Het enorme succes van zijn roman Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht – bijna tien miljoen verkochte exemplaren – bracht de Britse schrijver en beeldend kunstenaar Mark Haddon financiële vrijheid, maar geen gemoedsrust. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman, De dolfijn. ‘Ik denk altijd: als dit klaar is, dán heb ik rust. Maar die wortel aan de stok voor je neus komt altijd een stukje verder te hangen.’ Acht levensvragen aan een man die net zo goed een hond had kunnen zijn.

STEUN RO

1. Wat is het ergste wat u ooit een ander heeft aangedaan?

‘Toen ik vijf was heb ik een jongetje op het speelplein gestompt. Het was spectaculair effectief, want hij viel achterover op zijn rug. Shit, wat heb ik nou gedaan, dacht ik. Dus dat was meteen de laatste keer dat ik iemand iets naars aandeed. Tussen mijn twaalfde en achttiende speelde ik rugby – in die tijd nog een gewelddadige sport. Aan het begin van de wedstrijd stompten spelers elkaar in het gezicht om uit te maken wie de sterkste was. Absurd! Je weet hoe het gaat als mensen vechten, het wordt altijd een zooitje.’

‘Mijn vader, een heel goede rugbyspeler, gaf me een belangrijke levensles: het beste wat je kunt doen is glimlachen en niet reageren. Dat jaagt je tegenstander veel meer angst aan, want die denk dat hij het jou niet kan schelen dat je in je gezicht geslagen wordt. Nog beter is het om je tegenstander een kus op de wang te geven – niet alleen ben je de morele winnaar, de ander gaat ook nog eens over de rooie. Dus ik werd wel geslagen, maar sloeg niet terug. Het werkte geweldig. Ik zat altijd onder het bloed doordat ik hevige bloedneuzen kreeg, maar ik bleef onverstoorbaar. Ze dachten dat ik een psychopaat was, heel grappig. Niet reageren als je wordt aangevallen is verreweg het beste offensief.’

2. Wie heeft u het meest gevormd?