Gestorven voor ‘de goede zaak’?

Doodse stilte, ruim een week na de moord van een Amerikaanse hulpverlener in Bagdad. Geen pro-Iraanse militie heeft de daad opgeëist, niemand is opgepakt. Is hij wellicht omgebracht vanwege zijn evangelisatieactiviteiten?

De Amerikaan die onlangs in Bagdad werd vermoord was een herboren christen, en nog veel belangrijker: een actieve evangelist. Hij wilde twaalf moslimmannen om zich heen verzamelen die samen het woord van Christus zouden uitdragen aan moslims, zo vertelde hij aan een Amerikaanse TV-dominee. Waarmee ze een bal aan het rollen zouden brengen en er meer bekeringen zouden volgen.

Het feit is een beetje ondergesneeuwd door de speculaties wie er achter de moord zitten – duidelijk pro-Iraanse milities. Maar het waarom erachter zou wel eens anders in elkaar kunnen steken dan tot nu is aangenomen. Stephen Troell was niet zomaar een Amerikaanse burger. Hij was een christelijke missionaris die moslims tot het christendom wilde bekeren, wiens inspiratie voortkwam uit zijn woede over de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Op sociale media had hij het over het liefhebben van de vijand, en bedoelde daarmee dat die zich zouden bekeren tot zijn geloof.

In de verklaring die zijn familie na zijn dood publiceerde, wordt zijn achtergrond niet onder stoelen of banken gestoken. Troell was gestorven voor ‘the cause’, het verspreiden van het christendom.

Bekering is problematisch in moslimlanden. Want wie de islam verlaat, is een afvallige, en gelovigen kunnen dat bestraffen door de persoon te doden. Dat is breed bekend, en ook Troell moet het hebben geweten. Toch bracht hij zijn familie mee om samen een situatie te creëren waarin ze moslims zouden kunnen bekeren tot het christendom.

Evangelisch

Ik heb dat eerder gezien. Tien jaar geleden schreef ik er uitgebreid over in Trouw. Toen was er een evangelische school die betaald was door Amerikaanse, christelijke organisaties in het Koerdische Sulaymaniya, die in het nieuws kwam doordat een student een gymleraar vermoordde.

Nadat de 17-jarige zijn Amerikaanse gymleraar op klaarlichte dag op school had doodgeschoten, schoot hij zichzelf door het hoofd. Ze hadden woorden gehad. De dader zou met zichzelf in conflict zijn gekomen omdat hij zich als moslim verzette tegen de christelijke propaganda op school, zo werd beweerd. Maar de vader van de jongen vertelde aan een Koerdische krant dat zijn zoon zich onder druk van de docent vijf dagen voor de moord, als de laatste van zijn klas, tot het christendom had bekeerd. Zonder dat hij zijn ouders daarover had verteld. De gymleraar hield evangelisatielessen.  De school was erop aangesproken, maar liet het voortduren.

De Koerdische autoriteiten losten het probleem op door alle Amerikaanse docenten de laan uit te sturen. En negeerden dat het om een veel groter probleem ging: het feit dat (met name Amerikaanse) missionarissen Irak als vruchtbare grond beschouwden voor evangelisatie.

Bijbelkerk

Ik kwam de voorbeelden ervan vaker tegen tijdens mijn verblijf in Irak. Niet alleen de school, maar ook een speciale kerk voor bekeerlingen in Erbil, die Koerden de Bijbelkerk noemen. Voor moslims die zich tot christen bekeerden, aangetrokken door de Bijbel en diensten in hun eigen taal. Maar ook door de mogelijkheid die bekering te gebruiken als toegangsweg naar Europa.

In de tijd dat de terreurgroep ISIS slechte propaganda vormde voor de radicale islam, maakten Amerikaanse evangelistische bewegingen op het internet melding van duizenden bekeringen in Irak. Niet dat daarvan ter plekke iets te merken was. Auteur en evangelist Joel Rosenberg van de Joshua Fund zei dat in zo’n 5 jaar zo’n 20.000 moslims zich tot het christendom hadden bekeerd en 70.000 sinds de Golfoorlog van 1991, “meer dan ooit in de Iraakse geschiedenis”. Het waren volgens hem Irakezen die andere Irakezen bekeerden, het zou niet het werk zijn van buitenlandse evangelisten zoals hijzelf.

Sommige evangelisten concentreerden zich op de yezidi’s, die vanwege hun geloof slachtoffer waren van een genocide door ISIS – die hen als ongelovigen en duivelaanbidders had gebrandmerkt. Velen waren ontheemd geraakt, in tentenkampen terechtgekomen of in niet afgebouwde huizen die dicht waren gemaakt met plastic. Ze vormden een makkelijke prooi voor de missionarissen. Maar dat was niet de reden dat velen er schande van spraken: het geloof van een van de laatste minderheden in Irak, dat aanleiding was geweest tot genocide maar hen verenigde en het weinige was dat ze nog overhadden na ISIS, werd hen ook nog ontnomen.

Stephen Troell sprak met de TV-dominee ook al over het feit dat juist door alle problemen (Covid, toen hij sprak in 2020) ze ‘zo rijp en klaar waren’. En dat dit juist ook de reden was voor die problemen.

Lokale christenen

De activiteiten van de missionarissen hadden ook negatieve gevolgen voor de autochtone christenen in Irak, zoals Vader Ayman vertelde, de priester in de Chaldese Kerk die ik in Sulaymaniya sprak. Want ook binnen zijn kerk werd de roep van de evangelisten gehoord. Een aantal gelovigen had zich bij hen aangesloten. “Chaldees of Assyrisch ben je van geboorte en blijf je je leven lang. Door de bekeerlingenkerken verandert dat. We hebben een kleine gemeenschap in Sulaymaniya van zo’n 250 gezinnen, dus dat is pijnlijk.”

Bovendien werden ook de lokale christenen aangesproken voor het verfoeide werk van de evangelisten, terwijl de lokale kerken niet aan bekeringen doen. “De Koerden zien alle christenen als gelijk,” zei vader Ayman. “Moslims zien hun geloof als het enige ware. Als hun gelovigen tot het christendom worden bekeerd, kijken ze ons erop aan, zelfs al houden we ons er verre van.” Volgens hem had het de relatie tussen de kerk en de moslims verslechterd. “Tot nu toe was die goed, imams komen op bezoek voor Kerst en Pasen, en we bespreken veel zaken met elkaar. Wat ons en de moslims bindt is de liefde voor ons land. Irak is een islamitisch land, waarin we elkaar respecteren en werken volgens de regels van het land. Dat moeten ook de missionarissen begrijpen.”

Troell leefde weliswaar in Irak, en zelfs midden tussen de sjiitische Irakezen in de Bagdadse wijk Karada, maar in werkelijkheid leefde hij vooral in zijn eigen wereld. De wereld waarin het christendom het enige ware geloof is, en waarin moslims de vijand zijn die je moet zien te bekeren.

Wie?

Over wie hem in zijn auto doodgeschoten heeft, in het bijzijn van zijn vrouw en vier kinderen, bestaat nog steeds onduidelijkheid. Geen enkele groep heeft de moord formeel opgeëist. Het is doodstil geworden over deze moord op een Amerikaans staatsburger op straat in Bagdad. Daarom lijkt het niet meer zo waarschijnlijk dat hij is omgebracht omdat hij een Amerikaan was, vanuit een politiek motief van wraak richting Washington.

Had Troell in zijn bekeringswerk de aandacht getrokken van militieleden? Was een van ‘de twaalf’ die hij probeerde te bekeren wellicht een familielid van zo iemand? Is het motief dan wel wraak, maar vanwege zijn activisme als missionaris? Dat is wat de familie lijkt te denken, want die meent dat hij gestorven is voor zijn werk in Irak. Dat hij zijn leven heeft gegeven voor ‘de goede zaak’. Waarvan iedereen weet hoe omstreden die is in een moslimland als Irak.

Mijn gekozen waardering € -

Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten