Ondernemers zijn soms net konijnen die niets anders kunnen dan in naderende koplampen blijven kijken, zegt managementtrainer en prestatieverbeteraar Ben Tiggelaar. Hoe is deze road kill te voorkomen?

STEUN RO

U doceert uit internationale managementliteratuur. Heeft Nederland goede ondernemers?

“Ja, de nuchterheid en de zelfkritiek van Nederlanders is goed. Daar zit alleen het risico aan dat je ook te weinig droomt en dat is juist weer goed voor de ideeën en de ontwikkeling van je bedrijf. Maar Nederlanders zullen in de regel niet zoals veel buitenlandse ondernemers omzet uitgeven die nog niet binnen is.”

Tijdens u seminars ontmoet u veel ondernemers. Wat maakt mensen een goede zakenman of -vrouw?
“De combinatie van ambachtelijke kennis en ambitie. Internationaal wordt er bijvoorbeeld vaak gekeken naar Richard Branson en Ted Turner. Die zijn ook klein begonnen, hebben zelf van alles geregeld en geritseld, kennen het handwerk, hebben een duidelijke doel voor ogen en weten hoe ze het moeten bereiken. Dat is dus heel iets anders dan zzp-ers die begonnen zijn om de marge van hun baas in te pikken. Die hebben als het ware hun baas ontslagen, maar zijn nog geen ondernemer.”

Economisch zit het tegen in Nederland. Ondernemers kennen veel momenten van twijfel. Doe ik het wel goed, verkoop ik wel genoeg. Gouden tijden voor een prestatieverbeteraar als u. Wat kunt u voor die twijfelaars doen?
“Het is biologisch bewezen dat een dreigend verlies mensen eerder aanzet tot daden dan een kans. Dat zorgt er voor dat mensen in actie komen, maar ook dat ze zich vaak blindstaren op risico’s en fouten. Ik leer ze kijken naar de dingen die wel goed gaan. Heel simpel, kijk in je agenda en in je debiteurenadministratie. Wat is er leuk en wat levert geld op.”

Lekker makkelijk. Maar als je nou een bedrijf hebt dat muurvast zit of een product maakt waar geen vraag meer naar is?
“Zoek dan naar de kleine succesjes die er zijn en bouw daarop door. In goede tijden managen je klanten als het ware je bedrijf, maar als het tegenzit moet je aan de bak. Richt je daarbij vooral op de mensen met sociaal gezag. Die bepalen wat er gebeurt. De klagers en de jankers lopen toch de deur wel bij je plat om te zeggen dat alles zo moet blijven als het is. Aan deze mensen wordt verhoudingsgewijs veel teveel tijd besteed. Ik doe veel onderzoek in productiebedrijven. Weet je wat de grootste klacht is van medewerkers die wel gewoon hun werk doen? ‘De mensen die zeuren krijgen alle aandacht en als ik mijn werk goed doe, hoor ik dat nooit’.”

Nu wil ik het vanaf morgen anders gaan doen. U bent van: wees eerlijk, maak plannen en kom in actie. Met dit voornemen is het halve werk al gedaan zeker?
“Met dit soort obligate voornemens ben ik tijdens een training snel klaar. Wat ga je dan precies doen? Tussen het uitspreken en de actie zit een groot verschil. Een heleboel dingen doe je dagelijks uit gewoonte. Daar denk je niet over na. Eigenlijk ben je een optelsom van gewoonten. Daar verandering in brengen is heel moeilijk. Tijdens mijn trainingen geef ik dat als opdracht aan managers: verander een of twee dingen thuis. Dan ervaren ze hoe ingewikkeld dat is en worden ze wat milder over bijvoorbeeld hun personeel. Veranderen is precisiewerk. Als ik tegen jou zeg: werk eens efficiënter, dan klinkt dat wel stoer, maar weet jij dan hoe je het moet doen?”

    Ruud Poels schrijft over veranderingen die hij ziet in de nieuwe economie. Hoe vinden mensen en organisaties daar hun weg in? En worden we er gelukkig van?