Hoe zit het toch met die eeuwige discussie over de mondmaskers? Iedereen zegt inmiddels iets anders, maar zijn ze nu wel of niet van toegevoegde waarde voor de gewone bevolking in de openbare ruimte? Oftewel: zouden u en ik buiten of in de supermarkt een mondkapje op moeten hebben?

STEUN RO

Dat iedereen iets anders zegt, gebeurt op zich wel vaker. Dan is het in principe gewoon een kwestie van luisteren naar alleen die mensen die er verstand van hebben. Op sociale media kan namelijk de opmerking van iedere willekeurige gebruiker een even zwaar wegend waardeoordeel krijgen als die van de experts, zolang er maar hard genoeg geschreeuwd wordt. En ja, dan is het al snel alsof iedereen iets anders vindt.

Maar het probleem met de mondkapjes is dat zelfs niet iedere expert het erover eens is. In Nederland zijn de experts in deze het RIVM, en bij monde van Jaap van Dissel zijn onze experts stellig: mondkapjes hebben geen toegevoegde waarde in de openbare ruimte.

In landen om ons heen zie je wél steeds vaker mondmaskers in de openbare ruimte opduiken. Soms worden ze door de overheid aangeboden, soms worden ze bij de apotheek gekocht en weer elders zijn mensen massaal aan de slag gegaan met een naaimachine om zelf een mondmasker in elkaar te knutselen.

Baudet

Dat laatste is ook Thierry Baudet (FvD) niet ontgaan. Hij vroeg tijdens de wekelijkse briefing van de Tweede Kamer aan Jaap van Dissel of een zelfgemaakt mondkapje geen toegevoegde waarde kan bieden tijdens een exit-strategie. Maar nee, was het antwoord, want Van Dissel ‘betwijfelt’ of zelfgeproduceerde mondkapjes wel aan de TNO richtlijnen zullen voldoen. En hij benadrukte nogmaals dat als je gewoon netjes anderhalve meter bij elkaar vandaan blijft én iedereen die ziek is thuisblijft, je aan medische maskers ook niets hebt.

En dat klopt, grotendeels. Waarschijnlijk zullen de mondkapjes die je zelf in elkaar zet de drager niet fantastisch goed beschermen. En in de utopische wereld waar iedereen continu anderhalve meter van elkaar vandaan blijft en bij het minste of geringste kuchje thuis blijft zitten dragen de maskertjes als beschermend hulpmiddel niet heel veel bij.

Maar, we bevinden ons niet in die utopie. Als ik in het weekend mijn boodschappen doe, dan zie ik volop mensen op straat niezen en kuchen. Vaak netjes in hun ellebogen, maar de elleboogtechniek blijkt bij de meeste mensen die ik tegenkom toch nog niet helemaal soepel te gaan.

Of die mensen bewust de richtlijnen negeren om bij ‘verkoudheidsverschijnselen’ thuis te blijven? Ik denk het niet. Waarschijnlijk staan die mensen er niet eens bij stil dat ze technisch gezien thuis moeten blijven tot ze niet meer niezen of kuchen. En wat dacht u van al die hooikoortspatiënten die in deze periode wekenlang, sommigen nog veel langer, lopen te snotteren en te niezen. Moeten die het hele hooikoortsseizoen binnenblijven? En is het realistisch om te denken dat ze dat ook zullen doen?

Utopie

En straks, wanneer de exit-strategie – hoe die er dan ook uit komt te zien – in werking gaat treden en we ons weer wat vrijer kunnen bewegen? Wanneer er meer mensen in de soms te smalle straten lopen, en er meer mensen in de bus zullen zitten. Is de anderhalve meter dan nog te allen tijde realistisch?

Nee, in die utopische wereld leven we helaas niet, en de discipline om ons aan de regels te houden lijkt zelfs al wat te zwakken. Hoewel het merendeel echt wel bereid is zich er aan te houden is het gewoon niet realistisch. En dan komt de andere werking van mondmaskers om de hoek kijken. Een werking die in Aziatische landen al jarenlang bekend is en de reden dat daar het hele jaar door mondmaskers in het straatbeeld te zien zijn.

Mondmaskers beschermen namelijk niet alleen de drager ervan, maar ook zijn of haar omgeving. Een studie uitgevoerd door onder andere Anna Davies van de Universiteit van Cambridge onderzocht of mondmaskers gemaakt van materialen die iedereen wel ergens in huis heeft liggen kunnen bijdragen aan het indammen van een griepepidemie.

Uit het onderzoek van Davies bleek dat het materiaal waar chirurgische maskers van gemaakt is 96% van de ziektekiemen die de drager verspreidde tegenhield, getest met de bacterie B atrophaeus. We hebben het dan over zogeheten aerosolen: minuscule deeltjes die niet met het blote oog waarneembaar zijn en vrijkomen bij bijvoorbeeld hoesten en niezen, maar in bepaalde mate ook gewoon bij het praten. We hebben het dus niet eens over de grotere, zichtbare druppels die vol kunnen zitten met virusdeeltjes.

De Finse Aalto Universiteit heeft met een simulatie getoond hoe belangrijk het is om deze aerosolen tegen te houden. Ze onderzochten een supermarktsetting: een afgesloten ruimte met gangen en een gangbaar ventilatiesysteem. Het onderzoek betrok wetenschappers met verschillende expertises, zoals fysica en infectieziektebestrijding, en lieten verschillende teams simulaties maken. Ze kwamen allemaal op ongeveer dezelfde conclusies: het duurt minuten voor aerosolen in bijvoorbeeld een supermarkt zijn weggetrokken nadat iemand hoest of niest. De deeltjes verspreiden zich zelfs naar andere gangpaden, en andere mensen zijn in zo’n situatie dus minutenlang kwetsbaarder dan wanneer de verspreider een mondmasker had gedragen. Anderhalve meter afstand of niet.

Aan de maskers?

Je zou zeggen dat iedereen dus aan de mondmaskers zou moeten wanneer ze naar bijvoorbeeld de supermarkt gaan of met het openbaar vervoer reizen. Echter, één van de problemen met mondmaskers is dat er schaarste is onder medisch personeel. Het laatste wat we willen is dat iedereen met de beschermende maskers op gaat lopen, waardoor zorgpersoneel onbeschermd hun werk moet doen.

Maar dat hoeft ook helemaal niet. Want, zoals Baudet dus al aankaartte: we kunnen gewoon onze eigen mondkapjes produceren van letterlijk huis-tuin-en-keukenmaterialen. Want, het eerder genoemde onderzoek van Davies keek naar heel veel materialen, en het bleek dat kapjes gemaakt van een stofzuigerfilterzak zo’n 94% van alle deeltjes van een geteste bacterie filterde. Dus maar twee procent minder dan het materiaal van de chirurgische maskers.

En onder de noemer: een beetje bescherming is altijd beter dan geen bescherming; een theedoek filtert 83% van de aerosolen, een katoenen T-Shirt 69%, een sjaal 62% en een kussensloop 61%. Materialen die we allemaal wel ergens hebben liggen en we best wat van kunnen missen om iets om onze mond en neus te vouwen.

Geen bewijs tegen corona

Dit is voor de goede orde geen bewijs dat dezelfde efficiëntie bereikt kan worden tegen het coronavirus. Iedere ziektekiem laat zich net iets anders tegenhouden. Bij een andere geteste bacterie (de Bacteriofaag MS2) filterde het zelfgemaakte chirurgische masker nog maar 89% van de deeltjes, en het T-Shirt nog maar de helft. Deze cijfers mogen dus niet dé aanleiding zijn om aan de maskers te gaan.

Maar als je dan iets om je mond en neus vouwt, is het wel belangrijk dat dit zo goed mogelijk die mond en neus afsluit van de buitenwereld. Chirurgische maskers bleken nog altijd drie keer zo effectief als de thuisgemaakte mondmaskers, ook wanneer ze gemaakt worden van hetzelfde materiaal, onder andere omdat de chirurgische variant volledig afsluit.

Dus inderdaad, de mondmaskers die je zelf produceert zijn zeker niet TNO gecertificeerd. Een voordeel is dan wel: je zit niet in het vaarwater van de medische maskers die nu in de zorg zo hard nodig zijn, dus je hoeft ook geen mondmaskerschaamte te ontwikkelen. Maar het risico van schijnveiligheid blijft altijd op de loer liggen.

Goed wassen

Toch, met de Finse simulatie in het achterhoofd houdend, valt er dus genoeg voor te zeggen om een zelf in elkaar geknutseld mondmasker te dragen. Wat dan wel belangrijk is, is dat je er hygiënisch mee omgaat. Oftewel: je masker uitwassen op 60 graden wanneer je hem afdoet, niet aan je masker zitten omdat het bijvoorbeeld kriebelt of benauwd aanvoelt en je masker niet te lang ophouden: als hij verzadigd is met je uitgeademde vocht, filtert hij namelijk ook niet goed meer.

En het is geen alternatief voor de hygiënemaatregelen die we nu al nemen. Dus we zullen onze handen moeten blijven wassen tot ze scheuren en we moeten ook die anderhalve meter in acht blijven nemen. En vooral: we moeten bij coronaverschijnselen thuisblijven. Ook al dragen we nog zo’n goed passend maskertje. Geen enkele voorstander – van de experts dan – van mondmaskers in de openbare ruimte beweert dat het een alternatief is voor de maatregelen die we nu nemen.

Stofzuigerzakken hamsteren

En als je twee linkerhanden hebt, zoals ik, dan zijn er al voor een paar euro vrij goed sluitende, uitwasbare maskers te vinden waar je zelf een filter in kunt stoppen, zoals een uitgeknipte stofzuigerzak. Zo heb ik het ook maar gedaan, zodat als ik u tegenkom wanneer ik in de supermarkt stofzuigerzakken aan het hamsteren ben ik in elk geval u bescherm. En dan hoop ik stiekem, ondanks dat onze experts prima argumenten leveren om het niet te doen, toch dat de mensen om me heen hetzelfde doen. Noem het een vorm van groepsimmuniteit, maar dan om onze monden.

Image by Engin Akyurt from Pixabay

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Kevin Wien is columnist met een specifieke interesse in politiek, psychologie en maatschappij.