aandacht –tijdelijk– uit naar goede voornemens. Modelbouwers hebben er even geen tijd voor: januari is in veel landen hét moment om te investeren in een dure hobby.

STEUN RO

‘I am sooooo tempted, just working out the pennies!’
De uitroep van automodelbouwer John uit Dudley, een middelgrote stad in de Engelse graafschap West Midlands, spreekt boekdelen. Zojuist heeft uitgever EagleMoss een model van de wereldberoemde Ford Mustang ‘Eleanor’ gepresenteerd en John is er als een blok voor gevallen. Het gegoten model is met een schaal van 1 op 8 een behoorlijk grote dame. Dat is onder meer terug te zien in de vele details –van de geklinknagelde tankdop tot het levensechte dashboard– én aan het prijskaartje. Wil John uit Dudley de Mustang straks in z’n vitrine hebben, dan moet hij zo’n € 1.300 neertellen. Naast geld is geduld ook belangrijk: de auto wordt namelijk in stukjes geleverd –met iedere maand een paar onderdelen, die na 24 maanden samen een kant-en-klaar model vormen. Welkom in de wereld van partworks, waarbij je in maandelijkse afleveringen van tijdschriften inclusief portieren, wielen en motoronderdelen je eigen model bouwt. Om de schwung erin te houden, krijgen abonnees er een gratis verzamelmap, poster en nog wat exclusieve hebbedingetjes bij.

Tijdschriftenschap

‘Die-cast’, ‘installments’, ‘collector items’: voor een leek die kennismaakt met de wereld van partworks-modellen is het even zoeken naar de betekenis van de termen. Sommige wijzen voor zich, maar andere vereisen wel wat meer dan oppervlakkige kennis. Op modelbouwfora buitelen ze echter over elkaar heen –en slaan modelbouwers elkaar met nog veel meer begrippen om de oren. Toch is er niet veel fantasie voor nodig om tussen al het jargon door de boodschap te begrijpen. ‘Die-cast’ staat immers voor de vorm van de modellen (gegoten en dus van hogere kwaliteit dan gespoten modellen), ‘installments’ gaat over de termijnen waarin de liefhebbers hun modellen afbetalen en ‘collector items’ zijn –hoe kan het ook anders– de exclusieve producten die verzamelaars bij elkaar kunnen sparen. Welk van de drie termen voor de hobbyisten het belangrijkst is, blijft gissen: kwaliteit, geld en exclusiviteit spelen allemaal een even belangrijke rol. En ondanks dat één model een rib uit hun lijf kost, laten partworksliefhebbers geen kans onbenut om een nieuw model aan hun verzameling toe te voegen. Want ja, een hobby mag geld kosten. Ook al betekent het in het geval van de Nederlandse partworksgemeenschap dat ze sommige modellen helemaal uit Engeland (of verder) moeten laten invliegen –met alle risico’s op zoekgeraakte post en beschadigde onderdelen van dien. In Nederland is het aanbod voor de hobby immers relatief klein. Wie een auto, vliegtuig of boot bij elkaar wil sparen, moet daarvoor naar een speciaalzaak. Een enkele keer ligt er een aflevering uit een partworksserie in het tijdschriftenschap van de supermarkt, waaruit het vaak bij gebrek aan belangstelling al snel weer verdwijnt. Met zulk wispelturig inkoopbeleid kun je als fan natuurlijk nooit een heel model in elkaar zetten …

„Dat partworks in Nederland kleiner is dan in andere landen, heeft voor een deel te maken met de omvang van de markt”, laat Brett Coles vanuit Engeland weten. Het hoofd van de klantenservice bij EagleMoss, een van de grotere uitgevers van partworksmodellen, werkte volop mee aan de introductie van ‘Eleanor’ Mustang en weet uit ervaring hoe hoog de ontwikkelingskosten zijn. Dan is de rekensom zo gemaakt: met een grotere schare fans in Engeland zijn de kosten er sneller uit dan in Nederland. Bovendien behoren partworksmodellen zo’n beetje tot de Engelse cultuur. Dus maken winkeliers aan de andere kant van de Noordzee er meer ruimte voor vrij dan hier in Nederland. En minder bewustzijn onder consumenten betekent minder verkochte partworksseries voor EagleMoss. Jammer voor de Nederlandse hobbyist die wél in zo’n serie wil investeren, maar die kent uiteindelijk zijn kanalen wel. Al laat niet iedere hobbyist het erbij zitten: op internet zwerft een onlinepetitie rond die uitgever Hachette Partworks, een andere uitgever van partworksmodellen, oproept om bepaalde modellen ook in Nederland uit te brengen.

Echt exemplaar

Maar wat maakt partworksmodellen nu zo aantrekkelijk? Een rondvraag leert dat het allereerst de modellen zijn, op de voet gevolgd door de kwaliteit ervan; het prijskaartje is van minder belang. Dat is misschien ook geen wonder: veel modelbouwers weten dat ze geen goedkope hobby hebben en stellen zich daar op in. En doordat het volledige bedrag over bijna 2 jaar kan worden uitgesmeerd, betalen ze uiteindelijk zo’n € 50 per maand. Dat is voor de meesten wel te overzien. Dat in het wereldje steeds dezelfde gezichten en namen opduiken, laat bovendien zien dat liefhebbers die eenmaal door het partworksvirus zijn gegrepen hun hobby ook niet snel meer loslaten. Al betekent dat soms wel dat er keuzes moeten worden gemaakt. Al vanaf de eerste aankondigingen van de modellen die in januari 2021 uitkomen –veel fabrikanten starten al in de zomer met hun introducties– worden partworksfora overspoeld met vragen van liefhebbers die niet weten welk model ze moeten kiezen. Je kunt je geld immers maar een keer uitgeven. Soms is de keuze ronduit gemakkelijk. Uitgever EagleMoss boekte een groot commercieel succes met filmauto’s, zoals een Ecto-1, een DeLorean en de Aston Martin DB5. Wie niets met de bijbehorende films of met de auto’s zelf heeft, kan die modellen overslaan en zijn centen in een ander project steken.

Al het enthousiasme ten spijt, blijft het na een aankondiging voor de hobbyisten vaak ook nog even onduidelijk of hun favoriete model er écht gaat komen. Een vooraankondiging is meestal vooral bedoeld om de interesse te peilen, maakt liefhebber ‘Eagle36’ anoniem duidelijk. Dat heeft een reden, vertelt Coles: „Of we nu een auto, tank of vliegtuig maken, onze fabrikant probeert er een écht exemplaar van te krijgen, zodat er gedetailleerde foto’s kunnen worden gemaakt en alle afmetingen kunnen worden genoteerd.” Schaft de uitgever een echte Mustang of Aston Martin aan en blijkt dat de hobbygemeenschap niet op zo’n model zit te wachten, dan is dat een forse misinvestering. Tot nu toe gaat het echter goed: vanaf januari brengen naast EagleMoss ook Hachette Partworks en d’Agostini nieuwe modellen op de markt. Hobbyisten zitten er in elk geval klaar voor. John uit Dudley heeft ook z’n centen geteld. Die Eleanor Mustang gaat er komen.

Photo by Zac Wolff on Unsplash

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Pieter Beens is freelancejournalist en -fotograaf voor binnenlandse en buitenlandse media. Hij is gefascineerd door cultuur, technologie en luchtvaart. Een ogenschijnlijk onlogische combinatie, maar met een gemene deler: de consument. Die kiest, koopt, inspireert en staat aan het begin en einde van de waardeketen -en is bepalend in tijden van crisis en daarbuiten.