Frederieke Hegger interviewt economische experts over de crisis. In deze aflevering is eurocriticus Arjo Klamer aan het woord: “De as Frankrijk-Duitsland gaat breken”

STEUN RO

Terwijl de Trojka het IMF de deur wijst en de Zuid-Europese landen steeds verder wegzakken,  richt men in Brussel stapje voor stapje een bankenunie op. Wat is er aan de hand in Europa? En wat is de toekomst van de euro?

Ik spreek erover met Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie en bekend criticus van de euro. Eerder dit jaar was hij samen met onder meer financieel geograaf Ewald Engelen en historicus Thierry Baudet betrokken bij Burgerforum EU: een burgerinitiatief met een oproep tegen “de sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU” en voor een referendum wanneer een overdracht zich toch voordoet.

Maar dat was niet de eerste keer dat Klamer zich uitsprak tegen de euro. Al voor de invoering sprak hij zijn zorgen uit over de nieuwe munt. In 1992 schreef hij zijn eerste kritische column over de euro voor de Volkskrant getiteld “Europese spooktrein”, waarin hij uitlegde waarom een gemeenschappelijke munt niet zou gaan werken. De krant wilde het in eerste instantie niet plaatsen: “te radicaal”. De column werd uiteindelijk toch geplaatst en Klamer kreeg een storm van kritiek over zich heen.

Wat zag u toen aan de euro wat andere mensen niet zagen?
“Veel economen in Amerika, waar ik toen verbleef, zagen al direct dat Europa niet geschikt was voor een gemeenschappelijke munt. De Europese economieën liepen te ver uiteen. Bovendien was de invoering een politiek besluit. De euro was de prijs die Duitsland moest betalen voor het samengaan van West- en Oost-Duitsland. Via geld konden de Fransen daarmee meer macht uitoefenen. Levensgevaarlijk, spelen met vuur. Met honderd economen hebben we toen gezegd: dit is een slecht idee. We voorspelden dat de euro zou gaan werken als splijtzwam in plaats van als een bindmiddel, zoals de initiatiefnemers dat bedacht hadden.” 

Wat hebt u fout zien gaan in Europa?
“We zijn de controle over onze economie kwijtraakt. We zijn nu helemaal overgeleverd, niet alleen aan de Duitsers, maar ook aan de Grieken en Spanjaarden. Met een gemeenschappelijke euro ben je dus ook gevoelig voor wat er in Griekenland fout gaat. In Amerika hebben ze natuurlijk ook samen één munt, maar bij hen werkt het wel. Dat komt doordat hun economie anders is ingericht. Als het slecht gaat in Texas verhuizen mensen bijvoorbeeld naar een andere staat. In Europa gebeurt dat niet. Mensen in Texas betalen bovendien belasting aan Washington en krijgen daar uitkeringen van. Als het slecht gaat met Texas betalen ze minder, maar krijgen ze meer. Dat noemen we een automatische stabilisator.”

En Europa heeft dat niet?
“Nee. Als het slecht gaat met Griekenland moeten ze hun eigen boontjes doppen. En dan komt de ergste vorm van politiek bedrijven in beeld: ze schroeven de lonen omlaag. De Grieken zijn al dertig procent van hun loon kwijtgeraakt. In Nederland zou je je dat niet kunnen voorstellen. Wij schreeuwen al moord en brand als we een beetje koopkracht verliezen.”

Er zijn geen andere opties voor Griekenland?
“Alle andere instrumenten zijn kwijtgespeeld door de gezamenlijke munt. Je kan bijvoorbeeld niet meer devalueren: de prijs van je economie verlagen, door de waarde van je munt lager te maken. Daardoor wordt alles wat jij verkoopt goedkoper en wordt er dus meer verkocht. Dat kan een enorme impuls geven. Nu profiteren wij van een lage euro, daarom gaat het bijvoorbeeld ook met Duitsland zo goed. Maar voor de Grieken, Spanjaarden en Portugezen is de euro veel te duur. Op een gegeven moment is dat onhoudbaar.”

Wat zeggen politici tegen u als u kritiek levert op de euro?
“Dat ligt eraan hoe je met ze spreekt. Als je publiek met ze praat zijn ze Oost-Indisch doof. Persoonlijk daarentegen, geven ze vaak toe dat het geen goed idee was. Maar dat kunnen ze in het openbaar natuurlijk niet zeggen.”

Waarom niet?
“Bij een munt gaat het om vertrouwen, om geloofwaardigheid. Je kan dus als politicus niet openlijk gaan twijfelen aan iets fundamenteels als de euro, want dan maak je jezelf heel kwetsbaar in het politieke spel. We hebben wel eens eerder gezien dat een munt het niet redde. In 2001 ging het niet goed met Argentijnse munt, de peso. Tot op de dag voordat de boel instortte, bezworen politici dat dat nooit zou gebeuren. Want als je al over twijfels gaat spreken, gaat de markt reageren en ben je het eigenlijk al kwijt. Je moet de financiële markten voor de gek houden.”

Kunt u uw euro-kritische geluid eigenlijk kwijt in het politieke landschap in Nederland?
“Heel moeilijk. De meeste partijen sluiten zich ervan af. Behalve de SP, Partij voor de Dieren, Christen Unie en de PVV. Ik praat vooral met de SP en Partij voor de Dieren. Zij vinden: mensen die geloven in de euro, geloven in iets wat niet realistisch is, het is een naïeve droom.”

En hoe eindigt die droom?
“Ik vermoed dat Frankrijk het grote probleem gaat worden. Franse banken gaan omvallen, de pensioenvoorzieningen blijken volstrekt ontoereikend. Vervolgens komen er massale stakingen en groot verzet. Financiële markten verliezen dan hun vertrouwen in Frankrijk. Ook het noodfonds ESM blijkt ontoereikend en vervolgens weigert Duitsland in te springen. En dan breekt de as Frankrijk-Duitsland. En daar draait heel Europa om. Het zijn de twee grote jongens.”

Wat zijn de consequenties van een dergelijk scenario?
Daar gist iedereen over natuurlijk: hoe dramatisch gaat het zijn? Men schat in dat de kosten van de omzetting gigantisch zijn. Ik denk dat dat overdreven wordt.

En de rest van de wereldeconomie? Ik las dat een Grexit, het vertrek van Griekenland uit de eurozone, een van de grootste bedreigingen voor de Chinese economie is. Wat zou er met de rest van de wereld gebeuren als de gehele eurozone uit elkaar valt?
“Voor China is Europa een belangrijk uitvoergebied. Dus ze zijn wel afhankelijk van ons welvaren. Ze investeren ook veel in de Europese economie. Dat bindt je aan elkaar. China wil ook niet dat het in Amerika slecht gaat, want ze hebben bergen dollars. De verwachting is dat een Grexit tot een enorme chaos zal leiden en dat er een domino effect zal ontstaan. Ik denk dat het wel meevalt. Bovendien gaat het vroeg of laat toch gebeuren.”

Toen de financiële crisis uitbrak in 2008 zei u in het programma De Leugen Regeert dat de consequenties voor de reële economie ook wel mee zouden vallen. Hoe kijkt u daar op terug?
“Het klinkt een beetje gek, maar ik denk nog steeds dat ik daar gelijk in heb gekregen. Gedoe in de financiële sector hoeft zich niet direct te vertalen naar gedoe in de reële economie. Ondanks de paniek, bleken de effecten op de reële economie behoorlijk mee te vallen. Er was eigenlijk niet zo veel aan de hand, ondanks alle paniekpraat. Die verhalen over de crisis zijn vooral een excuus voor rechtse politici om banken en vermogende mensen te redden. En de belastingbetaler betaalt ervoor.”

Maar was de crisis niet veel erger geweest als bijvoorbeeld de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, de geldpers niet aan had gezet?
“Achteraf hadden we inderdaad meer de IJslandse strategie moeten volgen. Even de pijn voelen en banken om laten vallen. In plaats daarvan hebben we de rijke mensen gered vanwege de sterke bankenlobby.”

Waarom gaan mensen dan niet de straat op?
“Dat vraag ik me ook af. Het lijkt wel alsof mensen verlamd zijn.”

Meer Arjo Klamer: lees zijn column Weldra sterft de euro voor De Groene Amsterdammer, bekijk zijn website (die nu gehackt is, maar binnenkort vast niet meer) of lees zijn boek In hemelsnaam!

Meer over de eurocrisis: bekijk de documentaire The Great Euro Crash, volg het laatste nieuws over de eurocrisis bij The Guardian en check hier de boekentips van Burgerforum EU.

Journaliste Frederieke Hegger (@FrederiekeH) interviewt experts over de crisis en de hervorming van de financiële sector. Kijk voor de overige interviews op www.economievanmorgen.nl.

redactie@reportersonline.nl'

    Geef een antwoord