Op vrijdag 21 oktober 2016 liepen de onderhandelingen over het Europees-Canadese vrijhandelsverdrag CETA stuk op halsstarrig verzet van de Waalse deelstaatsregering in België. Gijzelden wat onverantwoordelijke boertjes de wereld of hadden ze gewoon gelijk?

STEUN RO

“Vrijhandel en globalisering zijn scheldwoorden geworden. Grenzen en luiken dicht”, kopte de voorpagina van de Volkskrant op vrijdag 21 oktober, uren voordat de Canadese Minister van Handel Christa Freeland verbijsterd en met lege handen uit Brussel vertrok: die fucking peasants uit Wallonië weigerden even halsstarrig als het befaamde kleine Gallische dorpje om te buigen voor de machtige stormloop van het moderne Rome, het multinationale bedrijfsleven.

Daar kunnen we natuurlijk over gniffelen, over die keuterboertjes uit de Ardennen, die de kosmopolitische elite van EU en Canada met hun CETA-samenzwering wel eens een gemeen poepje zouden laten ruiken. We kunnen ook verongelijkt en boos worden over die achtergebleven provincialen die uit kortzichtig eigenbelang de economische groei in een groot deel van de Westerse wereld in gevaar brengen, zoals de meeste regeringen en het multinationale bedrijfsleven doen. En we kunnen er net als de Volkskrant de xenofobe hand in zien van de irrationele, anti-modernistische reactie tegen het neoliberale, multiculturele monster. Maar we zouden ook eens kunnen kijken of die Walen niet gewoon een te billijken punt hebben.

Graswoestijnen

Wat de Walen in eerste instantie motiveert, is vrees voor het lot van de eigen boerenstand. Waalse boeren zijn veelal kleine boeren die nu al moeilijk het hoofd boven water kunnen houden. Zij zien aankomen wat in Nederland al sinds de jaren dertig van de twintigste eeuw aan de gang is: een van buitenaf aangedreven race naar de bodem waarbij steeds minder boeren op steeds grotere bedrijven op een steeds onpersoonlijker manier met steeds grotere schulden steeds hetzelfde nauwelijks toereikende inkomen bijeensprokkelen, eeuwig balancerend op de rand van het faillissement. Dat zal ook in Wallonië niet alleen uitdraaien op de uitroeiing van een oude, trotse en respectabele beroepsgroep, die bovendien van groot belang is voor de sociale cohesie op het platteland. Het zal er ook de industriële monotonie met zich meebrengen van het moderne boerengrootbedrijf, met alle daarmee gepaard gaande verarming van het landschap, de flora en de fauna. De even gladgestreken en rechtgetrokken als lege graswoestijnen van Nederland, waar de verplichte ruilverkaveling van de jaren zestig tot de jaren negentig huishield ter wille van ongebreidelde schaalvergroting, zijn het afschrikwekkend voorbeeld. In datzelfde Nederland worden nu  tegen enorme kosten en veel nieuw leed van mensen die huis en haard moeten opgeven, gebieden “aan de natuur teruggegeven”, om tenminste iets van het zo lichtzinnig verkwanselde landschappelijk evenwicht te herstellen.

Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor