Eerste Joodse verzet in Nederland, 1932. Pleidooi voor monument

Joods verzet tegen provocaties Hitlerjugend op het Waterlooplein, 8 juli 1932. De eerste Nederlandse krantenberichten over de opkomst van Adolf Hitler en de naziterreur, 1921-1922.

Bij een zoektocht naar sporen van vermeende Hitleraquarellen in Delpher, het digitale krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, stuitte ik op een opmerkelijk incident, waar veel Nederlandse dagbladen in juli 1932 over berichtten:

HITLERIANEN AANGEVALLEN

Relletjes in het Ghetto

Een tiental Duitschers, getooid met het Hakenkreuz, beging de onvoorzichtigheid, een tocht te maken door de Amsterdamsche Jodenbuurt. Zij werden overal met scheeve oogen aangekeken. Toen de Hitlerianen dezen stillen wenk niet begrepen, nam de overwegend Joodsche bevolking haar toevlucht tot krachtiger maatregelen. De aanhangers van Hitler werden van alle kanten besprongen en er ontstond een formeele vechtpartij, waarin de Hitlerianen “siegreich geschlagen” werden.

De politie moest hen voor een totale vernietiging behoeden. Een hunner, die schrammen had opgeloopen, werd op het politie-bureau verbonden. De overigen werden onder politiegeleide naar een huis aan een der grachten gebracht, waar zij geestverwanten hoopten te vinden.

De Zuid-Limburger, 9 juli 1932

In een aantal bladen werd er net even iets anders over bericht:

Nazi’s te Amsterdam

Gisteren is het in de Jodenbuurt te Amsterdam tot een vechtpartij gekomen tusschen eenige kooplui en een paar Duitsche jongelui, die zichtbaar het Hakenkruis droegen. De laatsten zijn onder politiegeleide naar partijgenoten op de Prinsengracht gebracht.

De Volkskrant, 9 juli 1932

Weer anders rapporteerde het katholieke dagblad De Tijd:

Duitsche jongens lastig gevallen

Een drietal Duitsche jongens, die op het oogenblik in onze stad vertoeven en de nationaal-socialistische overtuiging zijn toegedaan, kwam vanmorgen op een wandeling ook in de Jodenbuurt terecht. Hier viel aan enkele Israëlieten het Hakenkruis-insigne op, dat de jongens dragen. De Israëlieten waarschuwden vrienden en kennissen en begonnen de jongens lastig te vallen, aanvankelijk met den mond, later ook handtastelijk. De Duitschers moesten tenslotte bescherming zoeken op het politiebureau Jonas Daniël Meijerplein, waar het al erg roerig was, daar juist een koopman verzet pleegde bij een verbaliseering.

De Duitsche jongens zijn door de politie naar Nederlandsche partijgenooten op de Prinsengracht geleid.

De Tijd, 9 juli 1932

Volgens het Algemeen Handelsblad betrof het:

“zes Duitsche padvinders van 12 tot 17 jaar uit Hannover, die een reisje door ons land maken, met op het stuur van hun rijwielen zwart-wit-roode vlaggetjes en daaronder een vlaggetje met het hakenkruis.”

De gereformeerde krant De Standaard, die over het voorval berichtte met de kop “Duitsche padvinders lastig gevallen” zag de “padvinders” vooral als slachtoffers, die gelyncht dreigden te worden door moordzuchtige Joden.

Wat klopt van dit alles?

Dit alles roept vooral de vraag op: wat klopt er van dit alles? Om hoeveel Duitsers ging het? Een paar? Een drietal? Zes? Een tiental? Te fiets of te voet? Padvinders (scouts) met hakenkruizen? Vreemd: het Verzetsmuseum over de verhouding scouts-nazi’s: “Scouts werd geleerd dat zij ‘een vriend voor allen en een broeder voor alle andere padvinders’ waren. Voor de nazi’s was dit onaanvaardbaar.”

Deze vragen rezen in 1932 ook bij een niet met naam bekende verslaggever van de sociaal-democratische krant Het Volk. Aangezien de genoemde krantenberichten vooral gebaseerd lijken op een persbericht van de Amsterdamse politie, ging hij zelf op onderzoek uit en ondervroeg ooggetuigen. Dat leverde dit gedegen artikel op:

Het Waterlooplein in opschudding
Duitsche Hitlerianen de aanleiding
Klappen uitgedeeld
Geuniformeerde Duitschers raken slaags met de plein-bevolking
Naar het bureau gebracht

Het Waterlooplein is met zijn dagmarkt voor vreemdelingen een van de vele bezienswaardigheden der hoofdstad. Opvallend is het; dus niet, wanneer buitenlanders er zich vertoonen. Vanmorgen was zoo’n bezoek echter aanleiding voor heel wat opwinding en opschudding.

Een achttal wielrijders kwam van den kant van de Blauwbrug het plein op. Zes hunner waren in uniform: donkere bruine blouse, rijbroek, leeren bandelier en koppelriem en op het hoofd een smal zwart hoofddeksel, dat leek op de kwartiermuts die onze soldaten dragen. De borst was gesierd met een vrij grooten Hitlerknoop. De fietsen droegen een Duitsch vlaggetje met den adelaar en daaronder een ander met een Hakenkreuz.

“Hitlerianen!” – zoo ging als een loopend vuurtje het gerucht over de markt. Een jonge man in werkkleeding beduidde den heeren, dat men van Hitlerpropaganda op het Waterlooplein niet gediend was. „Doe dat Hitlerteeken van je fiets,” was zijn raad. De jongelui weigerden en daarom zou de werkman het vlaggetje er maar afhalen. Wat niet bij allen gelukte, want er schijnen ook Hitler-aanhangers te zijn met hazenharten: zes van de acht sloegen onmiddellijk op de vlucht.

De andere twee doolden in de buurt wat rond. Ze vonden. de gevluchte makkers weer en met z’n zessen kwam men terug. Inmiddels waren er twee politie-agenten gearriveerd. De Duitschers beklaagden zich: men had hen met een mes gedreigd. Wat, naar meerdere ooggetuigen ons verzekerden, absoluut onjuist is. Een der omstanders zei dit aan de politie. Een barsch: „doorloopen”, was het antwoord, gevolgd door een duw, die den man met de straatsteenen kennis liet maken.’ Hij sprong weer overeind, hem werd nogmaals gelast door te loopen en toen hij tegensputterde, opgebracht.

Intusschen bleven de geuniformde Duitschers te midden van de groote groep nieuwsgierigen achter.’ Zij gingen debatteeren |en daarbij op de joden schelden. Toen was natuurlijk in deze omgeving de duivel los en werden enkele rake klappen uitgedeeld. Vier geuniformde helden vluchtten en de twee overblijvenden werden door de politie naar het bureau meegenomen.

Zoo is de lezing van een aantal ooggetuigen. De politie ziet het geval anders: op onze informatie aan het bureau Jonas Daniël Meijerplein werd ons meegedeeld, dat een vijftal Duitsche padvinders van 12 tot 16 jaar, die met een paar leiders op het Waterlooplein wandelden, op zoo ergerlijke wijze waren mishandeld, dat de politie hen in bescherming nemen moest en twee er van voor hun veiligheid naar het bureau had meegenomen. Vandaar waren ze later, onder politiegeleide, naar het gebouw van het Nat. Soc. Ned. Arb. Partij [Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij, opgericht in 1931 – Reporters Online] aan de Prinsengracht gebracht.

Wij hebben meerdere menschen gesproken, die het relletje hadden meegemaakt. Hun lezing van het geval stemde vrijwel overeen en waar er van den aanvang af en ook niet den geheelen tijd politie aanwezig was, hebben wij geen redenen om te twijfelen aan wat ons werd meegedeeld.

Maar dan volgen daaruit enkele vragen. In de eerste plaats deze, of het in ons land, waaruit buitenlandsche rood-front-strijders nauwgezet worden geweerd, toegelaten kan worden, dat geuniformde Duitsche fascistische jeugdleden op uittartende wijze een vreedzame bevolking treiteren en uitschelden?

En in de tweede plaats zouden wij willen weten, wat er gebeurt, wanneer geuniformde Reiksbanierleden [bedoeld is: Reichsbanner-leden, de Reichsbanner was (en is) een Duitse sociaal-democratische organisatie – RO] zich op een onzer antimilitaristische grensmeetings zouden vertoonen. Wij vreezen, dat zij niet zouden worden toegelaten.

Wat de fascisten er van zeggen

Op het bureau aan de Prinsengracht van de N.S.NA.P., het Nederlandsch filiaal van de Hitlerbeweging, ontving men den rooden verslaggever met voorkomendheid. We zijn hier niet in Duitschland. Wel ziet van alle zijden de doordringende blik van de beeltenis van Adolf Hitler op den bezoeker neer, maar men pakt de “Joden en Marxisten”, er in ieder geval niet in hun kraag.

Zoodat wij een rustige gelegenheid vonden om met den heer Albert van Waterland [wiens echte naam Albert de Joode (!) was – RO] , secretaris van de rijksleiding — leve de Duitsche imitatie! — eenige oogenblikken te spreken over het voorgevallene op het Waterlooplein. De heer Van Waterland vertelde ons, dat hij de zes geüniformeerde gasten inderdaad een paar uur had gehuisvest. Zij waren echter reeds weer vertrokken: eerst naar de jeugdherberg om wat te eten en van kleeren te wisselen en vandaar naar Haarlem.

De Hilteriaansche partijsecretaris ontkende, dat de jongelui zouden hebben behoord tot de Duitsche “Hitler-Jugend”. Het waren volgens hem padvinders. Een hunner droeg inderdaad een Hakenkruis op zijn uniform en een fascistisch vlaggetje op zijn fiets, maar de anderen zouden slechte padvindersinsignes hebben gedragen.

Op onze vraag waarom men de jongelui dan juist op het Nederlandsche Nazi-bureau had gebracht, kregen wij ten antwoord, dat een Hollandsch nationaal-socialist daartoe had geadviseerd.

Of de jongelui op de Joden gescholden hadden, wist de heer Van Waterland niet. Hij kon het ook niet ontkennen. Zijn indruk van het geval was, dat “Joden en communisten” een rel hadden gemaakt tegen jongens, die zij ten onrechte voor volgelingen van Hitler hadden aangezien. Een dergelijke meening verkondigde het communiqué, dat “de rijksleiding” over het voorval aan de pers verstrekte en dat ook ons werd ter hand gesteld. “Men heeft weer kunnen constateeren — zegt dat bericht — waartoe de , verderfelijke klassenstrijd onder de arbeiders leidt.”

Merkwaardig is wel, dat de N.S.N.A.P. zich zoo druk maakt over lieden, die volgens haar eigen verklaring niets met de partij uitstaande hebben. Dat kan nooit zuivere koffie zijn. Hakenkruisendragen en n i e t bij Hitler hooren… dat gelooft immers niemand!

De heer Van Waterland zeide ons ten slotte, dat hij den jongelui, die uit Hannover afkomstig waren en een vacantietocht door Nederland maken, geraden had verder in burgerkleeding en zonder uiterlijke kenteekenen van fascistische gezindheid rond te loopen. Héél verstandig!

In de kamer, waarin wij dit gesprek met den Hitleriaan voerden, stond een étalagepop, gekleed in de Nederlandsche N.S.N.A.P.-uniform. Bruine pet, bruin hemd, bruine rijbroek, een lederen koppel, beenkappen en een Hakenkruis om den arm en op den boord van het overhemd.

“Dat zie je toch nog niet veel in de Amsterdamsche straten!”

“Wij dragen het alleen maar in onze vergaderingen!” bekende de Hitler-man. Holland en Hitler, dat past toch niet recht tezamen…

Het Volk, 8 juli 1932

Hitlerjugend of padvinderij?

De beschrijving van de geüniformeerde Duitse pubers deed ook uw verslaggever aan de Hitlerjugend (HJ) denken, dus raadpleegden we een expert op het gebied van nazi-uniformen en de nazi-era, Gaston Vrolings: “Het donkere hoofddeksel duidt op leden van de Deutsches Jungvolk, zeg maar de jongste leden van de HJ. Het geheel lijkt me een bezoek van jongeren in het kader van Jugendherbergen-bezoek: jongeren die rondtrokken en in Jugendherbergen overnachtten. Ook de fietsen met vlaggetjes passen bij dit beeld.”

Dus ja: acht Hitlerjugend-leden, waarvan zes in uniform, fietsen op 8 juli 1932 het Waterlooplein op. Als ze merken dat het dragen van nazi-symbolen daar niet bepaald op prijs gesteld wordt, vluchten ze weg. Vervolgens roepen ze de politie te hulp en keren ze, met politiebescherming, terug naar het plein, waar ze zich provocerend gedragen. Met alle gevolgen van dien.

Vanaf 1921 berichtten Nederlandse kranten over de opkomst van Hitler c.s. 

Want wat Hitler en zijn trawanten nastreefden was in het Nederland van 1932, dus een jaar vóór Hitlers machtsovername, algemeen bekend. Al vanaf 1921 berichtten de Nederlandse dagbladen regelmatig over het toenemend geweld door nazi’s tegen Joden in Duitsland.

Het eerste bericht, 14 juni 1921 luidt:

“”Deze winter echter trad de “Deutschvölkische” beweging meer op den voorgrond, en haar organen “Beobachter”, “Miesbacher Anzeiger” enz. trachten in toon en manieren de radikaalste schreeuwers nog te overtreffen. De tactiek der Italiaansche fascisten werd in vergaderingen, in de pers en op straat door haar toegepast en de sociaaldemocratische advokaat en politicus Sänger was o.a. reeds door deze rowdy’s gemishandeld. Hitler, Eckardt c.s. prediken sabotage, ijveren voor pogroms, storen alles en ontzien slechts de Duitschnationalen, die meer en meer hun vaartuig in den demagogischen stroom sturen.”

Het eerste uitgebreide artikel over Hitler was een door diverse Nederlandse kranten overgenomen verslag van een journalist van het Acht Uhr Abendblatt. Hij had Hitler bezocht in diens partijbureau in München. We spreken begin november 1922, dus één jaar voor de beruchte Bierkellerputsch:

“De wanden hangen vol ant-semietische affiches. De orde wordt op deze kantoren gehandhaafd door vastberaden jongelieden, die ’s avonds les krijgen van gewezen officieren in het gebruik van wapens, handgranaten en gummistokken.

(…) [Hitlers] programma is niets dan anti-semietisme. Jodenhaat is zijn levensopvatting en zijn politiek. Hij verklaarde uitdrukkelijk geen staatsgreep te willen organiseeren. Wel wil hij Duitschland “reinigen van de elementen, die de rampzalige revolutie hebben op touw gezet.” Dit zijn de joden en de vreeemdelingen.” (…) “De Jood”, vervolgde Hitler, “is de pest. Elk volk dat niet waakt voor het zuiver behoud van zijn rust zal te gronde gaan. Zelfs Amerika wordt bedreigd door de Joden, negers en Chineezen. Hitler strijdt voor raszuiverheid, zoowel in Duitschland als over de heele wereld.” (…)”.

Het Haagse Avondblad beëindigde zijn versie van dit bericht met: “Hoe is ’t mogelijk, in te gaan op zulk gebral.” Een correspondent van het NRC schrijft een maand later:

“Sinds het mij eindelijk gelukt is, Hitler temidden van zijn fanatieke volgelingen te zien en te hooren, heb ik mijn meening omtrent het acute gevaar, dat zijn beweging oplevert, moeten wijzigen. Met hoog gespannen verwachtingen ging ik er heen: zou dit de man zijn, waarop honderdduizenden tot ver buiten de gelederen der nationaal-socialisten wachten? (…) Helaas, niets ervan! Hitler beantwoordt in geen enkel opzicht aan de gestelde verwachting. Zijn uiterlijk is nietszeggend, zijn redevoering heeft rhetorisch niets om het lijf en de uitwerking ervan berust uitsluitend ope steeds herhaalde banale en holle frasen tegen de joden.”

Maar op 23 december 1922 bericht de Utrechtse krant Het Centrum:

“Geen enkel gerechtshof [in Beieren] is ook bereid, tegen de misdaden der nationaal-socialisten op te treden, hoewel hun strafregister dagelijks in omvang toeneemt. Aanvallen op joden en socialistische arbeiders zijn aan de orde van de dag. Bijeenkomsten van tegenstanders worden zonder meer uiteengejaagd. Bij de nationaal-socialistische manifestaties is steeds een storm-commando aanwezig, om iederen andersdenkende, die aan zijn meening uiting geeft, bloedig te mishandelen.”

Pleidooi voor monument

Honderd jaar en tientallen miljoenen doden later weten we dat uiteindelijk alleen geweld het nazigebral en de naziterreur heeft kunnen stoppen. Voorgoed? Nee – waakzaamheid blijft geboden. Alleen daarom al zou plaatsing van een monument op het Waterlooplein ter herinnering aan dit eerste Joods-Nederlandse verzet tegen de naziterreur de moeite van het overwegen waard zijn.

Bronnen

De dood van Gareis. De Nieuwe Courant, ‘s-Gravenhage, 14-06-1921.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000761117:mpeg21:a00042

De omkeer in Beieren. Nieuwe Rotterdamsche Courant, Rotterdam, 27-09-1921.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010025686:mpeg21:a0118

De toestand in Beieren. Nieuwe Rotterdamsche Courant, Rotterdam, 12-11-1922.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010026271:mpeg21:a0092

Uit het buitenland. Het Avondblad, ‘s-Gravenhage, 13-11-1922.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB27:017880077:mpeg21:a00024

Het anti-semitisme in Duitschland. Dragtster Courant, Drachten, 17-11-1922.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMTRES03:000850092:mpeg21:a00002

Kalmte na den storm. Nieuwe Rotterdamsche Courant, Rotterdam, 02-12-1922.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010026307:mpeg21:a0161

Fascisme in Beieren. Het Centrum, Utrecht, 23-12-1922.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010000918:mpeg21:a0173

Duitsche padvinders lastig gevallen. De Standaard, Amsterdam, 08-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:001879007:mpeg21:a00102

Het Waterlooplein in opschudding. Duitsche Hitlerianen de aanleiding. Het Volk, Amsterdam, 08-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011116937:mpeg21:a0130

Relletjes in het Amsterdamsche Ghetto. Hitlerianen aangevallen. Haagsche Courant, ‘s-Gravenhage, 09-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB04:000146752:mpeg21:a0006

Nazi’s te Amsterdam. De Volkskrant, ‘s-Hertogenbosch, 09-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB12:000150008:mpeg21:a00034

Hitlerianen aangevallen. De Zuid-Limburger, Kerkrade, 09-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMCC02:211204060:mpeg21:a00012

Duitsche jongens lastig gevallen. De Tijd, ‘s-Hertogenbosch, 09-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010535125:mpeg21:a0067

Padvinders met het hakenkruis. Relletje op het Waterlooplein. Algemeen Handelsblad, 09-07-1932.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010967749:mpeg21:a0169

Foto (kop): Uitsnede van cover van tijdschrift De Stad Amsterdam, 11de jaargang, nummer 50, 26 februari 1932: “Joodse kooplui Waterlooplein.” Fotograaf onbekend. Collectie Jan Willemsen. https://www.flickr.com/photos/[email protected]/20595930513

Foto van Deutsches Jungvolk: Bundesarchiv / collectie Gaston Vrolings

Mijn gekozen waardering € -

Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie.
Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.