Waren dieren enkele eeuwen geleden niets waard – of door filosoof Descartes zelfs gezien als machines zonder gevoel of emotie – tegenwoordig hebben we of halen we zielige of gehandicapte dieren in huis. Waar ligt de grens voor de liefde voor dieren en kunnen wij inschatten wat zielig is? Tekst: Marjan Tulp. Fotografie: Amke.

STEUN RO

Wendy Zee heeft een huis vol niet-perfecte dieren, waaronder twee – wat zij noemt – driepoters. Zee vindt dieren prima zoals ze zijn. Karma, de vierjarige ‘driepoter’ die de metalen haak van de Roemeense hondenvangers om haar voorpoot kreeg en net zo lang doortrok tot de poot kapot was, is een van haar honden. Karma zwemt, speelt en rent dat het een lieve lust is. “Ze gaat echt hard, houdt de windhond bij.” Zee meent niet dat Karma pijn heeft. “Op een enkele keer fantoompijn na, dan gilt ze en trekt met haar stompje.”

Knuffelhormoon

Het is de hulploosheid van een levend schelpsel dat een appèl doet op de verzorgende kwaliteiten, die evolutionair als emotie in de mens zitten ingebakken. Dat is wat gehandicapte – en niet gehandicapte dieren, vooral honden en katten, bij mensen losmaken. Gehandicapte dieren hebben een zieligheidsfactor, je wilt er goed voor zorgen omdat je daar een goed gevoel van krijgt. Tijdens het aaien van een hond stijgt het oxytocineniveau, het knuffelhormoon dat vermoedelijk alle zoogdieren hebben, in je bloed. Uit onderzoek bleek dat er zowel bij de mens als bij de hond iets gebeurt als je hem aait, waardoor je een binding krijgt.

Niet iedereen ziet overigens een gehandicapt dier zitten. Er zijn mensen die bewust afstand doen van gehandicapte dieren. Zo is incontinentie een van de belangrijkste redenen om een bejaard dier te laten afmaken. Dat is misschien soms maar goed ook, want een twaalfjarig incontinent hondje kun je vermoedelijk beter euthanaseren dan in het asiel doen, waar het nog maar de vraag is of iemand hem ophaalt.

Buitenstaanders vinden al snel iets zielig. Degene die met een oud of gehandicapt dier op straat loopt, krijgt te maken met voorbijgangers die dat dier zielig vinden. Staat er een stokoud paard met een kromme rug in de wei, dan moet de eigenaar al een bordje aan de omheining hangen dat het dier oud maar niet zielig is, om te voorkomen dat de Dierenpolitie steeds gebeld wordt.

Normaal gedrag kunnen vertonen

Dierengedragsdeskundige prof. dr. Machteld van Dierendonck heeft als vak om aan te geven hoe iets waarschijnlijk door een dier beleefd wordt en – indirect – hoe ver je als mens kunt gaan. In veel gevallen kunnen mensen geen afscheid nemen van hun dier, meent Van Dierendonck. Ze denkt dat mensen niet altijd kunnen inschatten of hun dier zielig is. ,,Een dier moet minimaal aan zijn zogeheten ethological needs, essentiële levensbehoeften, kunnen voldoen. Dit zijn eten, plassen, poepen, sociaal zijn, bewegen en wegduiken voor gevaar.

Daarnaast staat centraal in de stressfysiologie dat een dier de controle moet hebben om zijn essentiële gedrag voldoende uit te kunnen oefenen, en het dier moet zijn omgeving enigszins kunnen voorspellen.” Ook pijn, chronische – en onbehandelde acute hoge pijn, zijn volgens Van Dierendonck de grens om niet te overschrijden. De gedragsdeskundige meent dat het vage grenzen zijn en vraagt zich bijvoorbeeld af of een hondje dat verlamd in een tuigje in een karretje hangt, wel pijnloos is. “Voor de korte termijn kunnen daar pijnstillers voor worden gegeven, maar voor lange termijn weet je niet zeker of er drukkingen zijn of problemen met de pootjes. Daar zitten grijze gebieden in.”

De etholoog denkt dat mensen te weinig gevoel hebben wat het voor een dier betekent en moeilijk kunnen inschatten of het dier pijn of een gebrek aan controle heeft. “Je ontneemt de hond in de rolstoel vaak de mogelijkheid zijn normale gedrag uit te oefenen: hij kan geen normaal begroetingsgedrag vertonen naar een andere hond, zoals zijn staart tussen de benen trekken als hij onderdanig is. En kan hij naar de waterbak als hij wil drinken, zich verdedigen, en aangeven dat hij iets niet leuk vindt als dat nodig is?” De gedragsdeskundige vraagt zich af waar de grens ligt. Het is wellicht okay als een hond tijdelijk in een karretje moet, maar dat dat maar de vraag is als het gaat om een krakkemikkig twaalfjarig hondje met een levensverwachting van twee jaar.

Het belang van het dier

Henny van Rij heeft als conservator van het virtuele Dierenmuseum en deskundige op het gebied van dierenethiek een eigen kijk op dieren met een handicap. “De morele vraag ‘hoe ver moet je gaan’ is een hele interessante. Vanuit de ethiek kijk je naar de belangen van de mens én die van het dier. Als het belang van het dier in het geding komt tast je zijn welzijn en integriteit aan.”

De Wet Dieren, die sinds 1 januari 2013 van kracht is, erkent de intrinsieke waarde van dieren. Dit wil zeggen dat dieren waardevol zijn omwille van zichzelf en dat ze niet alleen een gebruikswaarde hebben. Hiermee erkennen we dat dieren belangen hebben waar wij rekening mee moeten houden. Wij moeten rekening houden met hun welzijn en hun integriteit. “Het is alleen afhankelijk van de mensen hoe ze deze belangen wegen en dus of de dieren er in de praktijk iets mee opschieten of niet,” meent van Rij.

Van Dierendonck denkt dat mensen niet altijd goed in staat zijn om de belangen van het dier te beoordelen. Zij vraagt zich bijvoorbeeld af of het ethisch verantwoord is om dieren met een tumor chemotherapie te geven. Een kwaadaardig gezwel op de huid enkele keren bestralen, waarna het dier nog jaren happy is, is misschien okay, maar ze heeft bijvoorbeeld haar bedenkingen over het behandelen van een dier met een hersentumor die zijn gedrag beïnvloedt en pijn oplevert. “Moet je dat willen?”

De dierenarts als informatieverstrekker

Ook dierenarts Bas Peeters van dierenkliniek Westerpark in Amsterdam onderschrijft dat eigenaren de mate van zieligheid van hun dier niet altijd goed inschatten. “Eigenaren vinden al snel iets zielig.” Hij legt uit dat de meeste dieren met een handicap gezond geboren zijn, maar gehandicapt zijn geworden door een ongeluk of ziekte, zoals een poot die er af moest door kanker of een oog dat er uit moest omdat het al een jaar ontstoken is. Het is volgens Peeters de taak van de dierenarts om de eigenaar goed te informeren, zodat het beeld van de mate van zieligheid en de emotie die dat oproept bij de eigenaar, verandert. “Een dierenarts legt aan de eigenaar uit dat het dier al een jaar zonder dat oog leeft. Er verandert niets voor dat dier. Dit geeft de eigenaar een reeëler beeld over de mate van zieligheid.”

De dierenarts moet vanuit zijn professie afstand houden van de emotie en de eigenaar voorzien van goede informatie, meent Peeters. “Stel een hond komt onder de auto en zijn pootje moet er af. De eigenaar zegt al snel: hij moet geen pijn hebben, maak hem maar af. Dan moet ik aangeven dat het pootje er af kan en dat het dier net zo gelukkig blijft.”

Eigenaren vermenselijken hun dieren. Antropomorfisme, heet dat. Peeters: “Wij kijken in de spiegel en denken: ik heb maar één oog! Een dier heeft dat niet. Een dier ziet met één oog nog prima en zijn zelfbeeld wordt er ook niet anders van. Huisdieren zijn emotioneel onbelast over beperkingen, ze denken er niet over na en ze zien het zelf niet als beperking. Die hond ervaart alleen een technische beperking, maar geen zieligheid.”Als eigenaren dat leren zien, dan kunnen ze de emotie een plek geven, weet Peeters.

Bij verkregen beperkingen is dus de vraag of een dier het als dusdanig ervaart, en dat hangt van de persoonlijkheid van het dier, de fitheid en leeftijd en de situatie waarin het leeft af, aldus de dierenarts. “Een kat met een korte staart denkt niet na over zijn beperking. Een korte staart heb je nodig voor een balans, als je een grote sprong maakt. Voor een binnenkat is dat geen probleem, voor een buitenkat kan het wel een punt zijn als hij voortdurend omvalt of moet vechten in de tuin. Dan verandert het zijn leven en wordt zo’n kat onzeker.“

Voor een dier is een handicap een probleem als het zijn gedrag beinvloedt, legt Peeters uit. Zo is bij binnenkatten amputatie van een poot geen probleem, maar voor een competetieve buitenkat is het missen van een voorpoot, waardoor ze gaan lopen als een kangaroe, lastig.

Peeters vindt een hond in een rolstoel in een stad als Amsterdam niet snel zielig. “Natuurlijk gedrag kunnen laten zien is niet zo’n probleem als ze in een stad met hun eigenaar of gezin in een kleine of grote roedel leven. Doof- of blindheid kan vaak ook prima voor dieren die vooral binnen leven en zich veilig voelen. Het ontbreken van geur is wel een beperking voor een dier.” Een hond op het platteland, die meer andere honden tegenkomt, moet wel kunnen kwispelen als hij een andere hond tegenkomt, legt Peeters uit.

Doof of blind

Dieren met een aangeboren zintuiglijk handicap hebben het vaak makkelijker dan dieren die dit handicap op latere leeftijd kregen. Als je met een zintuig minder geboren wordt, dan wordt dat deel van je brein ingenomen door de input van de andere zintuigen, die gevoeliger worden. Van Dierendonck: “Stel een dier wordt zonder oogjes maar met een normaal ontwikkeld brein geboren, dan worden in de jonge ontwikkeling van dat dier de bijbehorende hersendelen voor de input van het oog niet ontwikkeld maar er is ‘meer plek’ en andere zintuigen worden verder ontwikkeld. Bijvoorbeeld de input voor het oor of het gevoel kunnen meer ruimte innemen en ontwikkelen zich meer en nemen taken over. Er kunnen wel risico’s aan kleven, ze kunnen niet zien dat er een predator aankomt, maar ze kunnen de predator wel beter horen en ruiken. Zonder ogen van de ene naar de andere tak springen wordt lastig, maar een prooi bespringen kan mogelijk wel, door geur, warmte en geluidsinformatie. Dergelijke dieren kunnen vaak prima functioneren.” Dieren die op latere leeftijd blind worden, moeten meer op hun geheugen functioneren. Hun brein zit nog vol visuele verbindingen. Het duurt dan langer voordat die vervangen zijn door geluid en geur. Zelfs prooidieren als paarden kunnen met één oog of één oor normaal functioneren. Bij later volledig blind geworden paarden moet je goed kunnen inschatten wat nog een prettig leven voor ze is. “Dieren met verminderde controle zijn sneller gestresst en angstig,” legt van Dierendonck uit.

Orthopedie voor dieren

Stel een hond mist een pootje en de pols aan de andere kant heeft ondersteuning nodig, dan kan Jurriaan Goossens van Orthopedieren dit dier wellicht helpen. De orthopedisch instrumentenmaker maakt dynamische braces voor enkels en polsen, orthopedisch schoeisel, protheses en korsetten. “Allemaal maatwerk. Voornamelijk voor honden, katten zijn er te eigengereid voor. Andere dieren zijn ook welkom als de mensen in kunnen schatten dat het dier het zal accepteren en zal snappen hoe ermee om te gaan.“

De meeste honden die een orthopedisch instrument krijgen, hebben deze door een operatie tijdelijk nodig. Je kunt immers niet tegen een dier zeggen dat ze een tijdje rustiger moeten doen. “Stel een hond met een deels afgescheurde pees moet rustiger zijn. Deze hond krijgt een brace waarmee hij alles kan, behalve de beweging die niet gemaakt mag worden, waardoor de pees kan herstellen. De hond kan gewoon uitgelaten worden en spelen.”

Honden met lange ruggen, zoals teckels, lopen het risico op hernia’s. Zo’n hond geneest van een operatie in zijn bench, maar als hij daar weer uit mag, dan is hij te blij en gaat gek doen. “Dan schiet het weer in de rug. Daarvoor maken wij korsetten.”

Bij orthopedieren maken ze ook blijvende orthopedische producten, zoals een orthopedische schoen of een brace voor een dier met artrose. “Door de artrose heeft het dier pijn en als het pijnlijke gewricht niet bewogen kan worden, levert dit het dier gemak op.”
Als Goossens werkt in overleg met dierenartsen of de dierfysiotherapeut. Als hij een dier ziet waarvan hij denkt dat het niet zinvol is om er mee aan de slag te gaan, dan geeft hij dat bij de eigenaar aan. “We maken niet koste wat kost overal een brace voor.”

Dieren kunnen niet aangeven of de brace goed past. Goossens adviseert om goed op het dier te letten, of de huid er goed uit ziet en of het dier er aan gaat likken. “Als het de eerste week goed gaat, dan komt het meestal goed.”

Niet voor paarden

Bij paarden zijn braces en protheses een heel andere kwestie. Paarden geven immers nog minder aan dan honden. Paardenchirurg Krijn van Muiswinkel, destijds directeur van Dierenkliniek Emmeloord, verzorgde ooit een pony met een juist onder de hak geamputeerd achterbeen. Ze leefde met een prothese tot ze 21 jaar was. Na haar dood onderzochten de pathologen haar. De pony bleek ernstige arthrose te hebben, vooral aan het heupgewricht van het tegenovergestelde been. Van Muiswinkel: “Technisch is het goed te doen om een pony met een prothese te laten lopen, maar voor het dier moet je het niet willen. De andere benen worden overbelast.”

Een Amerikaanse dierenarts claimt momenteel goede resultaten met beenprotheses voor paarden. Onder de video’s van vrolijk galopperende en bokkende pony’s met kunstbenen staan blije reacties van paardenliefhebbers. Toch niet doen, zegt Van Muiswinkel. “De dag na het rennen moet het dier het ernstig bezuren. Een paard is te groot, te zwaar en zal vluchtgedrag vertonen.” Daarbij is het lastig om de prothese passend te krijgen en te houden, zeker ook omdat paarden en pony’s graag in zand en modder rollen, wat drukkingen van de huid veroorzaakt. “De pony in Emmeloord had gedurende haar leven heel veel zorg nodig, die ze ook gekregen heeft.” Van Muiswinkel staat afwijzend tegenover de prothese. Hij benadrukt dat veel eigenaren na verloop van tijd afhaken met de intensieve verzorging van dergelijke patiënten.

Stijgende zorgkosten

Je zou kunnen stellen dat onze huisdieren gedeeltelijk met ons mee zijn geevolueerd: wij een rolstoel, zij een rolstoel, alhoewel wij die keuze voor ze maken. We gaan daarnaast ook met de hond ook naar de dierenhomeopaat, de dierfysiotherapeut, de natuurgeneeskundige voor dieren en de dierenosteopaat, en betalen de uurtarieven en de medicijnen. Bij gehandicapte of zieke dieren lopen de zorgkosten op. Een operatie kost het nodige, misschien nog een op maat gemaakte brace erbij, controles bij de dierenarts en achteraf therapie. Een groter wordende groep mensen heeft deze bedragen met liefde voor hun dier over, maar niet iedereen kan dat betalen. Ook het zorgen voor gehandicapte dieren vraagt veel extra tijd en inzet. Toch doen we het, als het mogelijk is, graag, wellicht gestuurd door het knuffelhormoon of de ingebakken verzorgende kwaliteiten bij het zien van hulpeloze dieren.

Goossens vertelt over de oude blinde geleidehond die zelf blind werd. “Dat is zo’n bijzonder dier, hij heeft een doorgezakte poot waar we een aangepaste schoen voor hebben gemaakt. Het is heel dankbaar werk. Zo’n hond neemt de wereld nog steeds zoals hij is, zonder mopperen of zeuren. Dat is zo mooi om te zien.” Wendy Zee spaart voor een aangepaste brace voor het polsgewricht van de goede voorpoot van Karma. “Karma is uniek, ze straalt iets uit. Dat is waarom we verliefd op haar werden, ondanks die poot. Het is machtig om te zien hoe ze haar poot mist, maar in haar hoofd niet.”

het.tulpje@planet.nl'
    Marjan Tulp is schrijver, bedenker en bladenmaker. Ze schrijft voor meerdere titels, waaronder Boerderij en Landleven. Ze werkte 12,5 jaar bij Reed Business als hoofdredacteur voor publieksbladen en een grote nieuwswebsite. Daarnaast publiceerde ze Leandro, een avonturenroman over een paard.