Deze week domineerden ze weer de media: een bepaald type betweterige mannen die vlak na de oorlog zijn geboren. Vroeger waren die verlicht, progressief en idealistisch, maar daar is nu niet zoveel van over, constateert Alain Verheij.

Mijn hemel, welkom in de week van de babyboomers. De generatie die ons na de oorlog voor altijd van het fascisme moest afhelpen. De generatie die het land weer opbouwde en tegelijkertijd verlichte waarden meegaf. De generatie die ons verloste van alle naar spruitjes riekende waarden, meningen en regeltjes die de kerk van de jaren ’50 ons op wilde dringen. De generatie die tiener was tijdens de Summer of Love, de idealistische hippie-protesten en de seksuele revolutie.

En nu dan Jeroen Pauw

Nu zitten we met zo’n Jeroen Pauw (1960). Wat doet hij tegenwoordig? Hij mag nog graag met andere babyboomers grappen en grollen over de Bijbel die inmiddels geen hond meer leest. Letterlijk tenhemelschreiend zwakke televisie. Maar komt hij vers idealisme tegen, dan smoort hij dat het liefst in de kiem. Zo was daar deze week Anne Fleur Dekker.

Dekker, activist, publicist en (toen nog) politiek medewerker van GroenLinks in Hilversum, zat aan tafel omdat zij op advies van de politie moest onderduiken voor boze neonazi’s. Ze had een kritisch blog over Thierry Baudet geschreven, waarna het Forum voor Democratie én Geert Wilders hun horden op haar afstuurden door wat oude tweets uit hun verband te trekken om haar verdacht te maken. Fris verhaal.

Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.