STEUN RO Met de moord op oppositieleider Jorge Eliécer Gaitán vandaag precies zeventig jaar geleden werd op lugubere wijze het startschot gegeven voor één van de meest bijzondere voetbalcompetities ooit. Een competitie waar Europese vrijbuiters, Zuid-Amerikaanse wereldsterren en listige voetbalbobo’s ervoor hadden gezorgd dat het beste clubvoetbal ter wereld zich afspeelde in een door burgeroorlog…

STEUN RO

Met de moord op oppositieleider Jorge Eliécer Gaitán vandaag precies zeventig jaar geleden werd op lugubere wijze het startschot gegeven voor één van de meest bijzondere voetbalcompetities ooit. Een competitie waar Europese vrijbuiters, Zuid-Amerikaanse wereldsterren en listige voetbalbobo’s ervoor hadden gezorgd dat het beste clubvoetbal ter wereld zich afspeelde in een door burgeroorlog verscheurd land. Maar hoe kwam het dat een land dat voor 1948 niet eens een profcompetitie had, drie jaar later bijna alle Zuid-Amerikaanse voetbalsterren binnen de landsgrenzen had?

Afgelopen oktober waren er tachtig minuten verstreken tijdens het WK-kwalificatieduel tussen Peru en Colombia. Sterspeler Radamel Falcao van de Colombianen keek naar het scorebord zag dat het 1-1 stond. Hij kende de uitslagen op de andere velden en liep naar zijn Peruviaanse tegenstanders toe. Deze tussenstand als einduitslag zou voor beide landen perfect zijn. Colombia kon zich opmaken voor het wereldkampioenschap terwijl Peru play-off-duels mocht spelen. Met de uiteindelijke 1-1 eindstand had het er alle schijn van dat er een salonremise was afgesproken tussen de twee Zuid-Amerikaanse teams. In de Latijns-Amerikaanse media werd al snel gesproken over het ‘pact van Lima’ naar de stad waarin de wedstrijd werd gespeeld. Met de term ‘pact van Lima’ werd onbedoeld gerefereerd aan het ‘Pacto de Lima’ van oktober 1951. Toen werd er besloten dat de FIFA-schorsing aan het adres van Colombia werd opgeheven mits de profbond van het land een einde maakte aan El Dorado, de bijnaam van de profcompetitie in het land.

La Violencia
Toen Mariano Ospina Pérez in 1946 aan de macht kwam, werd het onrustig in Colombia. Zijn conservatieve regering leidde een periode in die bekend werd als La Violencia. Een term die ook zonder vertaling een lugubere uitwerking heeft. Met de moord op de linkse politicus  Gaitán op 9 april 1948 ging La Violencia zijn meest gewelddadige fase in. Dit zette het gehele land in brand en zou een tienjarige burgeroorlog inleidden waarin honderdduizenden mensen de dood vonden. In de wanhoop om de problemen op te lossen werd er gezocht naar een middel om de pijn te verzachten. Dat werd gevonden in voetbal.

Het Colombiaanse voetbal was tot de zomer van 1948 onderverdeeld in een verzameling regionale amateurcompetities. Aangewakkerd door een desperate regering konden de voorstanders van profvoetbal hun gang gaan. In minder dan 130 dagen na de fatale schoten op Gaitán ging de Dimayor (profcompetitie) van start. Het hielp. Eens per week was het geweld even weg uit de straten en werd het land tijdelijk verdoofd. Het was echter geen oplossing voor de binnenlandse problematiek.