Tien jaar geleden vertrok Eddie samen met zijn partner Hans naar Portugal. Ze kochten er een oud huis met zwembad en openden er een Bed & Breakfast. De zomers waren hemels, maar de winters waren hel. Ze kregen spijt.

STEUN RO

‘Toen we er net zaten waren we echt gelukkig. Maar op een regenachtige zondag zaten we daar met een fles port en een stapel dvd’s en keken we elkaar aan. Wat doen we hier eigenlijk, vroegen we onszelf af. Ik verveelde me dood.’

In een mooie etage aan de Prinsengracht in Amsterdam namen Eddie Gilpin en zijn partner Hans tien jaar geleden afscheid van hun vrienden, een week voor ze voorgoed naar het zuiden van Portugal zouden vertrekken. Vrienden namen huilend afscheid en mopperden over het feit dat ze vertrokken. Maar hun vrienden waren de rottigste niet en dus wensten ze hen ook veel succes.

Het huis dat ze kochten lag in het binnenland, aan de grens met Spanje. Een piepklein dorpje waar in de zomer dertig mensen wonen en in de winter vijf. Eddie en Hans kochten er een oude villa met zwembad en opende een Bed & Breakfast.

Het eerste halfjaar was een feest. Er waren alleen wat praktische problemen. Of zoals Hans indertijd vertelde: ‘Er staan twee palmbomen bij het huis en ik heb natuurlijk helemaal geen verstand van palmbomen. Ik wist niet dat die zo veel water moeten hebben. Op een gegeven moment werden al die onderste takken bruin. “Wat nu weer,” dacht ik. Maar ja, ik heb al twintig jaar geen tuin meer gehad en opeens zit je met een boomgaard. En een zwembad, hoe veel chloor moet daar in? Toen ons zwembad opeens groen werd, bleek dat we er te weinig chloor in deden. Dat zijn allemaal dingen die je moet leren. Daar lig ik ’s nachts nog wel eens van wakker. Maar het scheelt dat het mooi weer is en niet de hele dag regent. Juist voor praktische problemen is het handig om Portugees te spreken, al zit er ook een voordeel aan om dat niet te kunnen. Twee mannen in een huis, daar wordt ongetwijfeld over geklept, maar dat hoor je niet als je de taal niet spreekt.’