In tegenstelling tot de 195 Nederlandse passagiers van vlucht MH17 overleefden Fred en Grada Gimpel een vliegtuigcrash. In 2009 stapten ze heelhuids uit het neergestorte toestel van Turkish Airlines. ‘We denken nog wel eens aan die leuke stewardess die het niet heeft kunnen navertellen.’

STEUN RO

Het moest een verrassing voor de kleinkinderen worden. Fred Gimpel had een weekje  vrij van zijn werk in Qatar. Hij en zijn vrouw Grada vatten daarom het plan op om in die paar dagen terug naar Nederland te vliegen, niemand wat te vertellen, en bij aankomst ’s middags voor de school in Purmerend te gaan staan. Wat zou het mooi zijn om de verbazing op de gezichten van de kleinkinderen te zien, ongetwijfeld blij dat opa en oma weer even in het land waren.

Vanaf Doha, de hoofdstad van Qatar, verloopt de reis voorspoedig. In Istanbul stappen Fred en Grada over, om Turkish Airlines vlucht TK1951 te nemen. Het is een drukbezette vlucht, die hen naar de Hollandse polder zal brengen. Na ruim drie uur vliegen maakt de bemanning zich op voor de landing op Schiphol. Het weer is goed, de vlucht verloopt vlekkeloos.

Maar dan zien ze de Nederlandse bodem op zich afkomen

Omdat ze gewend zijn te vliegen, blijft Grada zich tijdens de daling richten op haar kruiswoordpuzzel. Wel doet ze alvast even haar schoenen aan, om straks snel het vliegtuig uit te kunnen lopen. Fred zit naast haar, bij het raampje. Hij kijkt of hij hun huis in een nieuwbouwwijk van Purmerend kan zien. Het is een woensdag, even na tien uur in de ochtend. Fred en Grada lijken precies op tijd aan te komen, om rond het middaguur op het schoolplein te kunnen staan.

Maar dan zien ze de Nederlandse bodem op zich afkomen, en beginnen de motoren van het vliegtuig uit alle macht te brullen.

Geen tijd om na te denken

Grada Gimpel zit op de bank van het huis waar ze bijna niet meer was teruggekeerd. Ze keert met haar gedachten terug naar het moment dat de ramp zich voltrok. ‘We hoorden hoe de motoren vlak voor de landing weer helemaal open werden getrokken, alsof de piloten weer hoogte probeerden te winnen. “Oh! gaat dit wel goed?” zei ik tegen Fred, terwijl ik hem aankeek.’

Fred herinnert zich hoe snel het daarna allemaal ging. ‘Er was geen tijd om na te denken. Ik heb mijn armen nog kruislings voor mijn borst gebracht, in een opwelling. Toen stortten we neer. De achterkant van het vliegtuig raakte de grond, terwijl we nog een enorme snelheid hadden. Je voelde hoe de krachtenvelden zich naar de voorkant van het vliegtuig verplaatsten. Tijdens de crash vloog er van alles door de cabine op ons af, plastic, metaal.’

Maar het bleef stil. Mensen keken apathisch voor zich uit

Het toestel met de passagiers kwam na de fatale val in een omgeploegde akker terecht. Fred verwachtte dat er paniek zou uitbreken en iedereen zou gillen en schreeuwen. ‘Maar het bleef stil. Mensen keken apathisch voor zich uit. Die doodse stilte, die zal ik nooit meer vergeten. We zaten in het pikkedonker, de verlichting was uitgevallen. Voor onze neus hingen de zuurstofmaskers- en slangen.’

Wilde ogen

Fred maakte de meest dramatische ogenblikken van zijn leven mee. Grada lag half over hem heen, zonder nog te bewegen. Jaren na de ramp raakt Fred nog emotioneel als hij erover vertelt: ‘Ik dacht bij mezelf, het is of afgelopen, of ik loop voor de rest van mijn leven achter een rolstoel. Gelukkig hoorde ik haar toen rochelen, en zwaar ademhalen. Een teken dat ze nog leefde.’

Pas tien minuten later kwam Grada bij, helemaal in de war. Met een grote snee op haar hoofd. Fred: ‘Ze keek me met wilde ogen aan, alsof er iemand anders wakker was geworden.’ Terwijl hij zelf verwondingen aan hoofd en been had, en twee gebroken ribben, aarzelde Fred geen moment. ‘We moesten eruit, voordat het vliegtuig misschien in brand zou vliegen.’

ANP PHOTO MARCEL ANTONISSE

De twee probeerden het ramptoestel te verlaten. ‘Eerst via het gat in het vliegtuig achter ons, waar de staart was afgebroken. Maar daar lag een man met zijn gezicht in de modder, waar we niet langs konden. We zijn toen naar de voorkant gelopen, en via een nooddeur over de vleugel naar buiten geklommen.’ Wanneer ze op voldoende afstand van het wrak zijn, besluit Fred zijn vrouw daar te laten, en terug te keren het vliegtuig in, om er meer mensen uit te halen. ‘Eerst een Islamitische dame, daarna een man met zijn zwaargewonde vrouw. Ik vertelde hem dat we haar naar buiten moesten tillen, voor het misschien te laat was. Dat lukte ons. Met vereende krachten, waarover je jezelf later verbaast. Buiten gaf die man me nog spontaan een kus op mijn wang, zo dankbaar was hij.’

Mensen vielen om

Staand in de modder, wachten Fred en Grada en hun medepassagiers op hulp. Tientallen politiemensen komen van alle kanten aangesneld, maar ze komen tot verbijstering van Fred niet dichterbij het vliegtuig: ‘Wat staan jullie daar nou, dacht ik, jullie hebben toch een EHBO-diploma? Moeten we het dan allemaal zelf doen? Ik voelde me zo hulpeloos. Later begreep ik ook wel dat zij op het commando van hun chef wachtten, en er vooral voor moesten zorgen dat de ambulances ons konden blijven bereiken over de smalle weg.’

Ik moest toen wel zeggen: “Daar zaten wij in”

Het Purmerendse stel werd een nabijgelegen schuur in gedirigeerd. Daar speelden zich de gekste taferelen af. Fred: ‘Mensen die op een flinke dosis adrenaline uit het vliegtuig waren gekomen, vielen nu plotseling om. Ze bleken een gebroken nek of rug te hebben. Pas na een tijdje begon een jonge agent de lichte en zware gewonden van elkaar te scheiden.’

Fred bedacht zich dat hij zijn kinderen moest bellen, om ze te laten weten dat hun ouders in orde waren. ‘Maar voordat het zover was, belde mijn dochter me al, op mijn mobiele telefoon. Ze wilde me vertellen dat er een vliegtuig was neergestort op Schiphol, op de route die wij ook wel eens afleggen. Ik moest toen wel zeggen: “Daar zaten wij in.” Daarop bleef het stil aan de andere kant van de lijn. Mijn dochter was natuurlijk even de kluts kwijt, omdat we haar niet verteld hadden dat we naar Nederland kwamen.’

Verdwaasd door de klap

In het ziekenhuis slaapt Fred de eerste nacht niet: ‘In mijn hoofd ben ik nog wel tien keer weer naar beneden gestort. Ik voelde het steeds weer gebeuren.’ Grada blijft de eerste uren nog verdwaasd, door de klap op haar hoofd. ‘Ik zag mensen in het ziekenhuis steeds voor bekenden aan. Dat bleek onderdeel van het trauma. Gelukkig was het na een dag voorbij.’

Tot zijn ontluistering werd Fred in het ziekenhuis ook gebeld door Amerikaanse letselschadeadvocaten

De volgende ochtend stond Fred het televisiejournaal te woord. ‘In de krant stond namelijk dat een gebrek aan brandstof de oorzaak van de ramp was. Dat klopte gewoon niet. We hadden de motoren tenslotte nog horen loeien in de laatste seconden. Ik wilde dat rechtgezet hebben.’

Tot zijn ontluistering werd Fred in het ziekenhuis ook gebeld door Amerikaanse letselschadeadvocaten. ‘Op de eerste dag al, heel agressief. Hoe ze aan ons telefoonnummer kwamen, ik weet het nog steeds niet? Ze vertelden dat ze ons wel even gingen vertegenwoordigen. Ik heb gezegd dat ik een ziektekostenverzekering had, en dat ik ze wel terug zou bellen als ik daar behoefte aan had.’

Gespannen

Ruim vier jaar later zijn ze vooral blij dat ze nog leven, Fred en Grada. Maar ze zijn met hun gedachten ook bij de andere passagiers of nabestaanden. ‘We denken nog wel eens aan die stewardess die het niet heeft overleefd. Ze was een leuke verschijning, haar gezicht zal ons altijd bijblijven.’ Op de lotgenotenbijeenkomsten schrokken ze ook van het aantal overlevenden dat gehandicapt is geraakt, of psychisch geknakt. ‘Omdat ze om zich heen mensen hebben zien sterven, terwijl ze niet in staat waren er iets aan te doen.’ Na de ramp hebben ze veel ondersteuning en hulp gehad, vinden de twee. ‘Het aantal kaartjes in de bus van vrienden en bekenden in de week na de ramp was hartverwarmend. Door alle publiciteit zijn we zelfs herenigd met uit het oog verloren familieleden.’

Maar ook Turkish Airlines liet zich deze keer van haar beste kant zien: ‘Zodra zij hoorden dat wij kort na de ramp weer terug naar Qatar wilden vliegen, hebben ze ons continue begeleid. Ze hielden zelfs een keer één van hun vluchten voor ons tegen, toen we te laat dreigden te komen, omdat we in de file stonden.’

Dat vliegen doen de twee nu weer regelmatig. ‘Want de kans dat we nog een keer een crash meemaken is nu heel klein’, stelt Grada. Hoewel ze bij het dalen wel altijd wat gespannen zijn. Fred: ‘Dan kijk ik of we wel snel genoeg gaan. Ook bij de eerste landing, na de ramp, in Istanbul, hoorde ik elk klein geluidje van het toestel.’

Toen ze achteraf over de oorzaak van de ramp hoorden, was Fred daarover wel verontwaardigd: ‘Eén van de hoogtemeters die het niet deed, waardoor de automatische piloot de landing te vroeg wilde inzetten. Dat is toch ongelofelijk?’ Hij verbaast zich er vooral over, omdat hij zelf werkzaam was in de olie-industrie. ‘Daar mag niets draaien, zodra één van de metertjes een afwijkende waarde geeft. En uitgerekend in een vliegtuig kon dit wel gebeuren?’

De deur van de cockpit was zo tegen terroristen beveiligd, dat hulpverleners te laat binnenraakten

Achteraf stelde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid trouwens vast dat niet alleen Boeing, maar ook de luchtverkeersleiding op Schiphol wat te verwijten viel. Zij lieten de piloten een korte draai naar de landingsbaan maken, vanaf een te grote hoogte. De drie piloten hadden de ramp zelf kunnen voorkomen als zij, volgens voorschrift bij problemen, de landing voortijdig hadden afgebroken. Wrang detail is dat een van de piloten kort na de crash nog in leven was. Helaas was de deur van de cockpit zo tegen het indringen van terroristen beveiligd, dat hulpverleners te laat binnenraakten. Toen was de piloot al overleden.

Na afloop van de ramp bleek er nog een mysterie te zijn. Twee vrouwelijke passagiers werden eindeloos ondervraagd over een laptop die ze zouden hebben gezien. Fred: ‘We vroegen ons af of het soms CIA-agenten waren?’ Achteraf bleken dit de computers van vier Boeing-medewerkers die meevlogen, die in Turkije voor de overheid enkele 737’s tot militaire verkenningsvliegtuigen hadden omgebouwd. Pijnlijk genoeg stierven deze medewerkers in een toestel van hun eigen werkgever, die hiervoor naderhand ook nog eens verantwoordelijk werd gesteld.

Als ik nu mensen zie klagen over dingen, denk ik wel eens, waar maak je je druk om

Geknakt

Fred en Grada onthullen in Purmerend dat zij de crash door een speling van het lot hebben overleefd. Ze hoorden eigenlijk voorin het vliegtuig te zitten, in business class, omdat de baas dat vergoedde. ‘Maar in plaats daarvan zij we in de economy class gaan zitten, achterin het toestel. Met het geld dat we daarmee uitspaarden, wilden we de kinderen naar Qatar laten overkomen. Dat werd ons geluk. Want in economy overleefden de meeste mensen de crash.’

Het Purmerendse stel stelt nuchter vast dat ze niets noemenswaardigs hebben overgehouden aan de vliegtuigcrash. Fred is wel wat makkelijker in het leven gaan staan: ‘Als ik nu mensen zie klagen over dingen, denk ik wel eens, waar maak je je druk om. Wees toch tevreden met wat je hebt.’ Ook Grada kan vier jaar na de ramp goed relativeren. Ze stelt vast dat de verrassing om de kinderen van school op halen achteraf anders uitpakte dan zij hadden bedoeld: ‘We kwamen iets te letterlijk uit de lucht vallen.’

Dat artikel is een bewerking van een eerder verschenen artikel in Panorama 

 

Meer van Joost van der Wegen…

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).