De talentvolle schrijfster en theatermaakster Annemarie de Gee (1987) debuteerde in 2012 met de verrassende en gewaagde verhalenbundel ‘Kamermensen’. In aanloop naar haar debuutroman schreef ze hier elke maand over het kronkelige pad van het schrijverschap. Vandaag haar laatste column, voordat ‘De kus van een clown’ verschijnt.

STEUN RO

De opzet van deze column was om mensen een kijkje achter de schermen te geven. Hoe werk je toe naar een roman? Tot aan het verschijnen ervan zou ik elke maand een column schrijven. Dat was het plan, een plan waar ik de afgelopen maanden zeker niet in ben geslaagd. Alhoewel, uit mijn afwezigheid zou je kunnen concluderen dat een schrijver, boven alles, focus en afzondering zoekt. Stoor een schrijver niet in zijn schrijfproces – misschien is dat wel het belangrijkste inzicht.

Waarom ik even geen columns kon schrijven? Voor mij is de laatste fase een lastige. Ik ben geen mooi-schrijver, ik heb moeite om precies te zijn, om orde te scheppen in de door mij opgewekte chaos. Ik wil geen orde. Het leven verloopt niet ordelijk, net zomin als mijn boeken. Maar wil ik (en dat wil ik) dat lezers ook maar iets meemaken van wat ik heb opgeschreven, is een zekere mate van orde onontkoombaar. Het materiaal was af en moest bewerkt worden tot prettig leesbare tekst. Hier nog een zin, daar een komma. Ik was veel boos. Soms zat ik hakkend en snuivend achter mijn computer, ontevreden, de tekst gedroeg zich weerbarstig, het gebrek aan structuur was hopeloos zichtbaar, ik deed maar wat, ik haat uitleggen. Misschien schuilt daar overigens wel de kern van mijn schrijverschap in, of van ieders schrijverschap; er zijn nooit genoeg woorden. En altijd te veel. Taal is een medium met beperkingen. De échte dingen waar een schrijver over wil schrijven – de existentiële dingen: leven, dood, verlangen, geloof, eenzaamheid, angst, kunnen slechts met een omweg benaderd worden, die kun je niet vastpakken. Razend kan ik daarvan worden. Waarom staat er zoveel in de weg? Zo veel woorden, zo veel betekenissen, zo veel intellect. Hoe beschrijf je in godsnaam het onnoembare?

Ik stopte met deze column op het moment dat het echt spannend werd (de vervolmaking; de grote brei woorden wordt wonder boven wonder goedgekeurd en tot vast materiaal gehuldigd). Sorry jongens, buiten dat kloteboek kon er gewoon niets anders bestaan. Mijn verlangen naar inhoud en zeggingskracht maakte dat ik compleet in mijn verhaal verdween – een verhaal waar overigens heel wat symboliek en beeldspraak in te ontdekken is. Ik herschreef mijn passages net zo lang totdat ik geen idee meer had van de kwaliteit, dat deed er ook niet meer toe, ik wilde schrijven schrijven schrijven, het beter maken, mijn materiaal zó benaderen dat mijn verhaal later voor lezers misschien ook een beetje als onontkoombaar zou voelen.

Nu ik weer een beetje op aarde land schaam ik me voor die wildheid. Waar heb ik al die tijd aan gewerkt? Drie jaar besteed aan een tekst van nog geen 40.000 woorden. Subsidiegeld opgemaakt. Vriend uitgekafferd. Moeder niet teruggebeld. Te weinig columns geschreven. 

Meer dan eens maak ik me kwaad over de onevenwichtige relatie tussen lezer en schrijver. Ten tijde van het ontstaan van het kunstwerk leeft de schrijver in een totaal andere wereld dan de (potentiële) lezers om hem heen. Hij denkt zo min mogelijk aan anderen. Met niemand deelt hij de momenten waarop het geluk niet groter kan, het uit elkaar spatten ervan, de kalme gedachten daarna, de neerslachtigheid. Ook wanneer de storm is gaan liggen, als de schrijver zich opmaakt om eindelijk naar buiten te treden, is hij alleen. Zijn lezers zijn de onwetenden, hebben geen flauw idee van het proces dat aan de publicatie is voorafgegaan. Afijn. Het boek wordt gelezen. In het beste geval zijn de lezers geraakt door het boek van de schrijver, zij leren een wereld buiten de hunne kennen, met personages, verhaallijnen, bodems waarvan zij het bestaan niet konden vermoeden. Misschien emotioneert het. In het beste geval laat het verhaal ze even anders naar de wereld kijken. En al die tijd, de tijd dat de lezers eindelijk snappen waar de schrijver mee bezig is geweest, zijn ze alleen. De schrijver heeft immers de benen genomen, is alleen uit zijn schrijversdal geklauterd en wil nog zo min mogelijk aan het boek denken. Het is ondergaan. Het is achter de rug. Dus rijdt hij met een gehuurde SUV de Nevada-woestijn in en viert hij vakantie aan de haven in San Francisco. Of erger nog: hij bereidt zich voor op een nieuw boek.

‘De kus van een clown’, het resultaat van de (heerlijke) worsteling, ligt vanaf 1 juni in de winkel. Het vertelt het verhaal van drie mensen op weg naar zee. Maar meer nog dan dat, hoop ik dat het gaat over al het onnoembare. Na mijn vakantie hoor ik graag wat jullie ervan vonden. 

'De kus van een clown' verschijnt op 1 juni bij uitgeverij AtlasContact.