Tanja van Bergen heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. Sinds eind vorig jaar doet zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan. Deel 11: nooit meer onderuit op de fiets.

STEUN RO

Vlak bij mijn huis is een fietspad met een slinger erin. ‘De bocht van Nescio’ wordt die genoemd, omdat mijn favoriete schrijver (léés Dichtertje!) zou hebben voorkomen dat een grote boom hier werd gekapt voor het fietsersgemak. Dat verhaal is apocrief – het fietspad werd vermoedelijk pas na Nescio’s dood aangelegd – maar in 2008 bleek het sterk genoeg om te voorkomen dat de boom bij een herprofilering alsnog werd omgehaald.

Voor mij is de bocht de laatste maanden een landmark geworden. Elke keer dat ik, nuchter en daardoor moeiteloos, die slinger neem, besef ik hoeveel prettiger mijn leven is geworden sinds ik niet meer drink. Nooit meer bang hoeven zijn dat ik op de fiets onderuit ga is maar één van de vele dingen waarvan ik tegenwoordig erg vrolijk & gelukkig kan worden.

En dat is nogal een opluchting. Mijn grootste angst toen ik stopte met drinken was namelijk dat het leven daarna nooit meer echt leuk zou worden. Nooit meer dansend, schaterend leuk. Rustiger, dat wel. Gezonder, ook. ‘s Morgens geen zwaar hoofd meer. Genoeg energie om geregeld te gaan sporten. En ‘s avonds weer eens een boek lezen, in plaats van lodderig voor de tv of boven mijn laptop hangen. Allemaal prettige vooruitzichten, maar ook wel een tikje saai, burgerteutig. En dat riep mindere herinneringen op.

Introductiefeest

Tanja van Bergen (1961) heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. In 2016 deed zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan.