Oudere Nederlandse vrijwilligers die elders vochten hebben weinig op met de jihad-strijders in Syrië en Irak.

STEUN RO

De Nederlandse politiek is bang voor de terugkeer van de ruim honderd vrijwilligers met een Nederlands paspoort die vechten in Syrië en Irak. De meesten strijden aan de zijde van radicale islamitische groepen als het al-Nusra Front en ISIS. En die zijn tot alles in staat, blijkt uit bloedige filmpjes op internet. Nu is knokken onder vreemde vlag geen nieuw fenomeen. Maar er bestaat een 'hemelsbreed verschil' tussen de oude en de nieuwe generatie vrijwilligers na de Tweede Wereldoorlog, meent Rob van Veen. Hij snapt daarom de bezorgdheid wel.

De bijna tachtigjarige veteraan vocht in 1956 aan de zijde van de opstandelingen in de Hongaarse Opstand tegen de communistische troepen die het Midden-Europese land waren binnengevallen. De huidige lichting noemt hij 'fanatici die volkomen zijn verpest door de islam”. Lieden die niet begrijpen waarvoor oorlog dient, namelijk een betere samenleving. 'Ze hebben een verkeerde kijk op de wereld,' stelt hij. 'Ik ben opgegroeid in oorlogstijd. Mijn vader zei altijd: 'De Duitsers zijn niet goed maar de Russen zijn net zo slecht.'

Socrates

Toen de gymnasiast het nieuws over de Russische inval begin november 1956 hoorde, vertrok hij spoorslags per trein richting Wenen en ging verder met de bus. Zijn enige kennis van oorlog vormde Erich Remarque's Van het westelijk front geen nieuws en de verdedigingsrede van de Griekse wijsgeer Socrates. 'Voor mij was de Hongaarse opstand dan ook een 'Xenophon-belevenis', de Grote Gebeurtenis uit iemands leven.'

Hij vocht in de straten van Boedapest door het bevoorraden van molotov cocktails; die op de Russische tanks werden gegooid als verdediging rond het opstandelingenkwartier in de Kiliankazerne. Het was allemaal van een andere orde dan de vlaggenparades en openbare onthoofdingen in het huidge Noord-Irak: 'Wij vochten voor de vrijheid. Zij vervangen de ene dictatuur voor een andere onvrijheid.'

Gehersenspoeld

Soerinder Samaroo (51) sloot zich als vrijwilliger aan bij het Surinaamse Jungle Commando dat in 1986 en 1987 streed tegen toenmalige legerleider Desi Bouterse. Daarvoor diende hij bij de Verenigde Naties UNIFIL in Libanon. Ook hij noemt zijn strijd 'heel anders' dan die van de ISIS-strijders. 'Het is extremisme versus idealisme.' Niet alleen qua ideologie maar ook qua uitwerking, meent de Rotterdammer. 'Het gaat er daar grof aan toe. Ook tegen eigen mensen. Het heet vrijwillig maar ik vraag me af hoe vrijwillig. Ze worden daar gehersenspoeld. Krijgsgevangenen worden doodgeschoten. In Suriname zouden we dat nooit hebben gedaan.'

Soerinder liep rond met een Uzi-machinepistool waarvan het magazijn slechts enkele patronen bevatte. Zo slecht was het gesteld met de munitievoorraad. Maar toch wist hij een boordschutter op een YPR in de buurt van Blaka Watra uit te schakelen. Inmiddels is de strijd in Suriname bijgelegd. Gelukkig, zegt hij. Maar spijt heeft hij niet. 'Bij het Jungle Commando ging het om ons land, familie en democratie. Dat is de moeite waard. In het Midden-Oosten gaat het om het geloof. Als ergens anders een nieuwe ISIS ontstaat, zoals bijvoorbeeld in Nigeria, gaan ze daar heen.'

Hij ziet meer verschillen tussen toen en nu. Namelijk het gebrek aan militaire opleiding, wat volgens hem de deur openzet naar misbruik van macht. De meeste Nederlandse vrijwilligers in voormalig Joegoslavië en veel in Suriname hadden een militaire opleiding. 'Wij hadden een militair handboek. Zij hebben de Koran.'

Avontuur

Oud-militair Rende van de Kamp (54) vocht als vrijwilliger onder andere in Zuid-Libanon en Kroatië. Hij schreef verschillende boeken over het onderwerp, zoals Onder vreemde vlag. Zelf zegt hij over zijn tijd: 'Ik was natuurlijk niet zo'n vrijwilliger als de ISIS-jongeren. Ik was nauwelijks bevlogen door idealen, maar wilde soldaat zijn en weinig meer. Avontuur, landen zien, iets meemaken. Ik was niet van plan mij op te offeren voor de zaligheid van anderen. Onder de Nederlanders die ooit vochten zaten natuurlijk idealisten. Maar dat waren ze lang niet allemaal. Er zaten ook avonturiers tussen. Of mensen die op zoek waren naar de diepere betekenis van hun bestaan.'

Hij kan de denktrand van de ISIS-gangers daarom wel volgen. En dat er een verschil is tussen de oude en nieuwe generatie is niet meer dan logisch. Nederland is een ander land geworden. Wat wel gelijk is gebleven is het betuttelen, meent hij. 'Wij willen vanuit Nederland de hele wereld helpen. We doen overal aan vredesmissies mee en steunen de rebellen in Syrië. Wanneer mensen besluiten om een stap verder te gaan en zelf mee te vechten, begrijpen wij dat niet. Op hun beurt begrijpen die vrijwilligers niet wat er mis is met hun moed om te gaan vechten in een opstand nota bene gesteund door het Westen.'

Angst scheppen

Van de Kamp vindt ook dat we moeten oppassen met 'telkens de alarmtrommel beroeren' over de ISIS-gangers. 'Deze overheid wil juist met het scheppen van angst een gevoel van onveiligheid bewerkstelligen, zodat nieuwe wetten kunnen worden aangenomen die alle burgers in hun vrijheid beperken. In denk dat we anders zouden reageren wanneer Nederlandse christenen uit Urk naar Syrië zouden afreizen om de bedreigde christenen aldaar te helpen.'

Maar om misverstanden te voorkomen voegt hij toe: 'Wat mij zeer tegenstaat bij deze ISIS-types is hun haat tegen Israël en hun antisemitische retoriek. Ook het executeren van krijgsgevangenen, en het maken van filmpjes daarvan, vind ik zeer kwalijk. Het haalt de ziel uit hun inzet.'

Sprookjes

Bij niemand onder de oud-strijders is bij thuiskomst ooit het idee bovengekomen om terreurdaden te plegen. Soerinder reist regelmatig naar Suriname. Hij zoekt goud. Wel lijdt hij aan posttraumatische stressstoornis en redetwist met Defensie waar hij die heeft opgelopen: In Libanon of in Suriname.

Hongarije-ganger Rob van Veen schreef na terugkomst een boek: Hongaarse reis. 'Het is geen Hemingway maar wel literair. Tot nu toe heb ik nog geen uitgever kunnen vinden.' Sowieso heeft hij de oorlog verbannen uit zijn wereld. 'Ik zou vechten niemand aanraden. Maar uiteindelijk moet ieder dat voor zichzelf uitmaken. Ik heb van mijn tijd wel één woord geleerd: 'szabadság' – Hongaars voor 'vrijheid'.’

Wie meer wil lezen over Nederlandse vrijwilligers: De uitgebreide verhalen van Soerinder Somaroo en Rob van Veen staan in het boek 'Rebellen met een reden – Idealistische Nederlanders vechtend onder vreemde vlag.' Uitgegeven bij Meulenhoff 2009. Dit najaar verschijnt van Rende van de Kamp het boek 'Geen mannen, maar duivels' over Nederlanders in het Franse Vreemdelingenlegioen bij QV Uitgeverij in Nijmegen.

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.