Het is opnieuw hommeles rondom de bonnetjes-affaire rond hasjhandelaar Cees H. VVD-minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie moet zich voor de Kamer verantwoorden voor de nieuwste onthullingen van Nieuwsuur-journalist Bas Haan. Een kijkje in de keuken van een vasthoudend journalist die al eerder een minister, een staatssecretaris en een Kamervoorzitter liet struikelen over de Teevendeal.

STEUN RO

Knap staaltje vasthoudendheid.  In zijn maandag verschenen boek ‘De rekening voor Rutte’ onthult Bas Haan dat Van der Steur destijds als Kamerlid Minister Opstelten voorstelde ontwijkende antwoorden te geven op Kamervragen over het exacte bedrag van de Teevendeal. Later als minister verzweeg Van der Steur dat in een Kamerdebat. Het is de vierde grote onthulling op een spraakmakende rij.

Nieuwsuur onthulde in januari van 2016 dat niet falende ict’ers de oorzaak waren voor het zoek blijven van het bonnetje van Teeven, maar dat die ict’ers opdracht hadden gekregen hun zoektocht te staken. Maart 2014 bracht Bas Haan het bestaan van de Teevendeal – de deal die voormalige officier van Justitie Fred Teeven in 2000 sloot met crimineel Cees H. – naar buiten, maart 2015 volgde een uitzending over het zogenoemde ‘bonnetje’ van Teeven met daarbij het exacte bedrag dat betaald is, in januari van dit jaar volgde de ict-onthulling. Onderweg sneuvelden minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven, werd de Commissie Oosting benoemd en herbenoemd en vertrok Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg.

X en Y


Doorslaggevend voor de onthullingen is het netwerk binnen justitie dat Bas Haan de afgelopen jaren doelbewust en stelselmatig opbouwde. Dat startte toen hij op zoek ging naar de details op het bonnetje van Teeven. Via anonieme bronnen wist hij dat het bonnetje er moest zijn en dat er een bedrag van rond de vijf miljoen op stond. Hij ging op zoek naar de details. Iemand uit de wereld van justitie, Haan noemt hem Y, vertelde dat een zekere X een brief had gestuurd naar de Kamervoorzitter over het juiste bedrag op het bonnetje. Haan wist niet wie klokkenluider X was en kreeg hem niet te spreken, maar kreeg van Y wel een afschrift van de brief met daarin het bedrag tot achter de komma, datum, kenmerk, bankrekeningnummer, etcetera. Met die informatie ging hij op zoek naar bevestiging van de feiten. Ondertussen hoorde hij dat er ook al eerder iemand vanuit de magistratuur in Den Haag aan de bel had getrokken. Haan: ‘Mijn hypothese was dat briefschrijver X en deze magistraat dezelfde zijn.’ Deze hypothese vormde het uitgangspunt voor een lange, gestructureerde en vasthoudende zoektocht naar X. Met onmetelijk veel uren rondrijden, ouwehoeren en strategische bluf kwam Haan ver, heel ver. Hij stelde een lijst op van circa zeventig oud-officieren van justitie en oud-parketmedewerkers die in de tijd rond de deal met Cees H. in de buurt zouden kunnen zijn geweest.