Vele ogen zijn nu gericht op de Colombianen die met alles wat ze kunnen dragen uit Venezuela naar hun vaderland vluchten. En daar heeft Venezuela’s president Nicolás Maduro ons waar hij ons hebben wil: weg van de binnenlandse problemen in zijn land.

STEUN RO

Het zijn hartverscheurende taferelen: met bedden, kasten, koelkasten en matrassen op hun rug waden honderden mannen en vrouwen de grensrivier de Táchira over. Een klein kind met een van zijn auto’s in zijn ene hand en een emmer met wat spullen in de andere. Een meisje dat haar hondje draagt. Humanitarian Response, onderdeel van de Verenigde Naties, heeft becijferd dat er sinds Venezuela de grens met Colombia sloot, op 22 augustus, 1088 Colombianen zijn gedeporteertd. Rond de 4260 zouden uit angst voor een gewelddadige uitzetting al hun biezen hebben gepakt en zoals op de vele beelden te zien is, met hun huisraad de rivier oversteken.

Amnesty International heeft de wijze van uitzetting heftig bekritiseerd: de huizen van mensen worden vernietigd, hun bezittingen gestolen en, het ergste, in veel gevallen zijn ouders gescheiden van kinderen, bijvoorbeeld omdat de ouders op het moment van het sluiten van de grens in Colombia waren en de kinderen in Venezuela.

Smokkel

De Colombiaanse autoriteiten doen er nu alles aan om hun gestrande landgenoten op te vangen en aan (tijdelijke) woonruimte te helpen.

President Maduro heeft de belangrijkste grensovergangen gesloten vanwege de smokkel uit Venezuela naar Colombia en omdat er naar zijn zeggen Colombiaanse paramilitairen de grens oversteken en in Venezuela terreur zaaien. Het eerste snijdt wel hout, het tweede lijkt uit de lucht gegrepen. Al jaren bivakkeren guerrillero’s uit Colombia, de vijanden van de paramilitairen, ongestoord in het oostelijke buurland Venezuela.

Al maanden heerst er schaarste van allerlei eerste levensbehoeften in Venezuela: voedsel, medicijnen, toiletpapier, maandverband, auto-onderdelen. Ja zelfs het hop voor het bier was op. Venezuela produceert heel weinig zelf en moet dus bijna alles importeren, maar door de enorme prijsdaling van de olie, waar het land bijna helemaal van afhankelijk is, heeft Venezuela geen geld om te importeren.

Dus is er groeiende schaarste van producten, en zoals dat altijd gaat in dit soort situaties, zijn er mensen die er een slaatje uit slaan, zowel Venezolanen als Colombianen.

Met lege handen

In Venezuela worden ze de bachaqueros (spreek uit batsjakeros, met klemtoon op de e) genoemd, naam van een mierensoort die tig keer zijn eigen gewicht kan dragen. Deze mensen staan altijd vooraan in de ellenlange rijen staan voor de winkels, slaan zoveel mogelijk producten in tegen de officiële prijzen en verkopen die op de zwarte markt voor drie, vier of nog meer keer zo veel. Degene die het kan betalen, koopt van een bachaquero, wie het geld niet heeft moet in de rij staan. Steeds vaker gebeurt het dat mensen met lege handen, na uren wachten, weer naar huis gaan en steeds vaker gebeurt het dus ook dat er onregelmatigheden uitbreken. Mensen vechten om spullen. Winkels of de vrachtwagens die deze bevoorraden worden geplunderd. De eerste verhalen dat steeds meer Venezolanen niet meer drie maaltijden per dag kunnen nuttigen, hebben ook al het licht gezien.

De schaarste wordt verergerd omdat er nog steeds veel naar buurland Colombia gesmokkeld wordt. Colombianen reizen op en neer naar hun oosterbuur om rijst, melk en andere producten te kopen. Die kunnen ze voor een veel hogere prijs in hun eigen land verkopen. Zelf heb ik op een van mijn busritten tussen de Caribische havenstad Barranquilla in Colombia, waar ik indertijd woonde, en de Venezolaanse hoofdstad Caracas gezien hoe dat gaat.

Terugkerend van Caracas zat ik op een donderdagmiddag in een bus die voor zeker een derde gevuld was met God aanroepende Colombiaanse vrouwen uit het hele Caribische gebied, dat Hij het toch zou verhoeden dat er onderweg politiecontroles zouden zijn. Waar controleert de politie op? Smokkel natuurlijk.

Pasgeboren dochter

Onder alle busstoelen lagen dozen en zakken met handelswaar die deze vrouwen in hun woonplaats gingen verkopen en uiteraard zat de bagageruimte onderin ook compleet vol. Op een andere rit kwam ik een arme drommel tegen, een jonge knul, ook Colombiaan, die reisde met een koffer vol pakken melk. Hij werd op weg naar Colombia bij de grens gesnapt door de Venezolaanse douane. De melk werd in beslag genomen en de knul was ontroostbaar. Het was, snikte hij, melk voor zijn pasgeboren dochter. Hij had geluk dat hij niet werd gearresteerd. Waarschijnlijk was dat omdat andere passagiers voor hem hadden gepleit bij de altijd brute en corrupte Venezolaanse douanebeambten.

Nu zien we honderden, zo niet duizenden andere arme drommels uit Colombia met hun hele hebben en houden de rivier oversteken. De Venezolaanse autoriteiten jagen op Colombianen die illegaal in het land wonen en dat zijn er nogal wat. Ooit, soms tientallen jaren geleden, met hun schamele bezittingen gevlucht voor de oorlog in Colombia, en nu noodgedwongen weer terug naar hun land, nog steeds in oorlog, maar in onderhandeling over vrede. Overigens zijn er ook beschuldigingen van Colombianen die wel legaal in Venezuela waren en wier papieren door de politie of soldaten domweg zijn verscheurd.

Venezolaanse prostituees

Ondertussen is in de straten van Caracas, Barquisimeto of Maracaibo – de belangrijkste steden van Venezuela – de situatie eerder verslechterd dan verbeterd. De pers heeft het daar nauwelijks meer over nu alle aandacht naar de humanitaire ramp bij de rivier de Táchira uitgaat. De Venezolaan gaat langzaam steeds verder kopje onder. Op Curaçao of Aruba krijgen de Dominicaanse en Colombiaanse prostituees voor het eerst sinds mensenheugenis concurrentie van vrouwen uit Venezuela. Velen gaan er zogenaamd op vakantie zonder hun retourticket naar hun land te gebruiken. Ze proberen er een baantje te vinden of een handeltje op te zetten.

In december zijn er parlementaire verkiezingen. Volgens de peilingen staat de PSUV, de partij van de regerende socialstische president Nicolás maduro, er niet goed voor. Tegenstanders van de regering zeggen dat de maatregelen tegen de Colombianen en tegen de smokkel alleen maar een rookgordijn zijn om de binnenlandse problemen en vooral het onvermogen van de regering om ze op te lossen te verhullen. Door in het grensgebied de noodtoestand uit te roepen, probeert Maduro volgens zijn critici een reden te bedenken om de verkiezingen uit te stellen.

Ondertussen probeert de Colombiaanse regering met Maduro te praten en hem te bewegen tot een menselijker beleid. Hij lijkt nog niet erg gevoelig te zijn voor de Colombiaanse druk en gaat een gesprek met zijn Colombiaanse ambtsgenoot Juan Manuel Santos uit de weg. Maduro heeft geen haast om dit probleem op te lossen. Maar het maakt de problemen met zijn eigen burgers niet kleiner.

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.