De Turkse regering beschuldigt Fethullah Gülen en zijn volgelingen ervan de couppoging van 15 juli beraamd te hebben. Gülen, woonachtig in de Verenigde Staten, ontkent in alle toonaarden. Maar wie is Fethullah Gülen eigenlijk en hoe kwamen zijn volgelingen in zulke grote getalen op belangrijke posities in het staatsapparaat terecht?

STEUN RO

De beschuldigingen aan het adres van Fethullah Gülen maken hem tot staatsvijand nummer één in Turkije. Reeds meer dan 80.000 mensen verloren hun baan en meer dan 20.000 mensen werden gevangen gezet op beschuldiging van lidmaatschap van zijn organisatie. De Turkse regering wil dat de Verenigde Staten Gülen uitlevert, maar omdat overtuigend bewijs voor zijn betrokkenheid volgens de VS ontbreekt en een eerlijk proces niet gegarandeerd kan worden, lijkt zo’n scenario onwaarschijnlijk. De generaals in het leger die bij de coup betrokken zouden zijn verschenen daags na de couppoging bont en blauw op de Turkse voorpagina’s. Bovendien zullen Gülen’s invloedrijke contacten in de VS hem in dit proces achter de schermen goed van pas komen.

Gülen werd in 1941 als zoon van een imam geboren in Ahlat, een kleine stad in het oosten van het land. Hij groeide op in Erzurum, waar hij al in zijn tienerjaren enige mate van religieus gezag verwierf. Toen het Turkse Directoraat van Godsdienstzaken Diyanet Gülen in 1966 in Izmir als imam aanstelde rees zijn ster snel. In de stad aan de Egeïsche kust vormde hij zijn eigen congregatie, cemaat. Tot die tijd was hij onderdeel geweest van de Nurcubeweging, een religieuze orde gebaseerd op de geschriften van de invloedrijke soefi-geestelijke Said Nursi. De Nurcubeweging organiseerde zomerkampen met een intensief religieuze training en een bredere focus op onderwijs, een praktijk die Gülen in zijn cemaat overnam.

Gouden generatie in het staatsapparaat

Via zijn preken, die hij via cassettebandjes liet verspreiden, bond Gülen een trouwe schare volgelingen aan zich, die aanvankelijk vooral bestond uit mensen uit de traditionele lagere middenklasse (winkeliers, kleine ondernemers, mensen uit het onderwijs). Hij had tot doel een ‘gouden generatie’ te vormen door wetenschap en techniek met religie te verbinden. Zijn gedachtegoed werd verspreid via het tijdschrift Sızıntı, letterlijk infiltratie. Daarin werd de aanhang van Gülen aangemoedigd carrière te maken binnen het Turkse staatsapparaat.

In zogeheten dershanes ontwikkelde zich onder een strikte sociale controle en discipline aan de hand van Gülen’s gedachtegoed een gemeenschap die zich kenmerkte door een geslotenheid over de activiteiten van de beweging naar de buitenwereld. Het was een beproefde tactiek voor islamitische bewegingen in Turkije vanwege de van de repressie van religie die de seculiere machthebbers van de republiek toepasten.

Vandaag de dag staat Gülen aan het hoofd van wereldwijd netwerk met belangen in onder andere het onderwijs, de gezondheidszorg en internationale handel. Mensen binnen dit netwerk beweren dat de scholen en andere instituten particuliere initiatieven zijn en dat ze zelf slechts geïnspireerd zijn op de geschriften van hun hocaefendi.

Onder de radar vandaan

Toen Gülen’s volgelingen reeds in de jaren ‘70 posities het leger probeerden te verwerven leek dat een poging die gedoemd was te mislukken. De Turkse staat in het algemeen en het leger in het bijzonder waren bij uitstek seculiere bolwerken, die religieuze kandidaten direct de deur uit werkten. Gaandeweg slaagde de cemaat er toch in zijn mensen in verschillende andere staatsinstituties onder te brengen. In het politie- en justitieapparaat en de geheime dienst kwamen ‘Gülenisten’ terecht op invloedrijke posities. Naarmate Gülenisten meer macht verwierven was het eenvoudiger om ook andere leden van de cemaat binnen te loodsen. Bijvoorbeeld via het stelen en verdelen van antwoorden van toelatingsexamens, een veelvuldig succesvol toegepaste methode.

Ook leerde men beter onder de radar vandaan te blijven. In het tijdschrift Nokta verscheen in 1986 een artikel over deze ‘infiltratie’: ‘Bijt op je tanden en verberg jezelf tot je stafofficier bent. (…) Bidt met je ogen. In de jaren 2000 is Turkije onder onze controle,’ aldus de niet mis te verstane woorden van een oudere Gülenist in het leger in de reportage. Hij sprak jonge militairen in opleiding die uit de onderwijsinstellingen van de Gülenbeweging kwamen toe. Hoewel het woord infiltratie suggereert dat alles buiten medeweten van reguliere staatsgezag om gebeurde, was de aanwezigheid van Gülenisten binnen de staat algemeen bekend.

Meedogenloze beweging of liefdadigheidsinstelling?

Iemand die erover mee kan praten is de voormalige kadet Mehmet Koç. Hij was een veelbelovende student op het militaire lyceum in Bursa. Toen het bestuur van zijn school in 2008 werd overgedragen aan de luchtmacht, merkte hij een verandering in het gedrag van zijn nieuwe commandanten. Het begon met psychologische intimidatie. Zo kreeg hij een disciplinaire straf voor het lezen van een willekeurig boek over de Turkse economie en werd hem gedreigd negatieve aantekeningen in zijn persoonlijke rapport op te nemen. Ondanks de tegenwerkingen slaagde hij er een jaar later in zijn diploma te halen. Wat er aan de hand was begreep hij op dat moment zelf nog niet.

Toen hij vervolgens naar de militaire academie ging begon de ellende pas echt. Direct in de 42 dagen durende introductietraining ondergingen de kadetten die niet tot de cemaat behoorden een fysieke uitputtingsslag die zo vernederend was dat velen zich gedwongen zagen hun opleiding te staken. ‘We werden gedwongen onszelf op te drukken in vuilnisbakken en we moesten zonder nachtrust over het kapotte asfalt kruipen. Halverwege [de introductietraining] waren mijn hele lichaam en geest gesloopt. Toen wist ik dat er iets niet klopte,’ vertelt Koç. Van de 470 leerlingen die in 2009 met Koç aan de opleiding startten haakte bijna de helft al tijdens de introductie af.

Omdat Koç zijn opleiding aan de militaire academie staakte moest hij een vergoeding van 56.000 lira (destijds zo’n 30.000 euro) aan de staat betalen. Zijn vader, een arbeider in de bouw, zag zich daardoor gedwongen zijn auto te verkopen. Koç’ familie nam hem in genade aan, maar minder begripvolle families braken met hun kinderen. Koç heeft zijn leven inmiddels op de rails. Hij is bezig zijn rechtenstudie af te ronden en werkt op een advocatenbureau. Toch hoopt hij op eerherstel van de regering. ‘De beste genoegdoening zou zijn als ze onze boetes zouden terugbetalen of kwijtschelden en degenen die dat willen in genade aannemen in het leger,’ aldus Koç.

De meedogenloze praktijken waarover Koç verhaalt stroken niet met het beeld van de Gülenbeweging als op dialoog gerichte liefdadigheidsinstelling, zoals dat in veel westerse landen bestaat. Volgens Rusen Çakır, journalist die de Gülenbeweging al sinds de jaren ’80 volgt, komt dit door het uitstekende lobbywerk in en het belang van de beweging voor het Westen. ‘Zeker na 11 september was het Westen op zoek naar een vorm van gematigde islam die het kon steunen als alternatief tegen islamitisch radicalisme. Door de contacten van Gülen in de Verenigde Staten en zijn wereldwijde netwerk van scholen bleek hij daarvoor een ideale partner,’ aldus Çakır.

Monsterverbond

De Turkse openbaar aanklager klaagde Gülen in 1999 aan op basis van twee van zijn preken waarin hij zijn aanhang aanspoorde het staatsapparaat te infiltreren. Gülen wachtte het proces niet af en verhuisde naar de Verenigde Staten. Toen de pas opgerichte AK-partij drie jaar later verrassend de verkiezingen won, had het weliswaar een absolute meerderheid in het parlement, maar ontbrak het aan invloed andere belangrijke instituties van de staat. Door samen met de Gülenbeweging, die wel over die kaders beschikte, op te trekken was een monsterverbond geboren.

Belangrijkste wapenfeit van het gelegenheidshuwelijk waren de Ergenekon en Balyoz-rechtszaken, waarbij met gemeenschappelijke, seculiere vijanden werd afgerekend. In de processen die dienden tussen 2008 en 2012 verdwenen tientallen hoge legerofficieren, maar ook journalisten en oppositiepolitici achter slot en grendel omdat ze een coup tegen de AKP-regering zouden hebben beraamd. Hoewel sommige coupplannen daadwerkelijk bestonden bleek later dat veroordelingen grotendeels met vervalst bewijsmateriaal tot stand waren gekomen en werden vrijwel alle veroordeelden vrijgesproken. Ook de Koerdische oppositie werd met behulp van de Gülenisten in de rechterlijke macht tijdens de KCK-processen gevangengezet.

Keiharde confrontatie

Gezagsdragers binnen de AK-partij zeggen nu voorgelogen te zijn bij de misstanden waarbij Gülenisten betrokken waren, maar waarschuwingen van journalisten en oppositiekrachten over de beweging bleken jarenlang aan dovemans oren gericht. In de jaren na de rechtszaken begon het gelegenheidshuwelijk scheurtjes te vertonen. De AK-partij probeerde al in 2011 de dershanes van Gülen te sluiten, in reactie waarop Gülenisten in de geheime dienst de geheime gesprekken tussen PKK-leider Öcalan en de regering naar buiten brachten. Beide machtsblokken streden om de controle van de staat, maar in plaats van een vijand te delen waren ze nu elkaars vijand geworden.

De spanningen tussen de Gülenbeweging en de AK-partij leidden in december 2013 tot een keiharde confrontatie. Toen lekten Gülenisten binnen de geheime dienst talloze telefoongesprekken, waarin president Erdogan en zijn directe verwanten de hoofdrol speelden in een groot corruptieschandaal. In reactie startte de regering een tegenoffensief en maakte het een begin met zuiveringen van vermeende Gülenisten, met name binnen de rechterlijke macht en het politieapparaat. Na de couppoging van afgelopen maand krijgt het conflict tussen beide machtsblokken binnen de staat zijn voorlopige slotstuk.

Gülen is persona non grata in Turkije, maar de helft van de bevolking ziet ook Erdogan en de AK-partij niet zitten. Toch leidde de couppoging tot een ‘zie-je-wel-gevoel’ onder critici die jarenlang met alle gevaren van dien hadden gewaarschuwd voor de Gülenbeweging. Ze voelden zich onvoldoende gehoord en gesteund. Prominente onderzoeksjournalisten werden gevangen gezet voor hun kritische verslaggeving over de beweging. Vele andere tegenstanders werden geïntimideerd, bedreigd of ook gevangengezet. De krant Zaman, in het voorjaar overgenomen en na de couppoging gesloten, waste deze praktijken en andere praktijken allemaal wit en had daarmee een grote invloed op publieke opinie.

Fouten uit het verleden

Eén van de journalisten die jarenlang op waarschuwende voor de (invloed van de) Gülenbeweging is onderzoeksjournalist Ismail Saymaz. Desgevraagd doet hij dat nogmaals: ‘Het gevaarlijke van de Gülen-beweging is dat we niet weten waar hij uit bestaat. Het is een beweging die geen enkele democratische aansprakelijkheid draagt, maar zich toch met allerlei dubieuze activiteiten binnen de staat inlaat. Ze worden niet aangestuurd door gekozen vertegenwoordigers, maar door een imam in Pennsylvania. Hun geldstromen, leden en werkwijzen zijn voor het publiek volledig onduidelijk. Dat is veel ondemocratischer dan welk autoritair civiel bewind dan ook,’ aldus Saymaz.

De Britse onderzoeker Gareth Jenkins is het met Saymaz eens. Tegelijkertijd ziet hij grote paralellen met de manier waarop de regering nu met (vermeende) Gülenisten omgaat en de manier waarop de AK-partij met hulp van de Gülenbeweging destijds diens gemeenschappelijke vijanden monddood maakte: ‘Men werd destijds op collectieve basis zonder hard bewijs veroordeeld. De kans lijkt groot dat nu op een vergelijkbare manier mensen zonder overtuigend bewijs voor de couppoging zullen worden veroordeeld,’ waarschuwt Jenkins voor herhaling van in het verleden gemaakte fouten.

    Tan Tunali studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Istanbul. Hoewel half-Turks ontluikte zijn interesse in Turkije pas tijdens zijn studie. Na talloze academische papers over het Turkse buitenlands beleid, de Koerdische kwestie en het moderniseringsproces, is het nu tijd om journalistiek te bedrijven: Reizen, praten, onderzoeken en nog meer reizen, praten en onderzoeken.