Het laatste woord

In mijn tijd als schrijvend redacteur voor een politietijdschrift dook ik eens in de speurhondenwereld. Er was ophef omdat een baasje zijn hond ietwat creatief had afgericht, waarop de hond aan gedrag van zijn baas kon afleiden naar welk reukmonster hij het beste kon wandelen. Er werden wat mensen overgeplaatst en ik probeerde een aantal van hen te interviewen, maar ze voelde daar weinig voor.

Uiteindelijk belandde ik in de kamer van een Utrechtse hoofdcommissaris die zich liet souffleren door een communicatie-wizard die mij binnen tien minuten schaakmat zette zonder dat ik het doorhad. Voor het interview zei de hoofdcommissaris langs de neus weg: ‘Ik geef het interview, onder de voorwaarde dat ik wel het laatste woord heb over het artikel.’ Ik zag hem een blik werpen naar de jongeman naast hem, die bevestigend terugknikte. Ik ging akkoord en interviewde de politieman.

Ik schreef mijn artikel en kwam tot de conclusie dat het gebruik van speurhonden als bewijsmiddel om een verdachte aan te wijzen, op zijn minst dubieus was. Na een paar dagen stuurde ik de tekst naar de hoofdcommissaris en wachtte zijn reactie af. Die kwam niet. De deadline voor publicatie in het politieblad was inmiddels daar, maar geen reactie.

Prullenbak

Uiteraard was hij heel druk en uiteindelijk werd ik, ruim na de deadline, teruggebeld door de communicatie-wizard die mij droogjes meedeelde dat het een heel lezenswaardig stuk was, maar dat het niet geplaatst kon worden. Ik teleurgesteld en mijn hoofdredacteur boos, maar het resultaat was dat het artikel inderdaad in de prullenbak verdween.

Censuur? Jazeker, alhoewel ik voor de politieacademie werkte en in die situatie niet onafhankelijk was. Een politiecommissaris heeft nou eenmaal veel meer macht over iemand binnen de organisatie dan over een journalist van pak ‘m beet het NRC. Kortom, de politieman gebruikte de macht die hij op dat moment kon inzetten. ‘Omdat het kan’, zeg maar.

De vraag is hoeveel ruimte wij, als samenleving, degenen geven die in een positie zitten om te censureren. Hoeveel ruimte geven we Mark Rutte om zijn actieve herinneringen niet-actief te laten worden? Hoeveel ruimte geven wij de ministeries om volledig zwartgekalkte rapporten te sturen naar iemand die een WOB-verzoek heeft gedaan?  En hoeveel ruimte geven de rechters?

Schunnig

Onlangs was in het nieuws dat een Trump-getrouwe gouverneur in Florida allerlei boeken uit het onderwijs wil verbannen. Uiteraard gaat dit niet om homo’s, gekleurde mensen of gender. Dit gaat puur om het taalgebruik. En als je naar dit nieuwsitem kijkt, dan is het bijna niet voor te stellen dat ook in Nederland een premier beslist dat Anne Frank niet meer gelezen mag worden, omdat het schunnige taal zou bevatten.

Totdat je hoort dat een rechts-populistische Zweedse politica papegaait dat Anne Frank een geil meisje was. Dat ging haar partijgenoten net iets te ver en de vrouw moest door het stof. Ze had iets te veel daadkracht getoond na -zo vermoed ik- enthousiast naar de Amerikaanse gouverneur geluisterd te hebben.

Dus in Nederland is het verbannen van boeken ondenkbaar? Wacht even. Was er niet wat (beperkte) ophef over schoolboeken in het vorige kabinet? O ja, dat ging over christelijke scholen die schoolboeken selecteerden waarin de evolutietheorie niet aan bod kwam. De reactie van de bewindsman van de ChristenUnie was duidelijk: ‘Hier ga ik niet over’.

Uiteraard zullen de schoolboeken van de nieuwe school van Baudet ook weinig homo’s en donkere mensen bevatten. Toch zal de school aan de wettelijke eisen moeten voldoen, dus de verplichte onderwerpen zullen moeten worden behandeld. Maar op welke manier dat gebeurt?

Ze zeggen weleens dat de ontwikkelingen in de V.S. een jaar of tien later bij ons te bezichtigen zijn. Gelukkig hebben we een minister-president die het goede voorbeeld geeft. Dat zal de ontwikkeling zeker vertragen.

Mijn gekozen waardering € -