Hoe de groene hippies glorieus kunnen herrijzen? Zo dus.

STEUN RO

Oudgediende Nel van Dijk leidt het zelfonderzoek naar de neergang van GroenLinks. Als ze tenminste nog niet als u dit leest het bijltje er bij neer heeft gegooid, na Andrée, Heleen, Jolande en ga zo maar door.  De grote soap die GroenLinks heet dist een onwaarschijnlijke serie hoofdrolspelers op, van de Toffen en de Tofiks tot en met oudgediende Van Ojik. Schitterende namen, stuk voor stuk.

Al dat bloed dat kniehoog door de wandelgangen van de Tweede Kamer stroomt, dat oogt pijnlijk, maar ontneemt tegelijk het zicht op de gezonde delen van het lichaam. Want terwijl sommige professionele GroenLinksers hun eigen partijtje liever zien fuseren met bijvoorbeeld de PvdA, vinden zelfs zij die nooit van plan zijn om GL te stemmen zo’n fusie een heilloze weg. Kortom, zelfs de vijand ziet nog kansen voor het overgebleven kwartet in de Kamer.

Even een stap terug: de oprichting. De splinterpartijen die bij elkaar schuilden om niet ten onder te gaan, hadden eigenlijk vooral hun linkse karakter gemeen. Het groene werd er een beetje overheen geschminkt, mede om de onderlinge twistpunten te maskeren. Alleen, naar mijn smaak zijn ze daarin lang niet radicaal genoeg geweest. Dat was het moment geweest om een echt nieuwe partij te lanceren, De Groenen.

Ik heb nooit begrepen waarom het per se Groen én Links moest zijn. A priori is duurzaamheid links noch rechts, zou je toch zeggen.

En het nadeel van die combinatie is dat het alle streven naar duurzaamheid al gauw een moralistisch tintje meegeeft. Alsof Westerse consumenten per definitie schuldig zijn aan de ondergang van de aarde, alsof technologie iets intrinsiek kwaads is, alsof we allemaal veganisten moeten worden, ja het ademt een hoog hippie-gehalte. Niet dat ik alle hippies op de brandstapel zou willen gooien, dat zou een saai straatbeeld opleveren, naast het feit dat ze soms nog gelijk kunnen hebben ook.

Groene revolutie

Maar daarnaast, oreer ik onbeschaamd, kun je best als pragmaticus een groene revolutie prediken. Om de afhankelijkheid van foute olieregimes te beperken. Of om de economische kansen te vergroten – want ook bij duurzame energie is de glansrol voor de technologie. Zonne-energie, het is minder romantisch dan het klinkt, d’r zit heel wat bèta-inventiviteit in, en als het wil slagen, dan is massaproductie nodig, marketing, reclame… het lijkt wel zakendoen.

Zelfs een notoir liberale ondernemersvriend als Jort Kelder heeft wel eens getuigenis gedaan van zijn groene sympathieën. Nel, ouwe communist dat je d'r bent, bel die man! Bijkomend voordeel is dat je ook een heel arsenaal aan potentiële leden en politici erbij krijgt. Wordt het misschien weer gezellig. En blijft de oud-linksche dogmatiek binnen de perken – hoef je je niet voortdurend te positoneren tegenover de rest op links. Het is geen toeval dat juist de ruimdenkende Halsema grote aantrekkingskracht bezat op het electoraat.

Ik kan het niet bewijzen, maar als er niet van die absurde quasi-pacifistische voorwaarden waren verbonden aan de politietrainingsmissie in Afghanistan, hadden méér Nederlanders die gesteund – zo schat ik dat in. Ook met dat Lenteakkoord was niet zoveel mis. Wie wil aanschuiven bij de macht, moet concessies doen, dat valt best uit te leggen.

En als het de zusters (hoe heten ze ook alweer…) in Duitsland lukte om op het pluche te belanden, waarom niet hier? Zo veel meer dan een provincie van onze oosterburen zijn we toch niet? Tschüss!

Verschenen op: Trouw.nl, 23 oktober 2012

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een reactie