Er is lef voor nodig om een legendarisch werk te herscheppen. De Amerikaanse musicus Erik Hall nam de uitdaging aan en deed dat met Music For 18 Musicians van Steve Reich.

STEUN RO

‘Music For 18 Musicians’ van Steve Reich is een baanbrekend werk. De eerste schetsen werden door de componist geschreven in mei 1974, waarna het nog twee jaar duurde voor het stuk helemaal af was. De structuur van ‘Music for 18 Musicians’ is gebaseerd op een cyclus van elf akkoorden die aan het begin van het stuk worden gespeeld en aan het einde worden herhaald. Alle instrumenten en stemmen spelen of zingen de pulserende noten bij elk akkoord. De secties zijn getiteld ‘Pulses’ en ‘Section I-XI’. Het betreft hier ‘minimal’ in de letterlijke zin van het woord. Er is sprake van een gelijkmatige muzikale ontwikkeling in de herhaling van de motieven, zoals door de musici gespeeld op onder andere viool, cello, piano, marimba, xylofoon en klarinet en bijgestaan door de woordloze vocalen van vier zangeressen. Waar veel van zijn collega’s met dit soort exercities nogal eens op dood spoor belandden, slaagde Reich er echter wonderwel in om een fascinerende en vooral ook levende muziek te creëren, die warm is en vol van emotie. ‘Music For 18 Musicians’ is met stip Reich’s meest beroemde werk en een van de meest invloedrijke hedendaagse klassieke composities van de late 20e eeuw.

Erik Hall is een muzikant en producer die in Galien, Michigan woont. Hij maakte platen en toerde internationaal met In Tall Buildings, NOMO, Wild Belle en His Name Is Alive. In 2019 componeerde en produceerde Erik Hall de filmscore voor ‘The Night Clerk’ en leverde een bijdrage aan de muziek voor ‘The Mountain.’ Erik Hall bracht drie albums uit onder de naam In Tall Buildings.

Hij is niet de eerste die zich aan ‘Music For 18 Musicians’ van Steve Reich waagde, maar Erik Hall is wel de eerste die het beroemde werk in zijn eentje speelde en opnam. Een unieke prestatie. Met verbluffend resultaat. ‘Music For 18 Musicians’ door Erik Hall is een uur durende (om precies te zijn 54 minuten) pulserende cantus van instrumentale lichtstromen, kleurrijk en hypnotiserend in muzikale schoonheid.

Met zijn solistische aanpak voegde Erik Hall een tot dan onwaarschijnlijke dimensie toe aan Reich’s muzikale monument. Alles is opgenomen in Hall’s bescheiden thuisstudio met instrumenten die voor handen waren. En zo werd een xylofoon een geprepareerde piano, een viool een elektrische gitaar … en muziek voor 18 muzikanten muziek door een.

‘Music For 18 Musicians’ is door Erik Hall in februari 2019 uitgevoerd en opgenomen met geprepareerde piano, Fender Rhodes elektrische piano, Hammond M-101 orgel, Moog Sub 37 synthesizer, Nord Lead synthesizer, elektrische gitaar, elektrische bas, Roland CR-68 drummachine en stem.

Als ik Erik Hall spreek worstelt de wereld al meer dan een half jaar met Covid-19. In dat kader zou ‘Music for 18 Musicians’ een perfect ‘quarantaine’-project zijn geweest. Volgens Hall gaan veel mensen er ook van uit dat hij het werk heeft opgenomen tijdens de ‘lockdown’.

Erik Hall: “Het is grappig, want de ironie is dat ik dit jaar niet echt iets heb geschreven of opgenomen. Ik heb me dit jaar vreemd genoeg niet erg creatief gevoeld, de wielen hebben niet echt op dezelfde manier gedraaid. Maar ik ben blij dat ik dit project heb gedaan. Weet je, het is een solo-opname van een stuk dat vrij letterlijk bedoeld is voor een groep die uitkomt in een tijd waarin we verondersteld worden ons te isoleren en alleen te werken vanuit huis. Ik ben nog steeds bezig met het verwerken van de gevolgen daarvan.”

Ik denk dat we allemaal niet alleen ons eigen creatieve brein nodig hebben, maar ook de interactie met de wereld, en met interactie met de wereld bedoel ik mensen.

“Ja, misschien is dat het wel. Dat is heel goed mogelijk en logisch. Ik nam gewoon aan dat het in deze tijd voor mij meer te maken had met een soort preoccupatie en angst of zoiets. En al ben ik niet bijzonder angstig, dit jaar is anders, en ik denk dat ik een niveau van angst leer kennen dat ik nooit echt kende. Dus ik weet het niet. Ik begin mezelf echter te pushen. Ik begin manieren te bedenken om weer aan het schrijven te komen. Ik heb wel gewerkt. Ik moest muziek maken voor andere projecten. Dus ik schrijf zo nu en dan een beetje voor film. En dat is geweldig. Ik vind het leuk om dat te kunnen doen, in mijn studio werken, creëren. Maar het is een soort muziek die een functie heeft voor iemand anders en losgekoppeld is van mijn eigen hart en ziel als artiest.”

Dus het technische deel van je werk functioneert, maar de verbinding met de ziel en het hart is op een of andere manier geblokkeerd?

“Ik weet het niet. Het is alsof ik toegang heb tot het proces van muziek maken en ik een klus voor een klant kan doen. Maar in termen van wat ik als kunstenaar wil creëren heb ik op dit moment niet echt veel te zeggen. Het is moeilijk om erachter te komen wat mijn volgende muzikale statement zou moeten zijn.”

Door de pandemie kun je niet toeren. Je hebt dus veel tijd.

“Ja. Ik heb veel werk verzet in en om het huis. Ik heb een badkamer gerenoveerd, ik ga een ombouw om onze airconditioner plaatsen, werk waar ik graag tijd in steek, zorgen voor het landschap en zo.”

Terug naar ‘Music For 18 Musicians’. Ik heb ergens gelezen dat het je partner was die je suggereerde het stuk op te nemen.

“Dat klopt.”

Waarom deze suggestie en waarom dit stuk?

“De suggestie kwam in een opwelling, gewoon een beetje terloops. Het was ergens in december 2018. Ze wist dat ik in een soort stemming was dat ik mij afvroeg waar ik nu aan wilde werken. Eerder heb ik liedjes geschreven en opgenomen en platen uitgebracht en als een rockband getoerd. Het werd tijd om een nieuwe plaat te maken. Ik had echter geen zin om dat te doen zoals ik eerder had gedaan. En toen vroeg zij of ik er ooit aan had gedacht om een cover van ‘Music For 18 Musicians’ te maken. Ze zei dat omdat ze weet dat het mijn favoriete stuk is. Zolang als ik haar ken is het mijn desert island muziek. Dus voor haar was het gewoon iets dat in haar opkwam, een suggestie van iets om mezelf bezig te houden. En het was een van die dingen waarbij ik dacht: Waarom niet? Natuurlijk wil ik dat doen, en ga ik dat doen. Het voelde meteen als een volkomen natuurlijk iets om te proberen. En niet om uit te brengen, alleen voor mijn eigen plezier en om te zien hoe het zou gaan en wat ik ervan zou kunnen leren. En dus besloot ik om er die winter, januari, februari 2019, mee aan de slag te gaan.”

En begon je aan het stuk te werken in je thuisstudio…

“Mijn aanpak was simpelweg om de instrumenten te gebruiken die ik in mijn studio bezit en die ik kan bespelen. En dat zijn toevallig veel keyboards, gitaren, bassen. Ik speel drums, maar het is duidelijk dat er geen drums op staan, wel is er op een gegeven moment een drummachine. Ik wilde gewoon een solo-versie van het stuk spelen met de instrumenten die ik bij de hand heb en heel goed nadenken over hoe ik elk instrument dat Reich in het stuk gebruikt, zou kunnen vertalen naar iets van mijzelf. Ik wilde dat het niet zomaar iets was. Ik zou geen marimba-partij op een gitaar spelen. Voor mij was het logischer om de marimba te spelen als een soort geprepareerd pianogeluid. Dus in plaats van mallet-percussie en precies te volgen wat hij deed, besloot ik dat ik mijn piano ging gebruiken om de marimba’s te doen en mijn Fender Rhodes om de piano’s en de vioolpartijen te spelen die een soort van staccato zijn. Wat betreft de cellopartijen, ik was in staat om die te vertalen naar elektrische gitaar, elektrische bas, terwijl de vioolpartijen die juist lang aangestreken waren met aanhoudende noten, weer veel logischer waren op een orgel. Het ging er een beetje om hoe elk instrument zich gedraagt en hoe het mogelijkerwijs kon worden weergegeven. Op die manier selecteerde ik instrumenten uit mijn eigen verzameling: piano, elektrische piano, gitaar, bas, orgel, Moog synthesizer en een Nord-synthesizer. En ten slotte het maraca-deel, dat werd een drummachine. Vervolgens heb ik alle zangpartijen ingezongen. Ik besloot dat de zang gewoon zang moest zijn. Ik wilde de vocalen niet in mijn eigen register opnemen, omdat dat het karakter zou veranderen. Maar ik wilde mijn stem ook niet zo zwaar vervormen dat het afleidend, gimmickachtig of raar zou zijn. Dus ik zong alle delen, verhoogde ze vervolgens een octaaf en filterde ze, maakte ze veel meer gedempt en plaatste ze een beetje meer naar achter in de mix. Ze klinken onnatuurlijk, maar ze leiden niet af van wat er gebeurt.”

Ontwikkelde het proces zich tijdens de opname of had je alles al eerder uitgewerkt?

“Een beetje van beide. Ik werkte het opnameproces uit terwijl ik er mee bezig was. Maar ik heb er in het begin ook veel tijd in gestoken om te proberen alles technisch te controleren, zodat ik, toen ik het stuk echt begon te leren spelen, niet al te veel over de logistiek hoefde na te denken. Ik heb een goede twee of drie weken gebruikt om gewoon te experimenteren en mij onder te dompelen in verschillende secties. Een voorbeeld is de piano. Waar moeten de microfoons worden geplaatst? Ik plaatste viltjes tussen de snaren en de hamers om de aanslag een beetje te verzachten. En dan was de vraag welke microfoons enzovoort. Dus voor elk instrument bedacht ik hoe ik wilde dat het werd opgenomen en hoe ik wilde dat het werd gespeeld. En ik zorgde ervoor dat alles klaar was, zodat toen het tijd was voor de daadwerkelijke uitvoering, het gewoon een beetje natuurlijk kon komen. Maar dat gezegd hebbende, ik deed dat niet bij alles. Een voorbeeld is de xylofoonpartij, die komt pas echt binnen in ‘Section II’, wat ongeveer tien minuten in het stuk is. Tegen de tijd dat ik begon met ‘Section II’ had ik al veel dingen opgenomen. Dit is echter een voorbeeld van iets dat ik tijdens het proces ontdekte, zo van: oké, hier komen wat xylofoons, hoe wil ik dat die klinken? Maar toen ze weer terugkwamen in ‘Section III’, wist ik al hoe het zou werken. Ze waren al bedacht, net als het gebruik van de drummachine die pas in ‘Section VI’ binnenkomt. Het was een lineair proces, ja.”

Dus het is niet zo dat je gedurende het proces door ervaring wijzer terug bent gegaan en een sectie opnieuw hebt opgenomen?

“Nee. Ik heb zoveel mogelijk voorbereid en toen ben ik begonnen en heb ik een hele sectie gedaan, elk instrument daarin, op één dag. Dus ik begon en deed ‘Pulses’ en de volgende dag deed ik ‘Section I’, ‘Section II’ enzovoort. En tegen de tijd dat ik bij het laatste deel kwam, ‘Pulses’ twee, was ik klaar. Alleen de zang deed ik apart. Ik deed alle instrumenten en vervolgens ging ik terug en deed de zang in zijn geheel.”

En toen was de opname klaar. Die maakte je eerst voor je eigen plezier, maar op een gegeven moment besloot je het werk uit te brengen. Hoe ging dat?

“Ergens halverwege het proces had ik het gevoel dat het goed ging en dat dit misschien moest worden gedeeld. Ik voelde gewoon opwinding toen het eenmaal op gang kwam. En zo kwam het bij me op dat het stuk misschien de moeite waard was om uit te brengen. Dus toen ik klaar was, stuurde ik het naar mijn label, Western Vinyl, met wie ik al eerder had gewerkt en ze waren er erg enthousiast over.”

‘Music For 18 Musicians’ van Steve Reich is mijn desert island muziek

Heb je een kopie van de opname naar Steve Reich gestuurd?

“Dat heb ik niet. Ik was het wel van plan en wachtte tot ik fysieke exemplaren beschikbaar had. Maar voordat ik er zelfs maar aan toe was, e-mailde hij me, nadat hij het stuk al ergens online had gehoord, waardoor ik bijna uit mijn stoel sprong. Ik kon het niet geloven. Ik kreeg een e-mail van Steve Reich en hij was daarin heel aardig en schreef gewoon dat hij mij wilde feliciteren en bedanken. Hij zei dat hij net klaar was met het luisteren naar de secties ‘IV’ tot en met ‘XI’. En hij zei: je hebt het stuk muzikaal en emotioneel heel precies opnieuw uitgevonden. Dat betekende gewoon zoveel voor me, dat hij zei dat hij zo dacht over wat ik had gedaan. En ik vind het ook geweldig dat hij niet naar het hele ding luisterde, hij luisterde naar ‘IV’ tot en met ‘XI’. Om de een of andere reden vond ik dat best gaaf. Dus ja, dat was echt opwindend en een eer, eerlijk gezegd, om van hem te hebben gehoord, en onwerkelijk.”

Deze versie van ‘Music For 18 Musicians’ is weliswaar opgenomen door één muzikant, maar zijn er plannen om het stuk met een band, met een groep misschien live te gaan spelen?

“Ik zou deze versie absoluut met een groep live willen doen. De uitdaging daarbij is hoeveel het gaat kosten om zoveel muzikanten bij elkaar te brengen en te repeteren. Ik heb nog niet uitgezocht of ik daarvoor financiering kan krijgen. En toen sloeg de pandemie toe. Het is dus niet echt de tijd om dat te proberen, maar misschien in de toekomst. Ik zou dat heel graag willen. Maar ondertussen ben ik wel in gesprek met een locatie in New York City. Ze hebben daar een heel geavanceerd geluidssysteem en ze zouden er graag een installatie met de opname van mijn versie van het stuk willen presenteren. Dat zou een soort luisterervaring zijn voor een heel klein publiek. En we willen ook optredens waarbij het gewoon een installatiestuk is, maar dan gekoppeld aan een aantal uitvoeringen, waarbij ik enkele delen daadwerkelijk solo speel. Dat zou begin volgend jaar kunnen gebeuren. Maar het hangt van zoveel dingen af. En, zoals je vast wel weet, is in New York en in de Verenigde Staten als geheel de pandemie nog lang niet onder controle is. Dus, ze willen het doen en ik hoop dat het kan gebeuren. Maar we kruisen gewoon onze vingers dat het echt geprogrammeerd gaat worden.”

‘Music For 18 Musicians’ gaat al lange tijd met je mee in je leven, zeg je. Waarom vooral dit stuk?

“Ik hoorde het voor het eerst toen ik een student was aan de muziekschool aan de Universiteit van Michigan. Het was niet zoals alles waar ik ooit naar had geluisterd toen ik opgroeide. Toen ik jong was, speelde ik gitaar, ik zat in rockbands, hield van Metallica en jaren 90 grunge. Maar ik hield ook van klassieke muziek, was dol op Gershwin, Ravel en Sjostakovitsj. De dingen die ik leuk vond vormden bij elkaar een beetje een rare mix. Maar wat al mijn favoriete stukken van deze verschillende componisten, bands of artiesten gemeen hadden was dat ik me altijd aangetrokken voelde tot de langere nummers. Ik hield echt van een soort langzaam evoluerende stukken die lang duurden om naar te luisteren, en ik reageerde daarbij echt op het tempo van een soort van harmonische beweging. Het is jammer dat ik Metallica als voorbeeld moet gebruiken, het is zo’n polariserende band, maar ze hebben een plaat uit de late jaren 80 genaamd ‘And Justice for All’. Er staan allemaal geweldige thrash metal nummers op. Maar aan het eind is er zo’n acht minuten durend, vreemd soort episch nummer, en dat was mijn favoriet. Het was raar en lang. Toen ik op de universiteit zat, kwam Steve Reich aan bod in mijn cursus musicologie. Maar waar we het over hadden, dat waren zijn tape-loop experimentele stukken. Dat was mijn kennismaking met Reich. En die stukken intrigeerden me wel, maar ze resoneerden niet echt bij mij als muziek die ik thuis zou willen opzetten om naar te luisteren. En ergens onderweg stuitte ik op de opname van ‘Music For 18 Musicians’ en dat blies me echt van mijn stoel. Het sprak me gewoon heel direct aan. Het klonk alsof het bedoeld was om gedurende een uur te gaan zitten en gewoon te zitten, en daar hou ik van, dat was wat ik wilde in muziek. En niet te vergeten dat het harmonisch gezien niet puur experimentele muziek is omwille van … Het is niet puur academisch, het is bedoeld om van te genieten, het is harmonisch aangenaam, het is mooi en toch komt het voort uit deze new music of modern klassiek of hoe je het ook wilt noemen, een soort minimalistisch sonisch palet. Ik hield gewoon van deze combinatie van rare, schijnbaar ongelijksoortige elementen. Ik voelde een verwantschap. Ik vond het meteen geweldig.”

Het is vreemd dat je zegt: muziek om te zitten. ‘Music For 18 Musicians’ is onder andere gebruikt in een choreografie van de Belgische Anne Teresa De Keersmaeker. ‘Music For 18 Musicians’ is dus ook muziek om op te dansen.

“Absoluut. En ik denk dat ik bedoelde: gewoon een uurtje bij de muziek zijn. Alsof het voor mij gaat om de hoeveelheid tijd. Het is niet iets waar je zomaar in duikt of dat je terloops hoort. Het is alsof je van het begin tot het einde bij die muziek bent en dat het een uur duurt om dat te doen. En dat is wat ik er zo geweldig aan vind. Dus of het nu gaat om zitten of autorijden of dansen of wandelen of schoonmaken. Ik zet de muziek op en maak mijn huis schoon.”

Je noemt in verband met ‘Music For 18 Musicians’ het minimalistische palet. Wat is voor jou minimal muziek? Het is voor mij niet meer duidelijk wat het begrip inhoudt. Het lijkt meer en meer te zijn verworden tot een algemene term voor een breed spectrum van muzikale uitingen.

“Ik ben het daarmee eens. Eerlijk gezegd houdt Steve Reich er zelf niet van om ‘Music For 18 Musicians’ minimalisme te noemen. Voor hem is dat niet wat het is. En ik ben het met hem eens. Het houdt zich niet langer aan het soort regels of de esthetiek van wat misschien minimalisme was. Voor mij is dat hetzelfde als zeggen dat iets ambient muziek is. Ik weet dat Brian Eno met een soort definitie kwam of een set regels of richtlijnen voor wat ambient muziek zou kunnen zijn. Maar voor mij is dat ook een term die zinloos is geworden. Het is grappig als je in dit soort woorden verwikkeld raakt en het niet langer om de muziek gaat. Voor mij gaat het over de cultuur eromheen of de mensen die ernaar luisteren. Het is een woord voor een publiek, niet voor de kunstenaar. Ik weet hoe een ambient muziekpubliek eruitziet. Ik weet niet wat de ambient muziek per se betekent, maar ik weet wie ambient platen koopt en waar ze te koop zijn. En datzelfde zou je misschien kunnen zeggen voor minimalisme. Het is echt een cultuur. Het is niet per se wat de kunstenaar probeert te zeggen.”

Het zijn termen gebruikt om muziek op de markt te brengen, om muziek aan het publiek te verkopen?

“Ja. Kan zijn. Gewoon een manier, een woord waarmee mensen zich kunnen verhouden. Het is net als ‘voedsel van boer tot bord’. Weet je, het is alsof dat inherent goed is, maar het wordt ook uitgebuit voor marketing. Wat betekent het echt nog?”

We leven in vreemde tijden. De verkiezingen in Amerika komen eraan. Er wordt gedemonstreerd in de straten van de wereld. Kan muziek mensen veranderen? Ik stelde deze vraag ooit in een interview aan Steve Reich en hij vond van niet. Ik was het niet met hem eens.

“Ik denk meestal dat mensen diep van binnen waarschijnlijk niet zullen veranderen. Het is helaas erg cynisch, maar mensen zijn zo ongeveer wie ze zijn. Maar het gebeurt wel eens, vooral dit jaar, dat ik thuis ben en misschien heb ik een donkere dag en voel me emotioneel niet op mijn best, dat ik mij herinner dat ik een grammofoonplaat op moet zetten, en het is ongelooflijk hoeveel ik daarvan kan opknappen. Het kan me mentaal en emotioneel helemaal naar een andere plek brengen. Het is daarbij verbazingwekkend hoe vaak ik die kracht van mijn eigen platencollectie vergeet. Dat komt, denk ik, doordat ik de laatste tijd meer geneigd ben om de stilte op te zoeken. Maar als ik eraan denk om een plaat op te zetten, de juiste op het juiste moment, is het verbazingwekkend hoe diepgaand de impact is, het vermogen die de muziek heeft om de manier waarop ik me voel te veranderen. Dus ik denk dat daar iets aan de hand is. Ik denk dat er mensen zijn die muziek in een diepere quote van binnen kunnen laten doordringen dan anderen. Misschien is het dat wat je bedoelt.”

Erik Hall – Music For 18 Musicians (Steve Reich)
Western Vinyl / Konkurrent

Foto Erik Hall: © Carolina Mariana Rodriguez

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.