De AK-partij regeerde Turkije het afgelopen decennium in zijn eentje en met steeds strakkere hand. In twee vierluiken portretteert Tan Tunali de winnaars en verliezers van dertien jaar AK-partij. In deel een van de winaaars direct de allergrootste winnaar: De almachtige president Erdogan, die de decennialang onderdrukte religieuze klasse een stem gaf, de laatste jaren met een steeds repressievere politiek.

STEUN RO

Hoe groeide de man die dertien jaar geleden door het Westen werd omarmd als democratische hervormer uit tot de autoritaire leider van vandaag? En waarom geniet hij, ondanks de toenemende staatsrepressie, nog altijd immense populariteit onder de bevolking? Een duik in de Turkse volksaard en de levensloop van de machtige leider.

Opgelegde modernisering

Halit Ayarci is geestelijk vader van een instituut dat de klokken gelijkzet. Inspecteurs van het immense, maar overbodige instituut delen boetes uit aan mensen wier klok achterloopt op de centrale klok.

In de satirische roman Het Klokkengelijkzetinstituut (1962) steekt de schrijver Ahmet Hamdi Tanpinar zo de draak met de opgelegde modernisering die Mustafa Kemal Atatürk doorvoerde nadat hij in 1923 de Turkse Republiek stichtte. Atatürk maakte het staatsapparaat seculier, schafte de fez af en verving het Arabische schrift door het Latijnse. Het ideaalbeeld was een moderne, seculiere staat naar westerse snit.

De ingrijpende veranderingen in de samenleving gingen gepaard met grote problemen. Iedereen die niet aan het moderne ideaalbeeld voldeed, werd hard onderdrukt. Van Koerden die hun eigen taal wilden spreken, tot gelovigen die hun religie in de publieke ruimte wilden belijden; de seculiere hervormers rukten het land hardhandig los van de geschiedenis, met het leger als poortwachter.

Die geschiedenis volledig loslaten bleek zo eenvoudig nog niet. In Tanpinars woorden: in een samenleving die ‘in volle galop voorwaarts is gegaan,’ zijn er veel mensen die hun mening niet durven te geven. Zomaar je geloof, schrift en levenswijze opzij zetten bleek vaak een onmogelijke opgave.

Van voetballer tot politicus

Het verhaal van Recep Tayyip Erdogan (Istanbul, 1954) is onlosmakelijk verbonden met de door Tanpinar bespotte modernisering van de Turkse republiek. ‘De lange man,’ zoals zijn bewonderaars hem liefkozend noemen, groeide op in de rauwe Istanbulse volkswijk Kasimpasa, als ijverige zoon van een autoritaire vader. Hij studeerde bedrijfskunde, voetbalde op semiprofessioneel niveau en was actief in verschillende (islamitische) jeugdbewegingen.

Nadat zijn vader een transfer naar de grote voetbalclub Fenerbahçe blokkeerde, richtte Erdogan zich volledig op de politiek. Hij kwam terecht bij de Welvaartspartij van zijn voorbeeld Necmettin Erbakan, een voorman in de islamitische politiek in Turkije. De Welvaartspartij werd in 1998 door Het Constitutioneel Hof verboden. Het hof zag in de partij een ‘bedreiging van het seculiere karakter van de Turkse staat.’

Erdogan kreeg vaker met seculiere repressie te maken. Toen hij in 1997 in de oostelijke provincie Siirt een religieus gedicht voorlas, belandde hij vier maanden achter de tralies. Drie jaar eerder was hij verrassend tot burgemeester van Istanbul gekozen. In die functie verbeterde hij de infrastructuur van de stad enorm en pakte hij de welig tierende corruptie aan.

Met zijn successen verbaasde hij vriend en vijand, maar de weerstand tegen Erdogan bleef groot, voornamelijk vanwege zijn islamitische achtergrond. Zijn uitspraken ‘democratie is een trein waar je van afspringt als je je bestemming bereikt’ en ‘je bent of seculier of islamist, niet allebei’ joegen seculiere Turken de rillingen over het lijf.

Oprichting AKP

In 2001 richtte Erdogan, met veelal uit de verboden Welvaartspartij afkomstige geestverwanten, zijn eigen partij op: de Partij voor de Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP).

De electorale afkeer van het politieke establishment, verantwoordelijk voor opeenvolgende financiële crises, leidden bij de verkiezingen in 2002 tot een politieke aardverschuiving. De nieuwe, zichzelf als conservatieve, centrumrechtse partij presenterende AKP beloofde een einde te maken aan de corruptie en behaalde direct een absolute meerderheid in het parlement.

De economische successen waren evident. Het liberale beleid van de AKP leidde tot hoge groeicijfers, teruggedrongen inflatie en een aantrekkelijk investeringsklimaat. Ook politiek bood de AKP Turkije na de chaotische verlopen jaren negentig – waarin mislukte coalities elkaar opvolgden – de stabiliteit waar het land behoefte aan had. Onder leiding van Erdogan won het drie opeenvolgende algemene verkiezingen, het percentage stemmen steeds verbeterend.

Ook in Europa werden Erdogan en de AKP met gejuich onthaald. Het zocht toenadering tot de Europese Unie en wilde afrekenen met het leger, dat sinds 1960 viermaal een democratisch gekozen regering tot aftreden had gedwongen. Dat klonk beleidsmakers op de Brusselse burelen als muziek in de oren. In 2005 opende de unie officieel de toetredingsonderhandelingen. De EU bleek voor de AK-partij een instrument in samenspel waarmee ze achtergestelde groepen – en daarmee zichzelf – meer rechten kon toekennen.

Gevangenschap als geschenk uit de hemel

In het centrum van de macht bleek de oppositie sterker en talrijker dan ooit tevoren. Erdogan kon het eerste jaar na de verkiezingsoverwinning als partijleider het premierschap nog niet aanvaarden. Er liep nog een verbod, voortkomend uit zijn gevangenisstraf.

Zowel het gevangenschap als het verbod bleken voor Erdogans politieke leven een geschenk uit de hemel. ‘Iemand die al de potentie had uit te groeien tot een politiek leider kreeg zijn mythische status nu op een presenteerblaadje. In hun angst voor de electorale aantrekkingskracht van Erdogan probeerde men [de seculieren, TT] hem te stoppen, maar dat pakte volkomen contraproductief uit,’ aldus journalist Rusen Çakır, auteur van een politieke biografie over Erdogan.

Dat bleek. Na een grondwetswijziging nam Erdogan in 2003 het stokje over van Abdullah Gül, die het premierschap op ad-interimbasis had vervuld. Hij leidde de partij tien jaar lang succesvol tot hij vorig jaar tot president gekozen werd. ‘Ik heb politiek altijd als een marathon gezien,’ sprak hij bij de aanvaarding van dat ambt.

De seculiere oppositie vermoedde dat Erdogan er een geheime agenda op nahield. Hij zou van plan zijn een islamitische staat te creëren. In 2008 probeerde het Constitutioneel Hof de AKP, een jaar eerder met 47 procent van de stemmen democratisch herkozen, daarom te verbieden.

Het hof slaagde niet in zijn missie, maar de zaak bleek een keerpunt. ‘Vervolgingsvrienden’ noemden de oprichters van de AKP elkaar, hun lotsverbondenheid benadrukkend. Ondanks dat ze zes jaar aan de macht was en een groot deel van de bevolking achter zich wist, bleek weer dat de partij machtige vijanden had. Het reeds sterke slachtofferschap steeg hiermee nog verder.

Revanche op de elites

Slachtoffers zijn Erdogan en zijn vervolgingsvrienden al lang niet meer. In het hele staatsapparaat trokken ze de macht naar zich toe. Ze drongen het leger terug de barakken in en creëerden een eigen middenklasse. De seculiere elites zagen zich geconfronteerd met het revanchistische beleid van een groep die ze altijd onderdrukt en nooit begrepen hadden.

Ook plukten Erdogan en de AKP de vruchten van hun buitenlandbeleid, dat Turkije in de ogen van velen weer aanzien gaf in de wereld. Waar het voorheen alleen naar het Westen keek, haalde het ook de banden aan met omliggende landen. Turkije sloot met talloze landen in de regio vrijhandelsakkoorden en hief de visumverplichtingen op.

Het incident waarbij Erdogan de toenmalige Israëlische president Shimon Peres op het World Economic Forum in Davos ten overstaan van de hele wereld voor moordenaar uitmaakte, vergrootte de status van Erdogan en Turkije enorm, zowel in binnen- als buitenland. ‘Eindelijk een regionale leider die op durft te staan tegen de Israëlische staatsterreur,’ was de gedachte in menig koffiehuis.

Tijdens een verkiezingsbijeenkomst van de AKP, afgelopen weekeinde in Istanbul, verwoordde winkelier Metin Doğanyüz (54), getooid met een sjaal van ‘de grote leider,’ dit gevoel: ‘Voordat de AKP aan de macht kwam, moesten we onze hand ophouden bij het IMF, nu maken we onze eigen oorlogsvliegtuigen. We zijn een wereldmacht en er wordt naar ons geluisterd.’

Groeiende repressie

Binnenlands kregen de successen van de eerste twee regeerperiodes geen navolging. Sterker: Erdogan en de AKP bedienden zich steeds vaker van dezelfde tactieken als de door hen zo verachte seculiere voorgangers.

Nadat er genoeg macht was verworven, maakten ze korte metten met kritische geluiden. De media werden aan banden gelegd en ook andere critici van Erdogan werden vervolgd of het leven zuur gemaakt. In het eerste jaar van zijn presidentschap werden meer dan 700 mensen vervolgd voor het beledigen van de president.

Het leidde tot een tot op het bot verdeelde samenleving. In de zomer van 2013 kwamen de spanningen in alle hevigheid naar buiten. Een demonstratie ter bescherming van het Gezipark in het centrum van Istanbul leidde tot massale anti-regeringsdemonstraties in het hele land.

Besmeurd imago

Na de Geziparkprotesten raakte het imago van de Erdogan en de AKP verder besmeurd toen in december 2013 via gelekte telefoonopnames grootschalige corruptie binnen de AKP aan het licht kwam. De partij die zelf graag haar eigen onbevlekte karakter (ak betekent letterlijk ‘wit’ of ‘puur’) benadrukte, bleek aannemers om te kopen bij aanbestedingen en voor bouwprojecten beschermde gebieden tegen smeergeld open te stellen.

Erdogan zelf was te horen toen hij zijn zoon Bilal instrueerde zwart geld weg te sluizen: ‘Wat is er bij jou thuis? Zorg dat je het weghaalt,’ hoorden miljoenen Turken hun premier tegen zijn zoon zeggen. Alom wordt aangenomen dat de Gülenbeweging achter de uitgelekte telefoongesprekken zit. Jarenlang trok de AKP met die beweging op tegen de gemeenschappelijke, seculiere vijand. In grote, politieke processen vervolgde zij, met hulp van Gülenisten in de rechterlijke macht, personen die de regering zouden hebben willen afzetten.

Na het corruptieschandaal werd de Gülenbeweging zélf het lijdend voorwerp van een heksenjacht. De AKP voerde zuiveringen door in het staatsapparaat. Het is een goed voorbeeld van de pragmatische, machiavellistische politiek van Erdogan en de AKP.

Grondwetsreferendum aanstaande

Hoewel de Turkse grondwet de president nauwelijks uitvoerende macht toebedeelt, domineert Erdogan de AKP en de Turkse politiek momenteel als nooit tevoren. ‘Het systeem is veranderd. Een gekozen president heeft andere bevoegdheden,’ zo zei hij afgelopen zomer.

Na de verkiezingen op 7 juni 2015, waarbij de AKP voor het eerst in dertien jaar de meerderheid in het parlement verloor, zette hij persoonlijk in op herverkiezingen. Met succes. De AKP herwon de meerderheid na een sterk nationalisitsche campagne. Nu hoopt Erdogan zijn macht ook grondwettelijk te bekrachtigen. Hoewel de AKP 13 zetels tekortkomt om een referendum uit te kunnen schrijven is de algemene verwachting dat de volksstemming er, linksom dan wel rechtsom, toch komt in 2016.

Met het opgelaaide conflict tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK in het zuidoosten van het land appeleren Erdogan en de AKP aan het diepgewortelde nationalistische sentiment in de Turkse samenleving. Centraal in hun discours staan het bewaren van de eenheid van de natie in de strijd tegen verschillende vijanden, in het bijzonder die van de PKK-terreur. Constant wijzen Erdogan en de AKP in samenzweringstheorieën op buitenlandse krachten die Turkije klein willen houden en willen verdelen.

Naast de buitenlandse vijanden krijgt binnenlands met name de Koerdische beweging, in het parlement vertegenwoordigd door de HDP, het zwaar te verduren. Het offensief van het leger in het zuidoosten van Turkije, waar (delen van) steden dagenlang van de buitenwereld afgesloten worden, leidde tot een humanitaire ramp met grote aantallen ontheemden en burgerslachtoffers. Koerden zien zich in de Turkse media middels een nationalistische lastercampagne continu beschuldigd van terrorisme en verraad aan de Turkse natie. HDP-politici worden vervolgd en gevangengezet, partijgebouwen in brand gestoken.

Als de nationalistische wind sterk genoeg blijkt voor een grondwetswijziging kan Erdogan in 2016 zijn macht nogmaals vergroten en zijn eigen klokken definitief gelijkzetten, net als Halit Ayarci in Het Klokkengelijkzetinstituut.

 

    Tan Tunali studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Istanbul. Hoewel half-Turks ontluikte zijn interesse in Turkije pas tijdens zijn studie. Na talloze academische papers over het Turkse buitenlands beleid, de Koerdische kwestie en het moderniseringsproces, is het nu tijd om journalistiek te bedrijven: Reizen, praten, onderzoeken en nog meer reizen, praten en onderzoeken.