Fouteerlijk

Leuke trui, maar door kinderen gemaakt. Goeie aardappelen, maar de Palestijnen dan? Is die stroom wel echt groen? Deze week op DNP: Hoe overleeft de consument met "het hart op de goede plaats"?

Fair is foul, and foul is fair. Je kan tegenwoordig geen leuke trui kopen of er is een baby’tje door doodgegaan in Bangladesh. Toch dragen we bijna allemaal zogenaamde ‘wegwerpmode’ van een cheap-ass winkelketen. Het is als een kroket uit de muur: goedkoop en bevredigend. Maar ook met ons voedsel is een hoop mis. Ondanks dat op ieder product wel een keurmerk van het een of ander staat, is biologisch niet altijd heel logisch.

De legbatterij is verleden tijd, en kippen kunnen lekker scharrelen. Op een halve vierkante meter de snavel. En tien tegen een dat je aardappelen uit een illegale Israëlische nederzetting komen. Groene stroom is trouwens helemaal niet zo groen.

In godsnaam, wat kunnen we nog kopen zonder ons schuldig te voelen? Of moeten we ons wel schuldig voelen? De wereld is nu eenmaal een zero-sum game: er is één koek en die kan maar op één manier verdeeld worden. En dit is just the way the cookie crumbles. Laissez-faire, laissez passer… Of moeten we het huidige economische systeem fundamenteel herzien? Je weet wel, vanwege “toekomstige generaties” enzo. Daarom deze week op De Nieuwe Pers: Fouteerlijk. 

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 18.30
De VN waarschuwen voor een drinkwatertekort. Het OM eist 5,5 jaar cel tegen Joep van den Nieuwenhuyzen. En KLM heeft een passagier geweigerd, omdat hij dezelfde naam had als een notoire overlastgever. 

EEN KEURMERK VOOR KEURMERKEN

Tekst: Olga Oost / 24 mei – 18.30

Met meer dan honderd duurzaamheidskeurmerken op de Nederlandse markt zien de meeste consumenten de bomen niet meer door het spreekwoordelijke groene bos. Een pot jam van het EKO-Keurmerk, een reep chocola van Fair Trade, een fles wijn van Max Havelaar… Het is niet moeilijk om sceptisch te worden over de waarde van zo’n merk. Hoe kan het dat er zo veel labels op de markt zijn?

Voor het uitgeven van een keurmerk bestaan namelijk geen wettelijke regels. In principe betekent dat dus dat iedereen een keurmerk zou kunnen beginnen. Dat leidt tot een wildgroei aan duurzaamheidsstempels.

Van toerisme tot hout

Maar er zijn niet alleen keurmerken voor duurzame levensmiddelen. Ook diensten en bedrijven kunnen zich laten certificeren. Dat gebeurt in Nederland en in Europa dan ook veelvuldig. GreenKey is bijvoorbeeld een keurmerk voor duurzame bedrijven in de toerisme en recreatiesector. En ben je opzoek naar houtproducten uit verantwoord beheerde bossen, kijk dan hier. Wil je enkel gebruik maken van producten die natuurlijk worden afgebroken of kunnen worden hergebruikt? Dan ben je bij Cradle to Cradle aan het goede adres.

De Europese Commissie liet begin deze maand weten een methode te hebben ontwikkeld waarmee de duurzaamheid van producten op één en dezelfde manier wordt bepaald. Dat is hard nodig, vertelde Milieu Centraal begin mei in de Volkskrant. Weinig mensen weten namelijk maar wat het keurmerk inhoudt, laat staan hoe de controle in elkaar steekt.

Wereldwijde criteria

Het is voor keurmerken ook al mogelijk zich te accrediteren. Dat gebeurt voor de overgrote meerderheid op vrijwillige basis, vertelt Paul  Schröeder van de Raad voor Accreditatie. “Wij toetsen dan aan de hand van een aantal eisen die wereldwijd zijn gesteld. Deze zijn onder andere gericht op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de keurmerkverleners, hun competentie, de uitvoering van de werkzaamheden en de transparantie.”

Voor een overzicht van geaccrediteerde keurmerken instellingen kun je terecht op de website van de Raad van Accreditatie. Er bestaat ook een door de overheid verzorgd overzicht van keurmerken, in te zien via ConsuWijzer. Dan sta je in de supermarkt misschien iets minder lang naar de schappen te turen… 

DE SHELL-ECOMARATHON – ROTTERDAMSE GREENWASHING?

Tekst: Ties Joosten / Illustratie: Eva Wijers – 24 mei – 15:15

Vorige week opende burgemeester Aboutaleb in de Rotterdamse Ahoy de Shell Eco-marathon met de woorden: “Dit evenement combineert innovatie, technologie en duurzaamheid. Drie thema’s waar ook Rotterdam zich op richt.” Het evenement, waarbij duizenden studenten uit heel Europa probeerden met zelfgebouwde voertuigen op zo min mogelijk brandstof een zo lang mogelijke afstand af te leggen, was voor het gemeentebestuur dan ook een mooie gelegenheid om te laten zien dat het thema’s als duurzaamheid en klimaatverandering heus serieus neemt – ook al zakt het ambitieuze Rotterdam Climate Initiative aantoonbaar door zijn hoeven. Toch klinkt er ook kritiek: Shell zou de Eco-marathon alleen maar organiseren uit publicitair eigenbelang, om nu al de talentvolste techneuten aan zich te binden en zelfs zou de oliegigant in het verleden energie-efficiënte technologieën hebben tegengehouden. Wordt Rotterdam gebruikt om Shells imago te ‘greenwashen’? 

Tijdens de Shell Eco-marathon proberen duizenden studenten uit heel Europa met zelfgebouwde voertuigen op zo min mogelijk brandstof een zo lang mogelijke afstand af te leggen. Voor het Rotterdamse gemeentebestuur is dit dan ook een mooie gelegenheid om te laten zien dat het thema’s als duurzaamheid en klimaatverandering heus serieus neemt – ook al zakt het ambitieuze Rotterdam Climate Initiative aantoonbaar door zijn hoeven.

En het moet gezegd worden: de jonge techniekstudenten hebben de afgelopen week indrukwekkende resultaten geboekt. Zo wist het winnende studententeam van de Universiteit van Nantes op 1 liter waterstof maar liefst 1500 kilometer te rijden. Over de telefoon kijkt de woordvoerder van Shell dan ook terug op een uitermate geslaagde week: “Dankzij de gemeente Rotterdam kon de Eco-marathon voor het eerst plaatsvinden op een écht stratencircuit. Hierdoor konden nog beter reële situaties nagebootst worden, en de wagens van de studenten nog beter worden getest.” Volgens de woordvoerder is de Eco-marathon dan ook dé plek waar energiezuinige innovaties gestimuleerd en toepasbaar gemaakt worden: “Jaren voordat de hybride auto op de markt kwam, zag je bij de Eco-marathon al studenten die een auto lieten rijden op een combinatie van benzine en elektriciteit.”

Hartstikke hypocriet

Toch gelooft niet iedereen dat Shell louter nobele bedoelingen heeft met de energiezuinige autorace. Al in 1973 slaagden ingenieurs van de oliegigant er namelijk in om een omgebouwde Opel P-1 van 1130 kilo op één liter benzine 159 kilometer te laten rijden. De techniek werd echter ‘vergeten’ en vond nooit zijn weg naar de auto-industrie. Ondertussen stond de Opel zelf weg te roesten in een desolaat automuseumpje in Seattle, enkele jaren geleden opgespoord door het televisieprogramma Tegenlicht.

“Dat is logisch”, zegt hoogleraar transitiemanagement aan de Erasmus UniversiteitJan Rotmans. “Shell is helemaal niet geïnteresseerd in energiezuinige technieken. In meer dan 25 jaar Eco-marathon is er nog niet één energiezuinig prototype op de weg gekomen. Dat is ook helemaal niet in zijn belang. Het bedrijf wil gewoon zo lang mogelijk benzine blijven verkopen. Shell wil bovendien boren op de Noordpool, wereldwijd proefboringen doen naar schaliegas, en investeert vrijwel niets in schone energie. Dan ben je toch hartstikke hypocriet als je het woord ‘duurzaamheid’ in de mond neemt?”

Alleen maar winst

Teun Bartelds, teammanager van het Green Team Twente dat tijdens de Eco-marathon in de categorie waterstof met een verbruik van 1 liter op 755 kilometer derde werd, maakt zich minder zorgen over de intenties van Shell. “Volgens mij willen ze gewoon van de nieuwste technieken en innovaties op de hoogte blijven. Ik zie ook wel dat het bedrijf belang heeft bij de verkoop van olie, maar volgens mij heeft het ook door dat de wereldwijde energiebalans aan het veranderen is. Je ziet toch ook elektriciteitsbedrijven die energiezuinige thermostaten uitbrengen? Ze spelen gewoon in op een veranderende vraag vanuit de markt.”

Bartelds heeft dan ook weinig ethische bezwaren bij deelname aan de Eco-marathon: “Natuurlijk komt Shell door milieurampen weleens negatief in het nieuws, maar dat geldt voor de hele sector. Ik zie dat een beetje als collateral damage. Het grootste probleem is juist de grote maatschappelijke vraag naar olie. Met het Green Team Twente kunnen we daar een klein deel van een antwoord op formuleren. Ondertussen doen we allerlei technologische kennis en waardevolle contacten op, en leren we een project van kop tot staart te managen. Alleen maar winst dus.”

Bevreemding

Rotmans vindt studenten die aan de Eco-marathon meedoen echter naïef: “Ik begrijp het wel: het is leuk spelen in een prachtige technische speeltuin. Maar ik vind dat je als student ook wel wat kritischer mag zijn. Je kan bijvoorbeeld ook meedoen aan die race voor auto’s op zonne-energie in Australië. Daar doe je ook een boel kennis en ervaring op, zonder dat je gebruikt wordt om een zwart imago groen te wassen.”

Of Shell de Eco-marathon nu enkel heeft georganiseerd om zijn imago te vergroenen, of dat het bedrijf ook oprechte ecologische doelstellingen heeft, blijft voornamelijk een welles-nietes-spelletje. Maar dat de gemeente Rotterdam voor zijn duurzame innovatie naar een kapitalistische oliegigant kijkt, wekt – net als de 2 reusachtige kolencentrales die ondanks het streven naar minder CO2-uitstoot werden gebouwd – wél bevreemding.

OOK IN HET NIEUWS VRIJDAG 13.00
Jeugdzorg wil ouders van probleemgezinnen makkelijker psychologisch kunnen onderzoeken. Syrië komt naar een vredesconferentie in Genève. En Saruman (LOTR) heeft een metal-CD gemaakt. 

“ONTZETTEND ZIELIG VOOR DE ARABIEREN”

Tekst: Sam Trompert / 24 mei – 13.30

Het plan om producten uit Israëlische nederzettingen in Palestijnse gebieden te voorzien van een ander etiket dan ‘Made in Israël’ gaat toch gewoon door. Dat zei minister Frans Timmermans (PvdA) van Buitenlandse Zaken gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer. Eerder werd gesuggereerd dat het plan in de ijskast zou worden gezet.

Een maand geleden publiceerden een aantal vredes- en hulporganisaties een onderzoeksrapport, waarin inzichtelijk werd gemaakt hoeveel Nederlandse bedrijven producten uit bezet gebied importeren. Het gaat om een dertigtal ondernemingen, die voornamelijk fruit importeren, maar ook wijn en huidverzorgingsproducten zitten in het assortiment.

Boycot van Israëlische producten

Door de etiketteringsmaatregel moeten consumenten bewust worden van de herkomst van het product dat ze aanschaffen. Want: “Als op producten uit de Israëlische nederzettingen staat dat ze uit Israël komen, klopt dat gewoon niet met het internationaal recht”, zegt Frans Timmermans. De EU besloot een jaar geleden tot de maatregel, en wat Timmermans betreft gaat Nederland die afspraak “gewoon nakomen.”

Het etikettenplan is omstreden in de Tweede Kamer. De ChristenUnie startte een petitie tegen het plan, omdat het een boycot van producten uit Israël vreest. Zo’n 6.000 mensen hebben hun handtekening gezet.

Geen kleding meer

De klanten van IPC Nijkerk zouden niet snel overgaan tot een boycot. En dat is een understatement. IPC staat voor Israël Producten Centrum, en is een winkel en webshop in Nijkerk die alleen maar producten uit Israël verkoopt. Tassen, wijn, cosmetica… zolang het maar uit Israël komt. “Voorheen verkochten we ook kleding, maar dat wordt tegenwoordig in Israël nauwelijks meer geproduceerd”, zegt Pieter van Oordt, directeur van de winkel.

De winkel is in 1980 gestart door een aantal christelijke zakenlieden. In die tijd legden veel Arabische landen een boycot op producten uit Israël. Om het land economisch te ondersteunen werd IPC Nijkerk opgezet. Tegenwoordig is Israël verre van een ontwikkelingsland, maar het doel van de winkel is in de afgelopen dertig jaar onveranderd gebleven. Van Oordt: “Israël kent een grote immigratiestroom. De afgelopen jaren zijn er meer dan een miljoen mensen uit de voormalige Sovjet-Unie naar Israël gekomen. Die mensen hebben allemaal werk nodig, en aangezien wij voornamelijk zaken doen met kleine bedrijven en ondernemingen, stimuleren we op deze manier de werkgelegenheid voor die mensen.”

Pijnlijk

Het onderzoek naar de handel tussen Israëlische nederzettingen en Nederlandse bedrijven vindt Van Oordt pijnlijk. “Het doet me veel verdriet dat er zo’n onderzoek is. Ik vind het kortzichtig. Ik vraag me af of die mensen wel in Israëlische fabrieken zijn geweest en of ze met de werknemers daar gesproken hebben. Tachtig procent van de medewerkers is Arabisch. En die varen er wel bij. Ze krijgen een eerlijk salaris en kunnen hun gezinnen onderhouden”, zegt Van Oordt, “ik vind het ontzettend zielig voor die Arabieren.”

In deze wereld is er ontzettend veel onrecht. Er zijn ontzettend veel slechte arbeidsomstandigheden – kijk naar Bangladesh – en dan wordt dit er uitgelicht

Pieter van Oordt, directeur IPC Nijkerk

Want door zo’n aparte etikettering zouden bedrijven en consumenten de producten uit bezet gebied vermijden. Daardoor worden, volgens Van Oordt, de fabrieken op de Westelijke Jordaanoever in hun bestaan bedreigd. “En daarmee dus ook de werkgelegenheid van heel veel Arabieren.”

Oneerlijk

Volgens Timmermans is het heel simpel: nederzettingen zijn geen Israël en mogen dus niet zeggen dat ze dat wel zijn op hun geëxporteerde producten. Niet alleen zou dat internationaalrechtelijk onjuist zijn, ook zouden fabrieken in nederzettingen profiteren van handelsakkoorden met de EU, die niet voor hen gelden. Israël is “woedend” vanwege de maatregel. Producten uit andere controversiële gebieden krijgen immers ook geen apart label. Daarmee is het etikettenplan  dus oneerlijk.

Ook Van Oordt vindt dat er oneerlijk met Israël wordt omgegaan: “In deze wereld is er ontzettend veel onrecht. Er zijn ontzettend veel slechte arbeidsomstandigheden – kijk naar Bangladesh – en dan wordt dit er uitgelicht.” Daarbij gaat het volgens Van Oordt om een heel klein aantal bedrijven dat in nederzettingen is gevestigd. Als er al een probleem zou zijn, is het ontzettend klein. Volgens het eerdergenoemde onderzoek zijn er achttien bedrijfjes die in Nederland goederen uit illegale Israëlische nederzettingen op de markt brengen.

Zoals dat gaat met principekwesties als deze, maakt de omvang van het probleem niet uit. In het publieke debat is handel drijven met Israël een politiek statement vóór Israël, net als pleiten voor een boycot een statement tegen Israël is. “Wij zijn geen politieke organisatie”, zegt Van Oordt, “feitelijk doe ik zaken met Israël uit liefde voor God. Ik neem geen politiek standpunt in. Dit is voor mij een Bijbelse opdracht.” 

OOK IN HET NIEUWS DONDERDAG 17:00
Het LAKS heeft zijn honderdduizendste examenklacht ontvangen. Verder mag Eva Jinek van WNL niet de laatste vijf afleveringen van haar zondagprogramma presenteren. En minister Schippers is voorstander van 'naming and shaming' van verzekeringsfraudeurs. 

STEEDS MEER VOEDSEL WORDT WEGGEGOOID

Tekst: Redactie / 23 mei – 17:00

Per hoofd van de bevolking is in 2011 tussen de 6 en 60 kilo meer voedsel weggegooid dan in 2009. Van alle schakels in de voedselketen – van boer, via fabriek, tussenhandelaar, supermarkt naar consument – is die laatste de grootste verspiller. Weggegooid voedsel wordt in de meeste gevallen verbrand en soms verwerkt tot veevoer of compost. Dat schrijft staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer die samen met de monitor Voedselverspilling van Wageningen UR is verstuurd.

De monitor laat zien dat de verspilling in Nederland niet is afgenomen sinds 2009. Niet alleen de consument is een grote verspiller, maar ook bedrijven uit de aardappelverwerkende industrie, de bakkerijsector, plantvetten, sojaproducten, groente en fruit verspillen.

Daarnaast komt veel voedsel via bedrijfsafval in de verbrandingsoven. Dit is afkomstig van de facilitaire dienstverlening en kan veroorzaakt worden door een gebrek aan kennis. Door een betere inschatting vooraf te maken van wat er nodig is op een dag en van de mogelijkheden tot hergebruik, hoeft er minder te worden weggegooid. 

OOK IN HET NIEUWS DONDERDAG 13:00
Britse soldaten wordt aangeraden niet in uniform de straat op te gaan. In Stocholm vonden afgelopen nacht ondertussen weer rellen plaats. En vleesverwerker Willy ‘paardenvlees’ Selten is aangehouden.   

KUNSTENAARS, MAKERS EN CONSUMENTEN

Tekst: Victoria Broens / 22 mei – 15.30

Boodschappen doen is de afgelopen tijd een stuk complexer geworden. Thema’s als voedselproductie, globalisering en gezondheid worden steeds belangrijker en kleuren de keuzes die wij in de supermarkt maken.  Er heerst een gevoel dat wij consumenten, door bepaalde producten te kopen voor een betere wereld kunnen kiezen, buiten het stemhokje om. De producten die wij kopen beginnen zo steeds meer een onderdeel te worden van onze politieke identiteit. Een plofkip kopen is het supermarkt- equivalent geworden van op Wilders stemmen: gewoon niet helemaal ok.

Ondertussen spelen marketingprofessionals gretig in op het gegroeide verantwoordelijkheidsbesef van de consument. In supermarktschappen worden we om de oren geslagen met een nieuw vocabulaire: alles is authentiek, ambachtelijk, puur en lokaal De werkelijkheid is dat veel multinationals vooralsnog alleen hun reclamecampagnes hebben aangepast. Als wij consumerend een verschil willen maken hoeven we geen voortrekkersrol te verwachten vanuit die hoek. We moeten het zelf doen.

Daar leent onze moderne maatschappij zich goed voor, zo betoogt Marco Visscher, hoofdredacteur van opinieblad The Optimist in zijn artikel “Werkgeluk is een kunst”.  Visscher stelt onder meer dat grote bedrijven in de toekomst geen dominante rol meer  hoeven te spelen op het wereldtoneel Door de mogelijkheden die het internet biedt voor individuen om zelf uit te vinden, te creëren, te financieren en aan te bieden heeft er een grote verschuiving plaats gevonden.  Zo hebben wij de kans om uniek werk af te leveren dat reflecteert wie we zijn en wat we willen. Dit maakt ons allen tot potentiële kunstenaars, aldus Visscher.

OOK IN HET NIEUWS WOENSDAG 17.00
De PvdA doet moeilijk over de illegalenkwestie. IJsland gaat een referendum over EU-lidmaatschap houden. En mobiel internet is in Nederland het duurst. 

Deze ontwikkeling verandert de wereld op een manier die vergelijkbaar is met de industriële revolutie. Om zijn stelling te onderbouwen verwijst Visscher naar het onlangs verschenen “Makers” van Chris Anderson. Baanbrekende veranderingen,” schrijft Anderson, “vinden plaats wanneer industrieën democratischer worden, wanneer ze niet langer het exclusieve domein zijn van grote bedrijven, regeringen en andere instituties en aan de gewone man worden overgedragen.”

Een mooi voorbeeld van een ‘gewone man’ die het zelf ging doen is freelance journalist Teun van de Keuken, oprichter van  het ‘slaafvrije’ chocolademerk Tony Chocolonely dat is ontstaan vanuit de verontwaardiging over misstanden in de cacao-industrie en de constatering dat verbeteringen uitbleven. Zo zijn er tal initiatieven om ons heen, die niet ontstaan vanuit de industrie, niet begonnen zijn op de ontwerpafdeling van een groot bedrijf, maar gewoon bij onszelf. Het zijn de consumenten die de wereld gaan veranderen. 

OOK IN HET NIEUWS WOENSDAG 12.00
Vandaag is er een EU-top in Brussel over belastingfraude. Opvallend veel coassistentes worden seksueel geïntimideerd. En Syrie heeft Nederlands gif geïmporteerd.  

PAPIER VERSUS DIGITAAL

Tekst: Redactie / 22 mei – 12.15

Per week verbruiken de landelijke dagbladen die nog op papier uitkomen een hoop milieubelastend materiaal. Naar schatting:

863 pagina's (in verschillende formaten);
117.232.920 vierkante milimeter papier;
900.000 kilo zwarte inkt;
240.000 kilo kleureninkt. 

En dat is dan alleen nog maar het drukwerk. Distributie per (vracht)auto komt daar nog overheen. Intelligente lezers kiezen dus – niet alleen vanuit milieuoverwegingen trouwens – voor een digitale krant. Al kunnen daar ook ecologische nadelen aan kleven. Zo wijst de website papierenkarton.nl op stroomverbruik van loze e-mails en spam. Ook belastend voor het milieu. Papierenkarton.nl is overigens een initiatief van de papierindustrie (Hmm, red.).  

Hoe dan ook, de redenatie digitaal = groen gaat niet altijd op. DNP’s Evert Nieuwenhuis schreef eerder over het groene gehalte van E-readers.

E-READERS: GROEN NA 23 BOEKEN

Tekst: Evert Nieuwenhuis

Lezerspost! “Jan Willem uit Rotterdam” wil weten wat beter is voor de wereld: een e-reader of papieren boek? “Immers”, schrijft Jan Willem, “aan elke keuze kleven ecologische nadelen: een e-reader is van plastic gemaakt en verbruiken stroom, terwijl een boek bomen en fysiek transport vereist.”

Goede vraag, en bovendien eentje die – hopelijk – meer mensen bezighoudt. Het e-boek is aan zijn gestage opmars begonnen. In Amerika verkoopt Amazon meer digitale dan papieren boeken. Vijftien procent van de omzet van de totale Amerikaanse boekenmarkt bestaat uit e?boeken. In Nederland is dat nog slechts 1,6 procent, maar dit aandeel groeit snel. De Nederlandse omzet van digitale boeken is vorig jaar verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder en Bol.com heeft inmiddels haar miljoenste e?boek verkocht. Naar verwachting zal dertig procent van de Nederlanders aan het eind van 2012 een tablet of e?reader bezitten. Momenteel leest een op de tien Nederlanders wekelijks een e-boek en bijna de helft van de digitale lezers denkt in de toekomst hoofdzakelijk digitaal te gaan lezen, blijkt uit onderzoek van de Groep Algemene Uitgevers.

Zal het milieu van de overgang naar digitaal lezen profiteren?

Break-even

De Amerikaanse consultancyfirma Cleantech berekende dat een Kindle (de e-reader van Amazon) verantwoordelijk is voor circa 168 kilo CO2 gedurende zijn hele levenscyclus, inclusief productie, transport, energieverbruik van de Kindle en de servers waarop de e-boeken op hun klanten staan te wachten. Een boek is goed voor 7,46 kilo CO2, dus na 23 e-boeken is het ecologische break-even point bereikt, mits de digitale boeken hun papieren evenknie vervangen. De onderzoekers stellen dat de gemiddelde Kindle-bezitter het apparaat vier jaar lang gebruikt en gemiddeld drie boeken per maand leest (een beetje DNP-lezer zit daar al gauw aan, toch?). De milieuwinst van een e-reader gedurende zijn leven, is grosso modo 1074 kilo CO2.

Is dat veel? Ja en nee. Het bijna net zo zwaar als een Volkswagen Golf en dus veel meer dan 23 boeken wegen. Aan de andere kant is het evenveel als de CO2-uitstoot van een vliegretourtje Amsterdam-Istanbul. Als je dat zou willen compenseren door bomen te laten planten ben je twaalf euro kwijt – minder dan de prijs van een paperback.

Meer dan lezen

Tablets als de iPad zijn overigens een goed alternatief voor e-readers. Ze ontberen het prettig leesbare e-inktscherm en liggen zwaarder in hand, maar doen verder alles beter. De Sony PRS-T1, door de Consumentenbond begin dit jaar uitgeroepen tot “beste uit de test”, is vergeleken met het gebruiksgemak van een iPad een Commodore 64 uit 1982. Bovendien kun je met een tablet veel meer dan lezen, zoals films kijken, e-mails beantwoorden en je agenda beheren. Met een tablet heb je eigenlijk geen e-reader nodig en pak je meteen 168 kilo CO2-winst.

Uiteraard zijn er vele mitsen en maren aan dergelijke vergelijkingen. Bijvoorbeeld: hoe koop je je papieren boeken? The New York Times berekende dat het transport over 800 kilometer (niet ondenkbaar als je bij Amazon koopt) evenveel vervuiling oplevert als het produceren van dat boek. En als je ‘s avonds leest, verbruikt een leeslamp meer energie dan een iPad of e-reader. Vele persoonlijke variabelen bepalen de beste keuze, maar een ding staat vast: niets is zuiniger dan op de fiets naar de bibliotheek te gaan.

Meer lezen van Evert Nieuwenhuis? Neem een abonnement! 

OOK IN HET NIEUWS DINDAG 16.30
De familie van de inmiddels gevonden jongetjes Ruben en Julian wil geen stille tocht. Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) ziet geen tekenen van de sharia in de Haagse Schilderswijk. En de eerste mannen op de maan, Neil Armstrong en die andere, hebben monsters meegenomen die nu pas ontdekt zijn. Het gaat om maanstof.  

SOCIALE EN TECHNOLOGISCHE INNOVATIE IN ’S WERELDS EERSTE FAIRPHONE

Tekst: Ties Joosten / 21 mei – 16.00

De Fairphone, ’s werelds eerste ecologisch verantwoorde, fairtrade smartphone, ging vorige week maandag in de voorverkoop. Oprichter van het Nederlands-Britse bedrijf Bas van Abel hoopt de komende weken minimaal vijfduizend telefoons voor 325 euro per stuk te verkopen, om met de productie van start te kunnen. Vlak voordat hij naar China vliegt om de onderhandelingen met de producent van de Fairphone af te ronden, sprak De Nieuwe Pers met hem.

325 euro vragen voor een telefoon die nog niet bestaat. Dat is een aparte marketing strategie.
“Dat klopt. Je moet het ook eigenlijk zien als een soort crowdfundingsactie. Het geld is bedoeld om de productie van de Fairphone mogelijk te maken. Mensen die hem kopen krijgen hem dan ook pas in oktober.”

Waarom hebben jullie voor dit model gekozen?
“Omdat wij onze onafhankelijkheid willen waarborgen. We hebben al verschillende partijen over de vloer gehad die in ons wilden investeren, maar die hebben we de deur gewezen. Wij vinden dat we niet een radicaal andere telefoon kunnen maken, en tegelijk onderdeel kunnen zijn van een elektronicagigant.

Gelukkig hebben we de afgelopen tweeënhalf jaar een grote achterban opgebouwd. Inmiddels hebben al meer dan twaalfduizend mensen aangegeven dat ze een bericht willen krijgen als de Fairphone eraan komt. Dat moment is nu. Ik ga er dan ook van uit dat we die eerste twaalfduizend telefoons makkelijk gaan verkopen.”  

Maar krijgen die mensen dan wel waar voor hun geld? 325 euro is toch een boel geld voor een ecologisch hebbedingetje.
“Jazeker! Sterker nog: ik kan nu wel vast verklappen dat de Fairphone in oktober op technisch vlak kan concurreren met alle andere smartphones uit zijn prijsklasse.”

Hoe kan dat nou? De hogere investeringen in duurzamer grondstoffen en betere arbeidsomstandigheden maken de Fairphone toch duurder dan zijn concurrenten?
“Dat valt wel mee. Ik ga nu bijvoorbeeld naar China om te onderhandelen met de producent. Zij hebben een openingsbod gedaan en als ik daarover nu scherp zou gaan onderhandelen krijg ik misschien twee of drie euro van de productiekosten per telefoon af. Maar dat ga ik dus niet doen. Ik ga ze aanbieden dat openingsbedrag gewoon te betalen, maar dan heb ik wel een hele waslijst met eisen over hun arbeidsomstandigheden en wil ik dat ze transparant zijn over hun productieketens en toeleveranciers.

Voor onze Congolese toeleveranciers van bijvoorbeeld tin geldt hetzelfde. We hebben veel moeite gedaan om conflictvrije handelsrelaties op te bouwen en leveranciers te vinden die hun mijnwerkers eerlijk behandelen. Maar onze tin is per Fairphone is nog steeds slechts 0,10 of 0,20 cent duurder dan die in andere smartphones. De consumentenprijs heeft dus niet zo veel te lijden onder de eerlijker arbeidsomstandigheden en duurzamer materialen.”

Maar als dat zo weinig kost, waarom kiezen andere fabrikanten hier dan ook niet voor?
“Omdat zij winstmaximalisatie als centrale doelstelling hebben! Wij niet, wij hebben sociale waarden centraal staan in onze onderneming. Ik vind dat ware innovatie pas plaatsvindt als sociale en technologische ontwikkelingen samenvallen. Geld moet ook verdiend worden, maar alleen om deze sociaal-technologische ontwikkeling te stimuleren. Bij ‘normale bedrijven’ is de technologische ontwikkeling juist ondergeschikt gemaakt aan de financiële.

Daarnaast leven we in een wereld van volumes. Wij maken slechts een paar duizend Fairphones en hebben geen aandeelhouders, dus een meerprijs van een paar dubbeltjes voor je tin maakt dan niet zoveel uit. Maar als je tientallen miljoenen telefoons maakt is dat een ander verhaal.
Verder hebben wij weinig overheadkosten. Omdat wij de eerste duurzame smartphone proberen te produceren, krijgen we veel gratis publiciteit. We geven daarom geen geld uit aan marketing. Tenslotte bestaat ons bedrijf uit slechts zeven personen, dus die kosten vallen ook wel mee.”

Waarom is die sociaal-technologische innovatie volgens jou zo van belang?
"Volgens mij is het grootste probleem van deze tijd dat we vervreemd zijn geraakt van onze eigen systemen. Mensen zijn bijvoorbeeld boos op het financiële systeem, maar protestacties daartegen lijken vrij zinloos omdat jouw geld via jouw pensioenfonds gewoon in dezelfde banken wordt geïnvesteerd. De systemen waartegen we vechten zijn veel te abstract geworden. Multinationals zijn niets meer, en tegelijk zijn ze alles.

Ondertussen zie ik veel technologische ontwikkeling waarbij ik me afvraag: ‘Wat is waarde?’ Het lijken vaak oplossingen voor niet bestaande problemen, terwijl er in de wereld nog zoveel te verbeteren valt.

Ik vind daarom dat echt waardevolle innovatie pas plaatsvind wanneer technologische en sociale ontwikkelingen samenvallen. Echt waardevolle innovatie herstelt de vertrouwensrelatie tussen de mensen en hun systemen. Met de Fairphone proberen wij daar onze bijdrage aan te leveren.”

OOK IN HET NIEUWS DINSDAG 13.00
De school van de broertjes Julian en Ruben en verschillende gemeenten herdenken de inmiddels gevonden jongetjes. Apple wordt in de het Amerikaans congres, vanwege “twijfelachtige” belastingpraktijken. En in Ghana zijn bij een poging dichterbij zogenaamd ‘heilig water’ te komen vier mensen overleden in de drukte. 

BLIJF IN BANGLADESH

Tekst: Redactie / 21 mei – 13.00

De kledingfabriek in Dakha, Bangladesh die bijna een maand geleden instortte houdt de gemoederen nog altijd bezig. Ondanks dat Bangladesh nog steeds geldt als een van de landen met de laagste lonen voor de textielsector, zijn de kosten van een charme-offensief in de media wanneer het misgaat te hoog. In de Verenigde Staten zijn al protestacties geweest tegen grote merken als Wal-Mart en Primark, door United Students against Sweatshops. Disney vertrok “vanwege de slechte werkomstandigheden” uit Bangladesh.

Als meer bedrijven het voorbeeld van Disney volgen, voltrekt zich een nieuwe (economische) ramp, vreest de Bengaalse vakbondsleider Fayazuddin Ahmad in een interview met TIME Magazine. “This is one of the major sectors of our economy,” zegt hij, “If production is taken away from here, it would have a huge impact on the economy and people’s lives.” Hij vindt dat het te makkelijk is om de kledingindustrie de schuld te geven van de erbarmelijke arbeidsomstandigheden. De overheid zou veiligheidsstandaarden beter moeten handhaven.

Daarbij spelen andere fabrieken wel volgens de veiligheidsregels. Ook zij ondervinden de gevolgen van wegtrekkende bedrijven. "More than 2 million people are working in this trade; maybe more. If one worker has four people to look after in the family, that's almost 8 million people who are living off this trade”, zegt Safina Rahman, directeur van zo’n veilige kledingfabriek, tegen CNN.

 

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord