Je kind kwijt zijn. Het is de angst van elke ouder. Daarom zou Miloe van Beek ze tegenwoordig het liefst in een kooitje willen stoppen.

STEUN RO

Achteraf schaamde ik me diep. De overslaande stem, de paniekerige blik, de waanbeelden. Kwam het door het verhaal over een opgerold kinderpornonetwerk dat ik die ochtend had gelezen? Door de fotoreportage van Syrische kinderen die ’s nachts in het bos sliepen? Het journaalitem over een ontvoerd kindje? Een week later weet ik nog niet waarom mijn doorgaans vrij kalme aard die middag omsloeg in paniek en hysterie.

Ik was mijn kleuter niet kwijtgeraakt in een pretpark, drukke winkelstraat of afgelegen bos. Nee, we lieten samen de hond uit op het grasveldje niet ver van huis. Midden op dat veld, waar vaak kinderen spelen, draaide de pup een drolletje.

‘Die moeten we opruimen mama!’

‘Je hebt gelijk schat zei ik,” tevergeefs in mijn zakken graaiend. “Ik heb alleen geen zakje bij me.’

‘Ik ga er wel een halen!’ riep ze en sprintte enthousiast naar de poepzakjesautomaat aan de andere kant van het veld. Ik keek haar na, blonde haren wapperend in de wind, en voelde mijn telefoon trillen in mijn zak. Toen ik de app had beantwoord, verwachtte ik dezelfde wapperende haren te zien rennend in tegenovergestelde richting. Maar ik zag een verlaten veld.

In eerste instantie liep ik heel kalm naar de poepzakjesautomaat. Ze is even om de hoek, speelt verstoppertje, zei ik tegen mezelf. De laatste tien meter legde ik rennend af, de pup enthousiast achter me aan springend. Haar paarse kinderfietsje stond moederziel alleen in het gras. Ik keek om de hoek, speurde de straat af. Riep haar naam. Een keer. Twee keer. Drie keer. Ik hoorde de echo, maar verder bleef het akelig stil. De vierde keer sloeg mijn stem over. De vijfde keer klonk er regelrechte paniek in door. Ik wist ineens zeker dat ik een auto had gehoord. Een kreet. Een dichtslaand portier. Paniek had zich in mijn hoofd genesteld en ging niet meer weg.

Snoepjes

Er stopte een tienermeisje op de fiets. ‘Gaat het wel mevrouw?’ Ik hakkelde iets over mijn dochtertje dat weg was, over dat het toch niet kon, dat ik het niet geloofde. Ik stamelde over mijn telefoon en over hondenpoepzakjes. “Ze kan toch niet zijn meegenomen?” Het meisje keek me ongelovig aan en stapte op haar fiets om navraag te doen bij de man die aan de overkant in z’n tuin aan het werk was. Net toen ik dacht dat ik of over moest geven, of ging huilen, zag ik vanuit mijn ooghoeken blonde wapperende haren.

‘Mama de deur zit op slot, ik kan helemaal geen poepzakje halen.’

Ze kreeg een preek (‘maar ik had gezegd tegen jou dat ik naar huis ging!’)Een knuffel. Duizend kusjes. Ik kneep haar hand fijn toen we naar huis liepen. Een kwartier later, op de fiets op weg naar de speelafspraak van haar broer, zakte de misselijkheid. Ik begroef mijn neus in haar haar.

‘Wat zou je doen als een vreemde man of vrouw vraagt of je een snoepje wil?’

‘Dan zeg ik ja lekker!’

‘Maar als hij of zij zegt dat je in zijn auto moet stappen?’

‘Dan doe ik dat.’

‘Nina nu moet je goed luisteren, je mag nooit, ik herhaal NOOIT met iemand meegaan die je niet kent.’

Ze was even stil.
‘Ook niet als hij heel veel snoepjes heeft?’

Van baby af aan heb ik bij mijn kinderen zelfstandigheid gestimuleerd, teveel afhankelijkheid maakt me kriegel. Houd zelf je fles vast, kruip naar je speeltje, ja je kan best al zelf lopen, je mag alleen op het schoolplein aan de overkant spelen, samen met je buurmeisje een ijsje gaan halen. Nu die missie is geslaagd, mijn kinderen zijn uitgegroeid tot ondernemende, eigengereide wezens, wil ik niets liever dan ze in een kooitje stoppen. Zodat ze niet verder kunnen groeien. Zodat ik niet bang hoef te zijn dat ze iets overkomt. Zodat ik ze niet los hoef te laten.

‘Ga maar mama,’ zeggen ze ’s avonds als ik bij het naar bed brengen langer doe over het afscheid dan zij.

‘Ja, ja ik ga,’ zeg ik treuzelend.

Ik ga. Als jij blijft.

    Miloe van Beek is twaalf jaar freelance journaliste en zes jaar moeder. Ze heeft nog nooit een roze wolk gezien, ze past niet in het perfecte plaatje en is chronisch chaotisch. Schrijft rauwe, eerlijke, licht ironische stukken over alle aspecten van het moederschap. Daarnaast schrijft ze verhalen die van ondernemers mensen maken.