Stel je voor: je bent negentien jaar, je woont op straat, hebt geen inkomen en geen familie om bij aan te kloppen. Dat is het verhaal van Femke Dubbeldam (19), een van de 12.500 jongeren in Nederland die dak- of thuisloos zijn.

STEUN RO

Femke woont sinds haar zeventiende op straat. Daarvoor was haar thuissituatie al niet stabiel. Haar moeder heeft borderline en haar vader is onlangs vrijgekomen uit een tbs-kliniek. Ze heeft een oudere verslaafde broer die dakloos is. Samen met haar twintig jaar oudere vriend woont ze in een gekraakt bootje dat lek is. Elk moment kan ze door de politie weggestuurd worden omdat ze geen officiële ligplaats heeft.

Voor jongeren als Femke werd er in juni een conferentie gehouden. Tijdens deze middag kregen staatsecretaris Blokhuis en koningin Máxima het manifest ‘De basis op orde’ aangeboden. Dit manifest moet het gat opvullen dat valt als een jongere uit de jeugdhulp achttien wordt. De jongeren zijn vaak zo moe van alle bemoeienissen en valse hoop dat ze zichzelf wel ‘redden’. Een groot aantal van deze jongeren blijft de rest van zijn leven circuleren in de straten en instanties.

Mooie gebaren

Als een van de sprekers schuift Femke met grote spanning aan tijdens een workshop ‘Hoe moet het anders?’. Dapper vertelt ze haar verhaal en geeft ze de deelnemers een kijkje in haar leven. Later die dag staat ze op uit het publiek om met een trillende stem weer van zich te laten horen.

Tijdens deze gelikte conferentie, met de koningin als promotiemateriaal, wordt er door hulpverleners en ambtenaren heftig gediscussieerd. Met alle empathie proberen ze zich in te leven in de ervaringsdeskundigen die hun te woord staan. “Ach meisje, wat ontzettend naar voor je”, hoor je tussen het geroezemoes door. Een ander krijgt een nachtplek aangeboden. Mooie gebaren die voor deze jongeren niks uitmaken. Want al zullen ze vannacht binnen kunnen slapen, morgen staat de kou weer op hun stoep.

Met veel applaus worden staatssecretaris Paul Blokhuis en koningin Máxima op het podium onthaald. Van de presentator krijgen ze het manifest overhandigd terwijl er twee jongeren het podium opgetrokken worden om met hun op de foto te mogen. De veelbelovende woorden over de toekomstige veranderingen én dat Blokhuis zich écht hard gaat maken voor ze, wordt met nog harder applaus ontvangen.

Na dit praatje moet iedereen blijven zitten tot de koningin veilig naar buiten geëscorteerd is. Sommigen krijgen de kans om haar een hand te geven, terwijl andere jongeren juist zich om Blokhuis drommen. Blokhuis gaat als een ware popster met iedereen die het wil op de foto.
Femke kijkt van een afstand toe. “Ik hoef niet met hem op de foto, maar zou wel graag willen dat hij een écht verhaal hoort.” Die kans krijgt ze van zijn woordvoerster Emilie Westerouen van Meeteren. Zij herkent zich in Femkes gevoel dat het allemaal een poppenkast is. Vijf minuten krijgt Femke de tijd om haar verhaal te doen. Dankbaar en geëmotioneerd vertelt ze haar verhaal. Heel even zie je Blokhuis als een bezorgde vader in plaats van een ambtenaar. Hoopgevend zegt hij: “Stuur mij jouw gegevens. Wellicht kan ik in Apeldoorn, waar ik wethouder was, opvang voor je regelen. Ik stuur vanavond ook een mail naar de Rotterdamse wethouder. Jij moet zo snel mogelijk van straat en aan je toekomst werken.” Zijn woordvoerder geeft haar visitekaartje aan en wenst Femke veel succes.

Met weer wat hoop loopt Femke naar buiten om te roken. “Ik had écht niet verwacht dat ze naar mij zouden luisteren. Ik hoop echt dat dit gaat werken, dit is mijn laatste kans.”

(Wan)hoop

Een week later op het kantoor van de Straatadvocaten tref ik Femke en haar begeleider Tim van Rooijen. Het verhaal van Femke gaan we vandaag opschrijven om naar Blokhuis te sturen. Femke komt een half uur later dan afgesproken onrustig binnen. Lacherig vertelt ze dat ze denkt dat ze zwanger is. Van haar laatste geld heeft ze een test gekocht. We dwingen haar om veel water te drinken zodat we die test kunnen doen. Opgelaten doet ze de test. “Als ik zwanger ben, houd ik het. Ik heb al eerder een miskraam gehad en wil er niet aan denken dat ik een kind weg laat halen.” Gespannen kijkt ze naar Tim als hij de uitslag ziet. “Wat is het nou!?” Iedereen staat op en geeft haar een knuffel. De test is positief, ze is inderdaad zwanger. Terwijl Femke een traan wegpinkt, vraagt ze of we even kunnen roken en dan verder kunnen schrijven.

Eenmaal buiten vertelt ze trots dat vrijdag haar laatste taakstrafdag is. Een taakstraf als gevolg van armoede: samen met haar vriend moet ze rondkomen van 300 euro per maand. Dat is ongeveer vijf euro per persoon, per dag. Femke is hierdoor inventief geworden. Zij dacht gebruik te kunnen maken van de vier-in-de-rij-kassa-erbij-regel van de Jumbo. Samen sloten ze zich, met een mandje vol boodschappen, aan in rij van drie wachtende voor hun. De caissière liet de twee meteen wegsturen, toen zij hen zag. Femke en haar vriend gingen op hun strepen staan voor die gratis boodschappen. Het verzet tegen de bewaking eindigde in een handgemeen en Femke die afgevoerd werd door de politie. Omdat ze geen cent te makken heeft werd het een taakstraf.

Wanneer Femke haar verhaal binnen vervolgt, is het duidelijk dat ze vol goede moed zit. Zo heeft ze ooit in een re-integratieproject gezeten waarbij ze fietsen leerde maken. “Dat vond ik leuk om te doen. Het lijkt me tof om een bakfiets te hebben en dan een reizende fietsenmaker binnen Rotterdam te worden.” Haar enthousiasme slaat om als ze realiseert hoeveel geld dit kost. “Wie gaat mij ook inhuren? Wie ben ik?”, zegt ze verslagen. Haar begeleider probeert haar op te beuren: “Ze waren toch tevreden met je daar? Je moet alleen nog leren om in groepsverband te werken.” Voor Femke is een groepsverband opereren een heikel punt: door te veel mensen om zich heen raakt ze angstig. Het gevolg is dat ze agressief wordt of wegloopt. Hierdoor kon ze ook niet bij het project blijven. “Ik was niet betrouwbaar genoeg.”

Tim vraagt Femke wat ze het liefst zou willen op dit moment. Het liefste zou ze samen met haar vriend een huisje hebben waar ze met hun hond kan wonen. Zij zou dan haar laatste anderhalve jaar van het vmbo afmaken, terwijl haar vriend in de bouw werkt. Meer dan dat heeft ze niet nodig zegt ze. Vermoeid van weer een gebroken nacht begint ze zelf over haar drugsverleden. “Ik was dertien toen ik voor het eerst amfetamine nam. Dat kreeg ik via vrienden. Al gauw raakte ik verslaafd en kreeg ik het ook via mijn broer. Op school wilden ze me helpen, maar ik was te koppig. Daarom ging ik met mijn moeder mee naar Polen om daar te werken.”
Tim ondersteunt haar en voegt toe aan het verhaal dat Femke nu al dik tweeënhalf jaar clean is. Heel af en toe rookt ze nog een jointje. Ook haar vriend is drugsvrij op een jointje en biertje na. “Het zou zoveel makkelijker zijn, denk ik, als ik een psycholoog kreeg. Toen ik mij daarvoor aanmeldde kreeg ik te horen dat ik eerst mijn thuissituatie maar op orde moest krijgen. Dat is toch het begin van al mijn problemen?”

Excuses

Als het gesprek afgerond is, leidt Tim haar naar buiten. “Succes hè! Ik zie je van de week en je weet het: je kan altijd binnen komen lopen.” Terwijl hij de deur dicht doet en zich tot mij richt zegt hij: “Femke is in sommige aspecten nog heel naïef. Het is jammer dat ze negatief beïnvloed wordt door haar vriend. Die is hier trouwens ook niet meer welkom omdat hij onredelijk is en agressief kan worden.” Samen zitten we nog een tijd en overdenken we wat de opties zijn voor Femke en wat er gebeurt als ze al de hoop op geeft. De belofte om niet los te laten tot er een oplossing voor haar is, wordt gemaakt.

In de maanden die volgen, is er regelmatig contact met Tim om te horen hoe het met Femke is. De berichten wisselen. De ene keer gaat het goed en heeft ze een veiligere plek gevonden om te overnachten met de boot. De andere keer moet Tim helpen met spullen verhuizen. In Femkes leven is er altijd wel iets gaande waar ze zelf vaak om kan lachen. Maar de wanhoop hangt als een grote donkere wolk boven haar.

Ondertussen probeer ik elke week de woordvoerder van Blokhuis te bellen. Steeds gaat hij op voicemail. Na een tijd krijg ik het gevoel dat mijn nummer genoteerd is met de naam: NIET OPNEMEN. Voicemails inspreken, sms achterlaten, zelfs haar collega’s bellen en naar haar vragen leveren niks op. Dit is ook het nieuws dat ik steeds aan Tim voor Femke moet doorgeven.

Na twee maanden krijg ik eindelijk gehoor op een boos mailtje dat ik gestuurd heb. Allereerst komt er een excuus, er na volgende verschillende smoesjes. De afsluiter was de vraag: ‘Heb je nog even geduld?’. Twee maanden na een belofte die de wereld van Femke deed oplichten, is er nog steeds niks veranderd. Als ik met dit slechte nieuws naar de Straatadvocaten bel, word ik direct onderbroken. Femke is weg. Samen met haar vriend heeft ze haar spullen gepakt en is ze vertrokken naar een onbekende bestemming.

Al het kleine beetje hoop dat Femke had, is weg. De weken die ze samen met haar vriend op een lek bootje woonde, het steeds weggestuurd worden en als klap op de vuurpijl een miskraam. Boos en verdrietig is ze vertrokken. Niemand weet waar ze nu is.

Student Journalistiek | De Coöperatie | Nijmegen | adoptie en jeugd(zorg)problematiek