Suriname maakt opmars als eco-bestemming. Terecht, zo concludeert reisfotograaf Thijs Heslenfeld, want het Nederlandstalige land in de tropen is wonderschoon. En nu maar hopen dat die mooie mensen gewoon lekker zichzelf blijven.

STEUN RO

De chauffeur die me van vliegveld Zanderij ophaalt, stuurt ons busje de weg op.
“Hoe ver is het naar Paramaribo?” informeer ik.
“Bijna tweehonderd kilometer,” antwoordt hij.
“Dat is een eind. Hoe lang doen we daarover?”
“Een klein uurtje. Als het verkeer een beetje meewerkt, is het 45 minuten.”

Ik werp een blik op de snelheidsmeter. We rijden 80 kilometer per uur. Een rekensommetje leert me dat we gemiddeld 270 kilometer per uur zullen moeten rijden om zijn verhaal te laten kloppen. Maar dat zit er niet in. Bovendien weet ik dat de afstand veel korter is. Zo leer ik meteen mijn eerste Surinaamse les: tijd, geld, afspraken, afstanden – hier gaat alles anders. En als ik ervan wil genieten, kan ik me daar maar beter zo snel mogelijk aan overgeven.

Blessi Koese vermaakt zich in een stroomversnelling bij Awarradam
Blessi Koese vermaakt zich in een stroomversnelling bij Awarradam

Lekkere knippa’s
“Hé schatje, wil je niet een paar lekkere knippa’s van me kopen? Je mag ze eerst proeven hoor!” De volgende ochtend. Ik wankel met een lichte jetlag over de centrale markt in Paramaribo als een beeldschoon meisje me met deze opmerkelijke tekst probeert te verleiden. Met succes. Ik proef de onbekende, lychee-achtige vrucht en koop een trosje voor tien Surinaamse dollar – of ‘srd’ zoals ze dat hier zeggen. Natuurlijk is het te veel, maar wat geeft het? Ik gun het haar van harte, en ik heb ook nog een mooi portret kunnen schieten van Sara Fina, want zo heet ze. Geven en nemen, hier gebeurt het bijna als vanzelf.

Inchecken kennen ze niet op vliegveld Zorg en Hoop: geen gedoe met instapkaarten of security, gewoon instappen, starten en gaan

In Paramaribo heb ik slechts een paar uur te besteden, want ik ben naar Suriname gekomen voor de jungle. En dus check ik op het lokale vliegveldje Zorg en Hoop in voor een vlucht naar het zuiden. Nou ja, inchecken, dat kennen ze hier niet. Alles is kleinschalig en gemoedelijk. Geen gedoe met instapkaarten of security. Gewoon instappen, starten en gaan.

De Surinaamse jungle is groot, echt en puur. Enkele minuten nadat we met een oude Twin Otter zijn opgestegen begint die jungle al: weelderig groen zo ver het oog reikt, af en toe een meanderende rivier er tussendoor, hier een daar een lapje kaalgeslagen grond waar de spaarzame bewoners iets verbouwen. Na een vlucht van vijf kwartier komt een landingsbaan in beeld: Palumeu. Dit vliegveld is nog leuker; de vertrekhal is een rieten parasol.

“Hé schatje, koop je een paar lekkere knippa’s van me?”
“Hé schatje, koop je een paar lekkere knippa’s van me?”
Suriname is vier keer zo groot als Nederland en bestaat voor 90% uit jungle
Suriname is vier keer zo groot als Nederland en bestaat voor 90% uit jungle
De terminal van vliegveld Kajana aan de Surinamerivier
De terminal van vliegveld Kajana aan de Surinamerivier
Hier geen gedoe met instapkaarten; gewoon instappen, starten en gaan
Hier geen gedoe met instapkaarten; gewoon instappen, starten en gaan

Capibara’s en kikkertjes
De eenvoudige maar sfeervolle huisjes van de Palumeu Jungle Lodge bieden een fabelachtig uitzicht op de Tapanahoni, een zijrivier van de Marowijne. Het is een heerlijke plek om enkele dagen door te brengen. Overdag ineen korjaal varen op de rivier varen en wandelen door het regenwoud. De lokale gidsen zijn allemaal indianen én jagers, dus weten ze als geen ander het wild te spotten. Maar ze hebben niet alleen oog voor capibara’s, luiaards of brulapen, ook kleine kikkertjes, een mooie paddenstoel of een felgekleurd insect krijgen alle aandacht. Ze laten het allemaal zien, met liefde voor de natuur.

’s Avonds is er een gezamenlijke maaltijd – gekookt op een houtvuurtje, want gas is hier ook al niet. Daarna is het al snel doodstil. Geen loeiende generatoren, geen muziek, geen tl-lampen. Hier wordt de nacht gedomineerd door de geluiden van het oerwoud; krekels, nachtvogels en brulapen. Bij het licht van een olielampje zoek ik mijn bed op. Voor dag en dauw staat er een thermoskan met heet water voor de deur, met een paar zelfgebakken koekjes. Met een kop Nescafé op het balkon genieten van de ochtend; zo begint een dag hier.

De lokale gidsen hebben ook oog voor kleurige kikkertjes
De lokale gidsen hebben ook oog voor kleurige kikkertjes
Een marronmeisje toont trots een gevangen hagedis
Een marronmeisje toont trots een gevangen hagedis

Alleen maar rust
Bij het voetbalveldje van Palumeu komen elke avond de jongemannen uit het dorp bijeen. Leunend tegen de stam van een reusachtige boom bekijk ik de dagelijkse voetbalwedstrijd, tegen het decor van de ondergaande zon. Een indiaan van een jaar of dertig maakt even een praatje. Artemis heet hij. Ik vraag of hij wel eens in de stad is geweest. Ja, hij was een keer in Paramaribo. “Vreselijk, wat een drukte. Al die auto’s, al die mensen. Niks voor mij! Ik ben blij dat ik weer lekker hier ben. Hier hebben we geen auto’s en alleen maar rust. Dat bevalt me beter.”

In gedachten dwaal ik af naar alle Surinamers die dit land verruilden voor Nederland. Wat een overgang moet dat geweest zijn. Van een land vol warmte, natuur en rust naar ons kille, gehaaste wereldje. Palumeu en de Bijlmer, is een grotere tegenstelling denkbaar? Nederland en Suriname zijn nog steeds stevig met elkaar verbonden, niet alleen door de taal en de architectuur van Paramaribo. Je loopt hier continu mensen tegen het lijf die in Nederland gewoond hebben. In een indianendorp bots ik op een oma in een groen operatiehemd van het VU Ziekenhuis. Ik zie boodschappentassen van Dirk, een shirt van de Gamma en een honkbalpet van vliegbasis Volkel.

Bij de Palumeu Jungle Lodge klinken de geluiden van krekels, vogels en brulapen
Bij de Palumeu Jungle Lodge klinken de geluiden van krekels, vogels en brulapen
De huisjes bieden uitzicht op de Tapanahoni, een zijrivier van de Marowijne
De huisjes bieden uitzicht op de Tapanahoni, een zijrivier van de Marowijne

Neuriën in de hangmat
In het verderop gelegen Awarradam, aan de Surinamerivier, wonen geen indianen maar marrons, afstammelingen van gevluchte plantageslaven. Hier nog zo’n prachtig gelegen lodge en nog meer puur regenwoud, maar een totaal andere sfeer. Awarradam Jungle Lodge wordt draaiende gehouden door tientallen grote, ronde, goedlachse vrouwen – echte Robert Vuijsje-types, zeg maar. Er is altijd en alom gezang en vrolijkheid, bij het koken in de keuken, tijdens de afwas in de rivier en ook uit een bezette hangmat klinkt meestal nog wel wat geneurie.

Awarradam Jungle Lodge wordt draaiende gehouden door tientallen grote, ronde, goedlachse vrouwen – echte Robert Vuijsje-types

Hier voelt elke toerist zich welkom – in plaats van toeschouwer ben je hier al snel onderdeel van het jungleleven. Zelfs de ‘culturele show’, meestal een folkloristisch toneelstukje voor toeristen waarmee je mij niet echt blij maakt, is hier leuk. Hoe langer ik in Suriname ben, hoe meer ik besef dat het bovenal de mensen zijn die het land zo mooi maken. Lief, vriendelijk en plezierig in de omgang, op een soort kinderlijke manier .

Hoewel, kinderlijk, eigenlijk zijn ze dat helemaal niet. Ze zijn open, vredelievend, behulpzaam en ze benaderen je op basis van vertrouwen. En ík koppel dat aan woorden als naïef, onschuldig en kinderlijk – maar dat zegt meer over mijn Hollandse referentiekader dan over de Surinamers.

De Surinaamse jungle is prachtig, maar het zijn vooral de mensen die het land zo mooi maken
De Surinaamse jungle is prachtig, maar het zijn vooral de mensen die het land zo mooi maken
Surinamers zijn open, vredelievend en behulpzaam
Surinamers zijn open, vredelievend en behulpzaam

Berg en Dal
Weer een heel ander verhaal is het Bergendal Eco & Cultural River Resort. Op anderhalf uur rijden van Paramaribo is op het terrein van de voormalige suikerplantage Berg en Dal een groot, modern en chic resort gebouwd. Maar wel met behoud van de bijzondere sfeer van deze unieke locatie aan de Surinamerivier. Hier verblijf ik in een huisje dat tegen de berg achter het resort is gebouwd. Het resort is ruim opgezet, zodat de huisjes veel privacy bieden.

Een week lang zat ik achter toekans aan met verrekijkers en telelenzen, hier valt er plots een prachtexemplaar op het hekje voor mijn neus

Bergendal brengt je als vanzelf vlakbij de natuur. Een week lang zat ik achter toekans aan met verrekijkers en telelenzen, maar dichterbij dan een meter of dertig zag ik ze nooit. Hier zit ik ’s middags lekker uit te rusten op de veranda als er plotseling met veel misbaar een prachtig exemplaar landt op het hekje om mijn veranda. Op twee meter afstand, potdorie! Geen camera bij de hand natuurlijk, maar dat geeft niet, ik geniet van het moment.

Kanovaren, mountainbiken en natuurlijk wandelen kan hier naar hartenlust, maar het leukst is de canopy tour, waarbij je hangend in een klimharnas via lange staalkabels tussen de boomtoppen door het oerwoud ‘vliegt’. Deze activiteit bied je een vogelperspectief op het oerwoud én een heleboel adrenaline. Het beste bewaren ze voor het laatst: de tour eindigt met een kabel van bijna tweehonderd meter die je met een snelheid tot zestig kilometer per uur dwars over de Surinamerivier brengt. Wat een kick!

Bergendal, op een voormalige suikerplantage, brengt je vanzelf dichtbij de natuur
Bergendal, op een voormalige suikerplantage, brengt je vanzelf dichtbij de natuur
Ook in het eerste luxeresort van Suriname gaat alles in slow motion
Ook in het eerste luxeresort van Suriname gaat alles in slow motion

Alles in slowmotion
Bergendal is de eerste serieuze poging om in Suriname een exclusief resort naar internationale maatstaven van de grond te tillen. Een mooi zwembad, uitstekende accommodatie en personeel in overvloed, compleet met Amerikaanse marketingslogan op hun rug: ‘Excellence is our mission’.

Nou kun je wel zo’n kreet op een shirt zetten, maar daarmee verander je de mens nog niet. Het personeel is en blijft op en top Surinaams: alles gaat in slow motion. Een schoonmaakster – met een mand vol Glassex en bussen Vim op het hoofd – wandelt in een slakkengangetje richting de huisjes. Ergens in het bos stuit ze op een boom met grote groene bonen erin. De mand gaat op de grond en ze neemt rustig de tijd om te snoepen, want in de bonen zitten witte pitten met een zoetzure smaak. ‘Excellence is our mission, vergeet het maar, ‘Relax and don’t worry’ komt meer in de buurt. Voor het management zal het worstelen zijn met de lokale mentaliteit, maar ik vind het charmant, want ik heb geen haast.

Suriname heeft in ruim een week een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. De ongerepte natuur, het lome tempo waarin alles zich voltrekt; het bevalt me prima. Maar het land is vooral zo mooi doordat de mensen zo mooi zijn, van binnen en van buiten. Ik kan alleen maar hopen dat ze daar zelf in blijven geloven, zodat ze de toerist hun eigen verhaal kunnen vertellen. Dat zie ik liever dan een marketingmodel dat ergens in een kantoor in Texas werd ontwikkeld. «

De ‘infinity pool’ van Bergendal Resort kijkt uit op de Surinamerivier
De ‘infinity pool’ van Bergendal Resort kijkt uit op de Surinamerivier

LOGEREN IN DE SURINAAMSE JUNGLE
De drie genoemde lodges zijn elk te boeken als een meerdaagse jungle-expeditie bij Mets Travels & Tours in Paramaribo; reken voor Palameu en Awarradam op zo’n € 600 p.p. voor 4 dagen in één van de twee, of € 1.150 voor 8 dagen in beide lodges, incl. lokale vluchten, accommodatie, maaltijden en excursies. Bergendal Resort kan ook rechtstreeks worden geboekt; vanaf ca. € 129 p.k.p.n. De drie lodges zijn ook te boeken in Nederland, bijvoorbeeld bij Does Travel & Cadushi Tours.

Jungleboek
Fotograaf Thijs Heslenfeld maakte een fotoboek over de Surinaamse jungle: Au!