Bij de groeiende middenklasse in Tanzania staat steeds vaker vlees op het menu. Dit schept perspectieven voor veehouders. Dat wil zeggen: voor boeren met kennis van zaken. Wanneer die kennis bij een enkeling blijft hangen, leidt dit ook daar tot megabedrijven.

STEUN RO

Veertig ingevroren slachtkippen passen in een  geïsoleerde ton achter op de motorfiets. De vracht gaat naar scholen, supermarkten en hotels in het Tanzaniaanse plaatsje Usa River en omgeving. Voor grotere hoeveelheden en langere afstanden heeft de Garma Company een pick-up.

Usa River ligt tussen de twee snelst groeiende steden van het snelst groeiende continent: Dar Es Salaam en Nairobi. De bevolking groeit; de verstedelijking neemt toe alsook de middenklasse en de rijke toplaag. De vraag naar hoogwaardig voedsel zoals vlees stijgt razendsnel, prijzen schieten omhoog.

Toch is daar over het algemeen weinig van te merken op het platteland. Het kennisniveau is er amper toegenomen. Nog steeds is de voedselzekerheid niet altijd gegarandeerd. Kleine boeren produceren veelal nog op dezelfde wijze als hun voorouders dat deden en leven vaak nog onder het bestaansminimum.

Als ze al meer weten te produceren dan ze zelf nodig hebben, dan zijn ze overgeleverd aan de tussenhandel waardoor de kleine boer nog niet profiteert van de groeiende economie.

Succesvolle boeren zijn ondernemers die een opleiding hebben genoten

Succesvolle boeren zijn ondernemers die een opleiding hebben genoten. Cynthia Asiyo Lema bijvoorbeeld. Zij heeft biologie gestudeerd in de Verenigde Staten. Toen ze in 2012 terugkwam in haar geboortestreek, wilde ze een bedrijf beginnen waar niet alleen haar gezin met inmiddels twee kinderen van profiteert, maar de hele omgeving.

Ze kocht tweedehands materiaal en begon met 200 vleeskippen. De buren waren haar eerste klanten. Vanuit de directe omgeving groeide de vraag en het aantal dieren nam gestaag toe.

‘Er was geen businessplan’, vertelt ze. ‘Ik ging gewoon meer kippen houden omdat de vraag toenam.’ Eerste probleem was het voer. De samengestelde voeders op de lokale markt zijn duur en van een onbetrouwbare samenstelling. Dus ze besloot zelf voer te gaan produceren. Met maïs, tarwezemelen en vismeel voor de broodnodige eiwitten. ‘Want soja is duur’. Om zeker te zijn van voldoende vitaminen en mineralen, voegt ze er premixen bij, afkomstig uit Groot-Brittannië.

Inmiddels heeft ze een bedrijf met vijfduizend slachtkuikens. Een stal die volgens Nederlandse begrippen veel te klein is voor een volwaardig bedrijf. De Garma Company Ltd. heeft echter niet meer nodig om 16 personen aan het werk te houden. In Afrika gelden heel andere economische wetmatigheden. En ze heeft niet zomaar een slachtkuikenbedrijf; ze runt de complete keten, van voerproductie tot slachterij, verpakking en marketing.

Wageningen

‘Ze heeft het goed voor elkaar’, vindt Jan Wallinga. Van zijn werkzame leven heeft hij 20 jaar bij Wageningen UR gewerkt en nog eens 22 jaar bij de Nutreco Company. Hij heeft dus verstand van veevoer. ‘Ik denk dat ze er erg goed aan doet om premixen toe te voegen. Het is best duur, maar het geeft zekerheid. En de dieren lopen er gezond bij.’ Hij wijst naar het rijstekaf waar de dieren in scharrelen. ‘Dat is mooi droog strooisel.’

Nee, aan de productie kan Jan weinig verbeteren. Toch is hij wel degelijk door PUM uitgezonden. Niet om hier de productie te verbeteren, maar om de bedrijfseconomische efficiëntie onder de loep te nemen.

PUM zendt ervaren deskundigen naar bedrijven die geen commerciële consultancy kunnen betalen in ontwikkelingslanden en opkomende markten. Zoals Jan. Hij verwerkte twintig jaar lang onderzoeksgegevens bij verschillende veehouderijvakgroepen van Wageningen Universiteit. Bij het internationale veevoerconcern Nutreco regelde hij het beheer en de financiën van onderzoeksbedrijven in Nederland en Spanje.

Boekhouding

Cynthia vond PUM op internet en stuurde een mailtje waarin ze vroeg om bedrijfseconomische begeleiding en om ondersteuning bij het opzetten van een businessplan. Want de vraag naar kip is groot en Cynthia wil haar bedrijf graag uitbreiden. Maar dan wel op een economisch rendabele manier.

Cynthia heeft de zwakke punten van haar bedrijf goed ingeschat, weet Jan. Bedrijfseconomisch inzicht ontbreekt vrijwel volledig. Jan heeft daarom veel uren op haar kantoor doorgebracht, achter de computer. Spreadsheets in elkaar zetten in Excel. Een bedrijfseconomische boekhouding samenstellen.

‘Een kengetal als voederconversie is voor elke Nederlandse boer vanzelfsprekend. Hier heb ik de administratie zo ingericht, dat ook Cynthia voortaan kan becijferen hoeveel kilo voer er nodig is voor een kilo pluimveevlees.’

Twaalf hectare biedt schier onbeperkte mogelijkheden voor een pluimveebedrijf 

Bovendien is het bedrijf veel efficiënter ingericht. ‘De bezetting van tien kuikens per vierkante meter was erg laag’, legt Jan Wallinga uit. ‘We houden nu ruim vierduizend slachtkuikens,‘ vertelt Cynthia, ‘straks bijna vijfduizend.’ En dat vermindert de kosten per kilo eindproduct, weet ze. ‘De vaste kosten blijven hetzelfde.’

Twee weken zit hij in het Tanzaniaanse Usa River. En er is veel te doen. Want Cynthia heeft een andere locatie op het oog om het pluimvee te houden. Een perceel van 12 hectare. Zo’n oppervlakte biedt schier onbeperkte mogelijkheden voor een pluimveebedrijf. Zelfs voor Nederlandse begrippen. Als de Tanzaniaanse economie blijft groeien en als Cynthia het bedrijf in goede banen weet te houden, kan haar bedrijf zomaar uitgroeien tot een megastal. 

Opschalen

Voor de Garma Company ligt de wereld open. Alleen al de gedachte aan de mogelijkheden zou eender welke ondernemer gaan duizelen. Waar te beginnen? ‘Jan is een grote hulp. Hij heeft volop expertise in financieringen en in een procesmatige aanpak’, vertelt Cynthia. ‘Ik wil graag een plan dat ik stap voor stap kan uitvoeren en financieel kan uitstippelen.’

En zo gaat het gebeuren. Ze begint op die nieuwe locatie niet direct veel groter. Met 5.000 of 6.000 dieren. De verwerking gebeurt gewoon op de huidige locatie. Bij het kantoor en bij haar woonhuis. Op de nieuwe locatie komen de pluimveestallen. Op die manier is de hygiëne ook beter gegarandeerd.

Voor ze gaat opschalen, zal ze eerst investeren in apparatuur voor de veevoerproductie. ‘We huren nu machines om te malen. Dat is best duur.’ Wanneer de voerproductie goed op gang is, kan ze ook voer verkopen aan andere pluimveehouders. Voorlopig zijn de huidige pick-up en de motorfiets om het vlees te transporteren de beperkende factor. Als ze over enkele jaren zo ver is dat ze kan investeren in een gekoelde vrachtauto, dan kan ze de productie gaan opschalen.

Grootste supermarkt van Oost-Afrika wil een ton per maand

Aan de markt zal het niet liggen. Die biedt eindeloze mogelijkheden. ‘Het verwondert mij hoeveel kip hier wordt gegeten’, zegt de PUM-expert. 

Bij supermarkt Nakumatt in Moshi, zestig kilometer verderop, is de Garma Company al binnen. Nakumatt is het grootste supermarktbedrijf van Oost-Afrika. Het bedrijf heeft al interesse getoond voor de winkel in Mwanza. ‘Die wil een ton per maand’, vertelt Cynthia. Maar het transport wordt dan een groot probleem. Mwanza ligt ruim 600 kilometer naar het westen. Om die te beleveren zou een vrachtauto continu op en neer kunnen rijden.

Ze is nog veel te klein voor dit soort afzetkanalen. Maar ze groeit. Met haar inzichten, met haar kennis en ervaring en vooral haar kundigheid om op zoek gaan naar de kennis die nog ontbreekt, is ze de concurrentie voor.

Die concurrentie is er nauwelijks. Het land biedt volop mogelijkheden om op een goede manier pluimveevlees te produceren; het is het gebrek aan deskundigheid op het gebied van goede landbouwpraktijken waardoor het land slechts in 40 procent van de behoefte voldoet.

Zelfvoorzienend

Tanzania heeft de ambitie om geheel zelfvoorzienend te worden. Een grote ambitie, gezien de enorme bevolkingsgroei en de groeiende bestedingsruimte van de stedelijke bevolking. Het land zal het dus van de enkeling met kennis moeten hebben, zoals Cynthia.

Haar bedrijf beschikt nu nog enkel over een motor en een pick-up voor het transport. Niets lijkt de Garma Company in de weg te staan om uit te groeien tot een megabedrijf met enkele enorme stallen en een vrachtwagenpark waarmee ze zelfs de Nakumatt in hoofdstad Dar Es Salaam, 600 kilometer naar het zuidoosten, belevert. 

Over Marc van der Sterren

Check Farming Africa voor nieuws over landbouw in Afrika, een initiatief van journalist Marc van der Sterren. Neem een abonnement op zijn artikelen in TPO Magazine en volg @Farming_Africa voor updates.  

Beeld:

© Marc van der Sterren  |  Farming Africa

Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.