Daar stonden plots, als bliksemschichten uit het niets: Van Rompuy en Barroso. Twee mannen met nul mandaat van de kiezer, Plato zou ervan smullen.

STEUN RO

In een race tegen de klok heeft drakendoder Van Rompuy het toch voor elkaar gekregen: een akkoord over de bail out van Cyprus. Voorlopig is de draak Chaos weer even afgewend, al kan het vuurspuwen vanuit het ijzige oosten nog steeds gevoeld worden. Niet alle details zijn bekend, maar genoeg om te weten dat de omvattende, complexe deal grote gevolgen zal hebben voor Cyprus én voor de relatie met Rusland. En wie weet voor de hele eurozone.

De Cyprioten staan met de rug tegen de muur en de eurogroep heeft gekregen wat het beoogde, namelijk een veel kleinere bankensector op het eiland dat te boek staat als magneet voor fout geld. Zonder te speculeren over de voors en tegens van de bail out en zonder iets te willen afdoen aan de getoonde daadkracht, gaat het mij in deze analyse om de fundamentele vraag naar het draagvlak. In hoeverre heeft de gemiddelde Europeaan hier ook maar iets over te zeggen?

Het lijken op het eerste gezicht – en, zo moeten we vrezen, ook op het tweede en derde – alleen de ingewijden te zijn die invloed hebben op het proces. Begrijpelijk misschien, in een crisis moet je handelen, maar zelfs het nadenken achteraf wordt verboden, ondanks de grote consequenties van alle reddingspakketten, van de strenge begrotingsdiscipline in de eurozone en ga zo maar door. Het kabinet Rutte II wil nog geen vinger uitsteken om tot een nieuw verdrag te komen, zodat dit vervolgens voorgelegd kan worden aan de kiezer.

Straal vergeten

De angst dat een referendum het zorgvuldig opgebouwde kaartenhuis met één klap zou kunnen omverwerpen, zit kennelijk diep. Hier in Nederland gaf Diederik Samsom onlangs in NRC een onverwachte opening door te pleiten voor een nieuw Europees verdrag plus volksraadpleging, om dat binnen enkele weken alweer straal vergeten te zijn.

En zo doet de Europese Unie, die in de eurocrisis de ene noodmaatregel op de andere stapelt, onwillekeurig denken aan de ideaalmaatschappij die Plato voorspiegelt in zijn dialoog Politeia (te vertalen als Staat, Republiek of Constitutie). Nu is het oppassen geblazen zodra in een analyse het woord filosofie valt, want voor je het weet zit je gevangen in een web van drogredenen gebaseerd op autoriteit of onbegrijpelijk postmodernistisch gebazel, waar je met een bullshit detector zo doorheen prikt.

Er is genoeg bagger (ik pleit mezelf niet vrij…).

Scherprechter

Wat ik zeggen wil: in de juiste proporties is de liefde voor de wijsheid welkom. Meestal volstaat de leer van de logica, als genadeloze scherprechter voor ondeugdelijke redeneringen. Maar in sommige zeldzame momenten kan het wel degelijk leerzaam zijn om het stof van eeuwenoude boekrollen af te blazen en te herlezen wat grote geesten ooit schreven.

En dan is het geen straf om bij Plato uit te komen – want schrijven kon de man. De schitterende scène bijvoorbeeld uit het Symposium  waarin de jonge Alcibiades dronken binnenvalt en zich beklaagt over zijn onbeantwoorde liefde voor Socrates, is zo sprankelend en levensecht geschreven dat je er zo van aan de drank zou gaan…

De eurocrisis roept Plato's ultieme politieke dialoog naar boven, de Staat. Hierin schetst hij een ideale maatschappij die overeenkomt met de psychologie van de mens. Het hoogste en onsterfelijke deel van onze ziel is de ratio ofwel het verstand, en die is in de hoogste mate aanwezig bij de filosoof-koningen, die om die reden vanzelfsprekend de leiding moeten hebben. Door te studeren (een jaar of twintig, vooral wiskunde!) en te discussiëren volgens de dialectische methode kunnen zij opklimmen tot het niveau van de abstracte Ideeën en aldus de juiste oplossingen vinden voor maatschappelijke vraagstukken.

Ondoordringbaar woud

Met een beetje fantasie kun je op de plaats van wiskunde het acquis communautaire invullen, dat ondoordringbare woud van wetten, regels, verordeningen, richtlijnen, verdragen en jurisprudentie van de Europese Unie. De filosoof-koningen van vandaag de dag zijn de Brusselse bureaucraten. Met inbegrip van de regeringsleiders en ministers van financiën, die wél een mandaat hebben van de kiezer thuis maar zodra zij op pad gaan naar Brussel en samen om tafel zitten ineens de neiging hebben om een heel andere taal te spreken.

Een taal die zij alleen binnen het politieke bestel hoeven te verantwoorden en niet tegenover de kiezer, omdat Europa als zodanig niet doorslaggevend is bij verkiezingen. En als het echt link wordt, schieten ongekozen specialisten als Barroso en Van Rompuy wel te hulp. Zo blijven de burgers achter in de beruchte grot, waar ze de schaduwen van het politieke proces mogen aanschouwen, slechts gissend naar wat zich buiten daadwerkelijk afspeelt.

Het leidt onvermijdelijk tot een democratisch deficit, zoals ook in de ideale constitutie van Plato het geval is. Daar blijven de zogeheten wachters, een soort politie en leger, zonder enige vorm van inspraak, om nog te zwijgen van het lagere klootjesvolk dat volgens hem enkel met de maag en voortplantingsorganen – samengevat: de onderbuik – denkt.

Totalitair

De grote wetenschapsfilosoof Karl Popper, op zoek naar de filosofische bronnen van totalitaire regimes, overdreef misschien toen hij Plato bestempelde als dé geestelijke vader van de gesloten samenleving, want volledig gesloten was diens politieke droombeeld ook weer niet.

Het is zelfs revolutionair te noemen dat wat Plato betreft ook vrouwen kunnen opklimmen tot de rang van filosoof-koningen, en dat alle bezittingen – inclusief kinderen – gedeeld moeten worden om elke vorm van afgunst uit te bannen. Omdat briljante ouders niet per se briljante nakomelingen krijgen, dient per kind bekeken te worden bij welke bevolkingsgroep hij of zij wordt ingedeeld, zodat er wel degelijk sociale dynamica mogelijk is.

Toch raakt Popper een essentieel punt door te stellen dat in zo'n samenleving uiteindelijk een kleine gesloten elite de koers bepaalt. Zij die niet uitverkoren zijn, hebben geen andere mogelijkheid dan zich met geweld te verzetten, en daar zou het volgens hem altijd op stuklopen – zo liet de geschiedenis zien (zelfs Plato himself liep gevaar, toen hij op uitnodiging van tiran Dionysius zijn ideeën probeerde te verwezenlijken op Sicilië, maar in ongenade viel).

Bloedvergieten

Wat nodig is, is een grondwet die het mogelijk maakt om zonder bloedvergieten van de heersers af te komen, waarmee Popper op dat cruciale element van de democratie doelt: verkiezingen.

Ik zal de laatste zijn om de Europese Unie, een vrijwillig verband dat juist stoelt op gedeelde democratische waarden en vrijheden, te vergelijken met het nazisme of de totalitaire Sovjet-Unie. Maar de groeiende mentale kloof tussen hen die de beslissingen nemen en hen die de beslissingen ondergaan, is op zijn zachtst gezegd verontrustend, wanneer er – zoals nu – goede ventielen ontbreken waarlangs de onvrede kan ontsnappen. Zodra de vraag van soevereiniteitsoverdracht speelt, wordt de kop in het zand gestoken.

Zulke politiek heeft een naam, die ik hier niet zal herhalen. Te makkelijk. Maar ook met die kop in het zand, zou voelbaar moeten zijn hoezeer het broeit in de grot.

    Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

    Geef een antwoord