Precies een jaar geleden nam het Udense ziekenhuis Bernhoven haar eerste Covid-patiënt op. In de maand die volgde was het ziekenhuis het epicentrum van de eerste coronagolf in Nederland. Dit is wat er in die krankzinnige periode gebeurde.

STEUN RO

Er is de film Turist waarin een gezin, op een fraai terras in de bergen gezeten, aan de overkant van het dal een lawine naar beneden ziet stuiven. Sommige mensen staan verschrikt op, kinderen roepen, anderen, waaronder de vader van het gezin, zeggen dat er geen gevaar te duchten is. De lawine lijkt toch echt te ver weg. Tien seconden later blijken ze de plank volkomen mis te hebben geslagen. Iedereen rent voor z’n leven, vader voorop…

Dat beeld, waarin mensen zien wat er op ze afkomt, maar de immense kracht ervan toch niet afdoende kunnen inschatten, is ook van toepassing op de manier waarop de corona-epidemie Nederland overviel. Ookal zag men het aankomen, het virus deed gewoon z’n vernietigende werk.

Ziekenhuis Bernhoven in het Brabantse Uden had de twijfelachtige eer om in het oog van de storm (of het zwaartepunt van de lawine) terecht te komen. Daar waar de besmettingsdichtheid in ons land het hoogst was. Op het hoogtepunt van de eerste besmettingsgolf werden er zomaar 50 patiënten per dag bij het ziekenhuis binnengebracht. En dat in een ziekenhuis met maximaal 300 bedden in gebruik, waarvan zes op de intensive care. Bernhoven was allesbehalve onvoorbereid. Maar het feit dat het ziekenhuis het draaiboek voor Code Zwart – dat op het moment dat de pandemie uitbrak nog geschreven moest worden – niet tevoorschijn heeft hoeven halen, mag een wonder heten.

Al in februari laat de directie door enkele econometristen een rekenmodel ontwikkelen dat een idee moet geven van wat er verwacht kan worden. Het is gebaseerd op wat op dat moment bekend is over hoe het virus heeft toegeslagen in het Chinese Wuhan en – op het Europese continent – in Italië. De regio rond Uden blijkt – met enkele weken vertraging – dezelfde ontwikkeling te laten zien als Italië, dus er is volop reden voor zorgen.

Er worden maatregelen genomen om te zorgen dat de verwachte patiëntenstroom opgevangen kan worden. Ziekenhuismedewerkers krijgen al sinds half februari trainingen in de behandeling van Covid-19 patiënten

Dan wordt – op 27 februari – de eerste Nederlandse Covid-patiënt gemeld. Een man in Loon-op-Zand, hemelsbreed nog geen vijftig kilometer van Bernhoven vandaan. Het ziekenhuis stelt een Crisis Beleid Team (CBT) in, speciaal voor de te verwachten crisis.

Er vindt overleg plaats met het naburige Jeroen Bosch Ziekenhuis over de aanwezigheid van testkits, er wordt geïnventariseerd hoe het staat met persoonlijke beschermingsmiddelen en er worden isolatiekamers ingericht. De voorraad FFP2-maskers – geschikt voor professioneel gebruik in het ziekenhuis – blijkt beperkt; de overige materialen blijken voor één maand voldoende aanwezig. De afdeling Inkoop moet aan de bak.

Begin maart worden de protocollen nagelopen en geactualiseerd. Er worden vier werkgroepen ingesteld: Medisch; Medewerkers; Materialen en Middelen&Communicatie, die het werk moeten coördineren. In overleg met het huisartsencollectief in de regio blijkt dat de huisartsen slecht toegerust zijn op een Covid-19 uitbraak. Ze hebben geen tests en geen beschermingsmiddelen in voorraad.

Er wordt een speciaal corona-format opgesteld voor de informatieverschaffing aan medewerkers, patiënten, bezoekers, huisartsen en de regioapotheek, men begint met het opzetten van thuiswerkfaciliteiten voor iedereen die niet in het ziekenhuis hoeft te zijn en er komt een speciaal team voor emotionele ondersteuning.

Maar alles aan dit virus is nieuw, dus veel kennis over de juiste handelwijze mist nog. Op 4 maart wordt de eerste Covid-positieve patiënt in Bernhoven opgenomen. Het is een dialyse-patiënt, al bekend in het ziekenhuis. Het contact-onderzoek wordt opgestart.

En er is die patiënt uit Kaapverdië. Hartstikke ziek, maar niet voldoend aan de casusdefinitie van het RIVM. Hij wordt onderzocht zonder beschermingsmiddelen en blijkt na testen Covid-positief.  Het levert de eerste besmettingen onder Bernhoven-medewerkers op.

Twee dagen later wordt er gestopt met handen geven in het ziekenhuis. Het is nauwelijks voorstelbaar met de kennis van nu, maar een week lang heeft men daar stevig over gediscussieerd. Bernhoven heeft een naam hoog te houden op het gebied van gastvrijheid en lang niet iedereen is op dat moment overtuigd van een dergelijke maatregel. Conclusie is echter wel dat de landelijke richtlijn, die in diezelfde week is uitgevaardigd, wordt gevolgd.

In het CBT worden tien professionals, waaronder een directielid, benoemd uit alle relevante geledingen van de organisatie, plus vertegenwoordigers uit de regionale eerstelijn. Aanvankelijk rouleert het voorzitterschap, maar in een later stadium wordt dat toch belegd bij een van de directieleden, om de ruis te minimaliseren. Vanaf 4 maart heeft het CBT het voor het zeggen in het ziekenhuis. Tweemaal daags overlegt het over de crisissituatie en vaardigt het in hoog tempo uit wat er moet gebeuren.

Er wordt besloten dat er 24 uur per dag een arts aanwezig moet zijn. De eerste nachtdienst wordt gedaan door een uroloog; iemand die normaal nooit ‘op zaal’ zou staan. Het gaat prima. En als hij er echt niet uitkomt kan hij in een oogwenk contact maken met zijn supervisors: een longarts en een internist. Het aantal besmettingen in de regio – het is twee weken na carnaval – loopt nu snel op.

Vanaf de tweede week van maart is duidelijk: als dit zo doorgaat is het ziekenhuis straks veel te klein. De intensive care is opgeschaald van 6 naar 23 bedden, maar die liggen al bijna vol. Het besluit wordt genomen om de electieve, planbare zorg af te schalen en het personeel van de operatiekamers op de verpleegafdelingen in te zetten. Bernhoven wordt een corona-ziekenhuis.

Ook de bezoekersregeling wordt beperkt. Vanaf 7 maart mogen er tweemaal daags maximaal twee bezoekers per patiënt komen. Een dag later wordt dat alweer bijgesteld naar eenmaal daags één bezoeker, ook vanwege de schaarste aan beschermingsmiddelen. Een akelige maatregel, zo vindt iedereen. Helemaal in een ziekenhuis waar men in het verleden complete verjaardagsfeesten faciliteerde om het verblijf voor patiënten zo aangenaam mogelijk te maken.

Op 10 maart – er zijn dan 13 coronapatiënten in Bernhoven gediagnosticeerd, zo’n 10 procent van alle gevallen in Nederland – vaardigen de drie Brabantse veiligheidsregio’s hun eerste beperkende maatregelen uit: onder andere evenementen met meer dan 1000 deelnemers worden afgelast.

Twee dagen later gaat de zogenaamde mitigatiefase in, die betekent dat er bij positief geteste patiënten en medewerkers geen contactonderzoek meer zal plaatsvinden, omdat dit niet meer haalbaar is. En voor het eerst komt de overheid met nationale maatregelen. Bernhoven moet ondertussen officieel code rood afgeven: niet-spoedeisende operaties kunnen vanaf nu worden uitgesteld, verloven van medewerkers kunnen worden ingetrokken en er komt een verbod voor het personeel om naar het buitenland te reizen.

Binnen het ziekenhuis wordt ondertussen het werk herverdeeld: patiënten worden voortaan zoveel mogelijk direct vanaf de spoedeisende hulp naar andere afdelingen verplaatst, waar ondertussen het scenario voor ‘cohortverpleging’ uit de kast is gehaald: een vaste groep verpleegkundigen zorgt daarbij voor alleen Covid-patiënten op een bepaalde afdeling en komt niet met andere patiënten in aanraking.

Bij tientallen worden Covid-19 patiënten het ziekenhuis binnengebracht. De een is er nog slechter aan toe dan de ander. Doktoren en verpleegkundigen schrikken. Ze wisten dat Covid-19 een potentieel levensbedreigende ziekte is, maar hier hadden ze niet op gerekend. Mensen zijn uitgeput, verkeren in ademnood, kunnen soms niet eens meer lopen. Maar het vreemde is: vaak voelen ze zich niet eens zo slecht. Het ziektebeeld is bedrieglijk. Onderzoek laat zien dat bij menigeen de longfunctie nog maar een fractie is van wat-ie zou moeten zijn. Een derde van de patiënten moet aan de beademing op de IC.

Patiënten sterven, vaak zonder dat ze afscheid hebben kunnen nemen van hun geliefden. De doden – in die tweede week van maart is het al raak – worden naar het achter het ziekenhuis gelegen mortuarium gebracht. Daar wordt niet veel later een extra koelcel op het terrein gezet om genoeg lijken te kunnen bergen. Ziekenhuismedewerkers hebben het er emotioneel moeilijk mee. Doktoren en verpleegkundigen zijn wel wat gewend, maar zoveel menselijk leed in zo’n hoge snelheid – als men erin slaagt om iemand via een tablet met beeldverbinding afscheid te laten nemen van een partner of kind, is er blijdschap. Maar helaas lukt dat niet altijd….

Verpleegkundige Cindy Spaansen verlaat op dinsdag het ziekenhuis en is de volgende dag vrij. Ze heeft een lijstje gemaakt met patiënten die ze donderdag wil zien voor een gesprekje. Maar als ze op donderdagochtend terugkomt, blijkt de helft van dat lijstje overleden.

‘Kom ze maar halen’

Op 17 maart wordt gestopt met alle niet-Covid zorg, behalve de spoedzorg, de verloskunde en de couveuseafdeling. De zorg voor mensen met kanker wordt verplaatst buiten het ziekenhuis. De verloskunde moet doorgaan, vanwege de geldende aanrijnormen. Er worden gedurende de gehele corona-epidemie kinderen geboren in het ziekenhuis.

Het feit dat corona bijna alle andere zorg wegdrukt, voelt niet goed en het is contra-intuïtief, maar men is het er snel over eens: de patiëntenvloed laat gewoonweg geen keuze. Het is overleven. Uiteindelijk blijven er in het beddenhuis ruim 100 bedden over, volledig gewijd aan de Covid-19 zorg.

Vanuit het Landelijk Netwerk Acute Zorg is er een nieuwe data-applicatie omarmd – Simbox – die voorspelt dat op het hoogtepunt van de pandemie, eind maart, alleen al in de Bernhoven-regio 600 verpleegbedden en 135 IC-bedden nodig zullen zijn. Veel meer dan het ziekenhuis kan bieden. Dat is beangstigend, maar de wurgende realiteit maakt dat er voor paniek weinig plaats is. Bestuurder Geert van den Enden zal het later omschrijven als ‘een film of een trein waarin alles op je afkomt.’ Medisch directeur Mariëlle Bartholomeus – enkele maanden later gekozen tot topvrouw van het jaar en heel wat gewend – ligt op een nacht in haar bed te huilen, bang voor de vraag ‘of we het morgen nog gaan redden’.

Die avond klinkt in het hele land het applaus voor de zorg.

Twee dagen later worden alle behandelingen die nog in het ziekenhuis plaatsvonden (infusen, chemo etc.) verplaatst naar een particuliere kliniek in het naburige Ravenstein. En er wordt gestart met trainingen voor doktersassistenten en verpleegkundigen die werkzaam waren op de poli, voor inzet in de Covid-zorg.

Ziekenhuisbestuurder Geert van den Enden spreekt een videoboodschap in waarin hij vooral zijn eigen medewerkers een hart onder de riem wil steken: “Wij zien meer dan we willen zien.” Dat filmpje wordt landelijk opgepakt en de volgende dag staan er vijf cameraploegen op het parkeerterrein voor het ziekenhuis. Dat was niet wat het filmpje beoogde, maar het is een prettige bijkomstigheid, want nu ziet heel Nederland wat er bij Bernhoven gebeurt.

Tweemaal per week zit directielid Joris van de Rijt van Bernhoven aan in het Regionaal Overleg Acute Zorgverlening (ROAZ), dat in Brabant de coronazorg coördineert. Ze proberen daar over het voetlicht te krijgen wat er bij Bernhoven aan de gang is. Maar de boodschap komt niet meteen aan. De meeste andere partijen in het overleg hebben met een paar Covid-19 gevallen te maken en begrijpen niet wat er in Uden speelt. Heel Eindhoven bijvoorbeeld telt op dat moment vijf patiënten.

“Kijk maar wat je kan opschalen”, krijgen ze in eerste instantie te horen. Pas als halverwege maart eerst voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care Diederik Gommers en vlak daarna ROAZ-voorzitter Bart Berden langs komen in Uden, raken die doordrongen van de ernst van de zaak.

Geert van den Enden doet op de website van vakblad Zorgvisie een oproep aan ziekenhuizen in het noorden van het land om zich pro-actief – buiten hun ROAZ om – te melden voor het overnemen van patiënten. Rond diezelfde tijd laat ROAZ Brabant hetzelfde geluid horen.

Vanaf 20 maart komt de hulp echt op gang. Het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) wordt opgericht. Ziekenhuizen in Groningen, Leeuwarden, Drachten en Sneek laten weten patiënten te kunnen ontvangen.

Dat is niets te vroeg. Medisch directeur Mariëlle Bartholomeus heeft contact met ziekenhuisbestuurders uit het noorden en laat ze de verwachte patiëntencijfers zien. “Zo, het gaat er flink aan toe daar in Brabant”, reageert men. Als ze vertelt dat het de cijfers van alleen Bernhoven zijn, blijft het even stil aan de andere kant van de lijn.

“Breng ze maar hierheen, laten ziekenhuizen her en der weten. Maar de regio heeft alle lokale ambulance-capaciteit al ingezet ten behoeve van de verplaatsingen. “Kom ze maar halen”, zegt Bartholomeus. En zo gebeurt.

Op zondag 21 maart krijgt het ziekenhuis bezoek van verantwoordelijk minister Hugo de Jonge en verschijnt een artikel over Bernhoven in de Volkskrant. Er worden op dat moment 40 positief geteste patiënten in het ziekenhuis ontvangen per dag. Het zullen er nog meer worden, maar die kunnen dan vlot worden doorgeplaatst naar elders. Op 21 maart gaat dat nog altijd moeizaam. Er zijn in de dagen voor het ministeriële bezoek 60 overplaatsingen vanuit Brabant gevraagd en daarvan zijn er nog maar 12 gerealiseerd. Op vrijdag en zaterdag weet Bernhoven op eigen gelegenheid alsnog 15 patiënten bij andere ziekenhuizen onder te brengen. Een noodzakelijke actie.…

En het blijft alle hens aan dek. De patiënten die worden doorgeplaatst zijn de lichtste gevallen. Vanwege het transportgevaar blijven de zwaarst getroffenen in Bernhoven. Iedereen in het ziekenhuis die kán werken, helpt mee. De traditionele hiërarchieën gaan op de schop. Oogartsen en algemeen chirurgen staan naast de verpleegkundigen aan het patiëntbed en gebruiken hun generieke medische kennis om zich verdienstelijk te maken. Medewerkers van de poli’s en de logistiek-afdeling hijsen zich in een virusresistent pak om de verpleegkundigen te assisteren. Arts-assistenten doen hetzelfde en zelfs enkele mensen van de administratie springen in.

De verpleegkundigen hebben tijdens de voorbereiding het initiatief genomen om ‘taakspecifiek’ te gaan werken. De medisch specialisten volgen hen daarin. Er zijn taakkaarten gemaakt. Geplastificeerde A-4-tjes waarop een verpleegkundige taak – en detail en toegesneden op corona – staat omschreven. Er is een taakkaart ‘bel lopen’, een voor ‘wassen’, een voor ‘de patiënt naar het toilet brengen’ en zo zijn er nog een aantal.

Als een relatief ongetrainde ziekenhuismedewerker als assistent fungeert, kunnen ze die een taakkaart meegeven, zodat hij of zij deze zelfstandig tot een goed einde kan brengen.

De hele staf van het ziekenhuis wordt door elkaar gehusseld. Iedereen werkt in instant-teams samen met collega’s met wie ze nog nooit hebben samengewerkt.

Verpleegkundigen merken dat de ‘klinische blik’ – door kennis en ervaring gevoede intuïtie – waarmee ze gewend zijn naar patiënten te kijken, bij Covid-19 tekort schiet. Patiënten vliegen soms plotseling hard achteruit zonder dat iemand dat had zien aankomen. De waarden die ze meten – longcapaciteit en bloedsaturatie met name – vertellen het echte verhaal over de toestand waarin patiënten verkeren. Zo op het oog, liggend in bed, zien ze er vaak veel beter uit dan die waarden rechtvaardigen.

Hoewel de organisatie kraakt in zijn voegen, is er geen sprake van paniek. Het CBT heeft de operatie stevig in handen en slaagt er iedere keer in de patiëntenvloed een stap voor te zijn. Er is een enorme focus op het hebben van voldoende verpleegcapaciteit. Soms is er zelfs sprake van te veel medewerkers op de spoedeisende hulp, die allemaal op nieuwe patiënten staan te wachten. Dan ontstaat er irritatie, ook omdat iedereen toch al bang is voor wat er nog komen gaat.

Maar onder de alsmaar krapper wordende arbeidsomstandigheden draait de organisatie als nooit tevoren. De lijnen zijn kort, er worden vlot besluiten genomen en – misschien wel het belangrijkste – iedereen schaart zich daar onmiddellijk achter, gaat ermee aan de slag en krijgt daar ook de ruimte voor. Bernhoven is bewust georganiseerd vanuit het beginsel dat de professionals op de werkvloer in the lead zijn. Dat werpt nu zijn vruchten af. Dagelijks worden de groeiende inzichten in de ziekte vertaald in nieuwe protocollen. Gedurende de corona-pandemie gaat de organisatie steeds meer op een zwerm spreeuwen lijken, waarbij iedereen steeds bereid is de besluitvorming te volgen en te vertalen naar wat er op de werkvloer moet gebeuren. Zijn er zaken die uitgesproken of benoemd moeten worden, dan gebeurt dat. Bijna niemand schiet in de verdediging als hij/zij ergens op wordt aangesproken. Er hoeft dus ook maar weinig tijd aan dergelijke akkefietjes te worden besteed. Iedereen heeft dezelfde intentie: zorgen dat zoveel mogelijk patiënten deze ramp overleven.

Taart

Er is eind maart een triagetent met CT-scanner opgezet op het parkeerterrein bij het ziekenhuis, om meer ruimte te creëren en de logistiek aan te scherpen. Maar de vraag of de capaciteit voldoende zal zijn blijft prangend en de directie maakt zich grote zorgen. Er is zelfs sprake van het opzetten van een additioneel veldhospitaal, ook op het parkeerterrein. Met de 700 vrijwilligers die zich ondertussen hebben aangemeld zou dat misschien mogelijk moeten zijn. Maar eerst moet er een team benoemd worden dat een begin kan maken met het trainen en arbeidsklaar maken van al die mensen.

Ondertussen spreken de cijfers boekdelen: 85% van de geteste patiënten op de SEH is positief. Maar 30% van de medewerkers met klachten die zich laten testen, ook. De werkdruk voor hen die goed functioneren is hoger dan ooit.

Ondertussen is het in allerijl ontwikkelde corona-dashboard live gegaan. Dat vergroot het inzicht in de situatie aanmerkelijk en verschaft meer grip. Een dag later komt het kabinet met strenge nationale maatregelen om de pandemie in te dammen. De ‘intelligente lockdown’ is een feit. Op 24 maart wordt patiëntbezoek voor het eerst helemaal niet meer toegestaan.

De taferelen worden nog hartverscheurender. Patiënten die naar de andere kant van het land worden vervoerd zonder dat ze afscheid hebben kunnen nemen. Regelmatig moet het ziekenhuis extra kleding voor ze regelen, omdat dat via familie en vrienden niet meer lukt.

Op een ochtend belt een vrouw voor haar man, die aan de zuurstofmeter ligt. De vraag is of hij naar de IC moet of niet. Dienstdoend verpleegkundige Yvonne Prijt kan melden dat hij de nacht redelijk goed door lijkt te zijn gekomen. Ze is blij; het is vandaag hun 45-jarige huwelijk laat ze weten. En ze is dankbaar voor de goede zorgen. Maar 45 minuten later moet haar man alsnog naar de IC en de volgende nacht wordt hij wegens gebrek aan ruimte naar Winterswijk gereden. Voor een afscheid is geen gelegenheid en enkele dagen later overlijdt hij in het Achterhoekse ziekenhuis.

Een dag voor zijn uitvaart wordt ook de vrouw opgenomen. De begrafenis van haar man kan ze via een iPad meemaken in het ziekenhuisbed. Geen ziekenhuismedewerker aan haar bed houdt het droog. Ze zal in de loop van de weken die volgen genezen en komt na de zwaarste tijd nog een taart langsbrengen voor de afdeling. Dwars door al haar rampspoed heen, wil ze haar dankbaarheid tonen.

Medewerkers worden moe. Ze werken alleen maar. Het is niet dat ze niet naar huis willen, maar velen hebben het idee dat ze nodig zijn in het ziekenhuis. Daarbij: thuis kunnen veel van hen niks. Ook daar is alles corona wat de klok slaat; ze kunnen niet bij ouders of vrienden langsgaan; ze merken dat hun verhalen over wat er gebeurt in het ziekenhuis niet echt landen bij hun naasten en menigeen komt erachter dat hij/zij in winkels en op andere openbare plekken gemeden wordt. Daar komt bij: als ze een dag niet in het ziekenhuis zijn geweest, blijkt er een dag later alweer van alles veranderd en moeten ze weer even flink aanpoten om zich de nieuwe protocollen eigen te maken.

Velen maken nog nooit vertoonde uren. Ook daar is het management bezorgd over. Maar men ziet ook dat er een energie en een focus in de organisatie zijn gekomen waar medewerkers graag onderdeel van uit willen maken. In het CBT geeft het peer-support team dagelijks een update van hoe het de medewerkers vergaat. En dat is eigenlijk nog niet zo slecht. “Op adrenaline kun je een heel eind komen”, zegt iemand daarover. Inderdaad, maar een keer is de pijp wel leeg natuurlijk.

Gaandeweg de pandemie worden materialen een steeds groter probleem. Aan beschermingsmiddelen – handschoenen, mondmaskers – is schaarste, maar ook aan zuurstofslangen, thermometers en arteriële bloedgasspuitjes dreigt tekort. De inkoopafdeling slaagt er met veel improvisatiekunst – ladingen spullen die per taxi vanaf naburige ziekenhuizen en kippenboeren (maskers) worden aangevoerd – in om de voorraden nog een tijd op peil te houden. Maar op een gegeven moment wordt het punt bereikt waarop er nog maar voor één dag voldoende beschermingsmiddelen aanwezig zijn.

Gelukkig is er redding: een enorme lading gezichtsmaskers, afkomstig uit China, is op Schiphol aangekomen. Iedereen is blij, tot in Den Haag toe. Maar als de maskers het ziekenhuis binnenkomen, blijken ze van inferieure kwaliteit. Er zit wel de juiste sticker op, die aanduidt dat dit professionele maskers zijn, geschikt voor de klinische zorg. Maar ze blijken bij lange na niet te voldoen aan de eisen.

De directie is laaiend, er is onrust onder een aantal medewerkers, maar de mensen op de werkvloer gaan met de inferieure maskers op gewoon door. En in no time wordt het weer opgelost. Op woensdag kwamen ze binnen; op vrijdagochtend zijn ze weer allemaal het ziekenhuis uit en heeft Inkoop gelukkig via een ander bron alsnog een flinke partij goede maskers op de kop weten te tikken.

De parkeerplaats buiten het ziekenhuis begint er ondertussen steeds unheimischer uit te zien. Bij de triagetent is het een permanent komen en gaan van ambulances. Lijkwagens rijden de hele dag langs, op weg van of naar het mortuarium, waar de extra koelcel die in gebruik is genomen vanuit het ziekenhuis goed is te zien. En als klap op de vuurpijl heeft de directie een paar lantaarnpalen uit de grond laten halen om een landingsplaats voor helikopters mogelijk te maken. Alle mogelijkheden om patiënten het ziekenhuis uit te krijgen moeten gebruikt worden en de helikopter blijkt van groot nut.

Alles bij elkaar zorgt het voor een grimmige sfeer buiten het ziekenhuis. Binnen daarentegen is iedereen koortsachtig bezig om doodzieke patiënten van zo goed mogelijke zorg te voorzien.

Het moeilijkst voor de medewerkers zijn de dubbele gevoelens waarmee omgegaan moet worden. Als er geen bezoekers voor een patiënt kunnen komen, scheelt dat hen tijd. Tijd die meteen weer aan een ander bed wordt opgesoupeerd, want de gebeurtenissen voltrekken zich razendsnel. Maar de wetenschap dat iemand sterft zonder goed afscheid te hebben kunnen nemen, is steeds weer hartverscheurend.

Daarnaast is er bezorgdheid over de kwaliteit van de zorg die geleverd kan worden. Er is vaak te weinig tijd om de zorg volgens de protocollen van het ziekenhuis – en daarachter de Inspectie – te leveren. Het is overleven en daarbij kan niet elk detail naar behoren worden ingevuld. Eten is voor Covid-19 patiënten een loodzware aangelegenheid en als ze niet gevoed worden door iemand die de lepel aan de mond zet tot hun bord leeg is, stoppen ze na twee lepels. Tegelijkertijd hebben ze die voeding keihard nodig om aan te kunnen sterken. Er zijn momenten, weet de leiding, dat verpleegkundigen er niet in slagen voldoende tijd voor zo’n voeding te nemen. En dan worden het die maaltijd dus toch maar een paar lepels…

Ook de zorg om het welzijn van de medewerkers neemt toe. Vier weken intensieve coronazorg is fysiek, maar vooral ook geestelijk zwaar. Er wordt psychosociale ondersteuning ingericht. Mensen van Artsen zonder Grenzen en Wings of Care komen vertellen hoe dat optimaal ingericht kan worden en er wordt een buddy-systeem afgekeken van Defensie.

Moeilijk voor de medewerkers is dat ze niet in hun eigen teams werken, met mensen die ze goed kennen, bij wie ze zich kwetsbaar durven opstellen. Als de epidemie voorbij is en er opnieuw wordt opgestart naar de normale werkomstandigheden, zal blijken dat dat grote impact op ze heeft. Er wordt juist vanaf mei, als het ergste leed geleden is, veel gehuild in het ziekenhuis.

Op 30 maart wordt voor alle ziekenhuizen in het land code rood afgegeven. Bij Bernhoven dreigen medicatietekorten. Er wordt een systeem ingericht voor bewaking van de medicatievoorraad en er wordt meer regie gezet op middelen die nodig zijn voor de beademing.

Terug naar normaal

Halverwege de eerste week van april wordt merkbaar dat de druk op het ziekenhuis afneemt. Er worden voor het eerst ook patiënten naar Duitsland verplaatst. Dat gebeurt onder de hoede van het LCPS, dat enkele dagen later ook het landelijk portaal voor gegevensuitwisseling over coronapatiënten tussen ziekenhuizen in gebruik neemt.

Een week later al worden de eerste opstartscenario’s besproken voor de reguliere zorg in het ziekenhuis. De eerste fase van opschaling van het beddenhuis naar normale capaciteit start op de elfde. Diezelfde dag wordt de Spoedeisende Hulp alweer opengesteld voor non-Covid zorg.

Vanaf 15 april zal het CBT in het ziekenhuis nog maar één keer per dag samenkomen en in principe niet meer in de weekenden.

Dan is er – op 19 april – een speciale uitzending van de landelijke talkshow Op1 vanuit de Udense Kruisherenkapel, die volledig wordt gewijd aan Uden en Bernhoven tijdens de Covid-pandemie. Onder regie van presentatoren Jeroen Pauw en Fidan Ekiz spreken ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden, burgemeester Hellegers, verpleegkundige Yvonne Prijt en andere personages uit het stadje Uden en het ziekenhuis een uur lang over de pandemie. Het wordt een gedenkwaardige aflevering van het programma.

Twee dagen later worden voor het eerst weer bezoekers tot het ziekenhuis toegelaten.

Op 30 april organiseert het ziekenhuis een bedankmoment. Er is een verrassing voor alle medewerkers en in een fraaie kaart verwoordt de directie haar dankbaarheid aan iedereen die in de voorgaande maand alles heeft gegeven. Aan de medewerkers die zelf zijn getroffen door het virus wordt een herstelpakket aangeboden.

Ondertussen gaat de opschaling verder: De polikliniek wordt opgestart en de triagebalie wordt teruggeplaatst naar de hal van het ziekenhuis. De tent verdwijnt.

Vanaf begin mei wordt langzaam maar zeker de ‘normale’ toestand in het ziekenhuis in ere hersteld. Medewerkers komen weer in hun eigen teams te werken, wat tot veel emotie leidt. Nu pas, nu men zich onder bekenden veilig genoeg voelt om de ervaringen van de afgelopen twee maanden te delen, komen bij veel Bernhoven-medewerkers de emoties boven drijven. Er wordt veel gehuild, de verwerking is begonnen.

Het ziekteverzuim is op 11 mei met 8 procent historisch hoog, maar dat was te verwachten. Gelukkig is het voor de meesten niet meer dan een herstelperiode na de geleverde fysieke en emotionele inspanningen. Twee dagen later heeft Geert van den Enden weer een videobericht voor zijn medewerkers, waarin hij vertelt hoe de ‘normale’ zorg weer opgestart zal gaan worden. Bernhoven is nu uit de code rood; het ziekenhuis heeft het gered zonder dat het ook maar één Covid-patiënt behandeling heeft hoeven te ontzeggen. Helaas is dat wel ten nadele van alle andere zorg gegaan. Iets wat de directie niet nog een keer wil laten gebeuren.

Op 3 juni wordt de Covid-19 afdeling gesloten. Er zijn dan in totaal in het ziekenhuis zo’n 800 patiënten positief getest op corona.

Twee maanden lang was Bernhoven het epicentrum van de corona-pandemie in Nederland. Een periode waarin iedereen in en rond het ziekenhuis heeft gevochten om de best mogelijke zorg te leveren aan honderden patiënten, van wie er velen balanceerden op de grens tussen leven en dood. Zeventig van hen stierven in het ziekenhuis. Honderden zijn in ziekenhuizen elders in het land en Duitsland terecht gekomen en telden vanaf dat moment niet meer mee in de statistieken van Bernhoven.

En het feit dat Code Zwart al die tijd in de kast kon blijven liggen, mag inderdaad een wonder heten.

Deze longread is gebaseerd op een interview met Mariëlle Bartholomeus (neuroloog en voormalig medisch directeur), Yvonne Prijt (regieverpleegkundige acute opname) en Robbert-Jan van Lemmen (kinderarts en medisch zorgcoördinator, CMIO ) en de documentaire ‘Veerkracht. Gevecht tegen corona’, van Marc Pos.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Sinds 2012 als freelancer gespecialiseerd in de zorg, haar besturing en de werking van het stelsel. Wilde ooit eigenlijk ornitholoog worden.