D66 kwam deze week met een wetsvoorstel voor de legalisering van wietplantages. De voormalige Amsterdamse politiecommissaris Joop van Riessen vindt dat minister Opstelten de discussie hierover aan moet gaan: ‘Het Nederlandse softdrugsbeleid is begonnen met studenten die wietplantjes kweekten.’

STEUN RO

Joop van Riessen is voormalig hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. In de jaren tachtig was hij chef van het legendarische bureau Warmoesstraat, waar hij ook onderzoeken leidde naar de corruptie van medewerkers. Van Riessen hielp mee een einde te maken aan de omstreden opsporingsmethode van het IRT-politieteam in de jaren negentig, dat zelf containers met softdrugs gecontroleerd liet doorvoeren om drugscriminelen te kunnen pakken. Van Riessen werd bekend van een succesvol optreden op het Amsterdamse Mercatorplein, toen de bevolking van Marokkaanse afkomst protesteerde na de dood van een landgenoot. Inmiddels heeft Van Riessen een communicatiebureau, en schrijft hij thrillers. Zijn laatste boek heet ‘Gijzeling in de Jordaan’ en is verschenen bij uitgeverij De Kring.

Gouden vondst

De eerste keer dat hij als politieman eind jaren zestig een plak hasj vond, was dat nog bijzonder, vertelt Joop van Riessen in zijn stamkroeg aan de Amsterdamse Noordermarkt. ‘We kenden het spul niet, het was een gouden vondst. Ik herinner me ook nog een inval waarbij we een lading in beslag namen, die vanuit Nederland Marokko was binnengekomen. We waren daardoor echt in een overwinningsroes. Dat waren wel hele andere tijden. De provo’s kondigden aan dat iedereen het huwelijksfeest van prinses Beatrix en Claus volop kon meevieren, omdat zij LSD in het kraanwater zouden doen.’

Toen heroine opkwam, verdween aandacht voor hasj en wiet

Toen de heroïne in opkomst was, verdween de aandacht voor hasj en wiet. Er werd af en toe een container met hasj onderschept, maar de politie had wel andere dingen te doen. Van Riessen: ‘We waren bezig met de overlast van de junkies, waarvan er in Amsterdam tientallen per jaar aan een overdosis overleden. In de jaren tachtig en negentig verschenen cocaïne en ecstasy op de markt, met als gevolg de opkomst van de georganiseerde misdaad, en het verschijnsel van de ripdeal. Een crimineel met de naam Ferry Koch vond dat uit in Nederland. Het lukt hem zelfs om met een gestolen politiebusje, gekleed in uniformen, een concurrerende bende te bestelen. Onder het mom van een inval.’

Meer overlast

In die tijd kreeg de grootschalige handel in wiet en hasj niet zoveel aandacht, het risico voor de groothandel daarin was dan ook minimimaal, aldus de voormalige hoofdcommissaris: ‘Dat was de tijd dat de beruchte Klaas Bruinsma zich er daarom mee bezig ging houden. In de jaren negentig waren er op een zeker moment wel 600 coffeeshops in Amsterdam. Doordat alcohol en verdovende middelen vaak nog niet gescheiden waren, leidde dit steeds meer overlast. Het liep uit de hand. Ook omdat de onderwereld vanuit een aantal van die coffeeshops opereerde. Er waren steeds meer vechtpartijen, en er was sprake van belastingontduiking. De beeldvorming rond het verschijnsel was gewoon slecht, dat had niet per se te maken met het product dat er werd verkocht. De burgemeester heeft toen besloten om een meer stringent beleid te gaan toepassen, om een zekere rust te creëren rondom de coffeeshop. Ik herinner me trouwens nog een grote inval bij zo’n dertig coffeeshops in West, waarbij de brug plotseling openging en wij met onze politiebusjes niet verder konden. Dat was even wat minder effectief.’

Hennep van de boer

Van Riessen heeft zelf nooit een joint gerookt: ‘Ik was er altijd wat angstig voor, hoewel je wel eens de neiging had wat van het spul te proberen, als het bij een inval door je handen ging. Ik had het trouwens wel goed gevonden als hasj en wiet in de loop der tijd onder de controle van de warenwet was komen te vallen. Hennep moet wat mij betreft worden verbouwd door een boer, aan wiens product eisen kunnen worden gesteld. Het zou goed zijn als hiermee wordt geëxperimenteerd. De reden die jarenlang is gehanteerd dat we dan niet aan internationale verdragen voldoen als we die handel legaliseren, is flauwekul. We kunnen dat gewoon doen, net als in de Verenigde Staten. Ook het argument van het steeds hoger wordende THC-gehalte vind ik onzinnig. Juist bij de legalisering van het spul, kun je dat gehalte checken en beïnvloeden. De vraag of we het product naar het buitenland mogen exporteren, kan dan ook aan bod komen.’

Onderbuik

De politiek die minister Opstelten momenteel voert, vind Van Riessen niet effectief: ‘Ik vind zijn softdrugsbeleid ronduit dom. Het is al duizend keer gezegd, maar dit kabinet heeft kennelijk nog steeds niet in de gaten dat je met de toepassing van het strafrecht maatschappelijke problemen niet kunt oplossen. We leven op dit moment in een wonderlijke zwart-wit maatschappij, waarin helaas weinig ruimte is voor nuance. Men luistert naar de onderbuik van de bevolking. De regering heeft het aanpakken van de georganiseerde misdaad die zich bezighoudt met de softdrugshandel topprioriteit gegeven. Terwijl ze wat mij betreft haar tijd veel beter zou kunnen besteden aan bijvoorbeeld zedenzaken, of de aanpak van kinderporno.’

'Opstelten is bang voor discussie softdrugsbeleid'

Opstelten zou volgens Van Riessen het lef moeten hebben om de maatschappelijke discussie rondom de kweek en handel in softdrugs aan te gaan. Bijvoorbeeld met de burgemeesters die willen experimenteren met gemeentelijke plantages. ‘In plaats daarvan is hij alleen maar bang voor wat zijn achterban daarvan zou vinden. Daar wil ik aan toevoegen dat ook oppositiepartijen met een wetsvoorstel kunnen komen, waar een meerderheid voor kan worden gevonden. Maar ook aan die kant liet men het tot nu toe laten liggen. Waar is men bang voor, vraag ik me dan af?’

Ook het argument dat Nederlanders meegezogen worden in de georganiseerde misdaad, omdat men plantjes kweekt voor criminelen, vind de voormalige politiebaas onzinnig: ‘Het Nederlandse gedoogbeleid is juist begonnen met een paar studenten die thuis plantjes kweekten. We moeten oppassen dat we de mogelijkheid om de handel en het gebruik van softdrugs nou eens goed te regelen, niet laten dwarsbomen. Want voor je het weet heeft deze minister de cannabis weer op lijst 1 gezet van de Opiumwet, en dan kun je het verder wel schudden. ’

Dit artikel is een bewerking van een interview dat eind 2014 in het coffeeshopmagazine Soft Secrets verscheen.

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).