Happinez-oprichter Inez van Oord omarmde Boeddha als een teddybeer, maar verloor de Bijbel uit het oog. Met haar nieuwe boek Rebible ontdekt ze de verhalen uit het boek van haar jeugd. “De tijd is er rijp voor.”

STEUN RO

Inez van Oord (1958) was bedenker en hoofdredacteur van de succesvolle magazines Seasons en Happinez. Haar boek  Als jouw leven een cirkel is, waar sta je dan? werd uitgeroepen tot Het Beste Spirituele Boek van het Jaar 2016. Onlangs verscheen bij Humanize en Kosmos Uitgevers haar nieuwe boek: Rebible; Ontdekking van vergeten verhalen.

In dit interview legt ze haar leven langs dat van de Bijbelfiguur Mozes aan de hand van 7 bijbelteksten.

Exodus 2:3-5:
Ze (…) legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.

“Ik ben geboren op een prachtige, verlaten plek op het eiland Schouwen-Duiveland onder het licht van de vuurtoren van Haamstede. De lichtbundel ging rond en scheen iedere avond door de ramen van mijn zolderkamer. Vriendinnetjes die bleven logeren, vonden het eng. Voor mij was het juist vertrouwd.  Achteraf zie ik de symboliek: schijn als een licht met je idealen naar anderen.
Ik ben de jongste, het kleintje in een rij van zes. Mijn vader werkte, net als zijn vader, in baggerbedrijf Van Oord. Ik kom uit een gereformeerde familie en moest mee naar de kerk. Op zondagochtend toeterde mijn vader in de auto op het grind omdat ze op mij aan het wachten waren. Maar ik wilde niet mee, ik had een natuurlijke weerstand tegen het hele kerkelijke systeem: in een rij zitten en luisteren naar iemand die boven je staat. Hiërarchie vond ik toen al lastig. Ik stelde veel kritische vragen aan mijn vader en dat waardeerde hij wel. Hij was heel ruimdenkend. ‘God grijpt je nog wel eens bij je lurven,’ schaterlachte hij weleens. Nu mijn boek over de Bijbel verschijnt, zeggen mijn zusjes – die de kerk ook vaarwel hebben gezegd – tegen me: ‘Zie je nu wel…!’
Toen ik 25 jaar was overleed mijn vader op zijn zeventigste aan een hersenbloeding, vijf jaar  eerder mijn moeder aan kanker. Zij werd zestig jaar, dus volgend jaar overleef ik haar.” Glimlachend: “Maar ik word 84, daarvan ben ik overtuigd. Het is jammer dat zij niets hebben meegemaakt van mijn zakelijke successen. Maar misschien zien ze het wel. Ik heb weleens het idee dat ik geholpen wordt in mijn werk, misschien wel door hen.”

Exodus 2:11-15:
Hij keek om zich heen en toen hij zag dat er niemand in de buurt was, sloeg hij de Egyptenaar dood.

“Ik word niet snel boos, behalve als mensen niet te vertrouwen zijn. Mozes was erg driftig. Hoe is het mogelijk dat een moordenaar kon uitgroeien tot een hoofdrolspeler van de Bijbel? Ik groeide op met het idee dat de Bijbel één waarheid verkondigt. Maar tijdens het schrijven van mijn boek, vertelde mijn broer Jos – die theoloog is – me dat het boek een verzameling  losse verhalen is, die elkaar soms ook tegenspreken. Een openbaring! Dit verhaal geeft me moed als ik tegenslag heb. Er kan van alles gebeuren in mijn leven, maar je krijgt – net als Mozes – een nieuwe kans. Je mag opnieuw beginnen en hoeft niet zo streng te zijn voor jezelf.”

In 2000 ging er van alles mis in mijn leven. Boem, ineens zat ik in mijn eigen woestijn.

Exodus 15:22:
Drie dagen trokken ze door de woestijn zonder water te vinden.

“Met Jos ben ik drie nachten in de Sinaï-woestijn geweest. Fantastisch! We voelden ons net Mozes, ook al zijn er genoeg bronnen die betwijfelen of Mozes echt heeft bestaan. Toch wilde ik de berg beklimmen waar hij de Tien Geboden gekregen zou hebben. Ik had een afspraak met God op de Sinaï. Zou ik daar ook een Mozes-ervaring krijgen? Mijn fantasie is erg groot, dus ik geloofde dat kon gebeuren. Toen ik bijna boven was, zag ik tot mijn grote verbazing inderdaad een wolkje verschijnen aan de strakblauwe hemel. Precies zoals in de verhalen, God laat zich zien in een wolk. Helaas was die weer verdwenen toen we op de top stonden en was de mythe voorbij.

In 2000 ging er van alles mis in mijn leven. Boem, ineens zat ik in mijn eigen woestijn. Mijn vriend was bij me weg en doordat ik te hard gewerkt had aan mijn magazine Seasons, kwam ik tijdelijk vermoeid  thuis te zitten. Aan een partner en werk kon ik mij niet meer vasthouden. Alles wat belangrijk leek in het leven, was er niet meer. Ik zat op de bodem en was – voor het eerst – echt verdrietig. Ik heb heel hard gehuild. Maar op de bodem van de put, waar alles weg leek, bleef er toch iets over: mijn eigen levenskracht. Dat mag je van mij ook ‘Zelf’ of ‘God’ noemen. Die ervaring gaf me zoveel energie dat ik dacht: niet piepen, maar opkrabbelen. Ik wilde een tijdschrift over deze ervaring opzetten: hoe kun je vertrouwen op die binnenkant? Dat is Happinez geworden. Mijn eigen voornaam zit in de titel.”

We hebben de laatste jaren Boeddha als een teddybeer omarmt, spirituele goeroes gelezen en kloosters bezocht in India. Maar uiteindelijk vraag je je af: wat zijn mijn roots, waar kom ik vandaan? Dat is toch het christendom.

Exodus 15: 27: Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op.
“In de Sinaï-woestijn zagen Jos en ik, naast heel veel zand, óók veel leven: groene begroeiing of bomen. Zo is het in je eigen verhaal ook: er is altijd leven. Achteraf kan ik dus zeggen dat die nare tijd me veel moois heeft gebracht, zoals een nieuw, eigen tijdschrift. Eigenlijk zou ik de man die me verliet een bos bloemen moeten sturen.

Ik voel trends eerder aan dan de gemiddelde Nederlander. Seasons, een blad over buitenleven, en Happinez, over spiritualiteit, waren helemaal nieuw. Maar iedereen ging het kopen! Kennelijk was ik niet de enige die behoefte had aan zo’n blad.  Het heeft zin om te luisteren naar je gevoel omdat het veel kan betekenen voor anderen. Ik wilde de brug slaan tussen mijn gevoel en het grote publiek.
Ik ben benieuwd hoe mijn boek Rebible ontvangen gaat worden. Sommige kennissen blijken er soms net mee bezig om óók hun christelijke wortels te herontdekken. Anderen reageren gereserveerder. Maar mijn gevoel bij dit boek is: we hebben de laatste jaren Boeddha als een teddybeer omarmt, spirituele goeroes gelezen en kloosters bezocht in India. Maar uiteindelijk vraag je je af: wat zijn mijn roots, waar kom ik vandaan? Dat is toch het christendom. We zijn geboren op christelijke grond. Ik heb het jaren laten liggen, maar ik vond de tijd rijp om me te verdiepen in de christelijke spiritualiteit. Het leuke is: het mag weer. Je mág weer praten over Mozes.” Ze lacht. “Ja, ik gniffel er een beetje om. Ik vind het wel grappig.” Dan: “Het komt denk ik omdat we in een vreemde wereld leven, waarin zoveel informatie op je wordt afgevuurd over culturen, meningen en gelovigen. Dan wil je weten wie je zelf bent. Wie weet voelt het vertrouwder als je terug gaat naar het christendom. Dat heeft mijn jeugd geworteld, daar kom ik vandaan. En dan is de vraag: wat kan ik er nu mee?”

Exodus 4:10: Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker.
“Vorig jaar deed ik, samen met onder andere mijn neef Gert-Jan Segers, op televisie mee aan de Nationale Bijbelquiz. Een van de quizvragen was of Mozes van zichzelf zei dat hij stotterde of dat hij geen goed spreker was. Gert-Jan antwoordde stotteren, maar gelukkig had ik uit mijn hoofd geleerd dat Mozes zei dat hij geen goed spreker was. Gert-Jan heeft de quiz overigens wel gewonnen.” Van Oord lacht smakelijk om de herinnering.
“Ik ben meer een schrijver dan een spreker. Ik was thuis het kleintje, anderen deden het woord. En nog steeds laat ik het spreken graag ‘aan Aaron over’, ik druk me schrijvend makkelijker uit. Maar ik heb mijn angsten overwonnen. Als ik moet spreken in zalen, theaters of in televisieuitzendingen zie ik er weliswaar tegenop, maar het lukt me wel.
Elke positieve eigenschap heeft z’n keerzijde. Mozes was een leider, maar ook een driftkikker die iemand doodsloeg. Mijn enthousiasme zorgt ervoor dat ik snel aan iets nieuws begin. Maar het is ook een valkuil. Nadat ik Happinez had verkocht, wilde ik met een nieuw team het blad Humanize maken. Helaas kwam dat niet van de grond. De grafisch ontwerper vertrok naar het buitenland en zijn opvolger werd ziek. Het voelde alsof ik aan een dood paard aan het trekken was; een gebed zonder end.

Het was pijnlijk om het project stop te zetten en mensen te moeten ontslaan. Het blad kwam er niet. Tegelijkertijd was het achteraf ook een opluchting dat het niet lukte omdat ik daarmee af was van het label: ‘Bij Inez lukt alles’.”

Of ik weleens bid tot Jezus? Nee, daar ben ik niet zo van. Ik betrek zijn woorden uit de Bijbel op mezelf.

Exodus 3:2: Daar verscheen de engel van de Heer aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde.
“Omdat er in de tijd van Mozes heel veel goden waren, vroeg Mozes met welke god hij te maken had. Dan zegt God: zeg maar dat Ik Ben je heeft geroepen. Dat vind ik geweldig! Mijn spirituele leven is begonnen met het boek ‘I Am That’, het meesterwerk van hindoe-leraar Sri Nisargadatta Maharaj.  Als God zichzelf Ik Ben noemt, ben ik dus ook. Het goddelijke is een vorm van zijn in jou. Jezus had ook een rij ‘Ik ben-uitspraken’, zoals ‘Ik ben de Weg’. Dat betekent niet, zoals ik vroeger altijd dacht: ‘Jij, sukkel, moet mij volgen’. Tijdens het schrijven van mijn boek over de Bijbel, las ik dat Jezus zei dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is, maar dat het in jezelf te vinden is. Had ik dat als kind maar gehoord! Nu begrijp ik pas wat Jezus bedoelde. Het gaat over de ervaring die ik zelf heb gehad. Het koninkrijk gaat over je eigen innerlijk. Of ik weleens bid tot Jezus? Nee, daar ben ik niet zo van. Ik betrek zijn woorden uit de Bijbel op mezelf. Jos ziet dat anders. Hij is minder bezig met de individuele binnenkant, maar meer met de vraag hoe waarden als verdraagzaamheid kunnen worden verbonden met mensenlevens. Jos is pastoraal, terwijl ik filosofischer ben ingesteld.”

Deut: 34:4 Dit is het land waarvan ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen- oversteken zul je niet.

“Ik  ben niet zo bezig met de toekomst. Als je ouder wordt, ben je minder bezig om jezelf goed neer te zetten in de wereld. Ik kan me geen mooier leven voorstellen dan mijn eigen leven. Ik heb de behoefte om verhalen aan anderen over te dragen; misschien komt dat wel door mijn christelijke opvoeding. Delen van wat je meemaakt in de hoop dat anderen er iets aan hebben. Ik heb altijd verhalen kunnen vertellen: bij de Zeeuwse kranten, De Telegraaf, daarna in mijn eigen bladen en nu in mijn boeken. Schrijven is het mooiste vak dat er bestaat. Heerlijk om lekker achter je laptop te werken aan een tekst. Ik hoop dat te blijven doen tot mijn vierentachtigste jaar.
Ik was pas bij een tante van negentig jaar. ‘Gelooft u in de hemel?’ vroeg ik haar. Nee, dat deed ze niet. Maar ze wilde wel terug naar God. Ik geloof dat het er niet slechter op wordt na je dood. Ik vind het te christelijk om te zeggen: het wordt béter na de dood. Als je sterft is je lichaam weg, maar je levenskracht, of ‘het onzegbare’, of hoe we het ook willen noemen, blijft bestaan. Als het koninkrijk in je zit, dan kan dat niet dood gaan. Het eeuwige is eeuwig.”

***
Dit artikel van journalist Sjoerd Wielenga verscheen eerder in De Nieuwe Koers. Lees ook zijn interviews met Marianne Thieme: ‘Ik ben een vreemde eend in Den Haag’, Joris Luyendijk: ‘God is dood, ieder voor zich, dat werkt niet’ en Daan Roosegaarde: ‘Ik wil de wereld een update geven’.

Sjoerd Wielenga (Rotterdam, 1980) is zelfstandig journalist, tekstschrijver, eindredacteur en bladenmaker. Hij werkt(e) onder meer voor de EO, NRC Handelsblad, Trouw, de Volkskrant en opinieblad De Nieuwe Koers.