Het Demmink-dilemma

De zaak-Demmink begint tegen de randen van de rechtsstaat te schuren. Al is geen enkele oplossing ideaal.

Amai, de zaak-Demmink blijkt als een hete kroket te worden doorgegeven door rechters. De magistraten willen zich niet branden aan het al dan niet vermeende (dat is uiteraard de grote vraag) seksueel misbruik door de voormalig topambtenaar van Justitie. Het wordt zo langzamerhand wél de vraag of er sprake kan zijn van een normale gang van zaken, of laten we zeggen eentje die passend is in een democratische rechtsstaat.

Even in het kort waarom het draait. Tegen Joris Demmink, destijds secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, is aangifte gedaan. Twee Turkse mannen stellen dat ze toen ze minderjarig waren door de Turkse politie zijn geronseld, naar een hotelkamer zijn gebracht en daar door hem zijn verkracht. In Turkije dus. En daar zou Demmink dan weer mee gechanteerd zijn, vanuit de Turkse overheid, om ervoor te zorgen dat de in Nederland aangehouden Koerdische drugsbaas Baybasin voorgoed achter slot en grendel bleef.

En ja hoor, Baybasin kreeg levenslang, enkel en alleen op basis van telefoontaps, waarop te horen zou zijn dat hij de opdracht voor een moord in zijn thuisland heeft gegeven. Make him cold, zou hij gezegd hebben – volgens de verdediging make him call, nog afgezien van het feit dat "make him cold" geen correcte Engelse uitdrukking zou zijn. En het is ook een beetje gek dat de mannen die de opdracht krégen voor de moord nog altijd in vrijheid rondlopen in Turkije…

Israëlisch

Het is nogal een complot, als het echt zo is, en de ware complotdenkers voegen er nog aan toe dat de technologie voor de tapkamers geleverd was door een Israëlisch bedrijf en dat de Turkse militairen destijds goed bevriend waren met hun Israëlische collega's. 

Nu dient gezegd te worden dat er al jarenlang een felle mediacampagne wordt gevoerd tegen Demmink, met zeker resultaat, omdat zelfs Amerikaanse politici zich ertegenaan bemoeien. Die campagne gaat vaak echter op zo'n manier dat je geneigd bent te denken: "Met zulke vijanden heb je geen vrienden meer nodig." Het maakt hem zélf als het ware tot sympathiek slachtoffer, een scenario dat overigens sowieso niet uit te sluiten valt. Een topambtenaar bij justitie maakt per definitie vijanden, en wie weet vijanden in wat minder frisse milieus. Er is dus een gerede kans dat iemand hem probeert terug te pakken, via een gefabriceerd pedo-spoor.

Je wilt dit soort types niet helpen. Niettemin verdient het een serieus onderzoek, en een serieuze kans om bij voldoende aanwijzingen voor de rechter gebracht te worden.

Schijn

Het principe van integriteit houdt immers in dat je niet alleen onpartijdig dient te zijn, maar zelfs ook alle schijn van partijdigheid moet vermijden. Precies om die reden schreef ik in 2011 dat Demmink – destijds nog in functie – voor de duur van het onderzoek zijn werk had moeten neerleggen, opdat het Openbaar Ministerie vrijuit zijn werk kon doen. Het ministerie maakte een andere afweging, met als gevolg dat aan het besluit van het OM om niet te vervolgen automatisch een – onterecht of niet – schijn van partijdigheid kleefde. 

Wachten tot het overwaait, was toen mijn analyse van de houding van justitie. Maar nu zijn de rechters aan de beurt en speelt het Demmink-dilemma opnieuw. Sommigen komen kennelijk tot de conclusie dat ze de schijn van partijdigheid vóór moeten zijn. Op zich prijzenswaardig, alleen wordt het probleem weer verder verlegd. 

Ik vrees dat altijd een briesje van verontwaardiging zal opspelen rond de man.

Mijn gekozen waardering € -

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een antwoord