In en rondom steden verbouwen steeds meer kleine boeren groenten voor mensen uit de buurt. Een goede zaak, want gemeenschapslandbouw is goed voor de boer, de klant en de wereld.

STEUN RO

De oogst deze week: groene kool, rode kool, spruiten, venkel, zoete aardappel, palmkool, uien, krulsla, snijbiet en pepers. Net als elke week, voel ik me weer de koningin te rijk als ik naar huis fiets met een tas vol heerlijke, verse groenten. Verser dat dit krijg je het niet. Het gaat letterlijk direct van het land mijn tas in.

Sinds een jaar ben ik oogstgenoot bij de Stadsboerin in Rotterdam. Op een voormalig schooltuintjes terrein van minder dan een halve hectare verbouwt boerin Marlen samen met vrijwilligers en stagiaires van een biologische landbouwopleiding groenten voor zo’n 150 Rotterdammers. Ze pacht de grond van de gemeente en werkt helemaal puur natuur: er komen geen kunstmest of pesticiden aan te pas.

De groenten zijn helemaal puur natuur: er komen geen kunstmest of pesticiden aan te pas.

De onderneming van de Stadsboerin wordt gemeenschapslandbouw genoemd. Het is een nieuwe –  of eigenlijk hele oude – manier van boeren waarbij consumenten/bewoners heel direct betrokken zijn bij het landbouwbedrijf. Burgers betalen een bijdrage om de productie van groenten op het bedrijf mogelijk te maken en krijgen hier producten voor terug. De groenten worden op een natuur- en milieuvriendelijke manier verbouwd.

Stadsboerin Marlen Arkesteijn studeerde rurale sociologie in Wageningen en heeft een advies-en onderzoeksbureau voor non-profit organisaties in natuurbescherming en landbouw. Maar het boerinnenleven trok. Marlen: ‘Mijn ouders hadden een tuinbouwbedrijf met tomaten, komkommers en sla en we leefden met het hele gezin van een grote moestuin. Mijn hart en handen zijn groen. Ik verlangde ernaar om meer buiten te zijn én ik wilde een concrete bijdrage leveren aan het veranderen van ons voedselsysteem.’

De grootschalige, industriële landbouw is een van de grote vervuilers in onze wereld. Het draagt bij aan de verontreiniging van lucht, bodem en water. De bodem en het (grond)water worden aangetast door het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen, (kunst)mest en grote machines. De lucht wordt vervuild door het stoken van aardgas in de tuinbouwkassen, door de uitstoot van landbouwmachines en door het verdampen van ammoniak uit de mest die boeren uitrijden.

Een groot probleem voor veel boeren is ook dat ze maar weinig betaald krijgen voor hun groenten. Boeren hebben vaak enorme bedrijven in omvang (vele hectaren grond) maar verdienen relatief weinig. Ze verbouwen duizenden kilo’s aardappelen of uien voor een paar cent per kilo. De winst gaat verloren in de vele schakels tussen boer en consument: de verpakker, de distributeur, de supermarkt… De Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) berekende dat de boer 14 cent per kilo aardappelen krijgt, terwijl de consumenten er in de supermarkt 1,30 euro voor betaalt.

Mijn geld gaat naar de boerin, niet naar de grote bazen van de supermarkt.

Nu hebben kleine gemeenschapsboeren ook geen topsalaris. Maar de kosten en baten zijn wel beter in verhouding. Tegelijkertijd betaal ik relatief weinig voor biologische groenten uit de buurt. Als oogstgenoot betaal ik 275,- euro per jaar voor een eenpersoonshuishouden. Voor dit bedrag kan ik zo’n 40 weken per jaar oogsten. Dat komt neer op gemiddeld zeven euro per week. In de supermarkt zijn biologische groenten veel duurder. En wat ik vooral fijn vind: mijn geld gaat naar boerin Marlen en niet naar de grote bazen van de supermarkt.

In het begin was het wel even wennen. Als oogstgenoot moet je iets meer doen voor je groenten. Ik moet bijvoorbeeld een half uur fietsen naar de akker en dat kost meer tijd dan snel even om de hoek naar de supermarkt. Inmiddels zit het wekelijkse bezoekje aan de akker helemaal in mijn systeem. Het fietstochtje is eigenlijk een uitkomst. Ik streep het weg tegen een uurtje spinning in de sportschool. Fietsen in de buitenlucht is nog beter voor mijn gezondheid ook.

Ik heb  nóg meer respect en liefde gekregen voor de natuur.

Ook het oogsten neemt tijd in beslag. Er is een kraam met bakken waar Marlen en collega’s de lastiger te oogsten producten klaarleggen. Denk aan uien, aardappels, pompoenen, pepers en tomaten. De rest haal je als oogstgenoot zelf van het land. Iedere maandag krijgen we een mail waarin staat wat er deze week te oogsten valt en hoe je dat moet doen. Soms is er een filmpje bij ter uitleg. Op de akker staan groene vlaggetjes bij de te oogsten groenten.

Persoonlijk vind ik het oogsten een meerwaarde. Er is een wereld van groenten-wijsheid voor mij is open gegaan. Vandaag heb ik bijvoorbeeld spruitjes geoogst. Ergens wist ik hoe spruitjes groeien, maar voor ik ze eigenhandig van de stam had geplukt, had ik toch niet écht een idee. Hetzelfde geldt voor courgettes, die als groene en gele joekels onder de plant uit steken. En boontjes! Ik had geen idee dat die zo aan de takken hangen. Ik heb kortom zo mogelijk nóg meer respect en liefde gekregen voor de natuur.

Eten uit je omgeving is ook beter voor het klimaat. Hoe dichterbij je koopt, hoe minder klimaatkilometers…

Iets waar ik meer aan moest wennen, is dat de oogst mijn menu bepaalt. Het is niet meer: wat ga ik koken vandaag en wat heb ik daarvoor nodig? Het is: wat valt er deze week te oogsten en wat kan ik daarmee maken? In het begin miste ik bijvoorbeeld broccoli. Ik at het bijna elke dag! Nu eet ik wat ik oogst en mijn menu is daardoor een stuk gevarieerder geworden. Het afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld voor het eerst snijbiet, rammenas, stokbonen en roodlof gegeten. Om maar wat te noemen.

Eten met het seizoen voelt heel goed en natuurlijk. Het land en het getij bepalen wat er groeit en bloeit. Ik eet wat de natuur mij aanbiedt. Eten uit je omgeving is ook beter voor het klimaat. Hoe dichterbij je koopt, hoe minder klimaatkilometers de producten afleggen en hoe kleiner de druk op milieu en klimaat. In het geval van biologische stadslandbouw is de klimaatdruk zelfs minimaal. Helemaal als je de groenten op de fiets gaat halen.

Deze pure groenten smaken veel lekkerder dan de steriele plofgroenten uit de supermarkt.

Een ander voordeel van stadslandbouw is dat het heel veel verpakkingsmateriaal scheelt. Groenten uit de supermarkt zitten meestal verpakt in plastic. Plastic wordt gemaakt van aardgas en het kan niet afgebroken worden. Het legt daardoor een enorme druk op de natuur. Veel plastic komt terecht in zee waar het samenkomt in een enorme drijvende afvalhopen. Drijvend plastic vormt inmiddels zo’n 20 procent van het totale aardoppervlak. Hoe fijn is het als je groenten mee naar huis kan nemen zonder plastic?

Groenten direct van de boer zijn wat ruiger dan de keurig gewassen (en gesneden) groenten uit de supermarkt. Voorverpakte sla wordt machinaal in ijswater gewassen. En een gewone krop sla wordt bespoten met pesticiden zodat de insecten dood gaan. Op groenten van de stadsakker zit wel eens een plekje of een beestje. Ik vind het niet erg. Ik gooi de beestjes naar buiten, ze zijn belangrijk voor de natuur. Waar het om gaat is de smaak, en deze pure groenten smaken veel lekkerder dan de steriele plofgroenten uit de supermarkt.

Met stadslandbouw draag je actief bij aan de verandering van het landbouwsysteem.

Een heel groot voordeel van onze stadsakker is de bijbehorende pluktuin met bloemen! Sinds ik weet hoe vervuilend de bloemenindustrie is en hoe in Afrika mensen uitgebuit worden zodat wij goedkope rozen kunnen kopen, wil ik daar eigenlijk ook niet meer aan bijdragen. De pluktuin biedt uitkomst! In het voorjaar hebben we zonnebloemen, in de zomer een hele tuin vol met van alles en nog wat. Nu – in november – is het wat karig qua bloemen maar ik heb toch nog wat leuke rode bloemen geplukt. En een bosje Oost-Indische kers, voor in de sla. Tip van een oogstgenoot.

Al met al gun ik iedereen een eigen stadsboerin! Of een leuke boer, ook goed. Er zijn allerlei varianten. Er zijn projecten waar je samen land pacht en een boer in dienst neemt. Er zijn projecten waar je een abonnement neemt op de oogst of zoals bij ons, waar je oogstgenoot wordt. Bij de een kun je meewerken, bij de ander hoef je niks te doen. Altijd is het beter voor het klimaat. Met stadslandbouw draag je actief bij aan de verandering van het landbouwsysteem.

Verandering lukt alleen als we daadwerkelijk bereid zijn om samen dingen anders te doen. In dit geval moet je daar letterlijk af en toe even je handen voor uit de mouwen steken. Maar je krijgt er zoveel terug, dat je het mist als je onverhoopt toch weer naar die supermarkt moet. Gister kon ik na twee weken weg eindelijk weer oogsten op ‘onze’ akker. Wat een feest. En afgaand op de blije gezichten die ik zag op de akker, geloof ik dat mijn oogstgenoten het net zo ervaren!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is cultureel antropoloog, uitgever van de Natuurkrant en eigenaar van Uitgeverij 11