Nooit kon ik met het meegemaakte geweld ergens terecht. De ene therapeute legde de schuld en verantwoording voor meegemaakt geweld bij jongens, de andere wilde geen woord horen over vrouwelijke daders. Wat is er mis in ons land?  Gendergeweld tegen jongens en mannen is een maatschappelijk probleem, dat door media en justitie wordt gemeden. Het is noodzakelijk om ook geweld tegen jongens en mannen serieus te nemen, juist vanwege de grote gevolgen hiervan. Zowel voor het individu als voor de samenleving.

STEUN RO

Gendergeweld kennen we eigenlijk vooral van geweld tegen vrouwen. Gendergeweld is gebaseerd op genderongelijkheid en gaat vrijwel alleen over vrouwen. Vrouwen kunnen slachtoffer van seksueel, lichamelijk en verbaal geweld. Hiervoor is gelukkig steeds meer aandacht, omdat gendergeweld zich altijd afspeelt in een situatie van machtsongelijkheid. Die machtsongelijkheid speelt ook wanneer mensen, vaak mannen, een machtspositie bezitten die wordt uitgebuit, zoals we kennen uit de vele #metoo verhalen. Andere voorbeelden zijn het geweld in oorlogen en conflictgebieden. En dichter bij huis het verborgen politiegeweld bijvoorbeeld in het politiebureau, buiten het zicht van iedereen.  En natuurlijk het huiselijk geweld achter de gesloten voordeur. Allemaal situaties waarin weinig of geen controle van buitenaf bestaat.

Gendergeweld tegen jongens en mannen, kan dat?

Dat gendergeweld ook voorkomt tegen mannen en jongens en dan gebeurt door zowel mannen als vrouwen is veel minder bekend en krijgt vrijwel geen aandacht.

Toen ik meer dan veertig jaar geleden mijn ervaringen met langdurig en extreem gendergeweld door een vrouw tegen mij als kleine jongen naar buiten bracht, werd niet gereageerd. Men vond het zelfs gewoon. Er was geen enkel begrip voor de fysieke gevolgen ervan. Laat staan dat er begrip was voor de psychische gevolgen. Het signaal vanuit de samenleving dat ik ervoer was dat we geweld tegen jongens met zijn allen niet zo erg vinden.

Over mannen en jongens denkt men vaak als er iets gewelddadigs tegen ze gebeurt: ‘Daar moeten ze maar tegen kunnen’, ‘Daar word je hard van”. Wat tegen mannen gebeurt vindt men in het algemeen niet zo erg. Een jongen of man moet gewoon heel veel kunnen incasseren. Gevoel en beleving speelt in de ogen van anderen een onbelangrijke bijrol. In de jaren negentig was ik enkele jaren in therapie. De therapeute vond dat jongens zelf vast schuldig waren aan diverse vormen van kindermishandeling en marteling. Ze vroeg zich hardop af of (kleine) jongens niet zelf aanleiding gaven dat zoveel geweld tegen ze werd gebruikt.

En nu, veertig jaar nadat ik voor het eerst sprak over gendergeweld tegen jongens, bestaat het officieel nog steeds niet. Hoe kan dat? Bestaat er geen gendergeweld tegen mannen?

Oorlog en conflict

Gendergeweld komt in oorlogen vaak voor. Tegen vrouwen. Vrouwen worden door de overwinnende partij bijvoorbeeld seksueel misbruikt of verkracht. Over deze vormen van gendergeweld tegen vrouwen (zoals hier) zijn talloze publicaties te vinden.

Oorlog

Over gendergeweld tegen mannen zijn echter nauwelijks artikelen te vinden. Gendergeweld tegen mannen kennen we specifiek vanuit omstandigheden waarin mannen macht hebben over andere mannen. Mannelijke krijgsgevangenen uit bijvoorbeeld Syrië en Oost- Congo rapporteerden over systematische verkrachting, seksuele martelingen of castratie. Tachtig procent van de mannelijke gevangenen in de oorlog uit Bosnië (1992- 1995) meldde verkrachting, verminking en marteling van geslachtsdelen en diverse seksuele vernederingen. De lijst met landen waaruit zulke verschrikkingen worden gemeld is enorm lang (1), maar er is nauwelijks aandacht voor.

Het mag duidelijk zijn dat zulk geweld in een oorlogssituatie makkelijk ondersneeuwt bij alle andere verschrikkingen. Waardoor er nauwelijks aandacht voor bestaat. Een situatie van “dat hoort erbij”, tegen mannen.  Zij waren immers betrokken bij het conflict? Toch is het verbazingwekkend, dat hiervoor nauwelijks enige aandacht is, terwijl het gaat om misdaden tegen de menselijkheid. Vooral als het gaat om gevolgen van zulk geweld vinden we nauwelijks informatie.

Gevangenissen

In gevangenissen zitten a priori overal ter wereld veel meer mannen dan vrouwen. Mannelijke gevangenen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn heel vaak slachtoffer van verkrachting (2).  Iets waar we normaal nooit iets van horen. We horen dan makkelijk opmerkingen als  als “eigen schuld” of “net goed, moet je daar maar niet zitten”. Dat ook mannelijke minderjarigen in de cel werden verkracht was een tijdlang bijzaak. Minderjarigen worden nu tegen verkrachting beschermd, volwassen mannen niet. Opmerkelijk hoe gewoon we dit vinden.  Over trauma wordt dan al helemaal nooit gesproken.

Kwetsbare groepen

In de Verenigde staten komt hier nog eens de foster- to -prison -pipeline bij, waarbij vooral zwarte jongens uit pleeggezinnen in de gevangenis belanden.  Zij bezitten vaak een achtergrond waarin ras, LGBTQ en psychische problematiek een rol speelt (3) In ons land komt iets dergelijks in mindere mate ook voor.

We zijn sowieso ook gewend aan gewelddadige en haatdragende uitspraken tegen mannen. Want niemand kijkt er meer van op als ergens wordt geschreven of geroepen: ‘Trap hem hard tegen zijn ballen’ of   ‘Snij zijn pik er maar af’. Terwijl we equivalenten van dergelijk dreigende en haatdragende taal terecht nooit zouden accepteren als het om vrouwen of meisjes gaat.

Waarom mag het wel tegen mannen en jongens? Het lijkt hier ook, of we verkrachting en seksueel misbruik, foltering van geslachtsdelen en verminking niet erg vinden zodra het om volwassen mannen gaat. De impact van opgelopen trauma’s wordt enorm onderschat. Maar helaas is het zelfs ook herkenbaar als het om jongens gaat.  Mannen of jongens als slachtoffer vallen makkelijk buiten beeld. Ook al omdat hierover praten voor slachtoffers vaak zeer moeilijk is.  En als iemand er al over durft te praten, doet de buitenwereld, inclusief vele instellingen en bijvoorbeeld GGZ, het vaak af als pure onzin. De GGZ  adviseerde mij hierover vooral te zwijgen.

Vrouwelijke daders bestaan ‘niet’

Vooral in geval van vrouwelijke daders van kindermisbruik, (seksuele) vernederingen of ernstig psychisch en fysiek geweld tegen kinderen blijkt iedereen terughoudend, afwachtend, zwijgend. Letterlijk. Als slachtoffer van dergelijk geweld meen ik dat er open gesproken moet kunnen worden over vrouwelijke daders.

In dit verband wil ik noemen de zeer opmerkelijke weigering van perspectiefherstelbemiddeling, een instelling die nota bene bemiddelt tussen daders en slachtoffers. Een pleegmoeder, die verantwoordelijk was voor langdurig gendergeweld, was voor deze aan slachtofferhulp gelieerde organisatie geen echte dader. Het woord dader kwam in hun vocabulaire in dat verband nooit voor.

Ook Jeugdzorg Nederland had aanvankelijk enorme moeite om pleegouders als dader te zien. Er moest speciaal gevraagd worden om een pleegmoeder als dader aan te merken, wat ze met heel veel tegenzin uiteindelijk toegaven. De omgedraaide rollen worden moeilijk geaccepteerd.  Het zwart – wit beeld van vrouwelijke slachtoffers en mannelijk daders lijkt moeilijk te doorbreken.

De VN – verklaring van 1993 stelde het woord gendergeweld gelijk met geweld tegen vrouwen/ meisjes. Veroorzaakt door een scheve verhouding tussen mannen (daders) en vrouwen (slachtoffers). Door deze bepaling is het bijvoorbeeld ook zo dat meisjesbesnijdenis wel en jongensbesnijdenis niet gezien wordt als vorm van geweld. Het past in het idee dat we hebben dat geweld en dus ook genitale verminking of genitaal geweld tegen jongens minder erg zou zijn dan tegen meisjes. Mannen en jongens komen in de media alleen voor als daders, voor jongens en mannen als slachtoffer is nauwelijks of geen aandacht.  Inmiddels wordt ingezien dat ongeveer de helft van alle slachtoffers van huiselijk geweld mannelijk is. (4) Dat ze onzichtbaar zijn wordt geweten aan het gebrek aan meldingen. De oorzaak hiervan ligt waarschijnlijk in het ontbreken van actief beleid om mannen en jongens begrip en hulp te bieden.

Herkenbare gevolgen

Gendergeweld tegen jongens is een groot taboe. Jongens en mannen spreken er niet makkelijk over, juist omdat mannelijkheid in het geding is. Wie als man of jongen verkracht is, vernederd of machteloos martelingen moest ondergaan verliest een belangrijk onderdeel van identiteit.  Voelt zich minderwaardig, geestelijk verminkt. De tegenstander, mannen in een oorlog, sadistische mannen of vrouwen, maar ook bijvoorbeeld de ambtsdrager met onbeperkte macht, was er juist bewust op uit om die mannelijkheid kapot te maken. Dit aangetaste gender maakt functioneren in de samenleving moeilijk. Gendergeweld tegen jongens en mannen zou veel meer bespreekbaar moeten worden.  En evenveel aandacht in de media horen te krijgen als geweld tegen vrouwen en meisjes, het gaat immers om hetzelfde probleem.

Voor vrouwen en meisjes is inmiddels redelijk veel informatie over de gevolgen van gendergeweld. Dan zijn we in ieder geval op de goede weg. Want herkenning is vaak een eerste stap naar verwerking. Herkenning geeft immers erkenning van het probleem aan slachtoffers. Het maakt, dat je met je ellendige ervaringen niet onbegrepen op een eiland in de samenleving blijft zwijgen, omdat je je schaamt voor wat je moest ondergaan. Of, omdat justitie het geweld tegen jou afdoet als normaal. Meer mensen maakten het mee. Bovendien biedt herkenning kans op preventie.

Jens R. uit Munster

Door het ontbreken van kennis over gendergeweld tegen mannen en jongens kunnen slachtoffers nergens begrip of hulp vinden. Daarmee belandt iemand die dergelijk geweld meemaakte, automatisch in een isolement. Zonder hulp kunnen veel problemen makkelijk verergeren. Het drama kan groter worden als slachtoffers daders worden, als acting out verkeerd afloopt. Meestal weten we daarbij überhaupt niet welke motieven een rol speelden. In één geval konden we het lezen, als één van de mogelijke motieven.

Niemand herinnert zich misschien meer dat ene kleine detail dat de aanslagpleger Jens R. in Münster in april 2018 in zijn afscheidsbrief schreef. Mij viel het wel direct op. Ernstig mishandeld en stelselmatig geïsoleerd door beide ouders, en wel zo erg, dat hij, zoals hij schreef, op zevenjarige leeftijd al dood wilde. En dat hij door specifieke mishandelingen van zijn geslachtsdelen als kind door zijn ouders impotent werd (5). Of dit werkelijk een hoofdreden was voor zijn vreselijke daad, is overigens niet bekend.

Maar het is wel iets, dat kennelijk door niemand serieus is genomen als vorm van zeer ernstig geweld. We kunnen lezen hoe hij, evenals de mannen uit krijgsgevangenkampen, problemen kreeg met mannelijkheid. Dat is niet een mannelijkheid om te willen overheersen, maar om normaal en gelijkwaardig te participeren.

Natuurlijk is er geen enkele rechtvaardiging voor zo’n verschrikkelijke daad met zulke enorme tragische gevolgen. Maar het toont hoe makkelijk we denken over (niet- seksueel of seksueel) gendergeweld tegen (jonge) jongens. En over de gevolgen ervan. Over deze zaken zijn wel veel onderzoeken bekend als het om meisjes gaat (6).

Aandacht voor iedereen

Gendergeweld tegen vrouwen is afschuwelijk en het is goed om er aandacht voor te vragen. Maar het is niet genoeg. Geweld tegen jongens en mannen ziet men niet als werkelijk probleem, zeker niet als er (ook) vrouwelijke daders zijn. Het verborgen geweld tegen mannen en jongens kan gemakkelijk nieuw geweld uitlokken. Van slachtoffers daders maken. In dat geval zien we wel de daders van nu, maar niet de slachtoffers van toen.

Zou er misschien een nieuw apart VN -verdrag nodig zijn, zodat gendergeweld tegen jongens en mannen gelijkwaardig telt zoals tegen vrouwen? Juist vanwege de mogelijke gevolgen voor mens en maatschappij. En waarom zouden we er niet alles aan doen om nieuw, ander geweld tegen vrouwen, kinderen en mannen te helpen voorkomen?

(1) Wartime sexual violence against men: the hidden face of warfare 28 november 2018 Élise Féron

(2) hrw org./ reports Prisoners voices

(3) Teenvogue, en Robertson J. E. he turning out of boys in a man ‘s prison: why and how we need to amend the prison rape elimination act

(4) Vrouwen plegen even vaak huiselijk geweld als mannen – Sociale Vraagstukken

(5) Blick Jen R. hinterlässt 92 – seitigen Jammerbrief 07-04-2018

(6) Zoals o.a. door Dr. N. Draijer in de jaren ‘90.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Ik ben auteur van "Gepleegd, en "Hoe word ik Tim?" waarin het ontstaan en leven met een dissociatieve identiteitsstoornis wordt beschreven. Ik blog en schrijf met name vanuit eigen ervaringen over onderwerpen uit de jeugdzorg, pleegzorg, kinderbescherming, (dissociatieve) identiteit, kunst en trauma, gender, GGZ  en traumaverwerking.