Nederlanders fietsen, punt. Fietsen is snel, schoon, goed voor onze conditie en leuk, totdat het gaat regenen. Veel buitenlandse steden zien dat inmiddels ook in, en komen graag kijken in Nederland. Maar er is meer nodig dan inspiratie om een zwangere vrouw op de fiets boodschappen te laten doen.\

STEUN RO

Vrijwel elke Nederlander heeft een fiets, vaak zelfs meerdere. Nederlandse kinderen leren fietsen voordat ze hun naam foutloos kunnen schrijven. Hoe bijzonder dat is, realiseren we ons alleen als er een paar verbaasde buitenlanders over beginnen, zoals in dit filmpje van de Boston Globe.

Toch zijn er steeds meer buitenlandse steden die zich inzetten om hun bevolking op de fiets te krijgen. In Kopenhagen staan inmiddels evenveel fout geparkeerde fietsen voor het centraal station als in Amsterdam, in bijna elk Berlijns hostel kun je fietsen huren om de stad te verkennen en in Londen stapt burgemeester Boris Johnson gewoon zelf op de fiets om het goede voorbeeld te geven. De uitdrukking ‘going Dutch’ krijgt langzamerhand een andere lading; iedereen heeft z’n eigen fiets.

Nederlandse ingenieursbureaus en andere fietskenners roken markt en richtten de Dutch Cycling Embassy op om hun fietskennis te vermarkten. Zij willen als publiek-private samenwerking de intermediair worden tussen de Nederlandse fietskennis en de buitenlandse vraag. Want we weten ook echt veel: van het aanleggen van een veilig fietspad tot verkeerseducatie voor fietsende kinderen.             

Fietshoofdstad

“Nederland is echt een fietsland,” zegt Angela van der Kloof, fietsexpert bij adviesbureau Mobycon. “Maar je moet niet vergeten wat wij in de jaren zeventig en tachtig hebben gedaan om van Nederland een fietsland te maken. Fietsen is nu zo normaal, dat heb je bijna nergens. Zwangere vrouwen die op de fiets zitten, dat zou in de rest van de wereld onvoorstelbaar zijn.”

Toch gaan er geruchten dat Kopenhagen Amsterdam gaat verslaan als fietshoofdstad. Van der Kloof: ”Kopenhagen is zich aan het ontwikkelen tot een echte fietsstad. Daar zijn ze fanatieker in dan veel Nederlandse steden. Ze halen hun inspiratie echt uit Nederland, maar zeggen dat niet. Ze zeggen gewoon 'wij zijn de fietshoofdstad' en baseren daar hun beleid op."

Fietspad kost geld

Het Kopenhaagse fanatisme is prijzenswaardig, maar de Denen moeten een paar decennia Nederlandse fietscultuur inhalen om op hetzelfde niveau te komen. Van der Kloof: "het is niet zo dat ze buiten Nederland geen fietscultuur hebben, veel landen hebben alleen een andere fietscultuur. Fietsen is iets voor kinderen, of om te sporten, zoals mountainbiken. Fietsen naar school, of naar de supermarkt wordt buiten Nederland weinig gedaan. Bovendien zijn politici er niet aan gewend om te investeren in fietsenpaden of veiligheidsmaatregelen voor fietsers, terwijl dat bij ons wel het geval is."

Zo lang er nog niet wordt geïnvesteerd in fietspaden, fietsveiligheid en andere fietsbevorderende maatregelen, valt er weinig te doen voor de Nederlandse adviesbureaus, hoeveel bruikbare kennis ze ook hebben. Toch beginnen steeds meer landen in Europa te beseffen dat het geld kost om mensen duurzaam en veilig aan het fietsen te krijgen. Londen kondigde recent aan zeventien miljoen pond uit te trekken voor fietsbevorderende maatregelen, bovenop de lopende programma's.

Angela van der Kloof: "Het is te makkelijk om zomaar te spreken van fietscultuur als exportproduct. Je kunt dit alleen doen als je goed weet in welke context je werkt. Veel kennis over fietsen wordt bovendien al gratis gedeeld via internet. Er staan bijvoorbeeld heel veel filmpjes over fietsen op Youtube." Van der Kloof ziet vooral werk voor de Nederlandse fietsenfabrieken. "Ik denk dat de allergrootste kans zit in fietsen waar je relaxed op kunt fietsen. In veel landen kun je wel mountainbikes en andere sportieve fietsen kopen, maar een gewone omafietsen en dergelijke zijn er bijna niet. Juist die fietsen heb je nodig voor je dagelijkse fietstochtjes."

    Karolien van Wijk wilde journalist worden, maar studeerde Sociale Geografie en dook daarna de wereld van verkeer en vervoer in. Met die vakkennis op zak kun je bij nader inzien ook schrijven. Ze schrijft voor vakbladen, kent het wereldje en pakt nog steeds met plezier de trein naar Winschoten.