Tanja van Bergen heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. Het voorbije jaar deed zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan. Deel 12 en slot: langzaam zoomt de camera in op de minibar…

STEUN RO

Dit wordt de laatste aflevering van mijn onbenevelde feuilleton. Eén jaar, zo hadden we het bedacht. En dat blijkt precies genoeg, al was het maar omdat ik me als columnist een beetje schuldig begin te voelen. Ik vermoed namelijk dat u, Lezer, langzamerhand iets mist. U zult het niet snel hardop beamen – sommige dingen zég je niet –  maar stiekem heeft u het vast wel gedacht: waar blijft die terugval nou?

Zo denken wij nu eenmaal, beïnvloed als we zijn door talloze romans, films en vooral tv-series waarin de alcoholist als een tikkende tijdbom de verhaallijn op spanning houdt. Zeven jaar al staat hij droog, maar dan die eenzame avond in een anonieme hotelkamer, ver weg van huis. Langzaam zoomt de camera in op de minibar…

Het is de verbeelding van de aloude AA-doctrine: eens verslaafd, altijd verslaafd – en dus ook je leven lang vatbaar voor De Terugval.

Nu kun je verslavingen inderdaad beter niet uitdagen. Wat dat betreft, zijn ze zoals allergieën: slechts sporadisch groeit iemand eroverheen, de meesten van ons moeten ermee leren leven. Maar dat is nog iets anders dan je leven erdoor laten beheersen. En zo weiger ik mezelf te definiëren als alcoholist in de betekenis die de AA daaraan geeft: die van een gemankeerd mens, dat de rest van haar leven aan zichzelf moet blijven werken, liefst in overgave aan een hogere macht.

Tanja van Bergen (1961) heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. In 2016 deed zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan.