In het kader van het proces tegen Heinekenontvoerder Willem Holleeder, als opdrachtgever voor moorden, worden deze zomer Astrid en Sonja Holleeder en zijn ex-vriendin Sandra den Hartog ondervraagd door zijn advocaten. In mei 2017 zijn delen van die verklaringen zijn uitgelekt. Zo vertelt Sonja dat het deel van het losgeld van Cor van Hout en van haar broer Willem in Parijs begraven lag en door een goede vriend daar zou zijn opgegraven. Dat had ze van Cor gehoord. Het is een verhaal dat al heel lang de ronde doet en nu dus min of meer officieel wordt bevestigd. Maar het klopt waarschijnlijk niet. Cor en Willem hebben haar – en anderen – flink in de maling genomen. In de nog geheime verklaringen van Holleeder licht hij een tip van de sluier op. In werkelijkheid is dit deel van het losgeld nimmer in Parijs geweest, maar heeft hij dit zelf in een bos in het Gooi begraven. En zelf weer opgegraven.

STEUN RO

“Ja, Cor heeft mij verteld van het losgeld bij de boom. Ik wist dat in ieder geval wel. Ik wist het ook van Thomas van der Bijl, dat hij het had opgegraven.” Vertelde Sonja Holleeder in juni van dit jaar in een verhoor bij de rechter-commissaris. Het ging over het deel van het losgeld dat nooit was teruggevonden en waarvan Thomas van der Bijl – een goede vriend van Cor – had beweerd dat hij dit in een homo-bos in Parijs had opgegraven. Hij had het aan Rob Grifhorst gegeven, die het voor Cor en Willem had geïnvesteerd en die er daarna leuke dingen mee hadden gedaan: Casa Rosso op de Wallen gekocht en prostitutiepanden op de Achterdam in Alkmaar.

Thomas van der Bijl heeft wel een rol gespeeld bij het losgeld, maar wat hij er kort voor zijn dood over heeft verklaard tegenover de politie is – zeer waarschijnlijk – een fabeltje. In de nog onder embargo liggende verklaring van Holleeder – die slechts ter inzage zijn geweest voor advocaten in het Passageproces – vertelt Holleeder dat het geld nooit in Frankrijk is geweest en daar nooit is begraven. En dus ook niet door Thomas van der Bijl is opgegraven. De zakken met het deel van het losgeld van Cor en Willem zijn in een bos in het Gooi begraven en Willem heeft die zelf enige tijd later – in de periode dat ze in Parijs zaten ondergedoken – op een koude winternacht opgegraven.

De hele waarheid over wat er met het losgeld van de Heinekenontvoering is gebeurd, zal nog even op zich laten wachten. Een van de weinigen die het weet – misschien wel de enige nog, intussen – is Willem Holleeder. In zijn verklaringen die sinds kort aan het procesdossier zijn toegevoegd, zou hij precies uit de doeken doen wat er met het geld is gebeurd, wie het heeft geïnvesteerd en waar. Die verklaringen zijn voorlopig nog zeer geheim. Ze zijn alleen onder voorwaarden ter inzage geweest voor advocaten van verdachten in het Passageproces, dat op 29 juni werd afgesloten. Eén detail is inmiddels bij enkele insiders bekend. Dat gaat over het deel van Cor en Willem dat bewaard is gebleven.

Weet u het nog? Freddy Heineken en chauffeur Ab Doderer werden op 9 november 1983 ontvoerd. Op 28 november werd 35 miljoen gulden losgeld betaald, op 30 oktober kwamen ze vrij uit de loods op het industrieterrein in het westelijk havengebied van Amsterdam. Op dat moment had de politie de daders al min of meer in het vizier. Het losgeld was begraven in tonnen in een bos bij Zeist. Toen de ontvoerders in de gaten kregen dat de politie hen op de hielen zat, ontstond er paniek. Ze groeven een deel van het geld op en verdeelden dat in een hotelkamer in Hotel Résidence bij Vinkeveen. Tot zover is er geen onduidelijkheid.

Golf GTI

Wat zegt Cor van Hout erover in het standaardwerk van Peter R. de Vries over de Heinekenontvoering?  Cor vertelt dat ze in de gaten hebben dat ze worden gevolgd. Hij vraagt aan zijn gabber (en ex-zwager) Thomas van der Bijl of hij diens Golf GTI een poosje mag lenen “in verband met dringende omstandigheden.” Dat mag. Cor rijdt naar de Prinsengracht, waar hij mede-ontvoerder Frans Meijer oppikt, die daar op een damesfiets naar toe is gereden. Bij een tuingereedschappenwinkel kopen ze een schep en rijden dan in de richting Zeist. Om zes uur ’s avonds – het is dan al donker – arriveren ze bij het bosperceeltje tegenover de uitspanning De Taveerne. Ze controleren grondig of ze niet zijn gevolgd. Cor gaat op de uitkijk staan, Frans Meijer schept de aarde weg. Ze maken de twee tonnen open met de twee nog ongeopende postzakken, trekken die eruit en leggen de ruim 150 kilo geld achter in de auto. De tonnen worden keurig afgedekt en ze rijden naar hotel Résidence aan de A2 bij Vinkeveen. Ze hebben voor zo’n vijftien miljoen gulden bij zich. Willem Holleeder heeft in het hotel op naam van Tonnie van Maurik – de later geliquideerde sportschoolhouder uit Amsterdam – kamer 125 geboekt. Daar zijn de andere drie al aanwezig: Holleeder, Jan Boellaard en Martin Erkamps (‘Remmetje’). Ze storten het geld op de salontafel en beginnen het te sorteren op valuta.

In deze tonnen was het losgeld in Zeist begraven

“Er klonken kreten van verbazing, verwondering, ontzag en enthousiasme. Ze moesten allemaal even wat stapeltjes door hun handen laten gaan, om het gevoel te krijgen dat het allemaal echt gebeurde. Hier hadden we het allemaal om gedaan.” Aldus Cor in het boek. Hij vertelt dat het wordt verdeeld in vijf porties van drie miljoen. Dat klopt niet helemaal: Remmetje, Cor’s jonge halfbroer, kreeg wat minder, omdat hij een geringer aandeel in de ontvoering had. Cor en Willem hadden samen ruim 7 miljoen. Cor haalt er een paar stapels Frans geld tussenuit, omdat hij en Willem van plan zijn naar Frankrijk te vluchten. Vanaf dat moment begint Cor, in het boek, een sprookje te vertellen. Hij zegt dat hij en Willem het geen goed idee vinden het geld mee te nemen op de vlucht naar Frankrijk: stel dat ze bij de grens worden gecontroleerd, dan zijn ze alles in één keer kwijt. Jan Boellaard en Remmetje nemen hun zak met geld wel mee. Cor zegt tegen Remmetje dat hij het moet begraven, maar die luistert niet en legt het geld bij zijn vader in huis. Daar wordt het meteen na de invallen van de politie gevonden. Ook Jan Boellaard wordt met geld en al in de kladden gegrepen. Frans Meijer zou er – volgens het verhaal van Cor – met het resterende geld vandoor zijn gegaan. Hij zou het ergens goed verstoppen en als de kust weer veilig was, zouden ze het weer ophalen. De verwachting is – op dat moment – dat dit nog voor het eind van het jaar zal gebeuren.

Het loopt anders. Frans Meijer geeft zichzelf aan bij de politie, alleen Cor en Willem zijn ontsnapt. Vanuit Frankrijk volgen ze het nieuws. En krijgen ze de schrik van hun leven als Frans aan de politie vertelt dat hij het geld allemaal heeft verbrand op het strand: hij vond het bloedgeld, daar wilde hij zijn handen niet langer aan vuil maken.

Frans Meijer – en Jan Boellaard – houden tot de dag van vandaag vol dat het zo is gegaan. Jan Boellaard kan dat alleen van horen zeggen hebben, van Frans: hij was er niet bij. In de loop der jaren wordt duidelijk dat Cor en Willem hun geld wel degelijk hebben behouden, en dat het via een andere goede vriend van Cor, Rob Grifhorst, is belegd. En dat Cor en Willem dankzij dit geld na hun vrijlating over miljoenen beschikten die in onroerend goed waren gestoken.

In het boek vervolgt Cor zijn sprookje over het geld van hem en Willem dat ze zogenaamd onder de hoede van Frans Meijer hadden achtergelaten. “Nieuwsgierig vlogen mijn ogen door de tekst om gewaar te worden hoe het Frans Meijer was vergaan en of hij ons geld had weten veilig te stellen.” Ze maken zich zorgen over het losgeld in de bossen bij Zeist. “Op dat moment had ik er toch een beetje spijt van dat we onze portie losgeld niet zelf hadden meegenomen.”

Op dat moment weten ze nog niet dat het grootste deel van het losgeld al is ontdekt. Dat lezen ze op 5 december in de krant.  Wandelaars hadden in de bossen bij Zeist bankbiljetten zien liggen en de politie verwittigd. Die had weinig moeite de tonnen met het geld – zo’n 20 miljoen gulden-  te traceren. Waarschijnlijk hebben Cor en Frans bij het ophalen van de 15 miljoen wat steken laten vallen. Ze hadden geld uit de postzakken op slaapzakken gestort en het in andere zakken gedaan. Daarbij zijn er – in het donker – waarschijnlijk wat biljetten achtergebleven. Vanuit Frankrijk vernemen Cor en Willem vloekend en knarsetandend hoe het grootste deel van de buit aan hun neus voorbijgaat. Cor, in het boek: “Frans had ons aandeel nog steeds en zelf hadden we niet meer dan een ton

Of zes. De situatie was ingrijpend veranderd. Ik hoopte maar dat Frans het tot nieuwjaarsdag vol zou houden om de koffers met geld te verstoppen.”

Cor vertelt dan dat hij samen met Willem eind december teruggaat naar Nederland om Frans Meijer te ontmoeten en het geld op te halen. In Nederland aangekomen krijgen ze een nieuwe ‘schrik van hun leven’: Frans Meijer blijkt zichzelf bij de politie te hebben aangegeven. “Was hij helemaal gek geworden? Dit was tegen alle afspraken in. Waarom deed hij dat nou? En het losgeld, waar was het losgeld?” Kort daarna, in januari, als ze terug zijn in Parijs, komt het antwoord. Frans Meijer heeft bij de rechtercommissaris verklaard dat hij zijn aandeel van 3 miljoen gulden had verbrand op het strand omdat het ‘bloedgeld’ was. Over de 6 of 7 miljoen van Cor en Willem had hij het niet. Cor: “Ik moest me wel heel erg vergissen of ons geldaandeel lag gewoon op een veilige plek op ons te wachten.”

In werkelijkheid weet Cor beter. Hun 7 miljoen is al onder hun beheer. Willem heeft het zelf al opgegraven tijdens de reis naar Nederland, in december. Wat hij er precies mee heeft gedaan en aan wie hij het heeft gegeven, staat mogelijk in de geheime verklaringen. Die komen waarschijnlijk pas in 2018, tijdens de inhoudelijke behandeling van het proces tegen hem, naar buiten.

Juridisch mirakel

Terug naar Frankrijk, januari 1984. Het losgeld is dus veilig, maar voorlopig kunnen ze er zelf niets mee. Er volgen onzekere tijden. In februari worden Cor en Willem in Frankrijk gearresteerd, maar dankzij een juridisch mirakel kunnen ze niet worden uitgeleverd aan Nederland en verblijven ze in hotels in de buurt van Parijs. Onder de hoede van de Franse recherche, maar wel met een zekere vrijheid. Op 1 januari 1985 is er ‘goed nieuws’: Frans Meijer is ontsnapt uit het Pieter Baan Centrum, waar hij was opgenomen voor psychiatrisch onderzoek. Of hij zijn deel van het losgeld inderdaad had verbrand, zoals hij tegenover de politie had verklaard, is nogal onwaarschijnlijk: hij moet dat hebben gebruikt om naar het buitenland te komen. Hij vlucht via België en Brazilië naar Paraguay. Vermoedelijk is hij onderweg veel van zijn geld kwijtgeraakt met omwisselen, waarbij hij flink opgelicht zou zijn, en aan ‘reis- en verblijfkosten’. Begin 1986 slaagt Cor erin hem vanuit Parijs te bellen. In het boek vertelt hij dat hij sluiks informeert of Frans nog wat ‘apenootjes’ heeft. Er volgt een wat onduidelijke passage waaruit je de conclusie kunt trekken dat Cor min of meer gerustgesteld is. Met de kennis van nu: dit was een rookgordijn. Het geld van Cor en Willem was allang in veilige handen en dat was helemaal buiten Frans om gegaan.

Het verhaal dat Thomas van der Bijl betrokken was geweest bij het opgraven van het losgeld, deed al heel lang de ronde. Maar er werd vanaf het begin sterk getwijfeld aan het waarheidsgehalte. Een beetje omdat Willem Holleeder en Thomas van der Bijl elkaar absoluut niet lagen en het onwaarschijnlijk werd geacht dat Holleeder zijn geld aan hem zou toevertrouwen. Maar vooral omdat het logistiek onrealistisch was. Had Cor een gedetailleerde plattegrond gemaakt van het bos, van de exacte locatie, van de boom (“acht stappen naar links”) en die in alle anonimiteit en ongemerkt aan Thomas kunnen doorgeven? En dan zou Thomas het – in een voor hem totaal onbekend land, in een bos – aan de hand daarvan hebben kunnen vinden? Dit staat erover in een actuele druk van het Heinekenboek: “Officier van justitie mr. Fred Teeven maakte op 18 juli 2006 bekend dat er aan het dossier tegen Holleeder een vijftal verklaringen waren toegevoegd die door Thomas van der Bijl voor zijn dood waren afgelegd tegen politiemensen van de Nationale Recherche.” In die verklaringen vertelt Van der Bijl onder meer dat hij ooit een gedeelte van het losgeld bij een bos in Parijs heeft opgegraven. Het ging om 5 of 6 miljoen gulden.

In juni 2017 verklaart Sonja Holleeder dat het verdwenen losgeld is opgegraven in een bos bij Parijs door Thomas van der Bijl. “Cor van Hout had via een verhulde ansichtkaart vanuit de gevangenis laten weten waar dat geld verstopt lag.”

Kaart

Die kaart zit ook in het dossier met deze verklaringen, dat het televisieprogramma EenVandaag in juni 2017 handen krijgt. Het is een Franse ansichtkaart, Meilleurs Souhaits (‘Beste Wensen’) verstuurd vanuit Parijs. Sonja: ““Ja, Cor heeft mij verteld van het losgeld bij de boom. Ik wist dat in ieder geval wel. Ik wist het ook van Thomas van der Bijl, dat hij het had opgegraven. Ik ontving de kaart toen ik 25 werd, dus dat moet ergens 1985 zijn geweest.”

Op de kaart staat een hart met een pijl, de naam Cor, het woordje Boom, hahaha, acht kruisjes en ‘smak’. Dat Cor aan Sonja heeft verteld van ‘het losgeld bij de boom’, dat kan in theorie. Veel later. Dat Thomas van der Bijl rondbazuinde dat hij het had opgegraven was algemeen bekend, maar Thomas riep wel meer dingen die niemand serieus nam. Wat blijkens de verklaringen van Holleeder wél klopt is dat de auto van Thomas is gebruikt bij het opgraven van het losgeld. Met een paar scheppen, die in die auto lagen.

Maar bij het opgraven zelf zou Thomas niet zijn geweest en dat opgraven was niet in Parijs, maar niet zo heel ver van de plek waar de grote buit had gelegen, in de tonnen, in de bossen bij Zeist. Thomas had het over een boom waarin Cor een letter had gekrast. De letter F., van zijn dochter Francis. Dat kan kloppen: in de boom waar Willem het losgeld opgroef, stond inderdaad ook de letter F.; hij zou nog de nodige moeite hebben gehad om het daar terug te vinden, terwijl hij het er zelf had begraven. En dat was dan nog in een overzichtelijk bosje in Nederland…

Naar verluidt heeft Holleeder aangeboden de plek aan te wijzen waar hij het losgeld heeft opgegraven. Het zou mooi zijn als de situatie ter plekke niet te veel is veranderd en er nog een boom te traceren is waar ruim 30 jaar geleden door Cor van Hout een letter in is gekrast…