Het lichaam werd in drie stukken teruggevonden. Het hoofd in een koffer, en zijn romp en onderlichaam in een rieten mand en een vuilniszak. Met deze gruwelijke vondst begon een zoektocht naar de identiteit van deze man, wiens restanten in februari 2009 in het water langs de Amsterdamse Diemerzeedijk dreven. Op 6 april 2017 begon eindelijk de rechtszaak tegen de drie verdachten.

STEUN RO

Het duurde na de vondst weken voor de identiteit van de man bekend was. Dat gebeurde pas, nadat er een DNA-hit was in de databank van Interpol, en bekenden de tatoeage op zijn rechter onderarm herkenden. Het bleek om de 29-jarige Keith Ennis te gaan, een Ierse crimineel, die naar Nederland was gevlucht, omdat hij vreesde voor zijn leven.

Geldloper

Ennis zou in Ierland een van de geldlopers zijn geweest van een criminele bende die gelieerd was aan de beruchte organisatie van drugsbaron Christy McKinahan. Maar hij was in de problemen gekomen, omdat hij in 2007 werd aangehouden door de Ierse politie, met in zijn bezit 23.000 euro. Daarop besloot de politie zijn huis te onderzoeken, waar agenten een pistool en een partij cocaïne ter waarde van maar liefst tien miljoen euro vonden. Hij werd daarop aangehouden, maar later op borgtocht vrijgelaten. Zijn criminele collega’s vonden dat verdacht, en vermoedden dat hij een informant van de politie was geworden. Dat vermoeden werd bevestigd, toen de politie kort na zijn aanhouding een succesvolle inval kon doen in een Iers coke-lab.

Zijn criminele collega’s vermoedden dat hij een informant van de politie was geworden

De in het nauw gedreven Ennis besloot hierop te vluchten. Hij belandde eerst in Spanje, om vervolgens in Rotterdam te gaan wonen. Maar daar bleef hij vrezen voor zijn leven. Dat bleek uit het feit dat hij in die periode zijn testament schreef, en bepaalde wie over zijn as mocht beschikken. Ook had hij de muziek voor begrafenis al uitgezocht. Al een jaar na zijn vlucht uit Ierland, kwam er een gewelddadig einde aan zijn leven. Ennis liet een 9-jarig zoontje achter.

Uit de doeken

In 2011 komen Nederlandse speurders erachter wie de moordenaars van de Ier kunnen zijn geweest. Het gaat om drie landgenoten, waar hij in Nederland mee omging. Een van hen deed bij de politie uitgebreid uit de doeken hoe de moord was verlopen. De drie Ieren stonden op 6 april in Amsterdam eindelijk terecht voor de gruwelijke moord op Ennis. Philip C., Barry M., en Kenneth B. moesten zich melden bij de Amsterdamse rechtbank, na eerder meer dan een jaar in voorarrest te hebben gezeten.

Maar de rechtszaak begon chaotisch. De 29-jarige verdachte C. kwam niet opdagen. Hij liet via zijn advocaat weten dat hij niet aanwezig was, omdat hij werd bedreigd. Een dag voor de geplande zitting, hadden zijn ouders in Dublin een brief ontvangen, met daarin een kogel. In een bijgevoegd briefje stond dat C. zich beter niet in de Amsterdamse rechtbank kon laten zien, omdat er dan weleens ‘iets zou kunnen gebeuren’.

Ook de 30-jarige B. was niet in de rechtszaal. Zijn dagvaarding zou volgens zijn advocaat verkeerd zijn geadresseerd. Maar toen de rechtbank dat niet voldoende reden vond om niet op te komen dagen, volgde een verrassing. C. was wel degelijk in het gebouw, maar had eerst de beslissing van de rechter afgewacht. Zijn aanwezigheid in de zaal kon namelijk heel goed tot gevolg hebben dat hij zijn vrijheid weer moest inleveren, voor een verblijf in een Nederlandse cel. Dat wilde hij liever nog wat langer uitstellen.

Scenario van de moord

Daarna kon men dan acht jaar na de moord eindelijk beginnen aan de behandeling van de rechtszaak, met de ouders en broer van Keith Ennis aanwezig in de rechtbank. Zij hoorden de plastische details aan, van het scenario dat tot de dood van hun zoon zou hebben geleid. Die details waren afkomstig uit het politieonderzoek, maar vooral uit de uitgebreide verklaring van Philip C., die daarom waarschijnlijk uit de kringen van de andere twee verdachten de bedreigingen had ontvangen.

De crime scene in het appartement aan de Kralingseweg was bloederig geweest. Het bloed van Keith Ennis zou gevloeid zijn na een ruzie tussen de vier behoorlijk aangeschoten mannen. Ennis zou een grapje hebben gemaakt over de vriendin van M., waarna die hem had toegebeten dat ‘heel Ierland wist dat er kinderporno op zijn computer stond’. Dit zou door de politie zijn ontdekt. Ennis werd daarop zo giftig, dat hij met een mes op M. afstormde. Zijn maat B. greep daarop een mes uit de keuken, en stak ter verdediging op Ennis in. M. zou toen Ennis’ mes hebben gepakt, en hem in de nek hebben gestoken. Die blies korte tijd erna zijn laatste adem uit.

Heel Ierland wist dat er kinderporno op zijn computer stond

Philip C. zou op dat moment bij de plaatselijke supermarkt zijn geweest, om een fles wodka te kopen. Toen hij terugkwam, trof hij daar twee huilende, panikerende mannen aan, en het lijk van Keith Ennis. Dat werd zes dagen later weggemaakt, en kort daarop teruggevonden in het Amsterdamse IJ, door een voorbijganger die een lichaamsdeel zag drijven.

Sporen op kettingzaag

Hoewel M. en B. ontkennen iets met de moord te maken te hebben, vond de politie wel sporen van de moord in het appartement dat de mannen regelmatig bezochten. Dat was onder meer van het bloed en het vetweefsel van Ennis, op een in een kast gevonden kettingzaag. De zaag van de gevonden kettingzaag ontbrak. Op de stekker van die kettingzaag werd wel het DNA van M. aangetroffen. Die ontkende dat hij ook maar wist van het bestaan van de kettingzaag. De sporen zouden daar volgens hem via handdoeken in de kast op zijn terechtgekomen.

Op een kettingzaag werden bloed en vetweefsel van Ennis gevonden

De forensische dienst van de politie wist een sprei waarin de stoffelijk resten van Ennis waren gewikkeld, terug te brengen naar de plaats delict. Een sprei van hetzelfde type was verkocht aan de verhuurder van het huis, en was te zien op foto’s op Funda van de te koop staande woning. In het huis was ook een groot stuk van het tapijt weggesneden. De politie kon bewijzen dat het appartement werd gehuurd door Philip C., omdat eerder zijn sleutels verloor, waarna hij een sleutelmaker moest inschakelen. Die gaf later bij de politie aan Phlip C. als de bewoner te herkennen.

Lichaam gedumpt

Onduidelijk was tot nu toe hoe de moordenaars het lichaam van Ennis naar Amsterdam vervoerden. Ook dat werd duidelijk uit het relaas van C. Men had de in stukken gesneden delen van het lijk in de achterbak van Ennis eigen huurauto gedaan, waarna men naar Amsterdam was gereden, waar de spullen laat in de avond werden gedumpt. Net als de auto van Ennis. Met de Audi A-4 van C. reed men vervolgens terug naar Rotterdam.

De rechtbank behandelde donderdag een nauwkeurig opgesteld overzicht van de telefoontjes die de mannen met elkaar hadden gemaakt. Cruciaal was dat een van hun telefoons zowel op de plaats van de moord, als in de buurt van de vindplaats van het lichaam een zendmast bleek te hebben aangestraald. Ook hadden de drie mannen op de dag van de moord regelmatig met elkaar gebeld en ge-sms-t. ’s Avonds werd de telefoon van het slachtoffer nog gebeld. Maar die zou nooit meer opnemen. En vanaf de telefoon van een van de verdachten werden rond datzelfde tijdstip wel heel veel telefoontjes naar Ierland gemaakt.

Naam zuiveren

De twee verdachten M. en B. hebben steeds ontkend iets met de moord te maken te hebben gehad. B. wist zich maar weinig te herinneren van de telefoongesprekken die men had gevoerd. Hij wilde ook niet antwoorden, omdat hij niets wilde verzinnen, gaf hij zelf aan: ‘Ik wil de rechtbank geen leugens vertellen, ik ben hier juist om mijn naam te zuiveren.’

Tijdens de zitting bleek dat de familie van Keith Ennis voor de dood van hun zoon in februari 2009 heftige bedreigingen had ontvangen. Zo kreeg men toen al telefoontjes binnen, waarin werd gemeld dat ‘zijn dode lichaam teruggevonden was in een greppel’. Uit het geruchtencircuit had men vernomen dat criminelen inderdaad verbaasd waren geweest dat hij op borgtocht was vrijgelaten, terwijl hij toch flinke misdaden had begaan.

Op vrije voeten

De rechtbank besloot donderdag de twee aanwezige verdachten tot de volgende zitting op vrij voeten te stellen, nadat de twee aanwezige verdachten daarom hadden gevraagd. Op maandag 10 april zal blijken of zij er ook niet vandoor zijn gegaan, net als de belangrijkste getuige in de zaak, die volgens de officier van justitie ‘wel ergens aan het andere eind van de wereld zal zitten’.

Deze zaak dient nog op 10, 12 en 13 april 2017.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).