Driemaal spraken we elkaar in de Syrische stad Homs. Hij was een man met kennis van het Midden-Oosten. En die altijd hoop hield. “Ik geloof in de mensheid”, zei hij. Vandaag kwam er een einde aan het leven van de 75-jarige Jezuïet Frans van der Lugt. De man die altijd probeerde de religies van het Midden-Oosten bij elkaar te brengen, kreeg twee kogels door zijn hoofd.

STEUN RO

Hij had kennis en oog voor de situatie in het Midden-Oosten waar hij ruim veertig jaar woonde en werkte. In zijn huis in het centrum van Homs legde ik Pater van der Lugt bij mijn eerste bezoek in het voorjaar van 2011 de vraag voor welk vooroordeel er in Nederland en de rest bestaat over de opstand in Syrië. Het waren er drie, stelde hij.

“Dat hier bij de manifestaties alleen maar engelen rondlopen, lammetjes. Daar zitten ook wolven bij. Gewapende wolven. Die mensen schieten op de politie en de politie moet zich dan verdedigen. Dat ziet Europa niet. Als er geschoten wordt denkt Europa telkens dat het de politieagenten zijn die het eerste schieten.”

“De tweede projectie is die van de democratie. Als je een democratie wilt, dan heb je een ondergrond nodig. Waar mensen verschillen leren herkennen, erkennen en aanvaarden. Je hebt een luisterfunctie nodig, een dialoogsituatie. Maar hier in Syrië heb je twintig groeperingen die elkaar liever willen doodknijpen. Dan heb je een rijpingsproces nodig en dat heeft tijd nodig.”

Er worden meer islamitische oproepen gedaan dan democratische

“Derde punt is dat ze in het westen denken dat al die demonstranten democratie willen. Dat is niet waar. Het gaat hier niet om vrijheid of rechtvaardigheid. Het gaat de meeste demonstranten puur en alleen om het wegkrijgen van de alawieten om zelf aan de macht te komen. Die soennitische meerderheid wil dat Syrië een moslimstaat wordt. Daarom hoor je in hun optochten vaak het woord ‘heilige oorlog’. Er worden meer islamitische oproepen gedaan dan democratische. “

Tweede bezoek

Pater Frans van der Lugt woonde op de grens van de opstandelingenwijken Bab al Sabae en Bab al Dreieb. Wat je noemt een ‘heet gebied’. Onophoudelijk vallen er bij het tweede bezoek in het najaar van 2011 schoten en klinken zware granaat- en artillerie-explosies. Pater Frans zag het geweld langzaam toenemen. “Eerst schieten. Toen aanslagen. Toen bezetting en nu bombardementen.” Vanaf de binnenplaats wees hij naar de ruiten van zijn huis waar verdwaalde kogels doorheen vlogen. Hij had toen nog alle hoop. “Ze hebben niet het doel op ons te schieten. We worden door de alle partijen gewaardeerd.”

Hij nodigde me uit voor een wandeling. “Dat kunnen we het beste doen voor drie uur, daarna zijn de straten leeg.” We liepen een half uur en zagen geen politieagenten of militairen. Vrouwen liepen met volle manden met groenten, groepjes mannen keuvelden op straat. Een rood-wit-zwarte Syrische nationale vlag met twee groene sterren markeerde het begin van het door de regering gecontroleerde gebied. Achter zandzakken lagen militairen verscholen die vanuit de omliggende straten ‘s nachts onder vuur werden genomen. En die op hun beurt weer terugschoten: de rolluiken van de gesloten winkels tonen talloze inslagen. Langs de gevels en op braak liggende percelen liggen vuilniszakken. “De opstandelingen willen niet dat het wordt opgehaald”, zei de pater. “Het gemeentepersoneel wordt beschoten.”

Het Westen wil de machtsblokken in het Midden-Oosten kapotmaken

We liepen langs een espressobar waarvan de luifel verkreukeld op de stoep ligt. Andere winkeliers veegden de glasscherven bij elkaar. Niemand kan ons de reden voor de aanslag vertellen. Van der Lugt had zo zijn vermoeden. “Anti-regeringselementen willen chaos creëren. Ze worden betaald door landen als Qatar en Saoedi-Arabië. Het is hier een van buitenaf geleide volksopstand.” Pater Frans zag achter de onlusten tegen het regime van Bashar al-Assad een breed complot. “Het Westen wil de machtsblokken in het Midden-Oosten kapotmaken, zoals de band tussen Syrië en Iran, om plaats te maken voor confessionele militair machteloze staatjes. Zo beschermen ze Israël en de toevoer van olie.”

Aan de tafel in de keuken spraken we vaak over de 'Arabische lente' in het Midden-Oosten die volgens hem geen 'lente' mocht heten. “Nee, het is voor mij meer een herfst dan een lente. Misschien komt na de herfst een winter en dan een lente. Maar we zitten nu niet in de lente. Er is ook geen alternatief. Als de regering en het leger wegvalt dan wordt het een bloedbad. Het einde zal erg droevig zijn.”

Derde bezoek

‘Hoe ziet u de toekomst?’ vroeg ik hem bij de derde en laatste ontmoeting in januari 2012. Hoe lang gaat dit geweld met tanks en sluipschutters nog door?

“Je moet ervan uitgaan dat de regering niet valt. Dus de regering moet er alles aan doen om zo minder mogelijk slachtoffers te maken. In bepaalde streken zal het leger meer naar voren komen. Dan wordt de situatie beter of er komt een bezetting, zoals eerder in delen van Libanon. Via de bezetting moeten we verder kijken hoe we het omzetten. Dus kijken hoe we mensen weer samen kunnen krijgen.”

Ook spraken we over de situatie van de christenen in Syrië. Veel wilden toen al vertrekken. “Ze willen niet met de moslims samenleven. Er gaan zelfs rijke christenen weg omdat ze zien dat het voor hun kinderen steeds moeilijker wordt om in een moslimmaatschappij te leven. Dertig jaar geleden waren we hier met 15 procent. Nu is dat nog maar 4 of 5 procent.”

Ik denk dat we als christenen in het Midden-Oosten naar een hele moeilijke situatie gaan

“Ik denk dat hier over 5 jaar nog maar heel weinig christenen zullen zijn. Misschien zijn er nu nog een miljoen christenen. Twintig jaar geleden waren die er ook. Maar toen waren er 7 miljoen Syriërs en nu 22 miljoen. Ik denk dat we als christenen in het Midden-Oosten naar een hele moeilijke situatie gaan.”

'Ik doe de deur niet dicht'

Zijn wijk werd bezet door de opstandelingen. Omringd door regeringstroepen was er geen weg in of uit. Soms konden we elkaar nog telefonisch spreken. Maar ook dat hield snel op. Weg wilde hij niet. Hij wilde zijn gelovigen niet achterlaten. De woorden die hij bij de eerste ontmoeting in zijn kleine werkkamer vertelde zal ik niet vergeten. Ik wees hem op de gevaren. Maar hij schudde zijn hoofd. Als hij zou vertrekken zou het einde betekenen van de christenen in het Midden-Oosten. Symbolisch uiteraard. Maar toch, dat wilde hij niet op zijn geweten hebben. “Ik ga niet weg. Ik ga niet de deur dichtdoen.”

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.